En bestel je daar vaak mihoen Singapore, die fantastische currynoedels met hun rijke vulling van knapperig verse groenten, garnalen en geroosterd varkensvlees?
Dan heb ik vandaag goed nieuws voor je: mihoen Singapore kun je ook heel
makkelijk zelf thuis maken!
Denk je nu: dat geldt vast niet voor mij, dat kan ik niet? Niet zo onzeker!
Dat prachtige bordje Singapore noedels van de foto hieronder kun ook jij op
tafel zetten!
Lees snel door onder de foto voor het authentieke recept en de allerbeste tips
& tricks!
Zelf leerde ik de allerlekkerste mihoen Singapore maken toen ik jaren
geleden in Azië woonde
Niet in Singapore, maar in Maleisië.
Daar at ik de verrukkelijke noedels met hun kenmerkende currysmaak voor het
eerst in mijn favoriete restaurant - of eigenlijk meer mijn stamkroeg, want ik
kwam er minstens één keer per week. Ik schreef er al eens eerder over: ik heb
het over de
Piasau Boat Club
in Miri op het eiland Borneo.
Toen ik daar, een dag na aankomst in Maleisië, voor de eerste keer de kaart
bekeek, had ik geen idee wat ik moest bestellen. Van de meeste Aziatische
gerechten had ik nog nooit gehoord.
Maar een vriendin wist raad: "Ga voor de bee hoon Singapore style! Ideaal voor
beginners in de Zuidoost-Aziatische keuken!"
En ze had gelijk!
De dunne, beetgare, geroerbakte rijstnoedels met hun overdadige vulling van
groenten, reepjes geroosterd varkensvlees (char siu), garnalen en omelet en hun rijke smaak van curry/specerijen veroverden mijn
culinaire hart ter plekke!
En natuurlijk wilde ik graag weten hoe ik die noedels ook zelf kon
maken.
Het kostte me maanden om het recept te vervolmaken. Maar uiteindelijk slaagde
ik daarin. Althans volgens mijn - culinair toch niet zo onkritische -
gezin!
Vandaag deel ik mijn recept voor mihoen Singapore met jullie. Én ik geef
jullie meteen talloze tips om ook jullie noedels zo lekker mogelijk te maken.
Pas ze allemaal toe en geniet!
Hét recept voor de allerlekkerste zelfgemaakte mihoen Singapore!
Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 2 à 3 personen:
200 gram mihoen
2 eetlepels Chinese lichte sojasaus
1,5 eetlepel Chinese donkere sojasaus
2 eetlepels Chinese shoaxing wijn ofdroge sherry
2,5 eetlepel gembersiroop
1 eetlepel sesamolie
2,5 theelepel Maleisisch currypoeder (zie de antwoorden bij de vragen 8 en 9 onder het recept)
1 theelepel kurkuma/geelwortelpoeder
±1/2 tl zout
1 ui
1/2 rode paprika
1/2 groene paprika
100 gram gare mini-maïskolfjes (uit blik)
3 bosuitjes
150 gram
char siu
(Chinees gebarbecued varkensvlees; lees eventueel mijn eerdere blog over dit
heerlijke vlees en zie ook de antwoorden op de vragen 12 en 13 onder dit recept)
2 eieren
nog wat extra zout
versgemalen zwarte peper
5 eetlepels zonnebloemolie
2 teentjes knoflook uit de pers
2 eetlepels hoisinsaus
50 gram kleine gare roze garnalen
Bereiding:
Breng een ruime hoeveelheid water - minimaal 1,5 liter - aan de kook. Leg
de mihoen in een kom en giet het water eroverheen. Laat de noedels zo een
paar minuten staan. Proef dan even of ze gaar genoeg zijn; als ze net
beetgaar zijn, zijn ze klaar.
Giet de kom met mihoen leeg door een vergiet. Spoel de noedels af met koud
stromend water. Spreid ze daarna uit op een bakrooster. Zo stop je het
garingsproces en zorg je ervoor dat je noedels mooi droog worden.
Roer in een schaaltje een woksausje van alle ingrediënten vanaf de lichte
sojasaus tot en met de 1/2 theelepel zout.
Voordat je gaat wokken is het belangrijk dat alle groenten en het vlees
gesneden klaarstaan. Dan kun je snel doorwerken. Snijd de ui in dunne
kwart ringen. Snijd de paprika's in reepjes. Snijd de mini-maïskolfjes elk
in 3 à 4 stukjes. Snijd de bosuitjes diagonaal in dunne plakjes. Snijd de
char siu in kleine dunne plakjes of reepjes.
Verwarm een wok of een grote hapjespan met anti-aanbaklaag.
Klop de eieren los in een schaaltje samen met 2 eetlepels water en zout en
peper naar smaak. Verhit 1 eetlepel olie in de wok. Giet de eieren in de
wok en bak er onder af en toe omscheppen een roerei van. Schep het roerei
uit de wok.
Verhit nog eens 2 eetlepels zonnebloemolie in de wok. Fruit hierin eerst
de uien. Voeg na 2 à 3 minuten de paprikareepjes toe en wok die mee. Na
nog eens 2 minuten mogen de knoflook en de mini-maïskolfjes erbij. Wok de
groenten nog een minuut. Schep de beetgare groenten uit de wok en voeg ze
bij het roerei.
Verhit in een (andere) koekenpan 1 eetlepel zonnebloemolie. Roerbak hierin
de reepjes char siu gedurende 2 à 3 minuten totdat ze een beetje krokant zijn.
Draai het vuur uit en voeg er de garnalen aan toe. Roer de hoisinsaus
erdoorheen.
Verhit weer 1 eetlepel zonnebloemolie in de wok. Nu mogen bijna alle
ingrediënten samen in de wok: de gare noedels, het woksausje en het roerei
met de geroerbakte groenten. Roerbak het geheel kort totdat alle
ingrediënten heet zijn maar ondertussen toch knapperig vers blijven.
Voeg als laatste de char-siu-reepjes met de garnalen en de bosuitjes toe
aan je mihoen Singapore.
Proef je gerecht goed. Mag het voor jou nog wat hartiger smaken? Schep er
dan nog wat zout of lichte sojasaus doorheen. Extra zoetheid voeg je toe
in de vorm van nog een scheutje gembersiroop.
Serveer je mihoen Singapore meteen.
Heb je na dit recept nog vragen over mihoen Singapore? Hieronder vind
je alle antwoorden!
1. Komt het recept voor mihoen Singapore van oorsprong echt uit
Singapore?
Deze vraag heb ik niet voor niets opgenomen in deze lijst met vragen
over mihoen Singapore. Het antwoord luidt namelijk: nee!
De Singaporese keuken kent geen mihoengerecht op smaak gemaakt met
currypoeder! Wel kun je in Singapore overal gewokte noedels krijgen,
maar die hebben een heel ander smaakprofiel.
De rijstnoedels met curry, die wij kennen onder de naam mihoen
Singapore, schijnen van oorsprong uit Hongkong te komen. Waarschijnlijk
werden ze daar in het midden van de 20e eeuw bedacht. Het ging in die
tijd om een vrij mild gerecht.
In 1949 riep Mao Zedong de Volksrepubliek China uit. Veel Chinese
mensen ontvluchtten als gevolg daarvan China en Hongkong. Ze vestigden
zich onder andere in Singapore. Allicht namen ze hun recept voor gewokte
noedels mee in hun culinaire bagage.
De toenmalige Singaporese keuken kenmerkte zich door veel pittigere
gerechten dan de geïmporteerde Hongkongse noedels. En daar pasten de
nieuwkomers zich aan aan: langzaam maar zeker werden ook de gewokte
noedels uit Hongkong pikanter van smaak. Die pikante versie van de
Hongkongse noedels werden de 'noodles Singapore style'
genoemd!
Ondanks de aanpassing werd mihoen Singapore echter niet populair onder
niet-Chinese inwoners van Singapore. Je komt het gerecht vrijwel alleen
maar tegen in Chinese restaurants in de stadstaat.
En dus in heel veel Chinese restaurants in de rest van de wereld! Zeker
wij Nederlanders zijn er dol op!
2. Wat is mihoen?
Mihoen is een noedelsoort. Maar in tegenstelling tot de meeste soorten
noedels is mihoen niet gemaakt van tarwe, maar van
rijstbloem.
En ook nog van tapiocameel, xanthaangom, water, neutrale olie en een
beetje zout. Daar wordt een deegje van gemaakt. Dat deegje gaat vervolgens
in een aardappelpureeknijper met fijne gaatjes, een soort grote
knoflookpers.
Als je de pers dichtdrukt, komen er aan de onderkant dunne sliertjes deeg
uit. Die gaan direct vanuit de pers in een grote pan met kokend water.
Daarin garen ze binnen een minuut. Nog even afspoelen om het overtollige
zetmeel te verwijderen en dan zijn de noedels klaar om verder te
verwerken.
Nieuwsgierig om dit proces te zien? Bekijk dan het onderstaande filmpje.
Leuk!
3. Welke mihoen is het meest geschikt voor Singapore noedels?
In Aziatische supermarkten kun je mihoen kopen in alle soorten en maten.
Het meest opvallende verschil tussen de diverse merken is de dikte van de
noedels. Mihoen kan heel dun zijn, maar ook wat dikker.
Zelf werk ik het liefst niet met de allerdunste soorten mihoen. Ik kies
meestal voor een dikkere variant. Die is het makkelijkste te verwerken:
hij blijft mooi beetgaar van structuur en plakt niet.
4. Hoe bereid ik mihoen op een manier dat de noedels niet te gaar en
plakkerig worden?
Om te voorkomen dat mihoen te gaar wordt, kun je de noedels het beste
niet koken.
Idealiter wordt mihoen in een kom overgoten met kokend water. Van het vuur af dus. Zo mogen
de noedels enige minuten staan. Hoe lang precies, dat hangt af van de
dikte van de noedels en het merk. Ik schep ze meestal ook nog een paar
keer om, zodat ze tijdens het wellen mooi los worden.
Proef je noedels om te bepalen of ze goed gegaard zijn. Beetgaar is
voldoende, want je gaat ze na het wellen ook nog roerbakken. Zijn ze nog
te stevig van structuur bij het proeven, laat ze dan nog een paar
minuten langer in het hete water staan.
Doe de mihoen vervolgens over in een vergiet. Laat het hete water
wegstromen. Spoel de noedels goed af onder de koude kraan. Daardoor
verliezen ze niet alleen hun warmte - en kunnen ze dus niet ongewenst
doorgaren - maar ook overtollig (en plakkerig) zetmeel.
Leg de noedels daarna op een bakrooster. Zo kunnen ze een beetje drogen
en worden ze niet zompig.
Laat de noedels op het rooster liggen totdat je ze gaat
roerbakken.
5. Ik vind het soms onhandig om hele lange noedels te eten. Hoe maak ik
de noedels wat korter?
Te lange noedels kunnen inderdaad heel onhandig zijn. Niet alleen tijdens het
eten, maar ook al eerder, tijdens het roerbakken.
Daarom pak ik altijd een schaar als mijn noedels op het bakrooster liggen.
En ik knip ze op een paar plekken in stukken. Supermakkelijk en
efficiënt!
6. Waarom gaan er twee sojasauzen in de roerbaksaus en wat is het
verschil tussen de sauzen?
De basis voor dit van oorsprong Chinese gerecht wordt gevormd door 2
sojasauzen. Chinese sojasauzen om precies te zijn: de light soya sauce
(lichte sojasaus) en de dark soya sauce (donkere sojasaus).
Zou je een van deze sauzen kunnen weglaten uit het recept? Nou, liever
niet! Want ze hebben niet alleen een andere kleur, deze sauzen, ze smaken
ook heel anders.
Lichte sojasaus is dun en vloeibaar en heeft een lichtbruine kleur. Hij is
een beetje doorschijnend. De smaak is zout en umami. Lichte sojasaus heeft
bij gebruik niet veel invloed op de kleur van je gerecht.
Donkere sojasaus is veel dikker, viskeuzer. Hij is donkerbruin van kleur,
tegen het zwarte aan. Daardoor kleuren gerechten met donkere sojasaus ook
bruiner. Donkere sojasaus heeft een wat minder zoute, diepe, zoete,
karamelachtig smaak.
7. Wat is shoaxin wijn en wat kan ik ervoor in de plaats gebruiken als ik
hem niet kan kopen?
Shoaxin wijn is een Chinese rijstwijn, die zijn naam dankt aan de stad
waar hij vandaan komt.
De shoaxin wijn die je koopt in de Aziatische supermarkt is niet
bedoeld om te drinken. In veel gevallen is er een beetje zout aan
toegevoegd. Hij heeft een alcoholpercentage van ±15%.
Shoaxin wijn heeft een lichtzoete, nootachtige smaak, die een beetje
aan droge sherry doet denken.
In de roerbaksaus voor mihoen Singapore heb je maar een paar eetlepels
van deze wijn nodig. Wil je niet onnodig met de rest van de wijn in je
koelkast blijven zitten? Gebruik dan in plaats ervan die droge sherry
van hierboven. Grote kans dat je die toch al in huis hebt!
8. Welke soort currypoeder heb ik nodig voor mihoen Singapore?
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: het standaard
kerriepoeder uit de Nederlandse supermarkt is absoluut ongeschikt voor
mihoen Singapore!
Currypoeder is een mengsel van allerlei soorten specerijen en in elk land
of in elke regio wordt currypoeder op een andere manier
samengesteld.
Typische specerijen die je kunt aantreffen in kerriepoeders zijn
komijnzaad, korianderzaad, geelwortelpoeder, chilipoeder, kaneel, witte en
zwarte peper, kruidnagel, kardemom, steranijs en venkelzaad.
Om de meest authentieke smaak te krijgen voor je gerecht is het belangrijk
dat je een soort currypoeder gebruikt, die in de regio van oorsprong van
het gerecht ook wordt gebruikt.
Ga dus voor Chinees of Zuidoost-Aziatische currypoeder!
Zelf koop ik in mijn Aziatische supermarkt altijd vrij pikant Maleisisch currypoeder
met in verhouding veel venkelzaad en steranijs erin, specerijen die
populair zijn in de Chinese keuken.
9. Welk merk Maleisisch currypoeder is geschikt en waar kan ik dat
kopen?
Baba's Meat Curry Powder heeft volgens mij de ideale smaak om mihoen Singapore te maken (dit
blog is niet gesponsord). Ik heb altijd wel een paar zakjes op voorraad!
Handig: ik breng er ook andere Zuidoost-Aziatische gerechten mee op smaak,
zoals de in mijn gezin populaire
kari ayam, verrukkelijke Maleisische kipcurry, en curry puffs, fantastische
Maleisische kippasteitjes.
Baba's Meat Curry Powder is verkrijgbaar in veel toko's en Aziatische
supermarkten. Volg het rode linkje hierboven voor meer info.
10. Wat zijn mini-maïskolfjes?
Mini-maïskolfjes of babymaïskolfjes zijn echte maïskolfjes, die nog niet
rijp en volgroeid zijn. Ze worden al in een vroeg stadium geoogst als
ze nog maar een centimeter of tien lang zijn.
Mini-maïskolfjes kun je in zijn geheel eten. Hun smaak is lichtzoet en hun
structuur lekker knapperig.
Verse babymaïs wordt meestal geroerbakt of kort gekookt. De kolfjes lenen zich
bij uitstek voor gebruik in Aziatische gerechten. Vandaar dus dat ik ze
toevoeg aan mijn mihoen Singapore!
Vanwege hun gebruiksgemak heb ik in mijn recept gekozen voor
maïskolfjes uit blik. Die zijn al gaar. Je hoeft ze alleen nog maar in
stukjes te snijden en kort mee te wokken.
Blikjes met mini-maïs vind je gewoon in de Nederlandse supermarkt;
meestal staan ze niet bij de groenten, maar bij de oosterse
producten.
11. Kan ik ook andere groenten gebruiken dan die uit het recept?
Dat kan zeker! Je kunt je mihoen Singapore maken met
allerlei soorten groenten.
Maar er is wel een maar: wat ons betreft zijn de uien, de paprika's en de
bosui essentieel! Vervang die liever niet. Je zou zelfs mihoen Singapore
kunnen maken met alleen deze drie groenten. Koop er dan wel wat meer van.
De mini-maïskolfjes kun je vervangen door andere groenten. Denk daarbij aan
dunne plakjes champignons, schoongemaakte en in de lengterichting in
reepjes gesneden sugar snaps, stukjes bimi, in stukjes gesneden
kousenband, elleboogjes bleekselderij, erwtjes, wortelreepjes of taugé.
Niet allemaal tegelijk natuurlijk: één of twee soorten is voldoende.
12. Wat is char siu?
Ik schreef al eens eerder een blog over
char siu. Volg het rode linkje en lees er alles over.
Om kort te gaan: het gaat om heerlijk gekruid, geroosterd Chinees
varkensvlees.
Char siu is meestal gemaakt van vrij vet varkensvlees. Vanwege zijn
vetgehalte vinden wij het hier in huis altijd het lekkerste om de char
siu voor onze mihoen Singapore - na hem in reepjes of plakjes te hebben
gesneden - kort te roerbakken. Zo bakt het vet een beetje uit en worden
de stukjes vlees lekker krokant.
Na het bakken scheppen wij graag nog wat hoisinsaus door onze
char-siu-reepjes. Dat versterkt hun smaak. Voeg de char siu pas vlak
voor het serveren toe aan je mihoen Singapore, zodat het laagje
hoisinsaus lekker om de stukjes vlees heen blijft zitten en niet meteen
opgaat in de noedels.
13. Kan ik de char siu ook vervangen door ander vlees of kip?
Dat kan. Al moet ik erbij zeggen dat ik dat niet echt aanraad. Maar
misschien is het in jouw buurt moeilijk om char siu te kopen...
Je zou char siu eventueel kunnen vervangen door reepjes varkenshaas of
schouderkarbonade. Of door reepjes kip.
Roerbak het vlees dan even met wat zout totdat het krokant en gaar is.
Schep er ook nu weer vlak voor het serveren een paar eetlepels hoisinsaus
doorheen.
14. Wat is hoisinsaus?
Hoisinsaus
is een sojasaus uit de Kantonese keuken. Ik schreef er al eens eerder
over. Hij is bijna zwart van kleur en heel dik en stroperig. Hij is
heerlijk hartig, zout, intens en zoet van smaak.
Hoisinsaus is meestal gekruid met knoflook en behoorlijk wat Chinees
vijfkruidenpoeder met o.a. venkelzaad en steranijs. En die smaken
sluiten weer perfect aan bij het currypoeder dat ik gebruik voor mijn
mihoen Singapore!
15. Welke garnalen zijn het meest geschikt voor mihoen Singapore?
Het antwoord op deze vraag hangt een beetje af van je eigen smaak. Wij
vinden het lekker als we in heel veel happen een garnaaltje proeven.
Daarom kiezen we altijd voor kleine garnalen. Roze garnalen wel te
verstaan, Hollandse garnalen zijn niet zo geschikt voor Aziatische
gerechten.
Maar natuurlijk kun je ook grotere garnalen gebruiken. Ga wel voor gepelde
garnalen; anders is het wel heel onhandig eten.
Gare garnalen zijn het makkelijkste, omdat ze in no time klaar zijn.
16. Kan ik mihoen Singapore ook vooraf maken en later opwarmen?
Daar kan ik kort over zijn: nee!
Roerbakgerechten als mihoen Singapore danken hun charme met name aan hun
versheid. Alle ingrediënten moeten nog knapperig zijn als het gerecht op
tafel komt.
Maar gelukkig kost het niet zo veel tijd om Singapore noodles te
maken!
cajun-stijl gebakken
kruidenrijst
met groenten en cashewnoten
gebakken
rijst met een Grieks tintje: met gehakt, tomaten, knoflook, oregano, platte peterselie en geraspte
citroenschil
Hoe verschillend zijn al die gerechten!
Vandaag wil ik daar een bijzonder recept aan toevoegen: eentje voor pittige, lichtzoete, Chinese gebakken rijst met char siu en groenten!
Heb je nog nooit gehoord van char siu? Dan mis je wat!
Char siu (spreek uit: tsjaa soe) is - niet al te mager - varkensvlees dat
eerst wordt gemarineerd in een mengsel van smaakmakers als hoisinsaus, suiker,
Chinese rijstwijn, lichte sojasaus, honing, oestersaus, rodebietenpoeder,
knoflook en vijfkruidenpoeder. Daarna wordt het vlees gegaard op de barbecue.
Toen we in Maleisië woonden, konden we het overal kopen onder de naam 'Chinese
barbecue pork'. Overigens behoort een garing in de oven ook tot de
mogelijkheden.
Ook in Nederland kun je geweldige kant-en-klare char siu kopen. Vraag er maar
eens naar in je Aziatische supermarkt. Veel supermarkten roosteren je char siu zelfs vers voor je!
Zelf maken is ook een optie: waag je eens aan het verrukkelijk recept van
Marion's Kitchen. Of dat van
Rasa Malaysia! Om van te watertanden!
Voor nu: scrol snel door naar mijn nieuwe gebakken-rijst-recept mét die char siu! Ga ermee aan
de slag en geniet!
Zo maak je snel en makkelijk Chinese gebakken rijst met char siu
Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 4 personen:
500 gram langkorrelrijst
water
zout
2 eieren
5 eetlepels zonnebloemolie
4 à 5 eetlepels hoisinsaus
5 eetlepels gembersiroop
2 à 3 eetlepels Chinese donkere sojasaus
1 teentje knoflook uit de pers
2 à 3 theelepels sambal badjak
±500 gram char siu
125 gram taugé
6 bosuitjes
1 Spaanse peper
Bereiding:
Kook de rijst in water met een mespunt zout. Je hebt maar heel weinig
zout nodig, want je maakt je rijst straks nog op smaak met twee soorten
sojasaus, die ook zout bevatten. Ik gebruik voor het koken van de rijst
het liefst een rijstkoker; heb je die niet, volg dan de instructies op
de verpakking van de rijst. Laat de rijst afkoelen.
Verhit 1 eetlepel zonnebloemolie in een wok of hapjespan met
anti-aanbaklaag. Klop de eieren los met 2 eetlepels water, een beetje
zout en 1/4 theelepel van de sambal badjak. Bak van de eieren een roerei
(heb je niet veel ervaring met het bakken van
roereieren, klik dan even door naar één van mijn eerdere blogs). Schep het roerei
uit de pan en bewaar het ei voor later.
Verhit nog eens 2 eetlepels zonnebloemolie in de wok of pan. Voeg de
rijst toe aan de olie en schep het geheel goed om. Bak de rijst
gedurende ±10 minuten in de olie. Voeg daarbij 2 à 3 eetlepels
hoisinsaus, 5 eetlepels gembersiroop, 2 à 3 eetlepels donkere sojasaus,
de knoflook en ±2 theelepels sambal badjak toe. Schep de rijst tijdens
het bakken regelmatig om.
Snijd ondertussen de char siu in kleine, dunne reepjes of plakjes. Verhit
in een andere pan de resterende 2 eetlepels zonnebloemolie. Roerbak
hierin de vleesreepjes. Voeg na een paar minuten de resterende 2 eetlepels
hoisinsaus toe en schep het geheel nog even om. Schep de char
siu uit de pan.
Snijd de bosuitjes in dunne schuine ringetjes. Verwijder de pitjes en de
zaadlijsten uit de Spaanse peper en snipper het vruchtvlees fijn. Voeg
de ringetjes bosui samen met de pepersnippers en de taugé toe aan de
gebakken rijst. Bak de groenten 2 minuten mee.
Schep vlak voor het serveren de warme reepjes char siu door de Chinese
gebakken rijst. Proef het geheel en voeg eventueel nog een beetje
hoisinsaus, sojasaus en/of sambal toe.
Serveer je Chinese rijst met char siu meteen.
Tips:
Deze rijst smaakt misschien nog wel lekkerder als je er vlak voor het
serveren of aan tafel kant-en-klare gefruite uitjes doorheen schept!
Erbij serveer ik graag roerbakgroenten op smaak gemaakt met knoflook,
hoisinsaus, donkere sojasaus en sambal badjak. En er staat altijd een
flinke kom pikante cassavekroepoek op tafel!
Mijn kindertijd. Hij ligt inmiddels al een aantal decennia achter me.
Maar toch, sommige gewoontes uit die tijd zijn nog altijd springlevend! Dan
heb ik het natuurlijk alleen over de leuke gewoontes, dat begrijp je! 😉
Eén daarvan komt jou misschien ook wel bekend voor: bij elke maaltijd bewaar
ik - bijna dwangmatig - het aller- allerlekkerste hapje voor het aller-
allerlaatst!
En dat hapje zoek ik zorgvuldig uit.
Het zachtste stukje biefstuk of juist het krokantste hapje
wienerschnitzel, het kontje van het
gehaktbrood
met dat extra dikke korstje, een lekker dikke friet, het kipspiesje met de mooiste grillstreepjes, het meest malse stukje
stoofvlees
(mét nog een flinke lik jus!), een crispy
ovenaardappeltje, het knapperige randje van een
aardappelpannenkoekje, de grootste gegrilde garnaal, een stukje
pasta
met nog wat gesmolten kaas erop...
Echt het neusje van de zalm, zeg maar.
Valt je iets op in die opsomming? Het allerlekkerste van mijn maaltijd, dat is
niet zo heel vaak een groente. Over kindergewoontes gesproken...
Maar gisteren brak ik met dat patroon. Op mijn bord lagen de volgende drie
hapjes:
één hap van mijn sappige, beetgaar geroerbakte Italiaanse groenten op
smaak gemaakt met tomaat, een snufje knoflook en heel veel verse
tuinkruiden
Het keuzemoment was aangebroken.
En toen verbaasde ik mezelf: ik at mijn hapjes op van rechts naar links.
Het frietje eerst, daarna volgde de worst en... de roerbakgroenten, die wonnen
het! Die hadden de grote eer het laatste hapje van de maaltijd te
worden!
Kun je nagaan hoe lekker het recept van vandaag, dat voor die Italiaanse
roerbakgroenten, is!
Zo maak je in een handomdraai Italiaanse roerbakgroenten met
tuinkruiden!
Ingrediënten voor een groentegerecht voor 4 personen:
2 eetlepels olijfolie
3 uien
2 grote rode paprika's met dik vruchtvlees (blokpaprika's; zie de tip
onder het recept)
3 eetlepels versgehakte basilicumblaadjes (liever niet vervangen door
gedroogde basilicum)
een scheutje extra vergine olijfolie
nog wat extra basilicumblaadjes voor de garnering
Bereiding:
Snijd de uien in dunne kwart ringen. Verhit de olijfolie in een hete wok
of hapjespan. Fruit de uienringen 5 minuten in de olie. Schep ze af en toe om. Ze moeten een
beetje bruin kleuren.
Hak het knoflookteentje fijn en bak de knoflook de laatste halve minuut
mee. Schep de uien uit de pan.
Snijd ondertussen de paprika's in reepjes. Bak de paprikareepjes 5 minuten
onder regelmatig omscheppen aan. Het is de bedoeling dat de paprikareepjes
her en der wat bruin bakken (zie foto), maar niet helemaal doorgaren; ze
moeten beetgaar blijven. Houd het vuur hoog.
Hak de verse kruiden.
Voeg alle ingrediënten vanaf de tomatenblokjes tot en met de gehakte
basilicumblaadjes toe aan het groentegerecht. Schep ook de uienringen
erdoorheen. Verwarm alles goed. Vind je de saus te dik? Met een scheutje
water maak je hem wat vloeibaarder.
Proef het gerecht en voeg eventueel nog wat zout, peper, poedersuiker, basamicoazijn of
een beetje extra van de kruiden toe.
Draai het vuur uit en roer nog een lekkere scheut koude extra vergine
olijfolie door je roerbakgroenten.
Garneer je Italiaanse roerbakgroenten met een handje mooie
basilicumblaadjes en serveer ze meteen.
Tips:
Als je paprikareepjes roerbakt is het belangrijk dat ze na het bereiden
nog steeds lekker knapperig en sappig zijn. Dat resultaat bereik je het
beste als je werkt met paprika's die dik vruchtvlees hebben. Die worden
minder snel door en door gaar en blijven dus krokanter. En de velletjes
gaan tijdens het roerbakken niet loslaten. Puntpaprika's hebben altijd wat dunner vruchtvlees; koop voor dit recept dus blokpaprika's.
Misschien vraag je je af: hoe koop je van die blokpaprika's met dik
vruchtvlees? De dikte van het vruchtvlees zie je immers niet aan de buitenkant en er zijn ook overal paprika's te koop met dunner vruchtvlees. Een goede groenteman kan je hierover advies geven. Koop je je
paprika's het liefst in de supermarkt? Weeg de verschillende soorten
paprika's dan - op de weegschaal of in je handen. De zwaarste paprika's -
van dezelfde maat - bevatten het meeste vruchtvlees. Bonus: zware
paprika's zijn ook nog eens lekker vers en niet uitgedroogd of
gerimpeld!
Ik gebruik graag verse kruiden voor mijn Italiaanse roerbakgroenten. Die
hebben extra veel smaak. Basilicum en tijm kun je tegenwoordig in vrijwel
elke supermarkt vers kopen. Heb je de keuze tussen hele kruidenplantjes of
pakjes met maar een paar takjes, kies dan voor de plantjes. Die kun je nog
wekenlang goed houden op je vensterbank en steeds weer opnieuw gebruiken.
Marjolein kun je vaak bestellen bij je groenteman. Of kweek je eigen
marjolein in je tuin of op je balkon! Verse marjolein is fantastisch van
smaak. Behalve voor dit roerbakgerecht gebruik ik hem ook voor het kruiden
van de kalfsgehaktworstjes die wij bij de roerbakgroenten aten! Extra tip:
strooi ook eens wat verse marjolein over je
oventomaatjes
of je
gebakken aardappeltjes. Of maak je er je
Italiaanse stoofvlees, je tomatensoep
of je gemarineerde feta
mee op smaak. Bij ons in huis gaat een restje marjolein altijd op!
Vind je het vreemd om suiker toe te voegen aan een hartig gerecht als deze
roerbakgroenten? Bedenk: tomaten smaken altijd een beetje zoet. Het ene
merk tomaten in blik is echter minder zoet van smaak dan het andere. Door
een beetje suiker toe te voegen kun je hiervoor corrigeren. Gebruik het
liefst poedersuiker; die lost snel op in de saus. Proef hoeveel suiker je
nodig vindt.
Als je mijn blog boven het recept gelezen hebt, dan begrijp je: met deze
roerbakgroenten maak je van elke mediterrane maaltijd een feestje! Dus wat let je om
je groenten te combineren met andere extra feestelijke gerechten? Ik deed
je al de suggestie aan de hand voor een combi van
kalfsgehaktworstjes met marjolein
en
ovenfrietjes. Maar denk ook eens aan:
Of lees eerst nog even waarom wij dit gerecht de curieuze naam 'modderbami'
meegaven...
Culturele smeltkroes Maleisië
Als je mijn blog een beetje volgt, dan weet je het misschien al: in de jaren
'90 woonde ik een paar jaar in Maleisië.
Een bijzonder land. Met name omdat het een smeltkroes is van allerlei
Aziatische culturen. Een groot deel van de bevolking - maar liefst 40% - is
van oorsprong niet afkomstig uit het land zelf!
De grootste groep migranten is van Chinese komaf. Maar liefst één op de vier
Maleisiërs is Chinees. De eerste Chinezen arriveerden al eeuwen geleden in het
gebied.
De Chinese (eet)cultuur in Maleisië
Ik kan me nog goed herinneren dat ik op een middag zat te praten met een
Maleisische vriendin. 'Vertel me eens wat meer over dat Nederland waar jij
vandaan komt,' vroeg ze belangstellend.
En dus barstte ik los. Alle bekende clichés passeerden de revue: de platte,
groene weien met zwartbonte koeien, het vele water, de molens, de steden met
hun grachten en de bijbehorende grachtenpanden, de bloembollenvelden, het
koele weer, de nuchtere, relatief lange, vaak blonde mensen...
Op dat moment onderbrak ze me: 'Wonen er dan geen Chinezen in Nederland? Of
anders gezegd: hoeveel Chinezen wonen er überhaupt in Nederland?'
Oeh, die kennis had ik niet zomaar paraat. Begrijp me goed: we hebben het nu
over het pre-digitale tijdperk. Hm... ik schatte het aantal op enkele
tienduizenden.
Haar mond zakte open van verbazing: 'Maar zó weinig?!'
Wat bleek? Ze kon zich nog beter een voorstelling maken van een koud land vol
met koeien, molens, grachten en tulpen dan van een land waarin je niet op elke
straathoek een Chinees tegenkwam...
Tijdens die paar jaar in Maleisië maakte ik - weliswaar op kleine schaal, maar
toch - kennis met een cultuur die ik in eerste instantie in dat land niet had
verwacht: de Chinese. En daarbij ging mijn grootste interesse uit naar de
eetcultuur, dat begrijp je. Al snel ontdekte ik dat echt Chinees eten heel
anders smaakte dan de gerechten die ik tot dan toe kende uit het doorsnee
Nederlandse Chinese restaurant.
Fantastisch Chinees eten
In Chinese restaurants in mijn woonplaats en in de hoofdstad Kuala Lumpur aten
mijn gezin en ik verrassende, heerlijk verse gerechten.
En op de inheemse markten en in de supermarkten kochten we geweldige - voor
ons toen helemaal nieuwe - Chinese producten.
Vanzelfsprekend sloeg ik daarmee aan het experimenteren!
Het was in die tijd dat ik voor het eerst hoisinsaus proefde, de saus die
typerend is voor de smaak van het gerecht dat ik je vandaag ga voorschotelen.
Hij vormt het hoofdbestanddeel van de roerbaksaus die door mijn Chinese bami
gaat!
Wat is hoisinsaus?
Ik kan me goed voorstellen dat je nog nooit van hoisinsaus hebt gehoord.
Hoisinsaus is een een dikke, donkere, kruidige saus. Een soort sojasaus; de
basis wordt gevormd door gefermenteerde sojabonenpasta.
Verder zit er wat suiker (of honing) in. En rijstazijn, (zwarte) peper,
knoflook en sesamolie. En
Chinees vijfkruidenpoeder
(steranijs, venkelzaad, kaneel, Szechuan peper en kruidnagel); of soms alleen
maar de eerste van die vijf kruiden, steranijs. Als je hoisinsaus proeft,
besef je meteen dat met name die steranijs essentieel is voor de smaak van de
saus.
Even terzijde: het is niet vreemd dat steranijs zo'n belangrijk ingrediënt is
in een typisch Chinese saus als hoisin. Steranijs is één van de meest
gebruikte specerijen in de Chinese keuken. Vandaar dus dat de prachtige
stervormige specerij in Maleisië overal volop te koop is. In elke supermarkt
en op elke markt.
En dat ruik je als je over zo'n markt loopt!
Nu ik dit blog schrijf, overkomt het me weer: denk ik alleen al aan een
Maleisische (super)markt, dan ruik ik in mijn hoofd alweer de steranijs. Het
dropachtige aroma domineert in het land soms zelfs hele winkelcentra.
Belangrijk: geen enkel merk hoisinsaus smaakt hetzelfde. Het ene merk is
zoeter, het andere zouter en weer een ander kruidiger. Daarom raad ik je aan:
probeer zelf wat verschillende merken uit en bepaal welke soort jouw favoriet
is!
Krokante speklapjes met een Chinees sausje
Sinds we in Maleisië voor het eerst hoisinsaus proefden, is de saus niet meer
weg te denken uit onze keuken.
Zo voegen we altijd een paar lepels hoisinsaus toe aan onze marinade voor
spareribs.
Haha, zo noemen wij hier in huis onze Chinese bami! Die heeft - door de
toevoeging van een roerbaksausje op basis van de donkere, bijna zwarte hoisin
- een wat bruinere kleur dan de gebruikelijke bami goreng.
'Jasses, wat een modderige bami!', oordeelde mijn zevenjarige dochter toen ik
voor het eerst deze bami op tafel zette.
En ze trok een vies gezicht...
... totdat ze - héél voorzichtig - een hapje proefde!
'Wat is dít lekker! Wil je deze modderbami op mijn verjaardag maken?'
Hoezeer de bami ook in de smaak viel, het 'kwaad' was met die uitspraak al
geschied: het woord 'modderbami' is daarna nooit meer verdwenen uit ons
culinaire woordenboek!
Maar Petra kon op me rekenen: op haar achtste verjaardag aten we
modderbami!
Een gezond verjaarsdagsmaaltje!
Zeker weten: modderbami bevat heel veel verse groenten. Prei, twee kleuren
paprika, worteltjes, bosui, taugé, Spaanse peper...
En behalve hoisinsaus gaan er nog meer karakteristieke smaakmakers in:
gembersiroop, sesamolie, knoflook, sambal manis. En een extra schepje
vijfkruidenpoeder - mét steranijs - om het gerecht helemaal op en top Chinees
te maken!
Tegenwoordig zijn al deze ingrediënten verkrijgbaar in elke supermarkt;
gewoon, elke Néderlandse supermarkt! Ook na onze jaren in Maleisië verschijnt
Chinese bami dus vaak bij ons op tafel. En niet alleen op verjaardagen. 😉
Bonus: mijn Chinese bami is niet alleen erg lekker, het recept ervoor is
ook nog eens supermakkelijk!
En snel. En duidelijk. Geen kwestie dus van uren in de keuken staan en maar
wat aanmodderen!
Daarom verdient dit recept absoluut een plekje op mijn blog. Hoe meer mensen
ik er blij mee kan maken, hoe beter! Misschien ook jou wel.
Veel plezier!
Snel recept: Chinese bami met veel verse groenten en hoisinsaus
Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 3 personen:
Voor de noedels:
250 gram eiernoedels
2 eetlepels zonnebloemolie
2 eieren
zout en versgemalen zwarte peper
250 gram varkensgehakt (of half-om-half gehakt als dat makkelijker te
krijgen is)
Gaar de eiernoedels volgens de gebruiksaanwijzing op de verpakking. Voor
mijn merk noedels kook ik eerst 2 liter water en daarna draai ik het
vuur uit. De noedels mogen 5 minuten wellen in het hete water totdat ze
beetgaar zijn. Dan spoel ik ze meteen in een vergiet af met koud
stromend water.
Verhit ondertussen 1 eetlepel olie in een warme wok of een grote
hapjespan met anti-aanbaklaag. Klop de eieren los met een beetje water,
wat zout en versgemalen zwarte peper. Bak van de eieren een portie
luchtig roerei. Schep de eieren uit de pan en houd ze apart.
Verhit nog een eetlepel olie in de wok en bak hierin het gehakt mooi
rul. Maak het gehakt op smaak met 1 theelepel hoisinsaus, 1 theelepel
ketjap manis en 1/2 theelepel sambal manis.
Snijd de prei in dunne halve ringetjes. Was de prei in een vergiet.
Snijd de paprika's in reepjes.
Snijd de bosuitjes in ringetjes.
Snijd het steeltje van de Spaanse peper af, rol de peper even tussen je
handen en klop de losgekomen zaadjes en zaadlijsten eruit; zo wordt je
peper wat minder pikant. Snijd de peper in flinterdunne ringetjes.
Roer een sausje van alle ingrediënten voor de roerbaksaus.
Wok de preiringetjes, de paprikareepjes en de knoflook een paar minuten
mee met het rulle gehakt.
Voeg daarna in één keer de rest van de ingrediënten toe: de gare
noedels, de taugé, de wortelreepjes, de bosuitjes, de Spaanse peper, het
roerei en de roerbaksaus. Schep het geheel goed om en verwarm het
gerecht totdat het heet is.
Proef je Chinese bami en voeg eventueel nog wat extra toe van één of
meer van de smaakmakers. Serveer meteen.
Tips:
Weet je niet hoe je
roereieren
maakt? In een eerder blog legde ik al eens uit hoe je dat doet; volg het
rode linkje.
Bosuitjes die een beetje slap zijn geworden piep je makkelijk op door ze
een paar minuten in koud water te leggen.
Scroll snel door naar het volledige recept onder de foto!
Biefreepjes in een chunky tomatensaus met oregano
Ingrediënten voor 4 personen:
600 gram bieflappen
10 rijpe trostomaten
2 eetlepels olijfolie
1 teentje knoflook, fijngehakt
1 blik tomatenstukjes
±3 dl water
3 theelepels gedroogde oregano
2 theelepels gedroogde marjolein
1 theelepel gedroogde tijm
1 rundvleesbouillonblokje
1 à 2 theelepels poedersuiker (afhankelijk van de zuurgraad van de
tomatenstukjes en de zoetheid van de verse tomaten)
zout en versgemalen zwarte peper
boter en olijfolie om de biefreepjes aan te braden
een flinke scheut extra vergine olijfolie om de tomatensaus af te maken
Bereiding:
Neem de bieflappen een halfuur voor het koken uit de koelkast om ze op
kamertemperatuur te laten komen.
Kruis de tomaten in en dompel ze 20 seconden onder in kokend water. Je kunt
ze daarna makkelijk ontvellen. Verwijder ook de pitjes. Snijd het
tomatenvruchtvlees in niet te kleine stukken.
Verhit de olijfolie in een pan en fruit daarin zachtjes de knoflook.
Voeg alle ingrediënten vanaf de tomaten tot en met de suiker toe aan de
knoflook. Verwarm de saus. Maal er wat verse zwarte peper overheen. Proef en
voeg eventueel nog wat zout toe.
Snijd de bieflappen - dwars op de draad, dus niet in de richting van de vezels - in dunne reepjes. Snijd daarbij niet recht naar beneden,
maar houd je mes een beetje schuin; een beetje zoals je ook een gebraden
biefstuk zou snijden voor het serveren (trancheren heet dat). Dep de reepjes vlees goed droog met een stukje keukenpapier.
Verwarm een zware pan of wok tot zeer heet. Laat de boter en de olijfolie
heet worden in de pan.
Braad de biefreepjes kort, maar stevig, aan in de hete vetten. Schep ze
daarbij regelmatig om. Als de reepjes mooi bruin zijn, zijn ze klaar.
Bestrooi ze met zout en peper.
Maak je tomatensaus af door er een flinke scheut extra vergine olijfolie
doorheen te roeren.
Verdeel de saus over de borden.
Schep de biefreepjes erbovenop en serveer je gerecht meteen.
Tips:
Als je dat wilt kun je de biefreepjes ook door de saus scheppen. Verwarm
de saus daarna niet meer, zodat de reepjes niet te ver doorgaren en taai
worden.
De chunky tomatensaus kun je ruim voor de maaltijd (tot en met stap 4) al
maken en later weer opwarmen als dat je beter uit komt. Verwarm de saus
niet te lang, zodat de stukjes tomaat niet te gaar worden en oplossen in
de saus. Braad je biefreepjes pas vlak voor het serveren.
Voor een nog luxer gerecht kun je dit recept in plaats van met biefreepjes
ook maken met gegrilde ribeye steaks (bijvoorbeeld van de BBQ). Trancheer
je biefstuk vlak voor het serveren en schep de reepjes vlees op de saus.
Roerbakgroenten zijn in mijn gezin altijd een succes. Tenminste, als ik er een lekkere roerbaksaus doorheen schep!
Hoe je makkelijk en snel een fantastische roerbaksaus maakt? Je leest het hieronder in het recept voor mijn roerbakschotel van sperziebonen en rode puntpaprika.
Het lichtpikante, zoet-kruidige roerbakgerecht smaakt met name heerlijk bij oosterse hoofdgerechten zonder saus, zoals de Indonesische gehaktring uit mijn vorige blog!
Geroerbakte sperzieboontjes met rode puntpaprika
Ingrediënten voor een bijgerecht voor 4 personen:
Voor de groenten:
500 gram sperziebonen
2 rode puntpaprika’s
4 bosuitjes
2 eetlepels zonnebloemolie
Voor de roerbaksaus:
2 teentjes knoflook
4 cm gemberwortel, geschild
1 Spaanse peper
2 eetlepels zonnebloemolie
4 eetlepels ketjap manis
1,5 eetlepel ketjap asin
3 eetlepels gembersiroop
3 eetlepels droge sherry
±2,5 theelepel aardappelmeel
±2,5 dl koud water
Bereiding:
Maak de sperziebonen schoon en snijd ze in stukjes van 3 à 4 cm.
Verhit de zonnebloemolie in een wok of koekenpan met dikke bodem en roerbak hierin de sperzieboontjes.
Snijd ondertussen de paprika’s in blokjes. Snijd de bosuitjes diagonaal in stukjes.
Maak ook de roerbaksaus. Snipper daartoe de knoflook, de gemberwortel en de Spaanse peper; ik verwijderde eerste de pitjes en zaadlijsten uit mijn peper voor een mildere smaak. Fruit de smaakmakers zachtjes in wat olie.
Voeg na een paar minuten de twee soorten ketjap, de gembersiroop en de sherry toe.
Los het aardappelmeel op in het water. Voeg het mengsel bij de roerbaksaus. Breng het geheel aan de kook, zodat de saus gaat binden.
Als de boontjes beetgaar zijn, mogen de paprikablokjes erbij. Roerbak ze nog even mee.
Schep de roerbaksaus door het groentegerecht. Verwarm het geheel nog even goed.
Garneer je roerbakschotel met de bosuitjes.
Tips:
Wil je een pikanter gerecht? Dan kun je de zaadlijsten in de peper laten zitten. Een andere optie: garneer je roerbakschotel met wat extra peperringetjes.
Kinderen vinden dit groentegerecht vaak ook lekker. Laat in hun portie de Spaanse peper juist achterwege.