Posts tonen met het label Pasen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pasen. Alle posts tonen

woensdag 6 april 2022

Krachtige bouillon gevuld met minisoesjes: verrukkelijk én feestelijk!


Vandaag een wel heel bijzonder recept: dat voor een krachtige bouillon gevuld met... hele kleine zelfgebakken soesjes! 


Ideaal voor een speciaal etentje met vrienden, je paasdiner of zelfs je kerstdiner.

Hoe maak je deze verrassende soep?

  1. Eerst trek je een bouillon van mager rundvlees. En daarna maak je die stevig op smaak met een forse scheut madera en een paar lepels medium sherry: fantastisch!
  2. Ondertussen ga je aan de bak. Aan de hand van het stap-voor-staprecept hieronder en (eventueel) mijn tips uit een vorig blog bak je hele kleine hartige soesjes; vele tientallen! Die vul je niet, maar je laat ze gewoon leeg. 
  3. Vlak voor het serveren strooi je in elk bord bouillon een flinke hand van die soesjes.

En dan ga je genieten! Want dit is me toch lékker! 


Klik meteen door naar het recept of lees eerst nog even hoe ik op het idee kwam voor deze feestsoep! 



Recept: zo maak je zelf een krachtige bouillon met minisoesjes!


De dag van de soep

Het begon allemaal jaren geleden. Toen ik nog een kind was. We waren met het hele gezin - ik heb 3 zussen - in Zuid-Duitsland. Op herfstvakantie.

Het weer kon bijna niet beroerder. Dag in dag uit gierde de wind ons om de oren en kwam de regen met bakken uit de lucht. 

Om een beetje op temperatuur te komen doken we regelmatig een knus eetcafeetje in. Voor een kom hete soep. 

Zo ook die ene woensdagmiddag.


De soep van de dag


Op een groot krijtbord werd het menu van de dag aangeprezen. Goulashsoep was dé aanrader. Maar hey, dat was in elk eetcafé het geval. Daar hadden we al dagenlang mee geluncht. Dus die viel af...

Maar er waren nóg twee soepen. 


Frankfurter Suppe


De eerste klonk té lekker om waar te zijn. Voor ons, kinderen, dan. Frankfurter Suppe! 

Wij associeerden dat meteen met de ons uit Nederland bekende frankfurters: knakworstjes! Een soep met knakworstjes! Welk kind droomt daar nou niet van?!

Helaas, mijn moeder plaatste meteen een domper op onze hoge verwachtingen. Als iets te mooi is om waar te zijn, dan is het meestal ook niet waar, zo redeneerde ze. Het zou ook de één of andere - unbestimmte - soep kunnen zijn, die zijn naam dankte aan de plaats Frankfurt en níet aan de worstjes. En die zou wel eens flink kunnen tegenvallen.

Yep. Dat klonk aannemelijk...


Backerbsensuppe


De derde soep was een backerbsensuppe. 

Die kende mijn moeder - binnen ons gezin dé Duitse-taal-specialist - wel! Dat was erwtensoep! 

Véél minder lekker dan een soep met knakworstjes. Maar erwtensoep klonk wel veilig: die zouden we in elk geval lústen. 


Dappere zus


Met vijf man sterk kozen we voor de backerbsensuppe. 

Alleen mijn jongere zusje hield haar poot stijf. Zij durfde de gok wel aan: ze had lak aan alle mitsen en maren van moeders. En ze ging vol voor de Frankfurter Suppe! 


De Frankfurter Suppe arriveerde het eerst


En, oeh! Dat bleek écht een soep vol met knakworsten!

Met jaloerse blikken staarden we naar het bord van mijn zusje. Een dampende heldere runderbouillon. Met daarin wel vijf of zes lange, knapperige frankfurters! Wat lekker! 

Spijt dat we hadden!


De Backerbsensuppe


En toen kwam de ober met een groot blad met daarop de vijf andere borden. Maar wat was dat nou? Daar zat helemaal geen erwtensoep in...

Wel weer die geurige bouillon. En daarin dreven allemaal kleine goudgele bolletjes. Tientallen!

Voorzichtig proefden we er ééntje. En nóg ééntje en nog ééntje. Die smaakten naar meer! De bolletjes waren van deeg. Heerlijk, superknapperig deeg.

Weg spijt! De backerbsensuppe was ronduit verrukkelijk! 

Uiteindelijk was het mijn zusje die spijt had. Nou ja, een heel klein beetje dan...


Backerbsen inslaan


Die middag na de lunch hadden we maar één missie: we moesten en zouden een supermarkt opzoeken en backerbsen kopen. Voor thuis! 

Nog maanden hebben we gesmuld van onze voorraad, het dierbaarste souvenir van de hele vakantie. 


Knapperbolletjes of soepbolletjes


Pas veel later ontdekten we: de backerbsen hadden inmiddels ook Nederland bereikt. En niet alleen via onze imperiaal. Ze waren nota bene verkrijgbaar in onze eigen supermarkt!

Alleen heetten ze anders: knapperbolletjes of soepbolletjes, afhankelijk van de fabrikant. 

Vanaf dat moment werd de backerbsensuppe de favoriete soep binnen ons gezin. En toen ik het huis uit ging om te studeren ging ik de soep ook maken voor Victor, die er meteen als een blok voor viel!


Misschien vraag je je nu af: kun je backerbsen ook zelf maken?


Jazeker! En dat gebeurt ook nog regelmatig in Duitse (en Oostenrijkse en Zwitserse) keukens. 

Op de website van Lecker wordt stap voor stap uitgelegd hoe je dat moet doen: eerst maak je een deegje van 75 gram bloem, 1 ei, 2 eetlepels lauw water en een snufje zout. Vervolgens druk je het deeg door een soort grove rasp. Dat doe je boven een pan met borrelend frituurvet. De stukjes deeg vallen in het vet en worden daar heerlijk krokant. 

Backerbsen - zelfgemaakt of uit een zakje - eet je volgens de regels van de gutbürgerliche Küche altijd in een krachtige bouillon. Voeg ze pas vlak voor het serveren toe, zodat de knapperige bolletjes ook echt knapperig blijven! 


Maar dat recept voor backerbsen kende ik nog niet...


...toen Victor en ik na onze studententijd Nederland verruilden voor Argentinië.

Na een paar maanden boodschappen doen in de supermarkten van Buenos Aires kenden we het assortiment daar wel zo'n beetje. En daar hoorden onze geliefde backerbsen helaas niet bij.

Ik moest er dus zelf een vervanger voor bedenken.


Mijn alternatief voor backerbsen


Je hebt de intro van mijn blog natuurlijk al gelezen, dus ook al doe ik mijn best toe te werken naar een spannende finale: je weet het eigenlijk al. Ik ging piepkleine soesjes bakken voor in mijn bouillon!  

Maar wat je nog niet weet is dat mijn soep daarna alleen nog maar lekkerder werd! En ook nog eens eleganter, origineler, feestelijker, volwassener... Veel minder zo'n typische kindersoep. Zeker toen ik ook nog eens een flinke scheut alcohol ging toevoegen aan de bouillon. 

En ik zal het maar opbiechten: sindsdien eten we eigenlijk nooit meer backerbsensuppe, maar alleen nog maar soep met verse soesjes!


Hoe dan ook: nog altijd zijn wij mijn moeder dankbaar voor haar advies toen op die woensdagmiddag in dat Duitse eetcafé! 



Recept: zó bak je piepkleine soesjes voor in je soep!


Hoe bak jij nou zelf de minisoesjes voor je soesjessoep?


Onderaan dit blog vind je het volledige recept voor de minisoesjes. Met alle ins & outs. 

Maar kortgezegd: je maakt eerst een mooi soezendeeg. Met in verhouding iets meer water dan melk.

Van dat deeg spuit je kleine hoopjes op een bakmatje. De deeghoopjes moeten ongeveer zo groot worden als kleine kruidnootjes. In de oven gaan die mooi rijzen en worden ze hol vanbinnen. 

Ik bak meestal zo'n 300 soesjes in één baksessie. Dat zijn in mijn oven ongeveer 6 bakplaten vol! 

Ik serveer de soesjes nooit koud; dan zou mijn soep immers te veel afkoelen. Vlak voor het serveren mogen ze nog even de oven in. Gewoon dicht op elkaar, kriskras door mekaar, rechtop of ondersteboven - het maakt niet uit - op een bakplaat zonder vet of bakmatjes. Tien minuten ongeveer, op 130°C. Van die oppiepbeurt worden de minisoesjes niet alleen lekker warm, maar ook nog eens extra krokant!


Kun je je minisoesjes ook invriezen?


Yes! En dat is echt een uitkomst. Dát is de reden waarom ik er altijd zo veel in één keer bak! 

Na het afkoelen gaan ze in diepvriesdoosjes de vriezer in! 

Ik laat mijn soesjes nooit ontdooien voor gebruik. Ze gaan recht vanuit de vriezer op de bakplaat. Weer in een oven van 130°C. Een paar minuutjes langer dan de verse soesjes. Proeven is de beste manier om uit te vinden of ze warm en krokant genoeg zijn om te serveren!


En dan nu: het volledige recept voor mijn runderbouillon met minisoesjes! 


Veel plezier ermee! En laat me maar horen of jij deze soep net zo lekker vindt als wij!



Krachtige bouillon gevuld met minisoesjes: verrukkelijk én feestelijk! Een fantastisch recept.


Trek zelf een krachtige runderbouillon en vul die met krokante minisoesjes!


Ingrediënten voor een voorgerecht:

Voor de bouillon (6 à 8 personen):

  • 1 pond magere runderlappen
  • 2 liter water
  • 3 worteltjes
  • 1 prei
  • 1 ui
  • een bosje bladselderij
  • 1 blaadje laurier
  • een paar stukjes foelie
  • 1 theelepel gedroogde tijm
  • ½ theelepel kerriepoeder
  • ±10 zwarte peperkorrels
  • een mespunt nootmuskaat
  • runderbouillonblokjes of bouillonpoeder naar smaak
  • ±3 tl worcestersaus (naar smaak)
  • ±30 ml medium sherry (naar smaak)
  • ± 30 ml madera (naar smaak)

Voor de mini-soesjes (250 à 300 stuks voor 16 à 20 personen): 

  • 150 ml water
  • 100 ml volle melk
  • 125 gram roomboter
  • ½ theelepel zout
  • 125 gram patentbloem
  • ±250 gram ei (±5 eieren)

Extra vulling voor de bouillon:

  • een flinke bos platte peterselie

Extra nodig:

  • een bakmatje of bakpapier en een beetje margarine
  • een (wegwerp)spuitzak met daarin een glad spuitmondje met een doorsnede van ±1,2 cm

    Bereiding:

    1. Snijd de worteltjes in plakjes. Snijd de prei in ringen en was deze goed. Snipper de ui grof. Hak de selderij grof. Doe alle ingrediënten vanaf het vlees tot en met de nootmuskaat in een soeppan en breng het geheel net tegen de kook aan. Laat de bouillon enige uren zachtjes trekken. Schep de groenten en het vlees uit de bouillon (bewaar het vlees voor bijvoorbeeld jachtschotel of kroketten).
    2. Maak de bouillon stevig op smaak met een paar runderbouillonblokjes of wat bouillonpoeder en een scheutje worcestersaus. Voeg eventueel nog wat water toe wanneer er te veel is verdampt. Plaats een vergiet in een grote pan, leg er een kaasdoek of een theedoek (schoon en niet behandeld met wasverzachter) in en giet de bouillon door de zo ontstane fijne zeef.
    3. Ga tijdens het trekken van de bouillon met de soesjes aan de slag. Doe daartoe het water, de melk, de boter en het zout in een pan. Breng het geheel rustig aan de kook. De boter moet gesmolten zijn voordat het mengsel kookt; anders kan er te veel water verdampen.
    4. Neem de pan van het vuur en voeg in één keer de bloem toe. Roer het geheel goed totdat de bloem helemaal is opgenomen en het mengsel egaal is. 
    5. Nu mag de pan terug op het vuur. Draai het vuur middelhoog. Ga verder met roeren gedurende ongeveer 3 minuten. Langzaam maar zeker zal de bloem gaan garen. Dat zie je doordat de deegbal af en toe heel licht begint aan te bakken aan de bodem van de pan. Roer dit meteen los. Je hoort ook een sissend geluid. Na 3 minuten is het kookdeel van je bereiding klaar! Doe het deeg over in een kom en laat het een paar minuten afkoelen. 
    6. Verwarm de oven (conventionele oven met boven- en onderwarmte) voor tot 210°C.
    7. Voeg het eerste ei toe. Nu wordt het hard werken, want het doorroeren van het ei is best een zware klus. Voeg het tweede ei pas toe als het deeg volledig glad en egaal is. Voeg zo ook ei 3 en ei 4 toe. 
    8. Klop het vijfde ei los in een kopje. Misschien heb je het niet helemaal nodig; dat hangt af van de maat van je eieren en de consistentie van je deeg. Roer eerst de helft door het deeg en pas later de rest als dat nog nodig is. Je deeg moet mooi soepel zijn, maar het mag straks niet gaan uitlopen als je het op de bakplaat spuit. Goed deeg hangt in een soort V-vorm van je spatel af. 
    9. Leg een siliconenmatje op je bakplaat. Heb je geen siliconenmatje, smeer dan een bakplaat in met een beetje margarine. Knip een mooi passend stuk bakpapier af en 'plak' dat op de margarine; zo blijft je papier mooi liggen als je je soesjes gaat spuiten en krullen de randen van het papier niet op.
    10. Doe het spuitmondje in de spuitzak. Vul de spuitzak met het soezendeeg. Spuit kleine deegbolletjes op je bakmatje. De bolletjes moeten ongeveer zo groot worden als kleine kruidnootjes. Spuit ze niet te dicht bij elkaar, want ze gaan behoorlijk rijzen. Ik heb bakmatjes van ±30x40 cm; daar passen 6 rijen van 8 soesjes op. Zitten er opstaande puntjes op je deegbolletjes? Die kun je even platdrukken met een vochtig lepeltje.
    11. Plaats de bakplaat in het midden van de oven en bak je soesjes ±12 minuten op 210°C. Ze zijn dan al gerezen en beginnen te bruinen. Draai vervolgens je oven terug naar 160°C (zonder de deur van de oven te openen) en bak de minisoesjes nog 5 à 6 minuten. Hou de bruining van je soesjes tijdens het bakken van de eerste portie in de gaten; de temperaturen van verschillende ovens kunnen iets variëren, waardoor je soesjes sneller bruin zouden kunnen worden. Draai in dat geval de oven bij de volgende portie 1 of 2 minuten eerder omlaag of verlaag de tweede temperatuur naar 150°C.
    12. Je soesjes zijn klaar als ze stevig en licht aanvoelen. Schep ze van de bakplaat en laat ze afkoelen op een rooster.
    13. Bak zo alle soesjes totdat je soezendeeg op is. Mijn advies is: bak nooit meer bakplaten boven elkaar, maar bak ze ná elkaar. Dan krijg je de mooiste soesjes.
    14. Verwarm je bouillon vlak voor het serveren. Leg ook dan de soesjes nog even in de oven; gewoon met zijn allen op de bakplaat. Je hebt ongeveer 15 soesjes nodig per persoon. Zet de oven op 130°C. Na ±10 minuten zijn je soesjes weer warm en heerlijk krokant.
    15. Hak de peterselie fijn. Maak de bouillon heerlijk op smaak met de sherry en de madera. Dit doe je pas op het laatst zodat niet alle alcohol verdampt. Verdeel de bouillon over de borden en strooi in elk bord wat peterselie. 
    16. Je kunt ervoor kiezen je borden meteen te garneren met de soesjes. Maar nóg leuker en lekkerder is het om iedereen een bord met bouillon te serveren met daarnaast een schaaltje met soesjes. Zo kan ieder de soesjes zelf in zijn eigen bord scheppen. De soesjes blijven zo optimaal knapperig! 

    Tips:

    1. Dit is een gerecht dat je makkelijk kunt voorbereiden - tot en met stap 13. Zowel de bouillon als de soesjes kun je later opwarmen. Ideaal!
    2. De hoeveelheid bouillon is voldoende voor 8 personen. Is dat te veel? Je kunt hem makkelijk invriezen!
    3. De totale hoeveelheid soesjes in het recept is voldoende voor 16 à 20 personen (behalve natuurlijk als je het lekker vindt om meer dan 15 soesjes in je soep te eten; zet dan tijdens het eten een grote schaal soesjes op tafel waarvan iedereen meer kan nemen als hij of zij dat wil!). Hierboven in het blog beschrijf ik hoe je de soesjes het beste kunt invriezen en ontdooien. Natuurlijk kun je ook minder soesjes in één keer bakken. Je kunt het recept eenvoudig in porties van 1 ei opsplitsen. 
    4. Ik werk altijd het liefst met twee bakplaten - en dus ook met twee bakmatjes. Als de ene in de oven staat, kan ik de andere vast opspuiten, enz. 
    5. Heb je nog nooit eerder soesjes gebakken? Dat is niet moeilijk, maar misschien is het wel handig om eerst even alle tips & tricks te lezen om echt de allerbeste soezen te bakken. Die vind je in één van mijn eerdere blogs! 
    6. Nog meer recepten voor feestelijke voorgerechten? Volg de link 'Vooraf' voor álle ideeën op mijn blog! Meer specifieke inspiratie voor je paasdiner? Maak dit jaar eens een Franse terrine van kalfsvlees, kip en ham, hartige soesjes gevuld met roerei met gerookte zalm, een salade van gerookte kalkoen met dadels en een vijgendressing of een romige kippensoep met vrolijke groenten en een scheutje madera! Alvast likkebaarden? Bekijk de foto's hieronder!

    Recept: zo maak je zelf een heerlijke Franse terrine met kalfsvlees!

    Recept: zo maak je zelf hartige soesjes gevuld met sappig roerei en gerookte zalm!

    Recept: zo maak je zelf een salade van gerookte kalkoen met dadels en een vijgendressing!

    Recept: zo maak je zelf een romige kippensoep met lekker veel lentegroenten en een scheutje madera!


    vrijdag 6 maart 2020

    Romige kippensoep met vrolijke groenten en een scheutje madera!


    Kippensoep. Zoek ernaar op Google of Pinterest en je kunt eigenlijk maar één conclusie trekken: dé kippensoep bestaat niet!


    Ik neusde even rond op mijn eigen blog en alleen daar al kwam ik 4 soorten kippensoep tegen. Die in de verste verte niet op elkaar lijken. Een Thaise soep, een Indiase soep, een Mexicaanse soep en een oosterse kippenbouillon met Chinees vijfkruidenpoeder.

    Vandaag ga ik daar nóg een kippensoep aan toevoegen. Deze keer geen exotische soep, maar meer een elegante, verfijnde soep.

    Eerst een foto. Daarna vertel ik je meer over mijn kippensoep. En ik geef je het recept. Allicht.


    Recept: zo maak je een heerlijk romige kippensoep met vrolijke groenten en een scheutje madera!


    Wat gaat er allemaal in mijn elegante kippensoep?


    • het allerbelangrijkste: versgetrokken kippenbouillon
    • kleine blokjes sappige blanke kipfilet
    • gesofistikeerde smaakmakers als room en madera
    • natuurlijk ook groenten, vrolijk gekleurde groenten: knapperige groene erwtjes, piepkleine oranje blokjes wortel en felgele zoete maïskorrels
    • en voor de pit (en ook een beetje voor de kleur): 2 soorten paprikapoeder


    Feestelijke kippensoep voor een dinertje


    Al deze componenten samen zorgen voor een superfeestelijke soep, die niet misstaat als voorgerecht bij een chic etentje.

    Maar die het ook prima doet bij een brunch - wat dacht je van je paasbrunch?! - of (in een koffiekopje!) als hartig gerechtje bij een classy high tea.

    Hoe stijlvol hij ook is en hoe luxueus hij ook oogt, deze soep, moeilijk om te maken is hij gelukkig niet! Ga dus snel naar het recept hieronder!


    Bon appétit!



    Recept: zo maak je een heerlijk romige kippensoep met vrolijke groenten en een scheutje madera!




    Romige kippensoep met vrolijke groenten en een scheutje madera!



    Ingrediënten voor een voorgerecht voor ±6 personen:


    Voor de kippenbouillon:

    • 300 gram kipfilet
    • 1,5 liter water
    • 1 ui, in stukken gesneden
    • 4 worteltjes, in plakjes gesneden
    • een paar takjes bladselderij, grof gehakt
    • 1/2 prei, in ringen gesneden (en na het snijden pas gewassen)
    • 3 kippenbouillonblokjes
    • 1/2 theelepel zwarte peperkorrels
    • 1 stukje foelie
    • 1,5 theelepel gedroogde tijm
    • 1 theelepel mild paprikapoeder
    • 1 theelepel kerriepoeder
    • een mespunt nootmuskaat

    Voor het afmaken van de kippensoep:

    • 50 gram roomboter of margarine
    • 50 gram bloem
    • 2,5 ons geschrapte worteltjes
    • 2 ons erwtjes (vers of diepvries, liever geen blikgroenten)
    • 1,5 ons gare maïs (uit een blikje of versgekookt)
    • 1/8 liter slagroom, ongezoet en ongeklopt
    • 2 theelepels mild paprikapoeder
    • 1 theelepel pikant paprikapoeder
    • 80 ml madera (kookwijn)
    • versgemalen zwarte peper
    • eventueel nog een beetje zout of bouillonpoeder

    Bereiding:

    1. Doe alle ingrediënten voor de bouillon samen in een soeppan. Breng het geheel tegen de kook aan. Laat de kipfilets zachtjes een dik halfuur garen. Tegelijkertijd ontstaat er ook een heerlijke, geurige bouillon.
    2. Schep de kipfilets en de groenten uit de bouillon.
    3. Leg een kaasdoek of een schone theedoek (die niet behandeld is met wasverzachter) in een vergiet en plaats het vergiet zo in een ruime pan/kom. Giet de bouillon door de zo ontstane fijne zeef.
    4. Meet de hoeveelheid bouillon af met behulp van een litermaat. Voeg zo veel water toe dat je 1,5 liter kippenbouillon hebt.
    5. Smelt in een andere pan de boter of margarine. Roer er de bloem doorheen. Het mengsel moet mooi egaal worden. Blijf roeren en laat het boter-bloem-mengsel, de roux, een paar minuten garen.
    6. Schep een beetje gezeefde bouillon bij de roux. Roer goed totdat het geheel weer egaal is. Voeg zo beetje bij beetje alle bouillon toe. Uiteindelijk ontstaat er een gladde lichtgebonden soep.
    7. Breng de soep aan de kook.
    8. Snijd ondertussen de worteltjes in piepkleine blokjes. Doe hetzelfde met de gare kipfilets.
    9. Voeg de wortelblokjes en de erwtjes toe aan de soep en laat ze erin garen. Na 5 minuten mogen de maïskorrels en de kipblokjes erbij. Na nog eens 5 minuten zijn je groenten lekker beetgaar. Proef ze maar even.
    10. Maak de soep af met de rest van de ingrediënten. Proef of je het nodig vindt om nog wat extra zout of bouillonpoeder toe te voegen. Wil je nog wat meer pit? Een beetje meer pikant paprikapoeder zorgt hiervoor! 

    Tip:

    Voor het geval je smaak te pakken hebt gekregen: nog even de linkjes én de foto's van de andere soorten kippensoep op mijn blog:

    Recept: zo maak je zelf Thaise noedelsoep met kip en groenten!


    Recept: zo maak je zelf Indiase currysoep met gemarineerde kip en groenten


    Recept: zo maak je zelf Mexicaanse kippensoep!


    Recept: zo maak je oosterse kippenbouillon met garnalen, omelet en groenten

    donderdag 22 augustus 2019

    Mini-pannenkoekjes met orange curd voor bij je high tea!

    Wat serveer jij bij je high tea? Sandwiches, scones, gebakjes, bonbons, koekjes, cake, brownies; muffins misschien?

    Maar heb je weleens gedacht aan pannenkoekjes voor bij je high tea?

    Bij onze high teas scoren mijn mini-pannenkoekjes altijd erg goed! 


    Ik laat ze na het bakken even afkoelen en besmeer ze daarna met een laagje orange curd; zelfgemaakt natuurlijk. Nog wat toefjes slagroom erop en... klaar! En lekker dat mijn pannenkoekjes zijn!


    Recept Mini-pannenkoekjes met orange curd voor bij je high tea!


    Pannenkoekjes bij je high tea: lekker én handig!


    Als ik een high tea organiseer ben ik altijd op zoek naar gerechtjes die ik een dag voor mijn tea in alle rust al kan klaarmaken.

    Mijn mini-pannenkoekjes met orange curd zijn in dat opzicht echt een uitkomst!

    Als de pannenkoekjes en de curd klaar zijn, gaan ze de koelkast in. Een dag later mogen de pannenkoekjes eerst even op kamertemperatuur komen. Daarna maak ik ze af met de orange curd en de room.


    Laat je gasten zelf hun pannenkoekjes besmeren!


    Soms maak ik me er nog makkelijker van af: dan zet ik een schaal met pannenkoekjes op tafel met daarnaast de orange curd en de room. Iedereen mag zelf zijn pannenkoekjes beleggen, net zoals ze dat ook doen met de scones. Gezellig!

    Heb je niet genoeg tijd om zelf je orange curd te maken? Dat overkomt mij ook weleens; ik zal het maar meteen opbiechten. Af en toe kies ook ik voor kant-en-klaar. Maar wel hele goede kant-en-klaar. Ik neem dan mijn toevlucht tot de orange curd van de Heerlijkheid Mariënwaerdt. Hun recept is erg puur met basic ingrediënten. Het resultaat is een romige en niet te dikke, milde orange curd! NB ik koop bij voorkeur geen orange curd (of lemon curd; die is ook lekker op mijn pannenkoekjes), waar allerlei bindmiddelen - anders dan eieren - aan zijn toegevoegd. Die hebben toch een minder lekkere structuur, helaas.


    Mini-pannenkoekjes bij dessert, brunch of gourmet!


    Je hoeft mijn mini-pannenkoekjes natuurlijk niet alleen te reserveren voor je high tea. Ze zijn bijvoorbeeld ook fantastisch als dessert. Of als feestelijk onderdeel van een grand dessert!

    Ook lekker: zet een grote schaal met mini-pannenkoekjes met orange curd op tafel tijdens een speciale (paas!)brunch.

    Ga je binnenkort gourmetten? Leuk! Laat dan elke gast zijn eigen pannenkoekjes bakken in de kleine pannetjes! Geef de orange curd en de room er los bij.


    Zelfgemaakte orange curd


    Mini-pannenkoekjes met orange curd voor bij je high tea!


    Ingrediënten voor ±50 pannenkoekjes:

    • 200 gram zelfrijzend bakmeel
    • 50 gram witte basterdsuiker
    • een mespuntje zout
    • 2 eiwitten
    • 2 eierdooiers
    • 2 dl volle melk
    • 40 gram gesmolten roomboter, licht afgekoeld
    • plantaardige margarine of roomboter voor het bakken van de pannenkoekjes
    • orange curd (het recept vind je in mijn eerdere blog) of een pot kant-en-klare orange curd (lees mijn blog hierboven)
    • ¼ liter slagroom
    • poedersuiker naar smaak

    Bereiding:

    1. Vermeng in een kom het zelfrijzend bakmeel, de basterdsuiker en het zout.
    2. Klop de eiwitten stijf.
    3. Klop in een andere beslagkom de eierdooiers licht schuimig.
    4. Voeg al roerend de melk en de roomboter toe aan de dooiers.
    5. Schenk het mengsel langzaam bij het meelmengsel. Roer ook nu weer goed, totdat er een glad beslag ontstaat.
    6. Spatel hier voorzichtig het eiwit doorheen. Laat zo weinig mogelijk lucht ontsnappen.
    7. Verhit een beetje margarine of roomboter in een koekenpan. Schep hierin ±6 kleine hoopjes beslag. Bak de pannenkoekjes totdat ze aan de onderkant goudbruin zijn. Draai dan het vuur wat lager. Als het beslag bijna droog is aan de bovenkant, kun je de pannenkoekjes omdraaien. Bak ze aan de andere kant nog een minuutje op middelhoog vuur. Bak van het resterende beslag nog meer pannenkoekjes.
    8. Laat de pannenkoekjes afkoelen tot  kamertemperatuur.
    9. Klop de slagroom stijf met poedersuiker naar smaak. Doe de slagroom over in een spuitzak.
    10. Besmeer elk pannenkoekje met een royale laag orange curd. Garneer met een toefje slagroom.

    Tips:

    1. Eiwit kun je alleen maar mooi stijf kloppen als er geen spoortje vet in zit, dus ook geen druppeltje dooier. Je moet je eieren dus voorzichtig scheiden! Soms kan de kom nog een beetje vet zijn. Je voorkomt problemen als je je beslagkom voor het kloppen even schoon wrijft met het snijvlak van een doorgesneden citroen of een stukje keukenpapier met wat citroensap erin. 
    2. Je kunt je pannenkoekjes de dag voor het serveren al bakken. Laat ze afkoelen, dek ze af en bewaar ze op een koele plek. Garneer de pannenkoekjes vlak voor je high tea. Laat ze van tevoren wel even op kamertemperatuur komen.
    3. Alle recepten voor een complete high tea? Volg dan de link 'high tea'! Een paar voorbeelden:     tonijnsandwiches met maïs en Spaanse peper, scones met jam en room en financiers met abrikozenjam, rum en geroosterde amandelen. 

    Tonijnsanwiches met maïs en chilipeper


    High tea scones met jam en room


    Financiers met abrikozenjam, rum en geroosterde amandelen

      donderdag 29 maart 2018

      Salade van gerookte kalkoen met dadels en een vijgendressing

      Op de valreep vlak voor Pasen nog een makkelijk recept voor een vrolijk én feestelijk voorgerecht: een salade van dunne plakjes gerookte kalkoenborst, kleine blokjes dadel, gerookte amandelen, lentegroene frisée en een fruitige vijgen-balsamicodressing! 

      Dit gerecht maakt je paasdiner in één klap speciaal!

      Liever geen gerookte kalkoen? Kies in plaats daarvan gerookte kipfilet.


      Vrolijke paasdagen!

      Recept Salade van gerookte kalkoen met dadels en een vijgendressing


      Snuffelen in eetwinkeltjes en delicatessenzaken


      Leuk, leuk, leuk! Rondneuzen in kleine eetwinkeltjes, in luxueuze delicatessenzaken of op goed gesorteerde markten; ik kan het niet laten. Alles wat eetbaar is heeft voor mij een ongelooflijke aantrekkingskracht. Ik wil alles zien, ruiken en als het even kan ook proeven. 

      Niet vreemd dus dat er in mijn (koel)kast altijd wel een paar potjes, zakjes of blikjes te vinden zijn met excentrieke sausjes, jams, chutneys, koekjes, vleeswaren, ingemaakte groenten en andere lekkernijen.

      En als ik al dat lekkers eenmaal in  huis heb, dan wil ik er ook mee koken. Zo komen de lekkerste recepten tot stand!

      Een paar voorbeelden? Als je een van mijn trouwe volgers bent, heb je waarschijnlijk de volgende recepten al voorbij zien komen.

      Van de Maastrichtse kruisbessenjam van Adriaan de Smaakmaker maakte ik een heerlijke dressing voor mijn gerookte-eendenborstsalade.


      Maastrichtse kruisbessenjam


      Eendenborstsalade met een kruisbessenjamdressing


      De mini-tacotubs van Santa Maria vulde ik met allerlei exotische salades. De lekkerste vulling was die van een kruidige avocadosalsa met gemarineerde grote garnalen! Daar heb ik inmiddels al heel wat fiestas mee opgefleurd!


      Tacotubs met gemarineerde garnalen en avocadosalsa



      Bij de Bisschopsmolen in Maastricht duikelde ik grof vezelrijk paneermeel op. Dat bleek ideaal te zijn voor mijn Limburgse gehaktballen!


      Vezelrijk paneermeel van de Bisschopsmolen



      Echte Limburgse gehaktballen met een lekker dik korstje


      En heb je weleens Italiaanse bresaola geproefd? Dat is verrukkelijk gedroogd rundvlees, waar je een anders-dan-anders carpaccio van kunt maken die voortreffelijk smaakt.


      Carpaccio van Italiaanse bresaola


      Een dressing met vijgenkonfijt en balsamicoazijn


      Onlangs kocht ik in een delicatessenwinkel onderstaand potje vijgenkonfijt. Mijn kookfantasie sloeg meteen op hol toen ik die proefde. Inslaan die vijgenkonfijt, was mijn primaire reactie! Sindsdien heb ik de konfijt al gegeten met een kaasplankje en bij een sublieme notenpaté en croûte (helaas niet zelfgemaakt, dus geen recept; het spijt me).


      Vijgenkonfijt


      Veel smaken en structuren in mijn gerooktekalkoensalade


      Vorige week maakte ik een saladedressing van de vijgenkonfijt, net zoals ik dat deed met de kruisbessenjam van hierboven. Dat bleek een grandioos succes. Althans, dat vonden mijn man en ik. 

      We serveerden hem bij een salade van dunne plakjes gerookte kalkoenborst, zoete sticky dadelblokjes, krokante rookamandelen en lichtbittere blaadjes frisée (of krulandijvie). Al die verschillende smaken - zout, rook, zoet, lichtbitter, friszuur - en structuren - vlezig, crunchy, zachtkleverig - pasten perfect bij elkaar.

      De salade kreeg van ons de kwalificatie 'culinaire topper' en dus mag het recept op mijn blog! Geniet ervan!

      Nog een paar tips: kun je geen gerookte kalkoenborst vinden? Gebruik dan gerookte kipfilet; ook erg lekker. 

      En verder: wij aten de salade als voorgerecht, maar je kunt er ook makkelijk een compleet lunchgerecht van maken. Koop dat wat meer sla - eventueel ook andere slasoorten - en maak als je dat nodig vindt wat meer dressing; de rest van de ingrediënten hieronder in het recept is voldoende voor 4 lunchgerechten. Geef bij je lunchsalade (bij het voorgerecht mag ook, hoor) sneetjes meergranenstokbrood met zaadjes en een botertje gemaakt van roomboter, extra vergine olijfolie en een klein beetje gerookte zoutvlokken.


      Recept Salade van gerookte kalkoen met een dressing van vijgenkonfijt


      Salade van gerookte kalkoen met dadels en een vijgendressing


      Ingrediënten voor een voorgerecht voor 6 personen:


      Voor de salade:

      • 500 gram gerookte kalkoenborst
      • 1 ons gerookte amandelen
      • 1/2 krop frisée (krulandijvie)
      • 9 à 10 flinke dadels

      Voor de vijgen-balsamicodressing:

      • 5 flinke eetlepels vijgenkonfijt
      • 1,5 eetlepel niet te scherpe grove mosterd, bijvoorbeeld Limburgse mosterd
      • 9 eetlepels extra vergine olijfolie
      • 3 eetlepels walnotenolie
      • 3 eetlepels balsamicoazijn
      • zout en versgemalen zwarte peper

      Bereiding:

      1. Snijd de kalkoenborst met een scherp vleesmes in zo dun mogelijke plakjes. Je zou ook de poelier kunnen vragen om dit voor je te doen.
      2. Hak de amandelen grof.
      3. Was de sla en scheur de blaadjes in kleine krulletjes.
      4. Snijd de dadels in kleine blokjes.
      5. Doe de vijgenkonfijt in een mengbeker of een grote lege jampot. Als er veel grote stukjes in je konfijt zitten, hak die dan eerst wat kleiner, zodat je dressing straks niet te veel klontjes bevat. Schep alle andere dressingingrediënten erbij. Schud de beker goed totdat er een mooie, egale dressing ontstaat. Proef en voeg eventueel nog een beetje van een van de ingrediënten extra toe.
      6. Verdeel de plakjes kalkoen over 6 grote borden. Strooi de amandelen en de dadels eroverheen.
      7. Schep een paar eetlepels dressing door de sla en schep deze voorzichtig om.
      8. Leg op het midden van elk bord een hoopje sla. 
      9. Sprenkel de rest van de dressing over de kalkoenplakjes. 

      Tips:

      1. Kun je geen vijgenkonfijt krijgen? Gebruik dan vijgenjam. Voeg niet in een keer 5 eetlepels toe aan je dressing, maar proef goed hoeveel je precies nodig hebt: de hoeveelheid suiker in de jam kan anders zijn dan in de konfijt. 
      2. Dressing over? Je kunt hem in de koelkast makkelijk een paar dagen bewaren. Wel weer even schudden voor gebruik. Lekker door 'gewone' bladsla (eventueel met noten).

      Deze Limburgse mosterd is heerlijk in de dressing!

      dinsdag 20 maart 2018

      Feestelijke krabsandwiches voor je paasbrunch

      Onder het motto 'je kunt nooit te veel lekkere recepten hebben voor je paasbrunch' vandaag een recept voor feestelijke brunchsandwiches met krabsalade.


      Wat staat er bij jou op tafel op paasochtend?


      Tip: deze sandwiches zijn ook zeer geschikt voor een high tea!


      Recept Feestelijke krabsandwiches voor je paasbrunch


      Feestelijke krabsandwiches voor je paasbrunch


      Ingrediënten voor ±16 sandwiches:

      • 3/4 wit casinobrood, ongesneden
      • 250 gram vers krabvlees (van de scharen) of surimi
      • 5 eetlepels mayonaise
      • 5 eetlepels lobbig geklopte slagroom (ongezoet)
      • 1/2 eetlepel tomatenketchup
      • 2 eetlepels medium sherry
      • wat sprietjes bieslook, in kleine stukjes geknipt
      • een mespunt cayennepeper
      • een mespunt pikant kerriepoeder

      Bereiding:

      1. Leg het brood een tijdje in de vriezer totdat het wat harder is. Het is dan makkelijker in zeer dunne plakjes te snijden. Verwijder eerst de korsten van het brood. Snijd dan 16 sneetjes brood af. Dat gaat het beste met een snijmachine, die je instelt op 6 mm. Maar ik ga ervan uit dat je die niet hebt; gebruik dan een scherp gekarteld broodmes. De sneetjes moeten dunner worden dan dat de bakker ze zou snijden.
      2. Rafel de krab of snijd de surimi in blokjes en verdeel deze blokjes in ‘rafeltjes’.
      3. Roer van alle andere ingrediënten behalve de slagroom een sausje.
      4. Schep de slagroom er voorzichtig doorheen.
      5. Vermeng het krabvlees met de saus.
      6. Bestrijk 8 sneetjes brood met een ruime portie krabsalade.
      7. Dek af met de andere 8 sneetjes. Druk de sandwiches voorzichtig aan.
      8. Snijd de sandwiches diagonaal door. Veeg het mes tussendoor af en toe af met een stukje keukenpapier. Zo blijft het snijvlak van de sandwiches mooi ‘schoon’.
      9. Leg de boterhammetjes op een schaal. Als je de schaal zorgvuldig afdekt met huishoudfolie, kun je de sandwiches enige uren in de koelkast bewaren. Ze zijn het lekkerste wanneer ze goed koud geserveerd worden.

      Tips:

      1. Zelf gebruikte ik in plaats van casinobrood speciaal pane per tramezzini dat ik bij de groothandel kocht. Ik schreef hier al eens eerder een blog over. 
      2. Aanvulling: tegenwoordig kun je behalve bij diverse groothandels ook bij de Jumbo het sandwichbrood kopen dat ik gebruikte voor de foto.
      3. Uiteraard kun je ook ander brood gebruiken. Kies voor brood met een niet te grove structuur, zodat de krabsalade niet door het brood heen 'lekt'.
      4. Heb je nog een restje krabsalade over, gebruik dit dan als vulling voor kleine saladecups. Hou er rekening mee dat de saladecups snel zacht worden. Vul ze dus pas vlak voor het serveren.
      5. Nog meer brunchrecepten? Volg de link 'brunch' en maak je keuze! Aanraders: dinerbroodjes met zelfgemaakt kipgehaktbrood, speltboterhammetjes met bresaola en truffelmayonaise, chocoladebroodjes met amandelen, zelfgemaakte chocoladepasta en walnotenmuffins met honingglazuur en dadels!

      Dinerbroodjes met zelfgemaakt kipgehaktbrood

      Speltboterhammetjes met bresaola en truffelmayonaise

      Chocoladebroodjes met amandelen

      Zelfgemaakte chocoladepasta

      Walnotenmuffins met honingglazuur en dadels