En bestel je daar vaak mihoen Singapore, die fantastische currynoedels met hun rijke vulling van knapperig verse groenten, garnalen en geroosterd varkensvlees?
Dan heb ik vandaag goed nieuws voor je: mihoen Singapore kun je ook heel
makkelijk zelf thuis maken!
Denk je nu: dat geldt vast niet voor mij, dat kan ik niet? Niet zo onzeker!
Dat prachtige bordje Singapore noedels van de foto hieronder kun ook jij op
tafel zetten!
Lees snel door onder de foto voor het authentieke recept en de allerbeste tips
& tricks!
Zelf leerde ik de allerlekkerste mihoen Singapore maken toen ik jaren
geleden in Azië woonde
Niet in Singapore, maar in Maleisië.
Daar at ik de verrukkelijke noedels met hun kenmerkende currysmaak voor het
eerst in mijn favoriete restaurant - of eigenlijk meer mijn stamkroeg, want ik
kwam er minstens één keer per week. Ik schreef er al eens eerder over: ik heb
het over de
Piasau Boat Club
in Miri op het eiland Borneo.
Toen ik daar, een dag na aankomst in Maleisië, voor de eerste keer de kaart
bekeek, had ik geen idee wat ik moest bestellen. Van de meeste Aziatische
gerechten had ik nog nooit gehoord.
Maar een vriendin wist raad: "Ga voor de bee hoon Singapore style! Ideaal voor
beginners in de Zuidoost-Aziatische keuken!"
En ze had gelijk!
De dunne, beetgare, geroerbakte rijstnoedels met hun overdadige vulling van
groenten, reepjes geroosterd varkensvlees (char siu), garnalen en omelet en hun rijke smaak van curry/specerijen veroverden mijn
culinaire hart ter plekke!
En natuurlijk wilde ik graag weten hoe ik die noedels ook zelf kon
maken.
Het kostte me maanden om het recept te vervolmaken. Maar uiteindelijk slaagde
ik daarin. Althans volgens mijn - culinair toch niet zo onkritische -
gezin!
Vandaag deel ik mijn recept voor mihoen Singapore met jullie. Én ik geef
jullie meteen talloze tips om ook jullie noedels zo lekker mogelijk te maken.
Pas ze allemaal toe en geniet!
Hét recept voor de allerlekkerste zelfgemaakte mihoen Singapore!
Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 2 à 3 personen:
200 gram mihoen
2 eetlepels Chinese lichte sojasaus
1,5 eetlepel Chinese donkere sojasaus
2 eetlepels Chinese shoaxing wijn ofdroge sherry
2,5 eetlepel gembersiroop
1 eetlepel sesamolie
2,5 theelepel Maleisisch currypoeder (zie de antwoorden bij de vragen 8 en 9 onder het recept)
1 theelepel kurkuma/geelwortelpoeder
±1/2 tl zout
1 ui
1/2 rode paprika
1/2 groene paprika
100 gram gare mini-maïskolfjes (uit blik)
3 bosuitjes
150 gram
char siu
(Chinees gebarbecued varkensvlees; lees eventueel mijn eerdere blog over dit
heerlijke vlees en zie ook de antwoorden op de vragen 12 en 13 onder dit recept)
2 eieren
nog wat extra zout
versgemalen zwarte peper
5 eetlepels zonnebloemolie
2 teentjes knoflook uit de pers
2 eetlepels hoisinsaus
50 gram kleine gare roze garnalen
Bereiding:
Breng een ruime hoeveelheid water - minimaal 1,5 liter - aan de kook. Leg
de mihoen in een kom en giet het water eroverheen. Laat de noedels zo een
paar minuten staan. Proef dan even of ze gaar genoeg zijn; als ze net
beetgaar zijn, zijn ze klaar.
Giet de kom met mihoen leeg door een vergiet. Spoel de noedels af met koud
stromend water. Spreid ze daarna uit op een bakrooster. Zo stop je het
garingsproces en zorg je ervoor dat je noedels mooi droog worden.
Roer in een schaaltje een woksausje van alle ingrediënten vanaf de lichte
sojasaus tot en met de 1/2 theelepel zout.
Voordat je gaat wokken is het belangrijk dat alle groenten en het vlees
gesneden klaarstaan. Dan kun je snel doorwerken. Snijd de ui in dunne
kwart ringen. Snijd de paprika's in reepjes. Snijd de mini-maïskolfjes elk
in 3 à 4 stukjes. Snijd de bosuitjes diagonaal in dunne plakjes. Snijd de
char siu in kleine dunne plakjes of reepjes.
Verwarm een wok of een grote hapjespan met anti-aanbaklaag.
Klop de eieren los in een schaaltje samen met 2 eetlepels water en zout en
peper naar smaak. Verhit 1 eetlepel olie in de wok. Giet de eieren in de
wok en bak er onder af en toe omscheppen een roerei van. Schep het roerei
uit de wok.
Verhit nog eens 2 eetlepels zonnebloemolie in de wok. Fruit hierin eerst
de uien. Voeg na 2 à 3 minuten de paprikareepjes toe en wok die mee. Na
nog eens 2 minuten mogen de knoflook en de mini-maïskolfjes erbij. Wok de
groenten nog een minuut. Schep de beetgare groenten uit de wok en voeg ze
bij het roerei.
Verhit in een (andere) koekenpan 1 eetlepel zonnebloemolie. Roerbak hierin
de reepjes char siu gedurende 2 à 3 minuten totdat ze een beetje krokant zijn.
Draai het vuur uit en voeg er de garnalen aan toe. Roer de hoisinsaus
erdoorheen.
Verhit weer 1 eetlepel zonnebloemolie in de wok. Nu mogen bijna alle
ingrediënten samen in de wok: de gare noedels, het woksausje en het roerei
met de geroerbakte groenten. Roerbak het geheel kort totdat alle
ingrediënten heet zijn maar ondertussen toch knapperig vers blijven.
Voeg als laatste de char-siu-reepjes met de garnalen en de bosuitjes toe
aan je mihoen Singapore.
Proef je gerecht goed. Mag het voor jou nog wat hartiger smaken? Schep er
dan nog wat zout of lichte sojasaus doorheen. Extra zoetheid voeg je toe
in de vorm van nog een scheutje gembersiroop.
Serveer je mihoen Singapore meteen.
Heb je na dit recept nog vragen over mihoen Singapore? Hieronder vind
je alle antwoorden!
1. Komt het recept voor mihoen Singapore van oorsprong echt uit
Singapore?
Deze vraag heb ik niet voor niets opgenomen in deze lijst met vragen
over mihoen Singapore. Het antwoord luidt namelijk: nee!
De Singaporese keuken kent geen mihoengerecht op smaak gemaakt met
currypoeder! Wel kun je in Singapore overal gewokte noedels krijgen,
maar die hebben een heel ander smaakprofiel.
De rijstnoedels met curry, die wij kennen onder de naam mihoen
Singapore, schijnen van oorsprong uit Hongkong te komen. Waarschijnlijk
werden ze daar in het midden van de 20e eeuw bedacht. Het ging in die
tijd om een vrij mild gerecht.
In 1949 riep Mao Zedong de Volksrepubliek China uit. Veel Chinese
mensen ontvluchtten als gevolg daarvan China en Hongkong. Ze vestigden
zich onder andere in Singapore. Allicht namen ze hun recept voor gewokte
noedels mee in hun culinaire bagage.
De toenmalige Singaporese keuken kenmerkte zich door veel pittigere
gerechten dan de geïmporteerde Hongkongse noedels. En daar pasten de
nieuwkomers zich aan aan: langzaam maar zeker werden ook de gewokte
noedels uit Hongkong pikanter van smaak. Die pikante versie van de
Hongkongse noedels werden de 'noodles Singapore style'
genoemd!
Ondanks de aanpassing werd mihoen Singapore echter niet populair onder
niet-Chinese inwoners van Singapore. Je komt het gerecht vrijwel alleen
maar tegen in Chinese restaurants in de stadstaat.
En dus in heel veel Chinese restaurants in de rest van de wereld! Zeker
wij Nederlanders zijn er dol op!
2. Wat is mihoen?
Mihoen is een noedelsoort. Maar in tegenstelling tot de meeste soorten
noedels is mihoen niet gemaakt van tarwe, maar van
rijstbloem.
En ook nog van tapiocameel, xanthaangom, water, neutrale olie en een
beetje zout. Daar wordt een deegje van gemaakt. Dat deegje gaat vervolgens
in een aardappelpureeknijper met fijne gaatjes, een soort grote
knoflookpers.
Als je de pers dichtdrukt, komen er aan de onderkant dunne sliertjes deeg
uit. Die gaan direct vanuit de pers in een grote pan met kokend water.
Daarin garen ze binnen een minuut. Nog even afspoelen om het overtollige
zetmeel te verwijderen en dan zijn de noedels klaar om verder te
verwerken.
Nieuwsgierig om dit proces te zien? Bekijk dan het onderstaande filmpje.
Leuk!
3. Welke mihoen is het meest geschikt voor Singapore noedels?
In Aziatische supermarkten kun je mihoen kopen in alle soorten en maten.
Het meest opvallende verschil tussen de diverse merken is de dikte van de
noedels. Mihoen kan heel dun zijn, maar ook wat dikker.
Zelf werk ik het liefst niet met de allerdunste soorten mihoen. Ik kies
meestal voor een dikkere variant. Die is het makkelijkste te verwerken:
hij blijft mooi beetgaar van structuur en plakt niet.
4. Hoe bereid ik mihoen op een manier dat de noedels niet te gaar en
plakkerig worden?
Om te voorkomen dat mihoen te gaar wordt, kun je de noedels het beste
niet koken.
Idealiter wordt mihoen in een kom overgoten met kokend water. Van het vuur af dus. Zo mogen
de noedels enige minuten staan. Hoe lang precies, dat hangt af van de
dikte van de noedels en het merk. Ik schep ze meestal ook nog een paar
keer om, zodat ze tijdens het wellen mooi los worden.
Proef je noedels om te bepalen of ze goed gegaard zijn. Beetgaar is
voldoende, want je gaat ze na het wellen ook nog roerbakken. Zijn ze nog
te stevig van structuur bij het proeven, laat ze dan nog een paar
minuten langer in het hete water staan.
Doe de mihoen vervolgens over in een vergiet. Laat het hete water
wegstromen. Spoel de noedels goed af onder de koude kraan. Daardoor
verliezen ze niet alleen hun warmte - en kunnen ze dus niet ongewenst
doorgaren - maar ook overtollig (en plakkerig) zetmeel.
Leg de noedels daarna op een bakrooster. Zo kunnen ze een beetje drogen
en worden ze niet zompig.
Laat de noedels op het rooster liggen totdat je ze gaat
roerbakken.
5. Ik vind het soms onhandig om hele lange noedels te eten. Hoe maak ik
de noedels wat korter?
Te lange noedels kunnen inderdaad heel onhandig zijn. Niet alleen tijdens het
eten, maar ook al eerder, tijdens het roerbakken.
Daarom pak ik altijd een schaar als mijn noedels op het bakrooster liggen.
En ik knip ze op een paar plekken in stukken. Supermakkelijk en
efficiënt!
6. Waarom gaan er twee sojasauzen in de roerbaksaus en wat is het
verschil tussen de sauzen?
De basis voor dit van oorsprong Chinese gerecht wordt gevormd door 2
sojasauzen. Chinese sojasauzen om precies te zijn: de light soya sauce
(lichte sojasaus) en de dark soya sauce (donkere sojasaus).
Zou je een van deze sauzen kunnen weglaten uit het recept? Nou, liever
niet! Want ze hebben niet alleen een andere kleur, deze sauzen, ze smaken
ook heel anders.
Lichte sojasaus is dun en vloeibaar en heeft een lichtbruine kleur. Hij is
een beetje doorschijnend. De smaak is zout en umami. Lichte sojasaus heeft
bij gebruik niet veel invloed op de kleur van je gerecht.
Donkere sojasaus is veel dikker, viskeuzer. Hij is donkerbruin van kleur,
tegen het zwarte aan. Daardoor kleuren gerechten met donkere sojasaus ook
bruiner. Donkere sojasaus heeft een wat minder zoute, diepe, zoete,
karamelachtig smaak.
7. Wat is shoaxin wijn en wat kan ik ervoor in de plaats gebruiken als ik
hem niet kan kopen?
Shoaxin wijn is een Chinese rijstwijn, die zijn naam dankt aan de stad
waar hij vandaan komt.
De shoaxin wijn die je koopt in de Aziatische supermarkt is niet
bedoeld om te drinken. In veel gevallen is er een beetje zout aan
toegevoegd. Hij heeft een alcoholpercentage van ±15%.
Shoaxin wijn heeft een lichtzoete, nootachtige smaak, die een beetje
aan droge sherry doet denken.
In de roerbaksaus voor mihoen Singapore heb je maar een paar eetlepels
van deze wijn nodig. Wil je niet onnodig met de rest van de wijn in je
koelkast blijven zitten? Gebruik dan in plaats ervan die droge sherry
van hierboven. Grote kans dat je die toch al in huis hebt!
8. Welke soort currypoeder heb ik nodig voor mihoen Singapore?
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: het standaard
kerriepoeder uit de Nederlandse supermarkt is absoluut ongeschikt voor
mihoen Singapore!
Currypoeder is een mengsel van allerlei soorten specerijen en in elk land
of in elke regio wordt currypoeder op een andere manier
samengesteld.
Typische specerijen die je kunt aantreffen in kerriepoeders zijn
komijnzaad, korianderzaad, geelwortelpoeder, chilipoeder, kaneel, witte en
zwarte peper, kruidnagel, kardemom, steranijs en venkelzaad.
Om de meest authentieke smaak te krijgen voor je gerecht is het belangrijk
dat je een soort currypoeder gebruikt, die in de regio van oorsprong van
het gerecht ook wordt gebruikt.
Ga dus voor Chinees of Zuidoost-Aziatische currypoeder!
Zelf koop ik in mijn Aziatische supermarkt altijd vrij pikant Maleisisch currypoeder
met in verhouding veel venkelzaad en steranijs erin, specerijen die
populair zijn in de Chinese keuken.
9. Welk merk Maleisisch currypoeder is geschikt en waar kan ik dat
kopen?
Baba's Meat Curry Powder heeft volgens mij de ideale smaak om mihoen Singapore te maken (dit
blog is niet gesponsord). Ik heb altijd wel een paar zakjes op voorraad!
Handig: ik breng er ook andere Zuidoost-Aziatische gerechten mee op smaak,
zoals de in mijn gezin populaire
kari ayam, verrukkelijke Maleisische kipcurry, en curry puffs, fantastische
Maleisische kippasteitjes.
Baba's Meat Curry Powder is verkrijgbaar in veel toko's en Aziatische
supermarkten. Volg het rode linkje hierboven voor meer info.
10. Wat zijn mini-maïskolfjes?
Mini-maïskolfjes of babymaïskolfjes zijn echte maïskolfjes, die nog niet
rijp en volgroeid zijn. Ze worden al in een vroeg stadium geoogst als
ze nog maar een centimeter of tien lang zijn.
Mini-maïskolfjes kun je in zijn geheel eten. Hun smaak is lichtzoet en hun
structuur lekker knapperig.
Verse babymaïs wordt meestal geroerbakt of kort gekookt. De kolfjes lenen zich
bij uitstek voor gebruik in Aziatische gerechten. Vandaar dus dat ik ze
toevoeg aan mijn mihoen Singapore!
Vanwege hun gebruiksgemak heb ik in mijn recept gekozen voor
maïskolfjes uit blik. Die zijn al gaar. Je hoeft ze alleen nog maar in
stukjes te snijden en kort mee te wokken.
Blikjes met mini-maïs vind je gewoon in de Nederlandse supermarkt;
meestal staan ze niet bij de groenten, maar bij de oosterse
producten.
11. Kan ik ook andere groenten gebruiken dan die uit het recept?
Dat kan zeker! Je kunt je mihoen Singapore maken met
allerlei soorten groenten.
Maar er is wel een maar: wat ons betreft zijn de uien, de paprika's en de
bosui essentieel! Vervang die liever niet. Je zou zelfs mihoen Singapore
kunnen maken met alleen deze drie groenten. Koop er dan wel wat meer van.
De mini-maïskolfjes kun je vervangen door andere groenten. Denk daarbij aan
dunne plakjes champignons, schoongemaakte en in de lengterichting in
reepjes gesneden sugar snaps, stukjes bimi, in stukjes gesneden
kousenband, elleboogjes bleekselderij, erwtjes, wortelreepjes of taugé.
Niet allemaal tegelijk natuurlijk: één of twee soorten is voldoende.
12. Wat is char siu?
Ik schreef al eens eerder een blog over
char siu. Volg het rode linkje en lees er alles over.
Om kort te gaan: het gaat om heerlijk gekruid, geroosterd Chinees
varkensvlees.
Char siu is meestal gemaakt van vrij vet varkensvlees. Vanwege zijn
vetgehalte vinden wij het hier in huis altijd het lekkerste om de char
siu voor onze mihoen Singapore - na hem in reepjes of plakjes te hebben
gesneden - kort te roerbakken. Zo bakt het vet een beetje uit en worden
de stukjes vlees lekker krokant.
Na het bakken scheppen wij graag nog wat hoisinsaus door onze
char-siu-reepjes. Dat versterkt hun smaak. Voeg de char siu pas vlak
voor het serveren toe aan je mihoen Singapore, zodat het laagje
hoisinsaus lekker om de stukjes vlees heen blijft zitten en niet meteen
opgaat in de noedels.
13. Kan ik de char siu ook vervangen door ander vlees of kip?
Dat kan. Al moet ik erbij zeggen dat ik dat niet echt aanraad. Maar
misschien is het in jouw buurt moeilijk om char siu te kopen...
Je zou char siu eventueel kunnen vervangen door reepjes varkenshaas of
schouderkarbonade. Of door reepjes kip.
Roerbak het vlees dan even met wat zout totdat het krokant en gaar is.
Schep er ook nu weer vlak voor het serveren een paar eetlepels hoisinsaus
doorheen.
14. Wat is hoisinsaus?
Hoisinsaus
is een sojasaus uit de Kantonese keuken. Ik schreef er al eens eerder
over. Hij is bijna zwart van kleur en heel dik en stroperig. Hij is
heerlijk hartig, zout, intens en zoet van smaak.
Hoisinsaus is meestal gekruid met knoflook en behoorlijk wat Chinees
vijfkruidenpoeder met o.a. venkelzaad en steranijs. En die smaken
sluiten weer perfect aan bij het currypoeder dat ik gebruik voor mijn
mihoen Singapore!
15. Welke garnalen zijn het meest geschikt voor mihoen Singapore?
Het antwoord op deze vraag hangt een beetje af van je eigen smaak. Wij
vinden het lekker als we in heel veel happen een garnaaltje proeven.
Daarom kiezen we altijd voor kleine garnalen. Roze garnalen wel te
verstaan, Hollandse garnalen zijn niet zo geschikt voor Aziatische
gerechten.
Maar natuurlijk kun je ook grotere garnalen gebruiken. Ga wel voor gepelde
garnalen; anders is het wel heel onhandig eten.
Gare garnalen zijn het makkelijkste, omdat ze in no time klaar zijn.
16. Kan ik mihoen Singapore ook vooraf maken en later opwarmen?
Daar kan ik kort over zijn: nee!
Roerbakgerechten als mihoen Singapore danken hun charme met name aan hun
versheid. Alle ingrediënten moeten nog knapperig zijn als het gerecht op
tafel komt.
Maar gelukkig kost het niet zo veel tijd om Singapore noodles te
maken!
Zin in een hartige lunch met een goedgevuld broodje?
Behoefte aan een lichte avondmaaltijd met brood in plaats van met
aardappels/rijst/pasta?
Ga dan naar je vriezer en haal er wat van die luchtige
witte bollen met olijfolie
uit, die je een paar weken geleden hebt gebakken en ingevroren. Met mijn
recept van 4 februari. 😉 Haha, natuurlijk is elk lekker broodje van de bakker
ook goed, hoor!
Beleg je broodjes in elk geval met reepjes pittige, mediterraan gekruide kip,
knapperig verse groenten en romige knoflookmayonaise! Want die combi is echt
verrukkelijk!
Kijk: zó gaat je maaltijd er dan uitzien!
Zó maak je zelf mediterrane bollen met pittige kip, groenten en
knoflookmayonaise
8 à 12 snackpaprikaatjes in verschillende kleuren (de hoeveelheid is
afhankelijk van de maat van je paprikaatjes)
4 bosuitjes
2 kropjes babyromainesla
Bereiding:
Begin ruim op tijd met het marineren van de kip. Snijd het vlees daartoe
in kleine reepjes. Roer een marinade van de rest van de kipingrediënten.
Schep de marinade door de kipreepjes. Marineer het vlees gedurende
minimaal 1 uur. Een marinadetijd van 24 uur - dat is vaak makkelijker - is
zeker geen probleem: je kip wordt er alleen maar lekkerder van!
Bereid de knoflookmayonaise.
Verhit een grote koekenpan of hapjespan met anti-aanbaklaag. Extra olie
heb je niet nodig. Bak de kipreepjes met hun marinade op middelhoog vuur
in een paar minuten goudbruin en mooi krokant. Zorg er daarbij voor dat de
specerijen niet te heet worden en verbranden; dan kunnen ze bitter gaan
smaken. Schep de kip regelmatig om.
Snijd de paprikaatjes in kleine reepjes.
Snijd de bosuitjes diagonaal in ringetjes.
Was en droog de sla.
Snijd de broodjes open met een scherp mes (bij voorkeur zonder
karteltjes). Besmeer de snijkanten van de broodjes rijkelijk met de
knoflookmayonaise.
Leg op de onderkantjes achtereenvolgens een paar blaadjes romainesla, een
dikke laag gebakken kipreepjes, flink wat paprikareepjes en een handje
bosui.
Dek de belegde broodjes af met de kapjes. Serveer ze meteen.
Tips:
Wij gaan graag af en toe een beetje over de top. We bakken er dan een portie
verse friet
of
ovenfriet
bij. Zooo lekker! Een echte traktatie! Dan maken we ook meteen wat meer
knoflooksaus; om de frieten in te dippen! En we zetten een grote bak met extra salade
op tafel; met dezelfde groenten en dressing als op de broodjes.
Zijn je bosuitjes een beetje slap geworden? Leg ze een kwartiertje in
ijskoud water! Daarna zijn ze weer mooi stevig en krokant.
Als de voorraad witte bollen met olijfolie in mijn vriezer op is, gebruik ik
ook graag flatbread voor dit gerecht; de hoeveelheid beleg is voldoende voor
5 à 6 flatbreads. Een andere optie is Turks brood, pide; ik snijd het brood
in grote vierkanten, die ik beleg zoals de witte bollen.
Wij zijn als het warm is vooral dol op
maaltijdsalades. Die zijn heerlijk koel! Bovendien zit er in een keer alles in wat we
nodig hebben en lekker vinden: eiwitten als vlees, kip, vis, kaas of
peulvruchten, koolhydraten en natuurlijk heel veel crunchy groenten!
Maar we zeggen ook geen nee tegen - snelle -
pastagerechten. Door hun mediterrane smaken geven die ons een zomers gevoel!
Het recept van vandaag is een combi van allebei: het betreft een
maaltijdsalade mét pasta, een pastasalade!
Onze speciale pastasalade is fris, kruidig, hartig, lichtpikant en heel
aromatisch. De smaken van het Middellandse Zeegebied spatten ervanaf! Wij
maken hem met alleen de lekkerste ingrediënten:
al dente gekookte
orzo, de populaire pastasoort die eruitziet als rijst,
kleine reepjes malse kip, die we marineren in allerlei kruiden en
specerijen, olijfolie en citroensap, en daarna krokant bakken,
knapperige blokjes groene paprika,
fruitige cherrytomaatjes,
hartige Griekse kalamata-olijven,
lekker veel verse tuinkruiden
en een verfrissende dressing van citroensap, citroenrasp, een fijngehakte
Spaanse peper, een klein teentje knoflook en geurige extra vergine
olijfolie
Nieuwsgierig naar hoe deze verrassende orzosalade smaakt? Scrol snel door
naar het recept en maak hem zelf!
Zó maak je zelf makkelijk en snel pittige orzosalade met krokant gebakken
gemarineerde kip en lekker veel tuinkruiden en verse groenten
Ingrediënten voor een maaltijdsalade voor 4 personen:
Voor de
gemarineerde kip:
500 gram kipfilet of kippendijenfilet
3 eetlepels olijfolie
1 eetlepel citroensap
4 theelepels gedroogde oregano
4 theelepels gedroogde tijm
2 theelepels gedroogde basilicum
4 theelepels mild paprikapoeder
2 theelepels gemalen komijn (djintan)
1/3 theelepel pimentón (gerookt paprikapoeder)
1 teentje knoflook uit de pers
zout en versgemalen zwarte peper
Voor de orzo:
400 gram orzo
1 kippenbouillonblokje
zout
1 eetlepel olijfolie
Voor de salade:
1 groene paprika
5 bosuitjes
een flinke bos platte peterselie
1 Spaanse peper
100 gram kalamata-olijven zonder pit
1 teentje knoflook uit de pers
de rasp van 1 citroen
het sap van 1 à 2 citroenen
extra vergine olijfolie naar smaak
200 gram kleine cherrytomaatjes
Bereiding:
Begin met het marineren van de kip. Snijd het vlees daartoe in kleine
reepjes of blokjes. Roer een marinade van de rest van de kipingrediënten.
Schep de marinade door de kipblokjes. Marineer het vlees gedurende
minimaal 1 uur. Een marinadetijd van 24 uur - dat is vaak makkelijker - is
ook geen probleem; je kip wordt er alleen maar lekkerder van!
Verhit een grote koekenpan of hapjespan met anti-aanbaklaag. Bak daarin de
kipreepjes op middelhoog vuur in een paar minuten gaar en mooi krokant.
Zorg ervoor dat de specerijen niet te heet worden en verbranden; dan
kunnen ze bitter gaan smaken. Schep de kipreepjes tijdens het bakken
regelmatig om. Omdat er al olijfolie in de marinade zit, hoef je geen
extra vet toe te voegen tijdens het garen van de kip.
Kook de orzo beetgaar in een ruime hoeveelheid water waarin je het
bouillonblokje en wat zout naar smaak hebt opgelost. Proef de orzo af en
toe tijdens het kookproces, zodat je er zeker van bent dat hij niet te
gaar wordt. Giet de pasta af door een vergiet en spoel hem af met koud
stromend water.
Draai het vuur uit onder de kipreepjes die inmiddels klaar zijn. Voeg de
orzo samen met 1 eetlepel olijfolie toe aan de kipreepjes. Schep het
geheel goed om. Daarbij laten de aanbaksels in de pan los en vermengen
zich met de orzo, die daardoor heel smaakvol wordt.
Doe de pasta en de kipreepjes over in een ruime schaal. Laat de salade
afkoelen.
Snijd ondertussen de groene paprika in kleine blokjes. Snijd de bosuitjes
diagonaal in dunne ringetjes. Hak de peterselie grof. Verwijder de pitjes
en de zaadlijsten uit de Spaanse peper en hak het vruchtvlees fijn.
Voeg de paprikablokjes, de bosuitjes, de peterselie, de Spaanse peper, de
olijven, de knoflook en de citroenrasp toe aan de orzosalade.
Maak de salade stevig op smaak met het citroensap, een flinke scheut extra
vergine olijfolie en wat versgemalen zwarte peper. Proef de salade goed en
schep er eventueel ook nog wat zout doorheen.
Je kunt je salade nu meteen afmaken met de tomaatjes en serveren, maar het
is lekkerder om hem eerst nog een uurtje goed koud te laten worden in de
koelkast.
Halveer pas daarna de cherrytomaatjes en schep ze door je salade. Proef
nog een keer en voeg eventueel nog een klein beetje van een of meer van de
smaakmakers toe.
Tips:
Je zou je salade eventueel ook een dag voor het serveren al kunnen
maken. Dat kan handig zijn als je je salade wilt serveren tijdens een
feestje of als je hem mee wilt nemen voor een
picknick. Voeg wel pas vlak voor het serveren de cherrytomaatjes toe.
Leuk idee: verdeel de salade eens over kleine schaaltjes - of glaasjes
voor verrines - en serveer hem zo als hapje of amuse!
De salade slaat ook geen slecht figuur op een tafel vol met
share-gerechtjes
of
tapas!
Hij is kruidig. Hij
is fris, mosterdachtig. Hij is behoorlijk pittig. Hij is lichtzoet
met een ondertoon van karamel. Hij is rokerig.
En dat alles samen maakt hem tot een unieke
salade!
Vooral zijn rokerigheid is markant. Die sluit perfect aan bij de
rokerige smaken die ook gebarbecued vlees zo aantrekkelijk maken. Het is niet
voor niets dat wij onze nieuwe salade onlangs unaniem hebben gebombardeerd tot
onze go-to barbecuesalade!
Als ik dit schrijf zit ik stiekem al te dromen van een combi van deze salade
met gerechten als een feestelijke picanha uit de kamado met
Argentijnse chimichurri, een geroosterd hammetje of een beer can chicken... 😋
Zoals zo vaak bij een salade zit de truc hem in de juiste
dressing.
Op het eerste oog lijkt de dressing voor onze salade helemaal niet zo
uitzonderlijk: hij heeft veel weg van een klassieke vinaigrette. Een mengsel
dus van olie, azijn, mosterd en een zoetstof.
Alleen, wij maken in dit geval een niet-zo-doorsnee keuze waar het om de
zoetstof voor onze dressing gaat: dat moet en zal
maple syrup
zijn. In goed Nederlands: ahornsiroop. Want alleen die geeft die karamelachtige
diepgang waar we zo van houden.
Verder voegen we een aantal extra, nogal uitgesproken, smaakmakers toe aan
onze dressing: rokerige
pimentón
(Spaans gerookt paprikapoeder), aromatische knoflook, kruidige platte
peterselie en bieslook én een flinke hoeveelheid pikante
chilivlokken!
Heb jij voor de komende weekenden een zomerse BBQ in de planning staan? Dan
mag deze BBQ-salade met dus die speciale maple-syrup-dressing - én gemengde
sla met rucola én snackpaprikaatjes én bleekselderij - niet
ontbreken!
BBQ-salade met snackpaprikaatjes en bleekselderij en een rokerige, pittige
maple-syrup-dressing!
Ingrediënten voor een bijgerecht voor 3 à 4 personen:
Voor de salade:
150 gram gemengde bladsla met rucola
een bosje platte peterselie
8 snackpaprikaatjes in verschillende kleuren
2 à 3 stengels bleekselderij
Voor de maple-syrup-dressing:
2 eetlepels
maple syrup
(ahornsiroop; zie een van mijn eerdere blogs voor meer achtergrondinfo)
2 eetlepels balsamicoazijn
6 eetlepels extra vergine olijfolie
2 theelepels grove mosterd
±1/2 theelepel chilivlokken (meer mag ook: voor een nog pittigere salade!)
Doe alle ingrediënten voor de dressing in een lege jampot of een
mengbeker. Schud goed totdat er een gebonden dressing ontstaat.
Hak de peterselie grof.
Doe de sla samen met de peterselie in een grote kom.
Verwijder de pitjes en de zaadlijsten uit de paprikaatjes en snijd het
vruchtvlees in blokjes.
Snijd de selderijstengels in dunne elleboogjes.
Voeg de paprikablokjes en de selderij-elleboogjes toe aan
de sla.
Schenk de dressing over de salade en schep het geheel voorzichtig om.
Proef en bepaal of je misschien nog wat meer zout of chilivlokken zou
willen toevoegen.
Serveer de salade meteen.
Tips:
Ook als het regent kunnen wij het soms niet laten om deze salade op tafel
te zetten. Dan blijft de BBQ uit, maar toch genieten we: we scheppen onze
rokerige salade dan om met een flinke portie kant-en-klare gerookte kipfilet.
Die snijden we eerst in dunne reepjes. Zo smaakt de salade heerlijk als
vulling voor tortilla wraps of als beleg voor flatbreads!
Hou je van variatie en wil je ook eens een andere salade uitproberen bij je
BBQ? Ik schreef eerder al eens een
blog met allemaal salades die heerlijk smaken bij de BBQ. Maar liefst 20 stuks! Klik op het rode linkje voor alle recepten.
Laatst vroeg ik me af: is een avocado nu een vrucht of is het een
groente?
Ook nieuwsgierig? Ik zocht het voor je uit. En - natuurlijk - geef ik je na het antwoord op deze vraag een verrukkelijk recept met avocado!
De avocado bekeken door de ogen van plantkundigen
Volgens de plantkunde zijn vruchten plantendelen die zijn ontstaan uit
(bevruchte) bloemen. In vruchten bevinden zich zaden of pitten.
Als je uitgaat van de plantkundige definitie,
valt een avocado onder de vruchten: hij groeit uit de bevruchte
bloemen van de avocadoboom en hij heeft een pit.
Eenzelfde redenering geldt ook voor bijvoorbeeld tomaten, chilipepers en
paprika's: zij groeien uit bloemen en hebben zaadjes binnen in hun - de naam
zegt het al - vruchtvlees. Botanisch gezien zijn ook dat dus vruchten! Wist je
dat?
Maar. Zoals altijd is er een maar...
Je kunt ook vanuit een culinair perspectief naar een avocado kijken
De vraag die beantwoord moet worden luidt dan: welke rol speelt de avocado in de keuken? Bereiden en eten we met zijn allen die avocado normaal gesproken als vrucht/fruit of als groente?
Als avocadoliefhebber weet je het antwoord wel: avocado's eet je vrijwel altijd als groente. Omdat ze een hartige smaak hebben.
Je maakt er salades mee, je gebruikt ze als ingrediënt voor sauzen als guacamole, je belegt er je hartige sandwiches mee, etc. Je eet geen avocado's als toetje of garneert er je gebak mee...
Culinair gezien is een avocado dus een groente. En ja, tomaten, chilipepers en paprika's ook.
Maar nu weet je het nog niet: wat is die avocado nou, een vrucht of een groente?
Laat ik het maar meteen verklappen: een avocado is een groente!
Waarom?
Omdat die plantkunde van hierboven, die de avocado een vrucht noemt, de delen van planten op een andere manier indeelt dan dat de culinaire wereld dat doet.
Voor de plantkunde is het belangrijk welke functie de delen van planten vervullen voor die plant. Plantendelen als vruchten, stengels, bladeren en wortels: om een plant goed te laten groeien, hebben ze allemaal hun eigen functie. Ze zorgen voor de voortplanting, voor het opnemen van voeding uit de bodem, etc.
Hoe wij mensen die plantendelen vervolgens bereiden en eten, daar kijken plantkundigen niet naar. De plantkunde kent de term 'groente' helemaal niet.
De plantkunde maakt dus ook geen tweedeling tussen fruit en groente.
Maar in de keuken maken we dat verschil wel!
En dus kunnen we de vraag uit de inleiding van dit blog - is een avocado een vrucht of een groente? - alleen maar beantwoorden vanuit culinair oogpunt.
En dat hebben we hierboven net gedaan: de avocado is een groente!
Leuk weetje: in de keuken duiden we avocado's - binnen de grote groep groenten - aan als vruchtgroenten
Net zoals we bijvoorbeeld ook spreken van stengelgroenten, bladgroenten en wortelgroenten.
Met deze terminologie spelen we toch nog een beetje leentjebuur bij de plantkundige indeling die onze vrienden de botanisten maken. 😉
De al eerder genoemde tomaten, chilipepers en paprika's zijn eveneens vruchtgroenten.
Een beetje een ingewikkeld verhaal?
Ach, je hoeft je natuurlijk helemaal niets aan te trekken van al dat
terminologisch gefilosofeer.
Want wat is nou echt van belang als je aan tafel gaat? De smaak toch?!
Of avocado's nou vruchten, groenten of vruchtgroenten heten, ze zijn gewoon vreselijk lekker!
Zeker als je ze serveert zoals ik dat vaak doe. In reepjes gesneden, met een overheerlijke salsa als dressing.
En die salsa, die maak je dan weer van die andere vruchtgroenten. Jawel hoor: die tomaten, die
chilipepers en die paprika's!
Zo maak je zelf een heerlijke avocadosalade met tomaat-paprikasalsa!
Ingrediënten voor een feestelijke salade voor 6 à 8 personen:
6 à 8 rijpe, maar stevige avocado's
4 rijpe trostomaten
1 rode ui
2 ontvelde rode puntpaprika's (uit pot)
1 Spaanse peper
±40 gram platte peterselie
de blaadjes van 8 takjes basilicum
2 teentjes knoflook
1 eetlepel kappertjes
2 gave citroenen
1 eetlepel balsamicoazijn
zout en versgemalen zwarte peper naar smaak
extra vergine olijfolie
Bereiding:
Kruis het velletje van de tomaten in. Dompel de tomaten vervolgens ±20 seconden
onder in kokend water. Leg ze meteen daarna in ijskoud water. De
velletjes laten dan makkelijk los. Ontpit de tomaten. Snijd het vruchtvlees
met een koksmes in piepkleine blokjes. Doe de tomatenstukjes over in een kom.
Voor het vervolg van dit recept kun je de foodprocessor gebruiken, maar je
kunt de ingrediënten ook met een mes hakken; aan jou de keus.
Maak de ui schoon en hak hem zeer fijn; dat gaat het beste met behulp van
de pulsknop van je foodprocessor: hak de ui een paar seconden - stop -
hak weer een paar seconden - stop - etc. Ga door totdat de ui fijn
gesnipperd is, maar niet gepureerd. Voeg de uiensnippers bij de tomaten.
Hak de paprika's op dezelfde manier fijn en voeg de snippers toe aan het
tomatenmengsel.
De volgende ingrediënten kun je allemaal samen fijnhakken: de Spaanse
peper (verwijder eerst de zaadlijsten en de pitjes), de peterselie, de
basilicumblaadjes, de teentjes knoflook en de kappertjes. Voeg het mengsel
weer bij de tomaten.
Boen de citroenen goed schoon en rasp de schil boven de kom met de
salsa-ingrediënten. Rasp alleen het gele laagje van de citroenen, niet het
witte deel.
Vermeng alle ingrediënten goed.
Maak je tomaat-paprikasalsa af met de balsamicoazijn, wat zout, versgemalen zwarte peper en een flinke scheut olijfolie. Proef de salsa en
voeg eventueel nog wat extra azijn, zout en/of peper toe.
Snijd de avocado's elk in de lengterichting in 8 repen. Trek de
schilletjes eraf.
Leg de kromme avocadoreepjes als de spaken van een
wiel op een grote schaal; laat in het midden een rondje vrij (zie foto).
Leg in het midden van de schaal een grote bol salsa. Verdeel nog wat salsa
over de avocadoreepjes. Heb je nog een restje over? Zet dat in een
schaaltje los op tafel; zo kan ieder meer nemen als hij of zij dat
wil.
Serveer je avocadosalade meteen.
Tips:
Wil je je tomaat-paprikasalsa al ruim voor de maaltijd maken? Dat kan!
Bewaar de salsa in een goed afgesloten (jam)pot en zorg ervoor dat alle
gehakte ingrediënten zich onder de olijfolie bevinden.
Snijd je avocado's pas vlak voor het serveren, zodat ze niet de kans krijgen
bruin te kleuren.
Afgelopen weekend zaten wij achter een lekker bord erwtensoep!
'Erwtensoep? Midden in de zomer?' Ik hoor het je zo vragen...
OK, je hebt wel gelijk. Misschien moet ik deze soep niet 'erwtensoep'
noemen, maar eerder 'erwtjessoep'.
Want het ging niet om de bekende dikke, zware soep van gedroogde spliterwten.
Maar om een lichte, romige, vrolijke soep, gemaakt van zachte, kleine doperwtjes.
Gevuld met kleurrijke zomergroenten als maïskorrels, blokjes wortel en
gesnipperde snackpaprikaatjes.
Een soep die echt niet
misstaat op een zonovergoten terras!
Ga snel naar het recept hieronder en geniet!
Zó maak je zelf een romige doperwtjessoep met kleurrijke zomergroenten en
baconreepjes
Ingrediënten voor een voorgerecht voor ±8 personen of een maaltijdsoep voor 4
personen:
Voor de doperwtjessoep:
350 gram erwtjes, vers of uit de diepvries (voor de soep is diepvries net zo
lekker, maar dan wel veel goedkoper; gebruik liever geen erwtjes uit pot of
blik)
zout
3 eetlepels vloeibaar bak-en-braadproduct
250 gram magere bakbacon in plakjes
2 bosuitjes
±40 gram bladselderij
3 eetlepels bloem
±20 gram platte peterselie
±8 dl rundvleesbouillon (zelfgetrokken is het allerlekkerst, maar van
bouillonblokjes is ook prima)
1/8 liter slagroom, ongezoet en ongeklopt
1,5 eetlepel worcestersaus
1/2 theelepel kerriepoeder
versgemalen zwarte peper
een paar druppels tabasco
eventueel nog wat zout of bouillonpoeder
Voor het groentegarnituur:
200 gram wortel
100 gram (diepvries)erwtjes
150 gram gare maïs (uit blik of pot)
5 snackpaprikaatjes (een combi van rood, geel en oranje)
Bereiding:
Kook 350 gram erwtjes gaar in een beetje water met zout. Dat duurt maar
een paar minuten. Giet de erwtjes af.
Verhit ondertussen 1 eetlepel bak-en-braadproduct in een koekenpan en bak
hierin de plakjes bakbacon krokant.
Verhit de rest van het bak-en-braadproduct in een grote soeppan. Snijd de
bosuitjes in ringetjes. Fruit ze een paar minuten in het vet.
Snijd de bladselderij grof en voeg de kruiden toe aan de bosui.
Roer de bloem door de kruiden.
Doe de gare erwtjes, 75 gram van de bakbacon, de gefruite kruidenmix en de
peterselie in de foodprocessor en pureer alles tot zeer fijn. Voeg op het
laatst beetje bij beetje 3 deciliter van de bouillon toe.
Doe de gepureerde soep over in de soeppan. Roer er de rest van de bouillon
doorheen en verwarm de soep. De soep zal een klein beetje gaan binden.
Maak de soep op smaak met de room, de worcestersaus, het kerriepoeder, de
peper en de tabasco. Proef de soep en voeg eventueel nog wat extra zout of
- nog lekkerder - bouillonpoeder toe.
Nu wordt het tijd om je bezig te houden met het garnituur van je
doperwtjessoep. Snijd daartoe de resterende plakjes gebraden bacon in
reepjes.
Snijd de worteltjes in piepkleine blokjes.
Verwijder de pitjes en zaadlijsten uit de snackpaprikaatjes en snijd het
vruchtvlees in piepkleine blokjes.
Voeg eerst de erwtjes en de wortelblokjes toe aan de hete soep. De erwtjes
zijn binnen 3 minuten gaar. De wortelblokjes zullen ook een beetje garen
in die tijd, maar het is de bedoeling dat ze nog een beetje crunchy
blijven.
Roer als de erwtjes bijna gaar zijn de maïs en de paprikablokjes door de
soep. Warm de soep nog even goed door, maar niet te lang: ook de
paprikablokjes moeten heerlijk krokant blijven.
Op het allerlaatst voeg je de baconreepjes toe aan je doperwtjessoep.
Serveer de soep meteen.
Tips:
Je kunt deze soep al eerder voorbereiden als je dat wilt. Maak de soep af
tot en met stap 12 en bewaar hem na afkoeling in de koelkast. Voeg de
maïs, de paprikablokjes en de baconreepjes pas toe nadat je de soep weer
hebt opgewarmd.