vrijdag 8 februari 2019

Oosterse kippensoep met omelet, garnalen, sugarsnaps en minimaïskolfjes

Heb je mijn vorige blog gelezen met het recept voor een sappige oosterse omelet? Die omelet kun je prima serveren als bijgerecht bij nasi, bami of een wat uitgebreidere oosterse maaltijd.

Maar vandaag gaat hij in de soep! In een verrukkelijke zelfgetrokken oosterse kippensoep met o.a. heel veel kippenvlees, garnalen, knapperig verse sugarsnaps en minimaïskolfjes.

Tot zover de vulling. Wat zijn de smaakmakers? O.a. lichte sojasaus, Chinees vijfkruidenpoeder, geelwortel en wat pittige Spaanse peper. Top!


Oosterse kippensoep met omelet, garnalen, sugarsnaps en minimaïskolfjes


Chinees vijfkruidenpoeder of Chinese 5-spice


Het recept komt eraan; dat beloof ik je! Maar eerst nog een aantal tips met betrekking tot de ingrediënten van deze kippensoep. Misschien zijn er een paar die je niet bekend voorkomen of die je niet verwacht in een kippensoep.

Om te beginnen het Chinese vijfkruidenpoeder. Dat is een mengsel van - logisch - 5 verschillende ingrediënten, die vaak in de Chinese keuken worden gebruikt. Alleen, het zijn geen kruiden, maar specerijen. De Engelse benaming Chinese 5-spice is eigenlijk juister.

Niet elk vijfkruidenpoeder bevat exact dezelfde specerijen en al helemaal niet in dezelfde verhoudingen. Zo heb ik toevallig twee potjes in huis met elk een andere samenstelling. Anijszaad, steranijs, kruidnagel, cassia (een soort kaneel) venkelzaad, sechuanpeper, gemberpoeder. Al deze specerijen kunnen ook in jouw mengsel zitten. In elke blend bevinden zich minstens een anijs- en een pepersoort, hetgeen 5-spice heerlijk zoet en tegelijkertijd pikant maakt.

Gebruik vijfkruidenpoeder altijd spaarzaam; het kan snel gaan overheersen. Twijfel je over de hoeveelheid, begin dan met een klein beetje en voeg eventueel nog wat extra toe nadat je geproefd hebt.


Geelwortelpoeder, koenjit of kurkuma


Geelwortelpoeder, het gedroogde poeder van een, jawel, gele wortel, vind je nooit in 5-spice. Maar hij hoort eigenlijk wel in deze kippenbouillon thuis. Met name vanwege zijn aroma en zijn aantrekkelijke kleur. Geelwortel, ook wel koenjit of kurkuma genoemd, is het ingrediënt dat curry's, kerriepoeder en vaak ook rijst zo zonnig goudgeel maakt. Op de foto hieronder zie je hoe stralend je bouillon ervan wordt!


Oosterse kippenbouillon


Een beetje vet kan zo lekker zijn


Op de foto van de bouillon zie je nog een ingrediënt, dat ik niet los toevoeg, maar dat er wel degelijk in zit: een beetje vet! Ik houd van die klein vetkringetjes op mijn kippenbouillon!

Het vet komt uit de kippenbouten, waar je je bouillon van trekt. Ik kies er altijd voor de bouillon alleen maar te zeven en niet compleet te ontvetten. Want dat vet geeft zo veel lekkere smaak!

Tip: wil je toch liever een compleet magere bouillon? Laat je bouillon dat helemaal afkoelen. Het vet, dat bovenop de bouillon drijft, wordt dan hard. Je kunt het er vervolgens makkelijk af scheppen.


Lichte sojasaus


Het kan zijn dat je nog nooit gewerkt hebt met Chinese lichte sojasaus. Dat is een saus op basis van gefermenteerde soja, net zoals zo veel andere sojasauzen. De saus is vrij licht van kleur en niet zoet, maar wel licht zout. Tegenwoordig kun je hem zelfs kopen in de supermarkt.


Minimaïs


Ik vul mijn oosterse kippensoep graag met ingrediënten die allemaal een iets andere smaak en structuur hebben. Dat maakt de soep lekker avontuurlijk, toch?!

Het zijn de minimaïskolfjes die zorgen voor de krokante bite. Voor het geval je eraan zou twijfelen: het gaat hier echt om kleine onrijpe kolfjes van maïs. Ze worden in een vroeg stadium al geoogst. Je kunt ze in zijn geheel eten. Omdat verse niet altijd verkrijgbaar zijn, heb ik in dit recept gekozen voor een blikje maïskolfjes. Mocht je verse kunnen vinden, blancheer die dan een minuut of vier voordat je ze in stukjes aan de soep toevoegt. De minimaïskolfjes uit blik zijn al gaar.


Minimaiskolfjes


En dan nu echt - beter laat dan nooit - het recept voor mijn oosterse kippensoep met omeletrolletjes, grote garnalen, sugarsnaps en minimaïskolfjes! Nu je er alles over weet, wordt hij vast nog lekkerder. Dat wordt dus extra genieten!


Recept Oosterse kippensoep met omelet, garnalen, sugarsnaps en minimaïskolfjes


Oosterse kippensoep met omelet, garnalen, sugarsnaps en minimaïskolfjes


Ingrediënten voor een voorgerecht voor ±8 personen:


Voor de kippenbouillon:

  • 3 flinke kippenbouten
  • 2,5 l water
  • 1/2 prei
  • een paar takjes bladselderij
  • 1/2 ui
  • ±5 kippenbouillonblokjes
  • 6 eetlepels droge sherry
  • 4 eetlepels Chinese lichte sojasaus
  • 1 theelepel Chinees 5-kruidenpoeder (5-spice)
  • 1/2 theelepel geelwortelpoeder (kurkuma/koenjit)

Voor de vulling:

  • 200 gram sugarsnaps
  • zout
  • oosterse omeletrolletjes van 4 eieren (zie mijn eerdere blog)
  • 200 gram vrij grote garnalen
  • 250 gram minimaïskolfjes (uit blik)
  • 3 bosuitjes
  • 1 Spaanse peper

Bereiding:

  1. Snijd de prei, de bladselderij en de ui grof in stukken. 
  2. Doe alle ingrediënten voor de bouillon in een grote soeppan en breng het geheel aan de kook. Laat de kippenbouillon ongeveer 1,5 uur zachtjes trekken. Daarna is het kippenvlees mooi gaar.
  3. Neem de kippenbouten uit de pan en pluk het vlees ervan af. Snijd het zo nodig in kleinere stukjes.
  4. Plaats een vergiet in een grote kom of pan en leg er een kaasdoek of een schone theedoek in (de theedoek mag niet behandeld zijn met wasverzachter!). Giet de bouillon door de zo ontstane fijne zeef. Schenk de kippenbouillon terug in de pan.
  5. Haal de sugarsnaps af en kook ze in een beetje gezouten water net beetgaar. 
  6. Snijd de bosuitjes diagonaal in ringetjes. 
  7. Verwijder de zaadjes en de zaadlijsten uit de Spaanse peper en snijd de peper voor een deel in ringetjes. Snipper de rest fijn.
  8. Snijd de minimaïskolfjes diagonaal in stukjes.
  9. Bak de omeletten en snijd ze in rolletjes.
  10. Vul de soep vlak voor het serveren met de kipstukjes, de sugarsnaps, de bosuitjes, de Spaanse peper en de minimaïskolfjes. Verwarm het geheel slecht een paar minuten. De ingrediënten mogen niet (door)garen. 
  11. Verdeel de omeletrolletjes en de garnalen over (eventueel voorverwarmde) borden of soepkommen. Schep de soep eroverheen. 

    Oosterse omeletrolletjes voor in de soep


    donderdag 7 februari 2019

    Oosterse omeletrolletjes voor soep, bami of nasi

    Soms heb ik van die dagen dat ik het leuk vind om enorm uit te weiden over mijn recepten. In de hoop natuurlijk dat mijn volgers dat kunnen waarderen...

    Hou jij daar niet zo van? Ook prima! Dan is dit blog iets voor jou!

    Over deze oosterse omeletrolletjes wil ik eigenlijk alleen maar kwijt dat ze enorm lekker zijn - een inkoppertje natuurlijk, want waarom zou ik onsmakelijke recepten posten? - en dat je ze kunt inzetten als vulling voor een soep of kunt serveren bij bami of nasi. Oh, en ook nog: je hoeft deze omelet niet in rolletjes te serveren. Opsnijden in ruitjes, vierkantjes, reepjes, etc. kan ook gewoon.

    En dan nu foto en recept! Veel plezier ermee!


    Recept Oosterse omeletrolletjes voor soep, bami of nasi


    Oosterse omeletrolletjes voor soep, bami of nasi


    Ingrediënten voor een bijgerecht voor ±4 personen of een soepvulling:

    • 4 eieren (L)
    • 1 bosui
    • 1 eetlepel ketjap asin
    • 1 eetlepel ketjap manis
    • 1 theelepel sambal badjak
    • 4 eetlepels water
    • zonnebloemolie om te bakken

    Bereiding:

    1. Verhit wat olie in een grote koekenpan met anti-aanbaklaag.
    2. Snipper het bosuitje fijn.
    3. Klop de eieren goed los in een kommetje. Voeg de rest van de ingrediënten toe en klop nog even door.
    4. Schenk de helft van het eimengsel in de koekenpan en draai deze even rond zodat de hele bodem bedekt is met ei. 
    5. Roer het ei met een spatel her en der wat los van de bodem, totdat de omelet te gaar wordt om dit te doen. De 'gaten' vullen zich elke keer weer met vloeibaar ei. Door het omscheppen wordt je omelet extra luchtig. 
    6. Je omelet mag niet echt bruin worden, dus draai het vuur op tijd laag. Laat de omelet vrijwel helemaal stollen aan de bovenkant. 
    7. Draai hem daarna met een spatel om. Bak ook de andere kant nog even zachtjes.
    8. Laat de omelet uit de pan op een snijplank glijden.
    9. Bak nog een omelet.
    10. Rol beide omeletten meteen na het bakken op. 
    11. Snijd de rolletjes met een scherp mes in kleine plakjes; zie foto. 
    12. Serveer je omeletrolletjes met nasi, bami of in een lekkere oosterse soep.

    Tip:

    1. Wij houden enorm van oosters getinte bouillons met vullingen van knapperig verse groenten. Daar smaken deze omeletrolletjes perfect bij. Wil je graag een voorbeeld van zo'n soep? Houd dit blog in de gaten: de volgende keer post ik het recept voor een verrukkelijke oosterse kippensoep met o.a. omeletrolletjes, garnalen, sugarsnaps en minimaïskolfjes!
    2. Als je je nu abonneert op mijn (gratis) receptenservice (rechtsboven op deze pagina), krijg je het recept - en alle volgende recepten van dit blog - automatisch in je inbox! Doen!

    Oosterse kippensoep met omeletrolletjes, garnalen, minimaïs en sugarsnaps

      donderdag 31 januari 2019

      Romige aardappel-preisoep met krokante spekjes

      Heb jij ook altijd zo'n trek als je thuiskomt uit de kou? Dan is het recept voor deze aardappel-preisoep echt iets voor jou! 


      De winterse soep zit vol met gezonde verse groenten. En ja, ook een klein scheutje room; je mag jezelf best wel een beetje verwennen nadat je de sneeuw en de regen hebt getrotseerd, toch?! Een paar lepels krokante spekjes maken je soep helemaal af! 


      Schenk jezelf een flinke kom soep in en word weer lekker warm vanbinnen. Geniet!



      Romige aardappel-preisoep met krokante spekjes


      The proof of the pudding is in the eating


      Je kent vast wel de Engelse uitdrukking 'The proof of the pudding is in the eating'. In zijn algemeenheid betekent dat zoiets als 'de praktijk zal het leren'. De gevleugelde woorden zijn multi-inzetbaar.

      "Blijft zo'n goedkoop jurkje na het wassen nog wel karmozijnrood?" "Dat vertel ik je aan het einde van de zomer. The proof of the pudding is in the eating!"

      "Is P. de gewiekste marketingcollega die we zoeken?" "De verkoopcijfers zullen het uitwijzen. The proof of the pudding is in the eating!"


      Letterlijk proeven


      Natuurlijk kun je de uitdrukking ook veel letterlijker opvatten. "Proef nou eerst dat dessert maar eens. Dat besef je meteen hoe lekker het is!"

      Voor recepten is 'the eating' echt de ultieme test!


      Proeven met je ogen


      Maar wat als je een recept op een blog tegenkomt? En niet al voorgeschoteld op een bord? Waar moet je dan op afgaan?

      Alleen echte, echte culi's zullen antwoorden: lees de tekst en vergelijk hem met je eigen kookervaring. 

      Voel je je minder senang in de wereld van de culinaire recepten - en dat geldt voor het overgrote deel van de internet surfers - dan zoek je je toevlucht tot de foto bij het recept. Met de bedoeling om te proeven met je ogen!


      Verleiden met een foto


      Aha! Nu zijn we aanbeland op de plek waar ik je naartoe wilde leiden: nu vraag ik je je eens te verplaatsen in een foodblogger. De blogger die jou wil verleiden zijn of haar recept daadwerkelijk te maken. In mij dus. 😉

      Wat is de eerste voorwaarde waaraan jij in die situatie moet voldoen om je lezers aan boord te krijgen? Je moet een foto aan je tekst toevoegen!


      Een foto met smaakinformatie 


      En niet zomaar een foto, maar een foto met zo veel mogelijk smaakinformatie. Een foto waaraan een geïnteresseerde bijna kan afzien, dat hij of zij dat gerecht lekker gaat vinden. Kortom dat hij hét recept gevonden heeft! 

      In mijn blog van vandaag heb ik het stylen van een informatieve foodfoto als onderwerp gekozen; meer specifiek een informatieve sóepfoto. Logisch, want het recept hieronder betreft een soep! 

      Hoe style jij als blogger een soepfoto, die je websitebezoeker (meer dan) genoeg informatie geeft om de stap te wagen je recept eens uit te proberen?

      De consistentie van een soep kan hij op een foto vaak al snel zien; daar hoef jij als foodstylist dus niet veel aandacht aan te besteden. Is een soep dik, dan oogt het oppervlak niet glad. Door een mooi heldere bouillon ziet iedereen de bodem van het bord doorschijnen. Bovenop een vette soep drijven allemaal vetkringetjes. Je lezer ziet, hij maakt zijn keuze en 'check!'.

      Voorbeeld: op onderstaande foto zie jij meteen hoe dik mijn erwtensoep is.


      Erwtensoep met rookworst


      Info die niet op de foto wil...


      De vulling van een soep levert een foodstylist meer problemen op. Probeer het maar eens uit: strooi wat stukjes groente of spekjes in een soep. Wat doen die? Die zakken onverbiddelijk naar de bodem... En daar sta je dan als fotograaf: je soepinformatie wil niet op de foto! 

      De oplossing: je foodbloggerstrukendoos opentrekken! Laten we de verschillende soorten soepen die je zou willen fotograferen eens de revue laten passeren. 


      Heldere bouillon met vulling in een ondiep bord


      Een heldere bouillon met inhoud is vrij makkelijk te fotograferen. Mits je als stylist kiest voor een ondiep bord. Als soepreceptenzoeker kijk je door zo'n doorzichtige soep heen en ziet meteen alle lekkere goodies zitten! 

      Voorbeeld: mijn sherrybouillon met Hollandse garnalen en omeletruitjes. Om het plaatje nog informatiever te maken, heb ik er zelfs een schaaltje met extra garnalen naast gezet! 


      Sherrybouillon met omeletruitjes en Hollandse garnalen


      Volgende week geef ik je het recept voor een goedgevulde oosterse bouillon. Je kunt hieronder op de foto nu al zien wat er precies in die soep gaat! Slaagt de foto in zijn opzet? Vind je soep aantrekkelijk? Nog even wachten...


      Goedgevulde oosterse bouillon


      Vul je diepe soepkom met héél veel ingrediënten


      Een meer rustieke soep hoort wat mij betreft niet in een bord, maar in een kom. Ook al is je bouillon nog zo helder, in een diepe soepkom zal een kijker een normale hoeveelheid vulling vaak niet goed zien zitten. 

      Daarom gaat er in mijn foto-soepkom ook geen normale hoeveelheid vulling, maar een supergrote hoeveelheid! In het midden van de kom bouw ik als het ware een hele berg van vulling! En dat laat jou niet alleen precies zien wat er in mijn soep gaat; de overdaad aan lekkers laat je ook nog eens extra watertanden, toch?! Dat wil jij als foodblogger ook bereiken!

      Een paar voorbeelden: wat vind je van mijn Italiaanse tomaten-groentesoep met tortellini en Italiaans gekruide gehaktballetjes? Of mijn Thaise currysoep met noedels, kip en knapperig verse groenten? 

      Extra tip: ik houd voor groentesoepen altijd een paar stukjes groente achter die ik niet helemaal gaar, zodat ze hun mooie heldere kleur behouden. Die mogen helemaal boven op de top van mijn vullingberg! 


      Italiaanse tomaten-groentesoep met tortellini



      Thaise currysoep met noedels, kip en groenten


      Voor de echte fijnproevers onder de foodfotografen: een likje olie strategisch aangebracht op één van de bergtopingrediënten doet ook wonderen voor de aantrekkingskracht van je foto. Zo kun je een paar slim geselecteerde details letterlijk tot een shining middelpunt promoveren! 


      Een dikke soep met weinig vulling


      Helaas, niet elke soep is helder en niet in elke soep gaat zo veel vulling, dat je er in je soepkom een bergje van kunt bouwen... 

      Denk aan een soep met maar een paar blokjes chorizo erin of wat spekjes. Denk aan mijn aardappel-preisoep van vandaag. Dat is echt geen hele spekjesberg met een klein beetje soep eromheen.

      Voor zo'n soep komen bij mij de echte (nep)trucs uit de kast! Zo'n soep schreeuwt namelijk om een oneetbaar bergje, waar de vulling listig bovenop gelegd kan worden. Een oneetbaar bergje dat je als kijker toch niet ziet, juist omdát de soep niet helder is. Handig! 

      Wat ik gebruik als oneetbaar bergje? Bekijk dat op de foto hieronder. Daarop zie je als het ware het skelet van mijn aardappel-preisoepfoto. De naakte waarheid!


      Zo zakken je soepingrediënten niet naar de bodem van de kom


      In mijn soepkom leg ik boven op elkaar een aantal glazen dekseltjes. In mijn geval van wekglaasjes. Dat de dekseltjes van glas (of aardewerk) zijn is belangrijk: dan gaan ze niet drijven als ik de kom vul met soep. Dat de dekseltjes dun zijn is ook praktisch: zo kan ik de hoogte van mijn bergjes makkelijk aanpassen aan elke soepkom die ik in huis heb. 

      Wil je nog een foto zien waar een oneetbaar bergje in zit? Hieronder mijn pompoensoepsoepfoto. Zie jij de wekglasdekseltjes onder de chorizoblokjes en de pompoenpitten zitten? Ik hoop het niet! 


      Pompoensoep met chorizo en pompoenpitten


      Overigens voel ík me naar mijn blogbezoekers niet schuldig over mijn foto-verleidingstechnieken. Die proeven heus geen verschil tussen wel of niet naar de bodem van de soepkom gezakte ingrediënten. Vaak adviseer ik ze bovendien om voor een representatief etentje een paar ingrediënten achter te houden en die los in amusekommetjes naast elke soepkom te serveren! Zie de foto van mijn aardappel-preisoep.


      Het recept voor aardappel-preisoep


      Leuk zo'n sneaky inkijkje in het foodbloggersbestaan. Misschien heb je er ooit nog eens wat aan, misschien ook niet. Maar je kwam natuurlijk voor mijn recept voor aardappel-preisoep! 

      In die soep gaat echt een fikse hoeveelheid prei. Veel meer nog dan op de - nee, haha, niet van een dubbele bodem voorziene - foto hieronder. Een verse, gezonde soep dus! Heerlijk bij dit koude winterweer!

      Laat je me na 'the eating' in een commentaar onder dit blog horen hoe 'the proof of the pudding' uitviel?


      Versgesneden prei



      Recept Romige aardappel-preisoep met krokante spekjes


      Romige aardappel-preisoep met krokante spekjes


      Ingrediënten voor een voorgerecht voor ±6 personen of een maaltijdsoep voor 3 à 4 personen:

      • 1 ons ontbijtspek in dunne plakjes
      • 1 eetlepel margarine
      • 500 gram kleingesneden en goed gewassen prei (gewicht na het wassen)
      • 2 bosuitjes, in ringetjes gesneden
      • 1 eetlepel grof gehakte bladselderij
      • 300 gram blokjes van kruimige aardappels
      • ±1,2 liter rundvleesbouillon (kan van blokjes)
      • ±1 eetlepel worcestersaus
      • zout en versgemalen zwarte peper
      • 1/8 liter slagroom (ongeklopt en ongezoet)
      • 200 gram uitgebakken gerookte spekjes
      • eventueel nog wat fijngehakte bladselderij of een paar selderijblaadjes voor de garnering

      Bereiding:

      1. Snijd het ontbijtspek in reepjes en bak deze in een soeppan krokant in de margarine.
      2. Fruit de bosuitjes en de prei op het laatst ±5 minuten mee.
      3. Voeg dan de aardappelen en 3 deciliter van de bouillon toe. Kook de groenten in ongeveer een halfuur door en door gaar.
      4. Pureer het preimengsel in de foodprocessor/blender of met behulp van een staafmixer totdat er een dikke, egale, gebonden brij ontstaat.
      5. Verhit de soep en roer er beetje bij beetje de rest van de bouillon doorheen.
      6. Maak de soep op smaak met de worcestersaus, ruim versgemalen zwarte peper en eventueel nog wat zout.
      7. De aardappel-preisoep is nu al lekker, maar hij wordt wat luxueuzer als je er nog 1/8 liter slagroom doorheen roert...
      8. Verdeel de soep over de borden/soepkommen en garneer elke portie met wat spekreepjes en eventueel een beetje bladselderij voor de kleur. 

      Tips:

      1. Je kunt de soep tot en met stap 7 ruim van tevoren voorbereiden. Warm het gerecht vlak voor de maaltijd even op.
      2. Wil je je soep extra aantrekkelijk serveren? Zet dan naast elke soepkom een amusekommetje met nog meer krokante spekjes. Die kan iedereen dan zelf in zijn soep scheppen!
      3. Wij eten deze aardappel-preisoep vaak als maaltijdsoep. Ik geef er dan bagel chips bij, die ik niet op smaak maak met basilicum en knoflook (zoals in het oorspronkelijke recept op mijn blog), maar met wat olijfolie, zout (strooi dit voor het roosteren over de chips) en pimentón-flakes. De flakes voeg ik pas vlak voor het serveren toe. 

      Bagel chips

      vrijdag 18 januari 2019

      Eindeloos variëren met verse ovenfriet!

      Je kent het vast: je hebt enorm veel zin om verse frietjes te maken, maar het regent of waait te hard om een raam of deur open te zetten. En dan blijft die frituurgeur zo in je huis hangen...

      Daar is een oplossing voor: bak je frietjes in de oven! Helemaal hetzelfde als gefrituurde friet (ja, ik weet: dat is dubbelop) smaken ovenfrieten niet. Maar dat betekent niet dat ze minder lekker zijn; alleen, tja, een beetje... anders. Maar absoluut de moeite waard om te proberen. Bovendien, ze zijn supermakkelijk om te maken!

      En, ook niet onbelangrijk, voor een hele kilo frietjes heb je maar 2 eetlepels olie nodig. Ze zijn helemaal niet vet!

      Ga dus maar meteen aan de slag met mijn basisrecept voor verse ovenfriet. Lekker? Dan ben je vast ook geïnteresseerd in mijn variatietips. Dat zijn er heel wat. Want het is een feit: je kunt met deze ovenfrietjes zoveel (heerlijke) kanten uit!



      Recept Eindeloos variëren met verse ovenfriet!


      Zelfgemaakte verse ovenfrietjes


      Ingrediënten voor een bijgerecht voor 3 à 4 personen:

      • 1 kg gave licht kruimige aardappels
      • zout
      • ±2 eetlepels (olijf)olie

      Bereiding:

      1. Verwarm de oven voor tot 230°C. In mijn oven worden de frieten het lekkerst als ik de ovenstand zonder heteluchtcirculatie maar met boven- en onderwarmte gebruik.
      2. Boen de aardappels goed schoon. Ik heb daar heel handige handschoentjes voor, die grof zijn aan de buitenkant, maar met de blote hand kan het ook.
      3. Schil de aardappels niet, maar verwijder wel eventuele ogen en slechte/groene plekjes. 
      4. Snijd de aardappels in niet te dunne frieten.
      5. Doe ze over in een pan, strooi er een klein beetje zout over en vul de pan met koud water totdat de frieten helemaal onderstaan. Houd er rekening mee dat je na het bakken van de frieten ook nog zout wilt toevoegen.
      6. Breng het water aan de kook. Laat de aardappels nog 1 minuut doorkoken als het water eenmaal kookt. Giet daarna de aardappels af en stort ze op een bakplaat. Laat ze een paar minuten een beetje afkoelen.
      7. Schenk de olie over de frieten en schep ze goed om, zodat op elke friet wat olie zit. Verdeel de frieten over de bakplaat, zodat ze zo veel mogelijk in één laag liggen.
      8. Bak de frietjes ongeveer 45 minuten in de oven totdat ze goudbruin en krokant zijn. Schep ze na de eerste 20 minuten af en toe om.
      9. Proef je ovenfrietjes en strooi er nog wat zout overheen.

      En dan nu de variatietips voor je ovenfrietjes!


      1. Kies tussen frietjes met of zonder schil


      Het basisrecept gaat uit van ovenfrietjes met schil. Zelf vind ik die rustieke frieten het allerlekkerst. En ze zijn gezonder dan frieten van geschilde aardappels. Maar maak je eigen keuze! Schil je je aardappels liever eerst? Koop dan iets meer.


      2. Varieer met verschillende soorten olie


      Voor de meest neutrale frietjes kun je het beste zonnebloemolie of arachideolie (die gemaakt is van pinda's) gebruiken. Maar mijn persoonlijke topper blijft olijfolie. Je hoeft daarbij echt niet te kiezen voor dure extra vergine olie. Na het bakken proef je dat verschil eigenlijk niet. 


      3. Varieer met verschillende soorten zout


      Mijn favoriet voor friet: zoutvlokken, zoals die van het Britse merk Maldon! Dat zijn heel krokante, dunne flintertjes zeezout. Heerlijk!

      Ook erg lekker: de gerookte versie van deze zoutvlokken. Die hebben een subtiele rooksmaak. Vooral een aanrader als je je frietjes serveert bij de BBQ. 

      Nog een soort zout met een rokerig smaakje: lavazout. Dat is zout met een zwarte kleur. Het wordt gewonnen in gebieden waar vulkanische, zwarte, lava voorkomt, zoals IJsland of Hawaï.

      In delicatessenwinkels vind je vaak soorten zout waar andere smaakjes aan zijn toegevoegd, meestal in de vorm van kruiden en specerijen. Ik vind die zoutsoorten relatief duur. Liever voeg ik dan zelf mijn smaakmakers toe aan 'gewoon' zeezout.

      Strooi speciale zoutsoorten altijd pas achteraf over je frieten en bak ze niet mee.


      4. Varieer met verschillende soorten kruiden en specerijen


      Laat ik met de verse kruiden beginnen. Er groeit in de kruidentuin heel veel dat prima smaakt fijngehakt over je friet. De meeste kruiden, zoals (platte) peterselie, bieslook, lavas, selderij, marjolein of koriander, kun je het beste pas toevoegen vlak voor het serveren. Er zijn een paar uitzonderingen. Met name tijm en rozemarijn bakken liever even mee. Maar ook niet de hele baktijd. Door de hoge oventemperatuur zouden ze in drie kwartier compleet verbranden. Tien minuten is voldoende. Gaat je voorkeur uit naar oregano? Gebruik de gedroogde versie en bak die 2 minuten mee.

      En dan de specerijen. Het specerijenmengsel dat ik regelmatig gebruik voor mijn gebakken kabeljauw smaakt ook prima bij ovenfrietjes. Tip: bak er dan meteen die kabeljauw bij!

      Ga je liever niet voor een mengsel? Deze (losse) specerijen zijn het populairst hier in huis:
      • een ruime hoeveelheid grof gemalen zwarte peper (1 minuut meebakken)
      • pimentón-flakes (vlokjes van Spaans pikant gerookt paprikapoeder); niet meebakken
      • gemalen komijn, eventueel gemengd met komijnzaadjes (1 of 2 minuten meebakken)

      Pimentón-flakes


        5. Varieer met sausjes


        Eigenlijk hoort bij frietjes - en dus ook bij ovenfriet - een smeuïg friszuur sausje. Gewone, neutrale, mayonaise is al erg lekker, vooral als hij zelfgemaakt is. Het lijkt wel of mayonaise voor dit doel is uitgevonden!

        Maar vlak alle mayonaisevarianten niet uit. Vorige week nog maakte ik een Spaanse mayonaise met pimentón, gepofte knoflook en zongedroogde tomaat. Ovenfrietjes met zoutvlokken en pimentón-flakes erbij en smullen!


        Spaanse mayonaise


        Ben je wel te porren voor een flinke dosis knoflook bij je friet? Maak dan mijn knoflooksaus met veel verse tuinkruiden.


        Knoflookmayonaise met veel verse tuinkruiden


        Bestrooi je je frieten met komijn, dan moet daar natuurlijk een schaaltje van mijn komijn-knoflookmayonaise bij om de frietjes in te dippen!

        Ovenfrietjes op z'n Limburgs: geef er honing-mosterdmayonaise bij, gemaakt met grove Limburgse mosterd. Perfect in combinatie met een echte Limburgse gehaktbal!


        Honing-mosterdmayonaise met Limburgse mosterd


        Heel luxe: ovenfriet met zelfgemaakte truffelmayonaise.


        Truffelmayonaise


        Sommige salsa's zijn ook verrukkelijk in combinatie met ovenfrietjes. Wat dacht je van ovenfriet met Argentijnse chimichurri?! Roer een paar eetlepels chimichurri door je zelfgemaakte mayo voor chimichurrimayonaise. Heerlijk met gegrilde lamskarbonaadjes of garnalenspiesjes!


        Argentijnse chimichurri


        6. Serveer je ovenfriet met stoofvlees


        In Limburg weten ze nog een fantastische manier om friet te eten: met zuurvlees, zoetzuur stoofvlees in een dikke saus op smaak gemaakt met ontbijtkoek. Je schept die saus over de friet of je dipt elke friet in de saus voordat je hem in je mond laat verdwijnen. 


        Limburgs zuurvlees


        Een soortgelijke saus hoort ook bij Limburgs konijn, 'knien in 't zoer'. Konijn eet je niet zonder friet. De volgende keer misschien ovenfriet? 

        Ovenfriet kun je ook heerlijk dopen in de biersaus, die deel uitmaakt van mijn bier-stoofvlees. Of in de uiensaus met Maestrichter stroop en oud bruin bier waar ik mijn Limburgse gehaktballetjes in laat gaar sudderen. 


        Limburgse gehaktballetjes met uiensaus met bier en stroop


        Liever op de Griekse toer? Griekse stifado, een stoofpot met heel veel saus met tomaat en zilveruitjes, is een aanrader bij ovenfriet! 


        Griekse stifado


        7. Jouw variatietips met verse ovenfriet 


        Bovenstaande tips zijn het resultaat van tien minuten brainstormen binnen het kader van mijn culinaire bagage. Maar als jij in je eigen culinaire bagage duikt, kom je hoogst waarschijnlijk op nog veel meer overheerlijke ideeën! Laat je me (in een reactie onder dit blog) horen hoe jij het liefst varieert met je verse ovenfrietjes? Leuk!

        woensdag 16 januari 2019

        Spaanse mayonaise met pimentón en gepofte knoflook

        Het is al dagen grauw weer! Geen wonder dus dat wij gisteren opeens enorm veel zin hadden in een straaltje zon. 'Wie niet?', zou ik zeggen.

        Buiten zat dat er niet in. Dus toverden we binnen maar een zomerzonnetje tevoorschijn. Een Spaans zomerzonnetje. Op tafel!

        Ik rolde wat Spaanse gehaktballetjes (hier geen recept, maar volg de link), pofte een handvol cherrytomaten en bakte een gulle portie ovenfriet (volgende keer het recept!). Om het helemaal af te maken moest daar nog een lekker sausje bij, toch?!

        Het werd een Spaanse mayonaise - helemaal vanaf het begin zelfgemaakt - met gepofte knoflook, pimentón (Spaans gerookt paprikapoeder), zongedroogdetomatentapenade en gefruite sjalotjes. In de mayo natuurlijk, niet erbij! En ja, dát recept krijg je vandaag. Hèhè!


        Wij genoten en vergaten even dat het winter is. Wanneer ga jij je gezin verwennen met dit maaltje?

         

        Buen provecho!


        Recept Spaanse mayonaise met pimentón en gepofte knoflook



        Spaanse mayonaise met pimentón en gepofte knoflook


        Ingrediënten:

        • 1 bolletje  knoflook
        • 3 eetlepels olijfolie
        • 2 à 3 sjalotjes (afhankelijk van de grootte)
        • 2 theelepels pimentón (Spaans gerookt paprikapoeder)
        • 2 eierdooiers
        • 2 eetlepels witte balsamicoazijn of condimento bianco
        • 1 theelepel mosterd
        • 2 theelepels poedersuiker
        • zout, peper
        • 1 eetlepel lauw water
        • 1,5 dl zonnebloemolie
        • 1,5 dl zeer milde olijfolie (ik gebruik graag picudo-olie van Valderrama; is je olie niet zo mild, vervang dan 0,5 dl of 1 dl door zonnebloemolie)
        • 3 theelepels zongedroogdetomatentapenade
        • eventueel pimentón-flakes voor de garnering

        Bereiding:

        1. Verwarm de oven voor tot 175°C. Snijd de teentjes knoflook los en leg ze - in hun schilletjes - in een schaaltje met 2 eetlepels olijfolie. Pof ze een klein halfuur in de oven totdat ze gaar en heerlijk zacht zijn. Druk de knoflookpulp uit de schilletjes en laat de knoflook afkoelen tot kamertemperatuur. 
        2. Snipper de sjalotjes. Fruit de uitjes in 1 eetlepel olijfolie totdat ze zacht en goudgeel zijn. Fruit de laatste minuut 1 theelepel pimentón mee. Laat ook de uitjes afkoelen tot kamertemperatuur. 
        3. Ondertussen kun je al beginnen met de mayonaise. Zorg ervoor dat alle ingrediënten vanaf de eierdooiers tot en met de olie op kamertemperatuur zijn.
        4. Doe alle ingrediënten vanaf de eierdooiers tot en met het water in de foodprocessor. Voeg 3 eetlepels van de zonnebloemolie toe.
        5. Laat het mes in de foodprocessor draaien totdat het geheel vermengd is.
        6. Voeg vervolgens (zonder de machine te stoppen) in een dun straaltje de rest van de twee oliesoorten toe. Er ontstaat zo een dikke, gebonden mayonaise.
        7. Voeg nu de afgekoelde knoflook, de uitjes, de zongedroogdetomatentapenade en de resterende theelepel pimentón toe. Laat de foodprocessor nog even draaien totdat alle ingrediënten goed vermengd en fijngehakt zijn. De mayonaise hoeft niet superglad te zijn; een beetje 'rustiek' mag best!
        8. Schep de Spaanse mayonaise uit de foodprocessor. Proef en voeg eventueel nog wat zout of peper toe. 
        9. Ben je tevreden over de dikte van je mayonaise? Die kan een beetje variëren afhankelijk van het watergehalte van je uitjes en het oliegehalte van de tapenade. Wil je je mayonaise iets dikker? Roer er dan nog wat olie doorheen. Wil je hem iets afslappen? Dat doe je met een of meer eetlepels lauw water. 
        10. Bewaar je Spaanse mayonaise tot gebruik afgedekt in de koelkast.
        11. Ik strooi er vlak voor het serveren graag nog wat pimentón-flakes overheen. Dat ziet er prachtig uit! 

        Tips:

        1. In het recept van de mayonaise wordt gewerkt met rauwe eieren. Lees mijn eerdere blog over hoe je hiermee moet omgaan. Ik raad je in elk geval aan om je eieren voor het splitsen te wassen en te drogen. 
        2. Als je eieren uit de koelkast komen, zijn ze te koud om er meteen mayonaise van te maken. Mayonaise schift als de ingrediënten niet ongeveer dezelfde temperatuur hebben. Je kunt eieren versneld op kamertemperatuur brengen door ze in lauw tot warm (niet heet) water te leggen.
        3. Witte balsamicoazijn/condimento bianco is een lekker frisse azijnsoort. Hij smaakt heel anders dan rode balsamicoazijn. Witte balsamico is verkrijgbaar bij goed gesorteerde delicatessenwinkels en in sommige supermarkten. Kun je hem niet vinden, vervang hem dan door witte wijnazijn.
        4. Een restje mayonaise kun je nog minimaal een week in de koelkast bewaren.
        5. Spaanse mayonaise is niet alleen lekker bij Spaanse gehaktballetjes en (oven)friet, maar ik serveer hem ook graag bij een gegrilde ribeye of een sappige schouder- of ribkarbonade, die ik dan braad met een beetje knoflook (pas de laatste minuut toevoegen) en bestrooi met pimentón-flakes. 

          Verse ovenfrietjes met Spaanse mayonaise


            Spaanse gehaktballetjes