Posts tonen met het label casselerrib. Alle posts tonen
Posts tonen met het label casselerrib. Alle posts tonen

maandag 30 januari 2017

Gegrilde casselerrib-steaks met lang gegaarde zuurkool

Mijn slager verkoopt ze elk jaar weer tijdens de herfst- en wintermaanden: dikke plakken rauwe casselerrib. 

Eigenlijk zijn het varkenskarbonaadjes zonder bot, die gepekeld en gerookt zijn. 

Casselerrib, die als vleeswaar wordt gebruikt, is daarbij ook nog eens gegaard. Alleen dat garen laat de slager dus aan mij over. En aan jou en al zijn andere klanten, natuurlijk…


Rauwe casselerrib wordt over het algemeen gebruikt in zuurkoolschotels. Volgens de meeste recepten kun je hem het beste mee laten stoven met je zuurkool. 


Maar je kent mij ondertussen: eigenwijs als ik ben, maak ik hem weer eens anders dan anders klaar!


Gegrilde casselerrib-steaks met langzaam gegaarde zuurkool


Dikke plakken gegrilde casselerrib: verrukkelijk!


Ik kook mijn casselerrib niet. 

Nee, ik gril hem! In mijn grillpan! 

Het resultaat is verrassend lekker. Door het grillen blijft het vlees niet alleen heerlijk sappig, de gekaramelliseerde grillstrepen geven mijn casselerrib-steaks ook nog eens extra smaak. Echt waar, deze bereidingswijze moet je een keer proberen!

Bij mijn casselerrib serveer ik in de winter vaak zuurkool. 

Niets bijzonders, zou je zeggen, ware het niet dat ik ook die op een speciale manier klaarmaak. 

Verse zuurkool of wijnzuurkool kun je in principe na het opwarmen meteen op tafel zetten. Maar als je er wat meer tijd (maar nauwelijks meer moeite!) instopt, wordt hij veel lekkerder!


Langzaam gegaarde zuurkool met zachte gefruite uien en appelciderazijn


Wat moet je doen? 

Eerst fruit je een flinke portie uienringen in een paar eetlepels ganzenvet totdat ze zacht en lichtgeel zijn. Tijdens het fruiten voeg je een beetje poedersuiker, een paar blaadjes laurier en een scheutje appelciderazijn toe. Trek voor het fruiten op zijn minst een halfuur uit.

Pas daarna komt de zuurkool om de hoek kijken. Hij mag bij je uien in de pan. Kneus ook nog een paar jeneverbessen en voeg ze toe. 

Vervolgens is het weer zaak geduldig te blijven. Je zuurkool mag – of als het aan mij ligt: moet – dan nog minimaal anderhalf uur stoven! Daar wordt hij heerlijk zacht en mild van. Verrukkelijk!


Erbij: aardappelgratin, krokante krieltjes of aardappelpuree


Je kunt je maaltijd afmaken met een aardappelgerecht, maar noodzakelijk is dat niet. Alleen de zuurkool met de gegrilde casselerrib-steaks is al een traktatie!

Wil je toch iets met aardappels doen, dan kun je vele kanten op. 

Zelf vind ik een aardappelgratin (zonder kaas en zonder knoflook, dus met alleen room) vreselijk lekker bij mijn zuurkoolschotel. 

Een heerlijk alternatief zijn kleine krieltjes krokant gebakken in een beetje ganzenvet. Die sluiten qua smaak mooi aan bij het ganzenvet dat al in de zuurkool zit! 

Een luchtige aardappelpuree is ook een optie. Aan jou de keus!


Eet smakelijk!


Recept Gegrilde casselerrib-steaks met langzaam gegaarde zuurkool


Gegrilde casselerrib-steaks met lang gegaarde zuurkool



Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 6 personen:


Voor de lang gegaarde zuurkool met appelciderazijn:

  • 4 grote uien
  • 3 eetlepels ganzenvet (poelier; eventueel te vervangen door margarine)
  • 2 à 3 eetlepels poedersuiker
  • 4 eetlepels appelciderazijn
  • 2 laurierblaadjes
  • 6 jeneverbessen
  • 1 kg wijnzuurkool

Voor het vlees:

  • 6 dikke plakken rauwe casselerrib à ±150 gram (zie blog hierboven)

Bereiding:

  1. Snijd de uien in halve ringen. Smelt het ganzenvet in een pan met dikke bodem en voeg de uien, de suiker, de azijn en de laurierblaadjes toe. Draai het vuur zeer laag en karamelliseer de uien met het deksel op de pan een halfuur totdat ze zacht en lichtgeel zijn. Schep ze af en toe om.
  2. Daarna kan de zuurkool erbij. Plet de jeneverbessen met de bolle kant van een lepel en voeg ze ook toe. Het geheel moet nu nog minimaal anderhalf uur zachtjes sudderen, weer met het deksel op de pan. Schenk er eventueel tussendoor wat water bij om droogkoken te voorkoken. De zuurkool wordt langzaam maar zeker superzacht, zowel qua smaak als qua structuur.
  3. Verhit de grillpan. Gril de plakken casselerrib aan beide kanten totdat ze een mooi ruitjespatroon vertonen. Na ongeveer 10 minuten grillen zijn ze ook gaar vanbinnen. Laat de casselerrib-steaks afgedekt met aluminiumfolie 10 minuten rusten (op een warm bord); van het rusten worden ze nog sappiger.
  4. Schep op elk bord een lekkere portie zuurkool. Maak je gerecht af met een plak casselerrib en eventueel nog een aardappelgerecht, bijvoorbeeld krokante in ganzenvet gebakken krieltjes (zie blog hierboven).

Tips:

  1. Deze zuurkool is supermakkelijk als je een etentje geeft. Je kunt hem helemaal vooraf al maken. Na het voorgerecht hoef je hem alleen nog maar even op te warmen. Gril je casselerrib-steaks wel pas vlak voor het serveren.
  2. Nog een lekker recept met gegrilde casselerrib? Wat dacht je van een ovenschotel van gegrilde casselerrib, aardappels en mosterdsaus? Daar zeg je toch geen nee tegen!

Ovenschotel van gegrilde casselerrib, aardappels en mosterdsaus



Krokante in ganzenvet gebakken krieltjes



donderdag 20 oktober 2016

Amuse van een aardappelpannenkoekje met gerookte zalm

Meteen bij de start van je (kerst)diner al indruk maken op je gasten? Zet ze dan een amuse voor van een klein aardappelpannenkoekje met gerookte zalm!


Dit mini-gerechtje is niet moeilijk om te maken en het is superlekker!



Amuse van een aardappelpannenkoekje met gerookte zalm


Ben jij je kerstdiner al aan het plannen?


Ik merk dat sommige mensen om mij heen alweer bezig zijn met het plannen van het kerstdiner!!

Ja echt! Misschien een beetje vroeg, maar als je te lang wacht met het uitnodigen van je gasten, zou je weleens achter het net kunnen vissen, zo is de insteek. Iedereen heeft het zo druk tijdens de kerst!

Op mijn blog staat dit jaar nog geen speciaal daarvoor bedoeld kerstrecept. Maar vandaag wil ik daar een beginnetje mee maken. En waar kan ik dan beter mee van start gaan dan met een amuserecept?

Het recept ligt in het verlengde van mijn post van gisteren.


Limburgse riefkeukskes, aardappelpannenkoekjes, met gerookte zalm


Aardappelpannenkoekje met gerookte vis als amuse!


Het daar besproken Limburgse streekgerecht ‘riefkeukskes’ leent zich in een mini-uitvoering bij uitstek voor een lekker hapje vooraf. Als je hier je gasten al vroeg op de avond mee verrast, kan je (kerst)diner niet meer stuk!

Hoe dit speciale gerechtje er uitziet? 

Je begint met een klein krokant aardappelkoekje, gemaakt van geraspte aardappels. Daarop leg je een mooi stukje gerookte zalm (of een andere soort gerookte vis, als je dat lekkerder vindt).


Amuse van een aardappelpannenkoekje met gerookte forel


Een toefje mierikswortelroom erop en dan nog een paar sprietjes bieslook.

Het totaal is een plaatje! En lekker!!

Geen visliefhebber? Kies dan voor een luxe soort vleeswaren! Wat dacht je van Zwitsers bündnerfleisch, Spaanse serranoham, Duitse casselerrib, kruidige pastrami of feestelijke gerookte kalkoen?


Recept Amuse van een aardappelpannenkoekje met gerookte zalm


Amuse van een aardappelpannenkoekje met gerookte zalm


Ingrediënten voor ±20 amuses:


Voor de aardappelpannenkoekjes:

  • 750 gram vastkokende aardappels
  • 1 ei
  • 50 gram bloem
  • 1 dl melk
  • zout naar smaak
  • wat grof gemalen zwarte peper
  • plantaardige margarine voor het bakken

Voor de mierikswortelroom:

  • 4 eetlepels lobbig geklopte slagroom
  • 4 eetlepels mayonaise
  • 4 theelepels mierikswortelpuree
  • 1 theelepel grove mosterd
  • zout en versgemalen zwarte peper naar smaak

Voor het beleg:

  • 2 ons gerookte zalm in dunne plakjes
  • 40 sprietjes bieslook

Bereiding:

  1. Begin met het bakken van de aardappelpannenkoekjes. Schil daartoe de aardappelen en rasp ze grof. Dat gaat het makkelijkste met behulp van de grove raspschijf van de foodprocessor. 
  2. Doe de rasp over in een beslagkom en roer de andere ingrediënten behalve de margarine erdoorheen (als je niet zeker bent over de hoeveelheid zout en peper, bak dan eerst een proefkoekje en voeg eventueel nog wat extra zout of peper toe).
  3. Verhit in een grote koekenpan een beetje margarine. Draai de pan goed rond, zodat de hele bodem bedekt is met hete margarine. Daarna mag het vuur iets lager. Plaats een bakring met een doorsnede van 6 à 7 cm in de pan. Het beste kun je een bakring gebruiken, die een omhoog stekend greepje heeft aan de bovenkant; dat wordt niet heet. Heb je geen bakring met een greepje, hou dan een tangetje bij de hand, waarmee je de ring zo meteen kunt optillen. Anders brand je je vingers.
  4. Schep een lepel beslag in de ring en druk de aardappelrasp goed aan. Zo ontstaat een dun pannenkoekje. Laat het koekje kort bakken, zodat het niet gaat uitlopen als je de ring verwijdert. Verwijder dan de ring. Vorm zo meer pannenkoekjes.
  5. Bak de pannenkoekjes aan beide kanten goudbruin. Als ze goed dun zijn, zijn ze dan ook meteen gaar van binnen. Gaat het bruinen te snel, laat de koekjes dan nog even doorgaren op een lage stand.
  6. Neem de aardappelpannenkoekjes uit de pan en leg ze op een velletje keukenpapier.
  7. Bak zo alle pannenkoekjes. Laat ze afkoelen tot lauw.
  8. Maak ondertussen de mierikswortelroom door alle ingrediënten luchtig door elkaar te scheppen. Doe de room over in een (wegwerp)spuitzak.
  9. Verdeel de zalm in 20 stukjes.
  10. Beleg de pannenkoekjes met de zalm en spuit er een toefje mierikswortelroom op. Garneer met de sprietjes bieslook.
  11. Serveer de hapjes op kleine bordjes als amuse.

Tips:

  1. Je kunt de aardappelpannenkoekjes al ruim van tevoren bakken. Bewaar ze na afkoeling afgedekt in de koelkast. Bak ze kort in een koekenpan met anti-aanbaklaag (zonder toegevoegd vet) om ze te verwarmen.
  2. Je serveert de koekjes bij voorkeur niet te warm; anders gaat de zalm garen en dat is niet de bedoeling.
  3. Wil je niet aan de slag met de bakring in de pan, dan kun je de pannenkoekjes ook uitsteken uit grotere aardappelpannenkoekjes. Je heb dan wel meer afval, maar dat gaat ook wel op!
  4. Een eventueel restje mierikswortelroom kun je in de koelkast nog een dag bewaren.
  5. Lees de blog hierboven voor het gebruiken van andere soorten beleg.
  6. Variatietip: leg 3 aardappelpannenkoekjes met verschillend beleg op een bord voor een compleet voorgerecht. Noem het bijvoorbeeld: trio van aardappelpannenkoekjes of trio van Limburgse riefkeukskes.
  7. Dit gerechtje doet het ook leuk op een (Oudejaarsavond)buffet of zelfs als amuse bij een high tea!

maandag 7 maart 2016

Ovenschotel van gegrilde casselerrib, aardappels en mosterdsaus

Van deze ovenschotel met smaakvolle gegrilde casselerrib, zachte aardappels en romige mosterdsaus wordt je weer helemaal warm als het buiten guur is. Verras je gezin of vrienden er vandaag nog mee! 


Recept Ovenschotel van gegrilde casselerrib, aardappels en mosterdsaus


Culinaire smeltkroes Argentinië


In de jaren negentig woonde ik een tijd in een buitenwijk van Buenos Aires. Argentinië is door zijn ontstaansgeschiedenis (waar ik je hier nu niet mee zal lastigvallen) een smeltkroes van verschillende culturen. Culinair maakt dat het land wel interessant. Je vindt er vooral invloeden van Spanje, Italië, Groot-Brittannië en Duitsland.


Tante Trude


In mijn tijd ging ik voor de Duitse producten graag naar ‘Tante Trude’, een klein winkeltje in de wijk La Lucila, een paar kilometer van mijn huis. Daar verkochten ze het lekkerste Duitse brood (o.a. van zuurdeeg), kersen in pot voor de vlaai en de kersenflappen, jams, zuurkool, zoetzure augurken voor de huzarensalade, superverse dille en allerlei heerlijke vleeswaren. Allemaal Noord-Europese lekkernijen die in de normale supermarkt niet te krijgen waren.


Casselerrib


Het allerlekkerste vonden wij altijd de casselerrib. Die liet ik afsnijden in dikke plakken, die ik thuis kort grilde op de barbecue of op de plancha (de grillpan). Heerlijk bij de zuurkool of in reepjes door de aardappelsalade. Ons favoriete gerecht was een ovenschotel van blokjes gegrilde casselerrib en dobbelsteentjes gare aardappels, overgoten met een romige mosterdsaus.


Rauwe casselerrib zelf grillen


Nu in Nederland koop ik bij mijn eigen slager casselerrib, die wel gepekeld en gerookt is, maar nog niet gegaard. Als ik die gril blijft hij supersappig! Nog steeds gebruik ik hem voor de hieronder beschreven ovenschotel. Maar ik serveer de casseler karbonades ook wel eens gewoon gegrild met de mosterdsaus er los bij. Een ideale combi met gebakken aardappeltjes!

Je begrijpt het inmiddels: je kunt met gegrilde casselerrib eindeloos variëren. Zelfs in de zomer is hij verrukkelijk. Op een krokant kaiserbroodje bijvoorbeeld met wat zuurkool en mosterd, als een soort hotdog. Of op Turks brood met een blaadje sla en honing-mosterdmayonaise. Ik zal er nog wel eens vaker over bloggen!


Heerlijke grove mosterd met hele mosterdzaadjes


Ovenschotel van gegrilde casselerrib, aardappels en mosterdsaus


Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 4 personen:

  • ±600 gram rauwe casselerrib in dikke plakken ( 4 à 6 plakken)
  • 1200 gram vastkokende aardappels
  • zout

Voor de mosterdsaus:

  • 2 kleine uien, fijngesnipperd
  • 40 gram plantaardige margarine
  • 40 gram bloem
  • 300 ml melk
  • 300 ml water
  • ±3 eetlepels grove mosterd
  • ±3 theelepels bouillonpoeder
  • 2 theelepels gedroogde marjolein of 2 eetlepels versgehakte marjoleinblaadjes
  • versgemalen zwarte peper

Bereiding:

  1. Neem de casselerrib uit de koelkast om op kamertemperatuur te komen.
  2. Schil de aardappels en snijd ze hapklare blokjes. Doe de aardappelblokjes in een pan en vul de pan met water totdat de aardappels onder staan. Voeg zout toe. Breng de aardappelen aan de kook en kook ze net gaar. Dat duurt maar een paar minuten. Giet de aardappelen af.
  3. Verhit de grillpan (of als het mooi weer is de barbecue). Gril de plakken casselerrib aan beide kanten totdat ze mooie grillstrepen vertonen. Je hebt hierbij geen extra vetstof nodig. Afhankelijk van de dikte van de plakken duurt het 5 à 10 minuten voordat de casselerrib gaar is.
  4. Laat het vlees buiten de pan even rusten en snijd het daarna ook in blokjes, iets kleiner dan de aardappelen.
  5. Ondertussen kun je de mosterdsaus al maken. Verhit daartoe de margarine in een steelpannetje. Fruit hierin de uien zachtjes totdat ze glazig zien.
  6. Roer de bloem door de uien. Laat het mengsel kort garen onder af en toe roeren.
  7. Schenk beetje bij beetje de melk en het water bij het bloemmengsel en roer elke keer goed, zodat er geen klontjes ontstaan. Voeg halverwege de mosterd toe. Die lost beter op als de saus nog relatief dik is.
  8. Maak de saus op smaak met het bouillonpoeder, de marjolein en de peper. Proef en voeg eventueel nog wat extra bouillonpoeder of mosterd toe.
  9. Schep de aardappelen samen met de casselerribblokjes in een niet te lage ovenschaal. Verdeel het vlees goed. Schenk de saus over het aardappelmengsel.
  10. Plaats de ovenschaal een halfuur in een voorverwarmde oven van 175°C. Serveer meteen.

Tips: 

  1. Tot en met stap 8 kun je dit gerecht ruime tijd voor de maaltijd al voorbereiden. Leg dan tijdens het bewaren een stukje huishoudfolie rechtstreeks op het oppervlak van de saus. Zo voorkom je dat er een vel ontstaat. 
  2. Soms, in een gulle bui, maak ik weleens anderhalve portie mosterdsaus: extra feestelijk!
  3. Als je dat mooi vindt, kun je het gerecht garneren met wat blaadjes marjolein of oregano. Lekker is het in elk geval!
  4. Als je de saus los serveert bij de gegrilde casseler koteletten, overweeg dan om een deel van de melk te vervangen door room. Dat maakt de saus wat luxer!