Al deze sausjes smaken fantastisch bij een zomerse BBQ, tijdens een gourmetavond of als
spread op goedgevulde sandwiches, broodjes of wraps.
En je kunt er heerlijk allerlei lekkers in dippen. Denk aan reepjes of plakjes knapperige groenten als worteltjes, paprika, radijsjes of bleekselderij. En aan versgebakken frietjes, ovenaardappeltjes, krokante krieltjes, gefrituurde uienringen, gehaktballetjes of grote garnalen.
Maar wist je dat je ze ook uitstekend als dressing kunt gebruiken? Voor
zomerse salades?
Soms moet je ze daarvoor aanlengen met een klein beetje water (of room), maar vaak is dat
niet eens nodig.
Schep eens wat pittige chimichurrimayonaise door je gemengde groene salade, je
boontjessla of een salade van gegrilde groene aspergepuntjes.
En... je kunt eindeloos veel verschillende salades maken met een dressing van een paar
eetlepels salsa golf, misschien wel de allerlekkerste mayonaisesaus!
Schep salsa golf bijvoorbeeld eens door een groene salade, een tomatensalade, een
aardappelsalade/krieltjessalade of door een salade van haricots verts.
Of door onze favoriet: een crunchy gemengde salade van kleine elleboogjes
bleekselderij, dunne rondjes rauwe wortel, reepjes snackpaprika in drie kleuren,
sjalotjes, Spaanse peper en verse tuinkruiden.
Hieronder vind je het complete recept.
Maar eerst nog even een recap. Wat was een salsa golf ook alweer?
Zó ziet hij er uit:
Ik schreef er een paar jaar geleden uitgebreid over.
Kort gezegd: salsa golf is de pittige en kruidige Argentijnse variant van onze
overbekende cocktailsaus! Lekker! Je weet niet wat je proeft, zo smaakvol. En
supermakkelijk om te maken. Snel ook.
Dus wat let je? Maak onze geliefde salade met salsa golf vandaag nog!
Zo maak je zelf crunchy salade van bleekselderij, wortel en paprika met een
pittige Argentijnse dressing
Ingrediënten voor 4 personen:
300 gram (kant-en-klaar) geschrapte worteltjes
300 gram snackpaprikaatjes in 3 kleuren
4 à 5 stengels bleekselderij
2 sjalotjes
een flinke bos platte peterselie
1 Spaanse peper
versgemalen zwarte peper
1/2 à 3/4 portie
Argentijnse salsa golf
(een pittige cocktailsaus; klik op het rode linkje voor het recept; zie ook tip 3 onder dit recept)
eventueel wat zout
voor een echt pittige salade kun je nog wat chilivlokken toevoegen
Bereiding:
Snijd de worteltjes in dunne ronde plakjes.
Snijd de snackpaprikaatjes in reepjes.
Snijd de stengels bleekselderij in dunne elleboogjes.
Snipper de sjalotjes.
Hak de platte peterselie fijn.
Verwijder de pitjes en de zaadlijsten uit de Spaanse peper. Snipper het
vruchtvlees fijn.
Vermeng alle groenten, kruiden en specerijen in een kom.
Maak de salsa golf en schep zoveel van de dressing door de salade als je zelf lekker vindt. Proef en
voeg eventueel nog een beetje zout, zwarte peper en/of chilivlokken toe.
Tips:
Ik krijg vaak de vraag: 'Wat is nou de ideale hoeveelheid dressing voor een salade?' Helaas. Op die vraag kan ik niet namens iedereen antwoord geven: dat is zo persoonlijk! Dus luidt mijn advies: begin met een relatief kleine hoeveelheid en voeg na een hapje (of meer hapjes!) proeven meer toe totdat jij je salade helemaal top vindt!
Als je twijfelt over de smaak van je gasten, kun je altijd een schaaltje met extra salsa golf los op tafel zetten.
Om mijn salades licht te houden, bereid ik mayonaisesausjes voor dressings vaak niet van 'volle' mayonaise, maar gebruik ik een light-versie. Als alternatief roer ik regelmatig een beetje koud water door mijn mayonaisesausjes voordat ik ze door mijn salades schep.
Maak voor kinderen een aparte portie salsa golf/salade zonder alcohol en met minder pit. De meeste kinderen vinden deze salade erg lekker!
Deze salade is ook ideaal voor een picknick. Pak de gemengde salade en de dressing apart in en schep de dressing pas door de salade vlak voor het serveren.
En bestel je daar vaak mihoen Singapore, die fantastische currynoedels met hun rijke vulling van knapperig verse groenten, garnalen en geroosterd varkensvlees?
Dan heb ik vandaag goed nieuws voor je: mihoen Singapore kun je ook heel
makkelijk zelf thuis maken!
Denk je nu: dat geldt vast niet voor mij, dat kan ik niet? Niet zo onzeker!
Dat prachtige bordje Singapore noedels van de foto hieronder kun ook jij op
tafel zetten!
Lees snel door onder de foto voor het authentieke recept en de allerbeste tips
& tricks!
Zelf leerde ik de allerlekkerste mihoen Singapore maken toen ik jaren
geleden in Azië woonde
Niet in Singapore, maar in Maleisië.
Daar at ik de verrukkelijke noedels met hun kenmerkende currysmaak voor het
eerst in mijn favoriete restaurant - of eigenlijk meer mijn stamkroeg, want ik
kwam er minstens één keer per week. Ik schreef er al eens eerder over: ik heb
het over de
Piasau Boat Club
in Miri op het eiland Borneo.
Toen ik daar, een dag na aankomst in Maleisië, voor de eerste keer de kaart
bekeek, had ik geen idee wat ik moest bestellen. Van de meeste Aziatische
gerechten had ik nog nooit gehoord.
Maar een vriendin wist raad: "Ga voor de bee hoon Singapore style! Ideaal voor
beginners in de Zuidoost-Aziatische keuken!"
En ze had gelijk!
De dunne, beetgare, geroerbakte rijstnoedels met hun overdadige vulling van
groenten, reepjes geroosterd varkensvlees (char siu), garnalen en omelet en hun rijke smaak van curry/specerijen veroverden mijn
culinaire hart ter plekke!
En natuurlijk wilde ik graag weten hoe ik die noedels ook zelf kon
maken.
Het kostte me maanden om het recept te vervolmaken. Maar uiteindelijk slaagde
ik daarin. Althans volgens mijn - culinair toch niet zo onkritische -
gezin!
Vandaag deel ik mijn recept voor mihoen Singapore met jullie. Én ik geef
jullie meteen talloze tips om ook jullie noedels zo lekker mogelijk te maken.
Pas ze allemaal toe en geniet!
Hét recept voor de allerlekkerste zelfgemaakte mihoen Singapore!
Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 2 à 3 personen:
200 gram mihoen
2 eetlepels Chinese lichte sojasaus
1,5 eetlepel Chinese donkere sojasaus
2 eetlepels Chinese shoaxing wijn ofdroge sherry
2,5 eetlepel gembersiroop
1 eetlepel sesamolie
2,5 theelepel Maleisisch currypoeder (zie de antwoorden bij de vragen 8 en 9 onder het recept)
1 theelepel kurkuma/geelwortelpoeder
±1/2 tl zout
1 ui
1/2 rode paprika
1/2 groene paprika
100 gram gare mini-maïskolfjes (uit blik)
3 bosuitjes
150 gram
char siu
(Chinees gebarbecued varkensvlees; lees eventueel mijn eerdere blog over dit
heerlijke vlees en zie ook de antwoorden op de vragen 12 en 13 onder dit recept)
2 eieren
nog wat extra zout
versgemalen zwarte peper
5 eetlepels zonnebloemolie
2 teentjes knoflook uit de pers
2 eetlepels hoisinsaus
50 gram kleine gare roze garnalen
Bereiding:
Breng een ruime hoeveelheid water - minimaal 1,5 liter - aan de kook. Leg
de mihoen in een kom en giet het water eroverheen. Laat de noedels zo een
paar minuten staan. Proef dan even of ze gaar genoeg zijn; als ze net
beetgaar zijn, zijn ze klaar.
Giet de kom met mihoen leeg door een vergiet. Spoel de noedels af met koud
stromend water. Spreid ze daarna uit op een bakrooster. Zo stop je het
garingsproces en zorg je ervoor dat je noedels mooi droog worden.
Roer in een schaaltje een woksausje van alle ingrediënten vanaf de lichte
sojasaus tot en met de 1/2 theelepel zout.
Voordat je gaat wokken is het belangrijk dat alle groenten en het vlees
gesneden klaarstaan. Dan kun je snel doorwerken. Snijd de ui in dunne
kwart ringen. Snijd de paprika's in reepjes. Snijd de mini-maïskolfjes elk
in 3 à 4 stukjes. Snijd de bosuitjes diagonaal in dunne plakjes. Snijd de
char siu in kleine dunne plakjes of reepjes.
Verwarm een wok of een grote hapjespan met anti-aanbaklaag.
Klop de eieren los in een schaaltje samen met 2 eetlepels water en zout en
peper naar smaak. Verhit 1 eetlepel olie in de wok. Giet de eieren in de
wok en bak er onder af en toe omscheppen een roerei van. Schep het roerei
uit de wok.
Verhit nog eens 2 eetlepels zonnebloemolie in de wok. Fruit hierin eerst
de uien. Voeg na 2 à 3 minuten de paprikareepjes toe en wok die mee. Na
nog eens 2 minuten mogen de knoflook en de mini-maïskolfjes erbij. Wok de
groenten nog een minuut. Schep de beetgare groenten uit de wok en voeg ze
bij het roerei.
Verhit in een (andere) koekenpan 1 eetlepel zonnebloemolie. Roerbak hierin
de reepjes char siu gedurende 2 à 3 minuten totdat ze een beetje krokant zijn.
Draai het vuur uit en voeg er de garnalen aan toe. Roer de hoisinsaus
erdoorheen.
Verhit weer 1 eetlepel zonnebloemolie in de wok. Nu mogen bijna alle
ingrediënten samen in de wok: de gare noedels, het woksausje en het roerei
met de geroerbakte groenten. Roerbak het geheel kort totdat alle
ingrediënten heet zijn maar ondertussen toch knapperig vers blijven.
Voeg als laatste de char-siu-reepjes met de garnalen en de bosuitjes toe
aan je mihoen Singapore.
Proef je gerecht goed. Mag het voor jou nog wat hartiger smaken? Schep er
dan nog wat zout of lichte sojasaus doorheen. Extra zoetheid voeg je toe
in de vorm van nog een scheutje gembersiroop.
Serveer je mihoen Singapore meteen.
Heb je na dit recept nog vragen over mihoen Singapore? Hieronder vind
je alle antwoorden!
1. Komt het recept voor mihoen Singapore van oorsprong echt uit
Singapore?
Deze vraag heb ik niet voor niets opgenomen in deze lijst met vragen
over mihoen Singapore. Het antwoord luidt namelijk: nee!
De Singaporese keuken kent geen mihoengerecht op smaak gemaakt met
currypoeder! Wel kun je in Singapore overal gewokte noedels krijgen,
maar die hebben een heel ander smaakprofiel.
De rijstnoedels met curry, die wij kennen onder de naam mihoen
Singapore, schijnen van oorsprong uit Hongkong te komen. Waarschijnlijk
werden ze daar in het midden van de 20e eeuw bedacht. Het ging in die
tijd om een vrij mild gerecht.
In 1949 riep Mao Zedong de Volksrepubliek China uit. Veel Chinese
mensen ontvluchtten als gevolg daarvan China en Hongkong. Ze vestigden
zich onder andere in Singapore. Allicht namen ze hun recept voor gewokte
noedels mee in hun culinaire bagage.
De toenmalige Singaporese keuken kenmerkte zich door veel pittigere
gerechten dan de geïmporteerde Hongkongse noedels. En daar pasten de
nieuwkomers zich aan aan: langzaam maar zeker werden ook de gewokte
noedels uit Hongkong pikanter van smaak. Die pikante versie van de
Hongkongse noedels werden de 'noodles Singapore style'
genoemd!
Ondanks de aanpassing werd mihoen Singapore echter niet populair onder
niet-Chinese inwoners van Singapore. Je komt het gerecht vrijwel alleen
maar tegen in Chinese restaurants in de stadstaat.
En dus in heel veel Chinese restaurants in de rest van de wereld! Zeker
wij Nederlanders zijn er dol op!
2. Wat is mihoen?
Mihoen is een noedelsoort. Maar in tegenstelling tot de meeste soorten
noedels is mihoen niet gemaakt van tarwe, maar van
rijstbloem.
En ook nog van tapiocameel, xanthaangom, water, neutrale olie en een
beetje zout. Daar wordt een deegje van gemaakt. Dat deegje gaat vervolgens
in een aardappelpureeknijper met fijne gaatjes, een soort grote
knoflookpers.
Als je de pers dichtdrukt, komen er aan de onderkant dunne sliertjes deeg
uit. Die gaan direct vanuit de pers in een grote pan met kokend water.
Daarin garen ze binnen een minuut. Nog even afspoelen om het overtollige
zetmeel te verwijderen en dan zijn de noedels klaar om verder te
verwerken.
Nieuwsgierig om dit proces te zien? Bekijk dan het onderstaande filmpje.
Leuk!
3. Welke mihoen is het meest geschikt voor Singapore noedels?
In Aziatische supermarkten kun je mihoen kopen in alle soorten en maten.
Het meest opvallende verschil tussen de diverse merken is de dikte van de
noedels. Mihoen kan heel dun zijn, maar ook wat dikker.
Zelf werk ik het liefst niet met de allerdunste soorten mihoen. Ik kies
meestal voor een dikkere variant. Die is het makkelijkste te verwerken:
hij blijft mooi beetgaar van structuur en plakt niet.
4. Hoe bereid ik mihoen op een manier dat de noedels niet te gaar en
plakkerig worden?
Om te voorkomen dat mihoen te gaar wordt, kun je de noedels het beste
niet koken.
Idealiter wordt mihoen in een kom overgoten met kokend water. Van het vuur af dus. Zo mogen
de noedels enige minuten staan. Hoe lang precies, dat hangt af van de
dikte van de noedels en het merk. Ik schep ze meestal ook nog een paar
keer om, zodat ze tijdens het wellen mooi los worden.
Proef je noedels om te bepalen of ze goed gegaard zijn. Beetgaar is
voldoende, want je gaat ze na het wellen ook nog roerbakken. Zijn ze nog
te stevig van structuur bij het proeven, laat ze dan nog een paar
minuten langer in het hete water staan.
Doe de mihoen vervolgens over in een vergiet. Laat het hete water
wegstromen. Spoel de noedels goed af onder de koude kraan. Daardoor
verliezen ze niet alleen hun warmte - en kunnen ze dus niet ongewenst
doorgaren - maar ook overtollig (en plakkerig) zetmeel.
Leg de noedels daarna op een bakrooster. Zo kunnen ze een beetje drogen
en worden ze niet zompig.
Laat de noedels op het rooster liggen totdat je ze gaat
roerbakken.
5. Ik vind het soms onhandig om hele lange noedels te eten. Hoe maak ik
de noedels wat korter?
Te lange noedels kunnen inderdaad heel onhandig zijn. Niet alleen tijdens het
eten, maar ook al eerder, tijdens het roerbakken.
Daarom pak ik altijd een schaar als mijn noedels op het bakrooster liggen.
En ik knip ze op een paar plekken in stukken. Supermakkelijk en
efficiënt!
6. Waarom gaan er twee sojasauzen in de roerbaksaus en wat is het
verschil tussen de sauzen?
De basis voor dit van oorsprong Chinese gerecht wordt gevormd door 2
sojasauzen. Chinese sojasauzen om precies te zijn: de light soya sauce
(lichte sojasaus) en de dark soya sauce (donkere sojasaus).
Zou je een van deze sauzen kunnen weglaten uit het recept? Nou, liever
niet! Want ze hebben niet alleen een andere kleur, deze sauzen, ze smaken
ook heel anders.
Lichte sojasaus is dun en vloeibaar en heeft een lichtbruine kleur. Hij is
een beetje doorschijnend. De smaak is zout en umami. Lichte sojasaus heeft
bij gebruik niet veel invloed op de kleur van je gerecht.
Donkere sojasaus is veel dikker, viskeuzer. Hij is donkerbruin van kleur,
tegen het zwarte aan. Daardoor kleuren gerechten met donkere sojasaus ook
bruiner. Donkere sojasaus heeft een wat minder zoute, diepe, zoete,
karamelachtig smaak.
7. Wat is shoaxin wijn en wat kan ik ervoor in de plaats gebruiken als ik
hem niet kan kopen?
Shoaxin wijn is een Chinese rijstwijn, die zijn naam dankt aan de stad
waar hij vandaan komt.
De shoaxin wijn die je koopt in de Aziatische supermarkt is niet
bedoeld om te drinken. In veel gevallen is er een beetje zout aan
toegevoegd. Hij heeft een alcoholpercentage van ±15%.
Shoaxin wijn heeft een lichtzoete, nootachtige smaak, die een beetje
aan droge sherry doet denken.
In de roerbaksaus voor mihoen Singapore heb je maar een paar eetlepels
van deze wijn nodig. Wil je niet onnodig met de rest van de wijn in je
koelkast blijven zitten? Gebruik dan in plaats ervan die droge sherry
van hierboven. Grote kans dat je die toch al in huis hebt!
8. Welke soort currypoeder heb ik nodig voor mihoen Singapore?
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: het standaard
kerriepoeder uit de Nederlandse supermarkt is absoluut ongeschikt voor
mihoen Singapore!
Currypoeder is een mengsel van allerlei soorten specerijen en in elk land
of in elke regio wordt currypoeder op een andere manier
samengesteld.
Typische specerijen die je kunt aantreffen in kerriepoeders zijn
komijnzaad, korianderzaad, geelwortelpoeder, chilipoeder, kaneel, witte en
zwarte peper, kruidnagel, kardemom, steranijs en venkelzaad.
Om de meest authentieke smaak te krijgen voor je gerecht is het belangrijk
dat je een soort currypoeder gebruikt, die in de regio van oorsprong van
het gerecht ook wordt gebruikt.
Ga dus voor Chinees of Zuidoost-Aziatische currypoeder!
Zelf koop ik in mijn Aziatische supermarkt altijd vrij pikant Maleisisch currypoeder
met in verhouding veel venkelzaad en steranijs erin, specerijen die
populair zijn in de Chinese keuken.
9. Welk merk Maleisisch currypoeder is geschikt en waar kan ik dat
kopen?
Baba's Meat Curry Powder heeft volgens mij de ideale smaak om mihoen Singapore te maken (dit
blog is niet gesponsord). Ik heb altijd wel een paar zakjes op voorraad!
Handig: ik breng er ook andere Zuidoost-Aziatische gerechten mee op smaak,
zoals de in mijn gezin populaire
kari ayam, verrukkelijke Maleisische kipcurry, en curry puffs, fantastische
Maleisische kippasteitjes.
Baba's Meat Curry Powder is verkrijgbaar in veel toko's en Aziatische
supermarkten. Volg het rode linkje hierboven voor meer info.
10. Wat zijn mini-maïskolfjes?
Mini-maïskolfjes of babymaïskolfjes zijn echte maïskolfjes, die nog niet
rijp en volgroeid zijn. Ze worden al in een vroeg stadium geoogst als
ze nog maar een centimeter of tien lang zijn.
Mini-maïskolfjes kun je in zijn geheel eten. Hun smaak is lichtzoet en hun
structuur lekker knapperig.
Verse babymaïs wordt meestal geroerbakt of kort gekookt. De kolfjes lenen zich
bij uitstek voor gebruik in Aziatische gerechten. Vandaar dus dat ik ze
toevoeg aan mijn mihoen Singapore!
Vanwege hun gebruiksgemak heb ik in mijn recept gekozen voor
maïskolfjes uit blik. Die zijn al gaar. Je hoeft ze alleen nog maar in
stukjes te snijden en kort mee te wokken.
Blikjes met mini-maïs vind je gewoon in de Nederlandse supermarkt;
meestal staan ze niet bij de groenten, maar bij de oosterse
producten.
11. Kan ik ook andere groenten gebruiken dan die uit het recept?
Dat kan zeker! Je kunt je mihoen Singapore maken met
allerlei soorten groenten.
Maar er is wel een maar: wat ons betreft zijn de uien, de paprika's en de
bosui essentieel! Vervang die liever niet. Je zou zelfs mihoen Singapore
kunnen maken met alleen deze drie groenten. Koop er dan wel wat meer van.
De mini-maïskolfjes kun je vervangen door andere groenten. Denk daarbij aan
dunne plakjes champignons, schoongemaakte en in de lengterichting in
reepjes gesneden sugar snaps, stukjes bimi, in stukjes gesneden
kousenband, elleboogjes bleekselderij, erwtjes, wortelreepjes of taugé.
Niet allemaal tegelijk natuurlijk: één of twee soorten is voldoende.
12. Wat is char siu?
Ik schreef al eens eerder een blog over
char siu. Volg het rode linkje en lees er alles over.
Om kort te gaan: het gaat om heerlijk gekruid, geroosterd Chinees
varkensvlees.
Char siu is meestal gemaakt van vrij vet varkensvlees. Vanwege zijn
vetgehalte vinden wij het hier in huis altijd het lekkerste om de char
siu voor onze mihoen Singapore - na hem in reepjes of plakjes te hebben
gesneden - kort te roerbakken. Zo bakt het vet een beetje uit en worden
de stukjes vlees lekker krokant.
Na het bakken scheppen wij graag nog wat hoisinsaus door onze
char-siu-reepjes. Dat versterkt hun smaak. Voeg de char siu pas vlak
voor het serveren toe aan je mihoen Singapore, zodat het laagje
hoisinsaus lekker om de stukjes vlees heen blijft zitten en niet meteen
opgaat in de noedels.
13. Kan ik de char siu ook vervangen door ander vlees of kip?
Dat kan. Al moet ik erbij zeggen dat ik dat niet echt aanraad. Maar
misschien is het in jouw buurt moeilijk om char siu te kopen...
Je zou char siu eventueel kunnen vervangen door reepjes varkenshaas of
schouderkarbonade. Of door reepjes kip.
Roerbak het vlees dan even met wat zout totdat het krokant en gaar is.
Schep er ook nu weer vlak voor het serveren een paar eetlepels hoisinsaus
doorheen.
14. Wat is hoisinsaus?
Hoisinsaus
is een sojasaus uit de Kantonese keuken. Ik schreef er al eens eerder
over. Hij is bijna zwart van kleur en heel dik en stroperig. Hij is
heerlijk hartig, zout, intens en zoet van smaak.
Hoisinsaus is meestal gekruid met knoflook en behoorlijk wat Chinees
vijfkruidenpoeder met o.a. venkelzaad en steranijs. En die smaken
sluiten weer perfect aan bij het currypoeder dat ik gebruik voor mijn
mihoen Singapore!
15. Welke garnalen zijn het meest geschikt voor mihoen Singapore?
Het antwoord op deze vraag hangt een beetje af van je eigen smaak. Wij
vinden het lekker als we in heel veel happen een garnaaltje proeven.
Daarom kiezen we altijd voor kleine garnalen. Roze garnalen wel te
verstaan, Hollandse garnalen zijn niet zo geschikt voor Aziatische
gerechten.
Maar natuurlijk kun je ook grotere garnalen gebruiken. Ga wel voor gepelde
garnalen; anders is het wel heel onhandig eten.
Gare garnalen zijn het makkelijkste, omdat ze in no time klaar zijn.
16. Kan ik mihoen Singapore ook vooraf maken en later opwarmen?
Daar kan ik kort over zijn: nee!
Roerbakgerechten als mihoen Singapore danken hun charme met name aan hun
versheid. Alle ingrediënten moeten nog knapperig zijn als het gerecht op
tafel komt.
Maar gelukkig kost het niet zo veel tijd om Singapore noodles te
maken!
Zin in een hartige lunch met een goedgevuld broodje?
Behoefte aan een lichte avondmaaltijd met brood in plaats van met
aardappels/rijst/pasta?
Ga dan naar je vriezer en haal er wat van die luchtige
witte bollen met olijfolie
uit, die je een paar weken geleden hebt gebakken en ingevroren. Met mijn
recept van 4 februari. 😉 Haha, natuurlijk is elk lekker broodje van de bakker
ook goed, hoor!
Beleg je broodjes in elk geval met reepjes pittige, mediterraan gekruide kip,
knapperig verse groenten en romige knoflookmayonaise! Want die combi is echt
verrukkelijk!
Kijk: zó gaat je maaltijd er dan uitzien!
Zó maak je zelf mediterrane bollen met pittige kip, groenten en
knoflookmayonaise
8 à 12 snackpaprikaatjes in verschillende kleuren (de hoeveelheid is
afhankelijk van de maat van je paprikaatjes)
4 bosuitjes
2 kropjes babyromainesla
Bereiding:
Begin ruim op tijd met het marineren van de kip. Snijd het vlees daartoe
in kleine reepjes. Roer een marinade van de rest van de kipingrediënten.
Schep de marinade door de kipreepjes. Marineer het vlees gedurende
minimaal 1 uur. Een marinadetijd van 24 uur - dat is vaak makkelijker - is
zeker geen probleem: je kip wordt er alleen maar lekkerder van!
Bereid de knoflookmayonaise.
Verhit een grote koekenpan of hapjespan met anti-aanbaklaag. Extra olie
heb je niet nodig. Bak de kipreepjes met hun marinade op middelhoog vuur
in een paar minuten goudbruin en mooi krokant. Zorg er daarbij voor dat de
specerijen niet te heet worden en verbranden; dan kunnen ze bitter gaan
smaken. Schep de kip regelmatig om.
Snijd de paprikaatjes in kleine reepjes.
Snijd de bosuitjes diagonaal in ringetjes.
Was en droog de sla.
Snijd de broodjes open met een scherp mes (bij voorkeur zonder
karteltjes). Besmeer de snijkanten van de broodjes rijkelijk met de
knoflookmayonaise.
Leg op de onderkantjes achtereenvolgens een paar blaadjes romainesla, een
dikke laag gebakken kipreepjes, flink wat paprikareepjes en een handje
bosui.
Dek de belegde broodjes af met de kapjes. Serveer ze meteen.
Tips:
Wij gaan graag af en toe een beetje over de top. We bakken er dan een portie
verse friet
of
ovenfriet
bij. Zooo lekker! Een echte traktatie! Dan maken we ook meteen wat meer
knoflooksaus; om de frieten in te dippen! En we zetten een grote bak met extra salade
op tafel; met dezelfde groenten en dressing als op de broodjes.
Zijn je bosuitjes een beetje slap geworden? Leg ze een kwartiertje in
ijskoud water! Daarna zijn ze weer mooi stevig en krokant.
Als de voorraad witte bollen met olijfolie in mijn vriezer op is, gebruik ik
ook graag flatbread voor dit gerecht; de hoeveelheid beleg is voldoende voor
5 à 6 flatbreads. Een andere optie is Turks brood, pide; ik snijd het brood
in grote vierkanten, die ik beleg zoals de witte bollen.
Ben jij het nieuwe jaar begonnen met goede voornemens?
En is één van die voornemens dat je graag wat minder vlees zou willen
eten?
Dan heb ik nu een recept voor je waar dat zeker mee gaat lukken!
Voor heerlijke, kruidige, fluffy, gebakken rijst! Met niet alleen heel
veel verse groenten maar ook nog eens een flinke portie krokante, hartige
cashewnoten! Helemaal vegan!
Wij zetten deze rijst elke maand wel een keer op tafel. En dat is niet voor
niets!
Kijk maar eens naar de foto die ik maakte. Ziet dat er niet aantrekkelijk uit?
Bonus: je maakt deze gebakken rijst in een handomdraai!
Hoe? Ik zal het je uitleggen!
Eerst kook je je rijst gaar
Ik doe dat zelf het liefst in de ouwe, trouwe rijstkoker, die nog stamt uit de
tijd dat ik in Maleisië woonde. Dan heb ik er geen omkijken naar en wordt mijn
rijst gegarandeerd prachtig gaar en los.
Voor 5 personen gebruik ik voor dit recept 4 kopjes rijst; het kopje voor de
maat werd ooit bijgeleverd bij mijn rijstkoker.
Vóór het koken doe ik de rijst eerst even in een zeef. Onder koud stromend
water spoel ik hem vervolgens af. Op die manier verwijder ik een teveel aan
zetmeel. Zo wordt mijn rijst straks niet kleverig.
In mijn rijstkoker en met het merk langkorrelrijst dat ik gebruik heb ik 5
kopjes water nodig voor het mooiste resultaat.
Ik voeg aan mijn rijst ook nog een klein beetje zout toe. Niet te veel, een
flinke mespunt vind ik voldoende. Immers, in een later stadium ga ik mijn dan
inmiddels gebakken rijst nog op smaak maken met Maggi-aroma, waar ook zout in
zit.
Heb je geen rijstkoker? Geen probleem! Volg dan de instructies op de
verpakking van je rijst. In totaal heb je 600 gram langkorrelrijst nodig. En
de hoeveelheid water die op het pak wordt aanbevolen.
Ik kook mijn rijst het liefst de avond voordat ik hem ga bakken
Gewoon even tussen het koken voor de vorige dag door.
Waarom? Omdat ik mijn rijst graag laat afkoelen voordat ik hem ga
bakken.
Tijdens het afkoelen droogt rijst altijd een beetje uit. Zeker als je hem
meteen vanuit de pan of rijstkoker overdoet in een grote, wijde schaal. Dat
uitdrogen zorgt ervoor dat de rijst extra los wordt. Prachtig én lekker!
Heb je geen tijd om je rijst een dag eerder al te koken? Ook niet erg. Schep hem ook dan
meteen uit de pan na het koken en laat hem een beetje afkoelen terwijl jij
ondertussen de groenten snijdt voor je gerecht. Elke minuut dat je rijst
afkoelt, is mooi meegenomen!
Het bakken van de rijst is de volgende stap
Dat kan in een hete wok of een grote hapjespan met anti-aanbaklaag. Heb je
geen grote pan? Maak dan twee porties tegelijkertijd in twee kleinere pannen.
Of bereid twee porties na elkaar; houd de eerste portie - zonder het toevoegen
van de verse tuinkruiden, die lekker crispy moeten blijven - warm in een lauwe
oven.
Bak je rijst 5 minuten onder af en toe omscheppen in hete olijfolie totdat hij
helemaal warm is en al een klein beetje aangebakken.
Daarna gaan de eerste groenten erbij: wat gesnipperde ui en vrij fijn
gehakte bleekselderij
Die groenten geven je rijst al een heleboel smaak mee doordat ze tijdens het
bakken een beetje karamelliseren. Lekker!
Maar de echte smaakmakers komen nog!
Want vervolgens ga je een verrukkelijk kruidenmengsel samenstellen!
In een schaaltje roer je een mix van geurige specerijen en kruiden. Denk
aan mild paprikapoeder, pimentón (Spaans gerookt paprikapoeder), uienpoeder, tijm, oregano, chilivlokken,
knoflook en bladselderij.
Samen geven die kruiden je gerecht een mediterraan karakter. Deze gebakken
rijst is dus geen Aziatische gebakken rijst.
Op een lager pitje bak je je kruidenmengsel mee met je rijst. Een paar minuten
is voldoende om de smaken los te laten komen.
Je maakt je rijst hartig met Maggi-aroma
Die geeft je gerecht meer diepgang dan alleen maar zout.
Voeg zo veel toe als jij zelf lekker vindt. Proef je rijst maar!
Maal meteen ook wat zwarte peper over je gerecht. Hij mag best een beetje grof
zijn. Heerlijk!
En dan is het tijd voor nog meer groenten: kleine blokjes rode en groene
paprika en krokante maïs!
Die hoeven niet echt mee te bakken. Ze moeten alleen maar even warm worden.
Het is belangrijk dat deze groenten hun zoetheid en knapperigheid bewaren.
Heerlijk als tegenhanger voor de aromatische kruiden en de pittige specerijen!
Bijna klaar! Nu nog een finishing touch met verse tuinkruiden die niet
mogen garen: grof gesneden platte peterselie en kleine ringetjes
bieslook!
Draai het vuur uit en schep de kruiden snel door je rijst.
Samen met een paar eetlepels geurige extra vergine olijfolie! Oeh!
Aan tafel!
Maar wacht! Vergeet niet de kers op de taart: de cashewnoten!
Om hun crunch optimaal te behouden, schep ik mijn cashewnoten nooit in de
keuken al door mijn rijst.
Veel liever verdeel ik ze over kleine eenpersoonsschaaltjes. Die zet ik naast
elk bord op tafel. Zo kan iedereen de noten zelf over zijn of haar rijst
strooien! Verrukkelijk!
Extra tip: gebruik je net zoals ik oven roasted cashewnoten? Schep ze dan vlak
voor het serveren om met een theelepeltje extra vergine olijfolie! Dat geeft
ze nog meer smaak! Én een fantastische, verleidelijke glans!
Wil je nog meer details? Volg het recept onder de foto! Vandaag
nog!
Easy vegan fried rice with cashews: kruidige gebakken groenterijst met
cashewnoten!
Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 5 personen:
4 kopjes of 600 gram langkorrelrijst
5 kopjes water (voor de rijstkoker; anders zo veel water als aangegeven op
de verpakking van je rijst)
een ruime hoeveelheid versgemalen zwarte peper, een beetje grof
1 blikje maïs à 150 gram
extra vergine olijfolie
150 à 200 gram oven gezouten cashewnoten (ik gebruik graag oven roasted
cashewnoten)
Bereiding:
Kook de rijst gaar. Ik doe dat zelf het liefst in de rijstkoker; dan heb
ik voor 4 kopjes rijst 5 kopjes water nodig. Heb je geen rijstkoker volg
dan de instructies op de verpakking van de rijst voor de hoeveelheid water
en de kooktijd. Voeg slechts een klein beetje zout toe aan de rijst; houd
er rekening mee dat je straks nog wat Maggi-aroma gaat gebruiken om je
rijst te kruiden.
Laat de rijst even afkoelen en schep hem om met een spatel of een vork
totdat hij mooi los is (ik kook mijn rijst vaak al een dag eerder; handig!).
Snipper ondertussen de ui.
Snijd de stengels bleekselderij in kleine blokjes.
Doe hetzelfde met beide paprika's.
Hak de bladselderij fijn. Hak de peterselie grof. Knip de bieslook in
ringetjes.
Verhit 4 eetlepels olijfolie in een hete wok of een hapjespan met
anti-aanbaklaag. Bak hierin de rijst ±5 minuten onder af en toe
omscheppen.
Voeg vervolgens de uiensnippers en de bleekselderij toe aan de rijst. Bak
de groenten ±10 minuten mee.
Schep alle specerijen en tuinkruiden vanaf het paprikapoeder tot en met de
oregano door elkaar in een schaaltje. Roer er de uitgeperste
knoflookteentjes en de gehakte bladselderij doorheen.
Voeg het kruidenmengsel toe aan je gebakken rijst. Draai het vuur wat
lager en bak de kruiden een paar minuten mee; schep de rijst weer af en
toe om.
Maak de rijst stevig op smaak met de Maggi en de zwarte peper.
Giet de maïskorrels af. Schep ze samen met de paprikablokjes, de platte
peterselie en de bieslook door de rijst.
Warm de rijst nog even goed door. Maak hem af met een lekkere scheut extra
vergine olijfolie.
Schep de cashewnoten om met een theelepel extra vergine olijfolie. Verdeel
de noten over 5 kleine eenpersoonsschaaltjes. Zet naast elk bord een
schaaltje noten, zodat iedereen ze zelf over zijn rijst kan
strooien.
Tip:
Wil je graag nog meer recepten voor een dagje zonder vlees of vis? Die heb ik wel voor je!
Klik maar eens op de rode linkjes hieronder:
Bij een feest horen feestelijke gerechten, toch? Dus bij de
kerst ook! Ik ken wel mensen die graag boerenkoolstamppot eten tijdens het
kerstdiner, maar ik kan veilig stellen dat die groep behoort tot een heel
kleine minderheid.
😉
Een ideale manier om gerechten een feestelijke touch te geven, is door er wat
alcohol aan toe te voegen. Een scheutje
wijn, bier of gedistilleerd
door een
soep, een
saus,
stoofvlees, een
dessert of
gebak tilt dat
gerecht gegarandeerd naar een hoger niveau. Althans, dat vinden wij hier in
huis.
Vandaag geef ik je - alvast - een recept voor een typisch kerstgerecht:
pasteitjes. Krokante bladerdeegbakjes, die ik deze keer vul met malse
varkenshaasreepjes en kleurrijke groenten; in een romige saus.
Een saus mét alcohol dus!
Meer specifiek: er gaat marsala
doorheen!
Die marsala heeft niet alleen als doel de feestvreugde te verhogen; hij is
absoluut onmisbaar om de roomsaus zijn karakteristieke smaak te geven.
Voor een lunch- of brunchgerecht voor 8 personen heb je maar liefst 3
deciliter marsala nodig. Bijna een halve fles dus. Ach, waarom zouden we niet
royaal zijn tijdens de feestdagen?!
Heb je nooit eerder met marsala gekookt?
Marsala
is een - met extra alcohol - versterkte wijn; net zoals sherry en port dat
zijn. Hij heeft een alcoholpercentage van 17%. Marsala wordt vaak gebruikt
voor het maken van desserts als
tiramisu en
zabaglione. Waarschijnlijk herken je de lichtzoete smaak van de wijn van deze
gerechten.
Marsala komt uit Italië. Uit Sicilië om precies te zijn. De drank is vernoemd
naar de stad
Marsala, die zich bevindt op het meest westelijke puntje van het eiland.
Ik begrijp het goed als je vindt dat het eigenlijk nog een beetje vroeg in het
jaar is om nu al bezig te zijn met het plannen van je
kerstmenu. Maar echte kerstliefhebbers zullen blij zijn met mijn nieuwe recept.
En voor alle anderen: wat let je om deze pasteitjes nu al een keertje
voor te proeven?!
Dan weet je in elk geval zeker dat ze over twee maanden niet mogen
ontbreken bij je kerstbrunch!
Pasteitjes gevuld met malse varkenshaasreepjes en kleurrijke groenten in een
romige marsalasaus
Ingrediënten voor 8 stuks:
6 ons varkenshaas
3 eetlepels olijfolie
2 eetlepels vloeibaar bak-en-braadproduct
zout en versgemalen zwarte peper
5 snackpaprikaatjes in verschillende kleuren
4 sjalotjes
150 gram erwtjes (vers of diepvries; liever niet uit blik of pot)
water voor het koken van de erwtjes
150 gram gare maïskorrels (uit blik of pot is prima)
3 dl water
3 dl marsala
2,5 dl slagroom (ongeklopt en ongezoet)
1 vleesbouillonblokje
6 eetlepels bloem
1 à 2 theelepels worcestersaus
3 theelepels poedersuiker
eventueel nog wat kruidenbouillonpoeder of zout
8 pasteibakjes (kant-en-klaar)
een bosje platte peterselie
Bereiding:
Snijd de varkenshaas in dunne reepjes of kleine blokjes. Verhit de olijfolie
en het bak-en-braadproduct in een hete hapjespan met anti-aanbaklaag. Bak
hierin het vlees onder af en toe omscheppen stevig aan zodat het mooi bruin
wordt. Omdat je varkenshaasreepjes klein zijn, zijn ze dan ook al meteen
gaar. Bestrooi het vlees met wat zout en versgemalen zwarte peper naar
smaak. Schep het vlees met een schuimspaan uit de pan, zodat de vetten in de
pan achterblijven.
Snijd de snackpaprikaatjes in kleine stukjes. Bak deze 2 minuten in de pan.
Schep ze daarna uit de pan.
Snipper de sjalotjes. Fruit de uitjes zachtjes totdat ze glazig zien. Dat
duurt een minuut of vijf.
Kook in een andere pan de erwtjes beetgaar in een beetje water met zout.
Giet de erwtjes af en voeg ze toe aan de paprikastukjes.
Verwarm in de lege erwtjespan een mengsel van 3 dl water, 3 dl marsala, 2,5
dl room en het bouillonblokje. Het geheel moet warm worden, maar het hoeft
niet te koken.
Inmiddels zijn de sjalotjes mooi gefruit. Voeg de varkenshaasreepjes eraan
toe. Strooi de bloem over het gerecht en roer goed.
Schenk vervolgens het marsalamengsel bij het vlees. Verwarm het geheel en
roer nog eens goed. De saus gaat dan mooi binden. Voeg eventueel wat extra
water toe als je de saus nog wat te dik vindt.
Roer de erwtjes, de maïs en de gebakken paprikastukjes door de roomsaus.
Maak je gerecht stevig op smaak met de worcestersaus, de poedersuiker en
flink wat zwarte peper. Proef goed en voeg eventueel nog wat
kruidenbouillonpoeder of zout toe.
Verwarm de pasteibakjes volgens de gebruiksaanwijzing op de verpakking.
Hak ondertussen de peterselie. Roer vlak voor het serveren het overgrote
deel van de gehakte peterselie door je varkenshaasgerecht.
Zet op elk bord een pasteibakje. Vul de pasteitjes met de varkenshaas in
roomsaus en schep er nog een gulle hoeveelheid vulling naast. Garneer je
gerechten met de resterende peterselie.
Tips:
Ben je fan van dit recept en wil je er graag mee variëren? Vervang de
varkenshaas dan eens door reepjes kipfilet, kalkoenfilet of
kalfsvlees.
Veel lezers van dit recept zullen druk bezig zijn met het plannen van hun
gerechten voor de kerst en dan met name van hun kerstbrunch. Voor al deze
planners heb ik een extra tip: op mijn blog staan nog heel veel andere
recepten voor een feestelijke brunch! Ik verzamelde al deze recepten vorig
jaar in
twee uitgebreide blogs (meer dan 30 recepten, met onder andere nog meer ideeën voor pasteitjes). Klik op het
rode linkje en ga er snel heen!