donderdag 31 januari 2019

Romige aardappel-preisoep met krokante spekjes

Heb jij ook altijd zo'n trek als je thuiskomt uit de kou? Dan is het recept voor deze aardappel-preisoep echt iets voor jou! 


De winterse soep zit vol met gezonde verse groenten. En ja, ook een klein scheutje room; je mag jezelf best wel een beetje verwennen nadat je de sneeuw en de regen hebt getrotseerd, toch?! Een paar lepels krokante spekjes maken je soep helemaal af! 


Schenk jezelf een flinke kom soep in en word weer lekker warm vanbinnen. Geniet!



Romige aardappel-preisoep met krokante spekjes


The proof of the pudding is in the eating


Je kent vast wel de Engelse uitdrukking 'The proof of the pudding is in the eating'. In zijn algemeenheid betekent dat zoiets als 'de praktijk zal het leren'. De gevleugelde woorden zijn multi-inzetbaar.

"Blijft zo'n goedkoop jurkje na het wassen nog wel karmozijnrood?" "Dat vertel ik je aan het einde van de zomer. The proof of the pudding is in the eating!"

"Is P. de gewiekste marketingcollega die we zoeken?" "De verkoopcijfers zullen het uitwijzen. The proof of the pudding is in the eating!"


Letterlijk proeven


Natuurlijk kun je de uitdrukking ook veel letterlijker opvatten. "Proef nou eerst dat dessert maar eens. Dat besef je meteen hoe lekker het is!"

Voor recepten is 'the eating' echt de ultieme test!


Proeven met je ogen


Maar wat als je een recept op een blog tegenkomt? En niet al voorgeschoteld op een bord? Waar moet je dan op afgaan?

Alleen echte, echte culi's zullen antwoorden: lees de tekst en vergelijk hem met je eigen kookervaring. 

Voel je je minder senang in de wereld van de culinaire recepten - en dat geldt voor het overgrote deel van de internet surfers - dan zoek je je toevlucht tot de foto bij het recept. Met de bedoeling om te proeven met je ogen!


Verleiden met een foto


Aha! Nu zijn we aanbeland op de plek waar ik je naartoe wilde leiden: nu vraag ik je je eens te verplaatsen in een foodblogger. De blogger die jou wil verleiden zijn of haar recept daadwerkelijk te maken. In mij dus. 😉

Wat is de eerste voorwaarde waaraan jij in die situatie moet voldoen om je lezers aan boord te krijgen? Je moet een foto aan je tekst toevoegen!


Een foto met smaakinformatie 


En niet zomaar een foto, maar een foto met zo veel mogelijk smaakinformatie. Een foto waaraan een geïnteresseerde bijna kan afzien, dat hij of zij dat gerecht lekker gaat vinden. Kortom dat hij hét recept gevonden heeft! 

In mijn blog van vandaag heb ik het stylen van een informatieve foodfoto als onderwerp gekozen; meer specifiek een informatieve sóepfoto. Logisch, want het recept hieronder betreft een soep! 

Hoe style jij als blogger een soepfoto, die je websitebezoeker (meer dan) genoeg informatie geeft om de stap te wagen je recept eens uit te proberen?

De consistentie van een soep kan hij op een foto vaak al snel zien; daar hoef jij als foodstylist dus niet veel aandacht aan te besteden. Is een soep dik, dan oogt het oppervlak niet glad. Door een mooi heldere bouillon ziet iedereen de bodem van het bord doorschijnen. Bovenop een vette soep drijven allemaal vetkringetjes. Je lezer ziet, hij maakt zijn keuze en 'check!'.

Voorbeeld: op onderstaande foto zie jij meteen hoe dik mijn erwtensoep is.


Erwtensoep met rookworst


Info die niet op de foto wil...


De vulling van een soep levert een foodstylist meer problemen op. Probeer het maar eens uit: strooi wat stukjes groente of spekjes in een soep. Wat doen die? Die zakken onverbiddelijk naar de bodem... En daar sta je dan als fotograaf: je soepinformatie wil niet op de foto! 

De oplossing: je foodbloggerstrukendoos opentrekken! Laten we de verschillende soorten soepen die je zou willen fotograferen eens de revue laten passeren. 


Heldere bouillon met vulling in een ondiep bord


Een heldere bouillon met inhoud is vrij makkelijk te fotograferen. Mits je als stylist kiest voor een ondiep bord. Als soepreceptenzoeker kijk je door zo'n doorzichtige soep heen en ziet meteen alle lekkere goodies zitten! 

Voorbeeld: mijn sherrybouillon met Hollandse garnalen en omeletruitjes. Om het plaatje nog informatiever te maken, heb ik er zelfs een schaaltje met extra garnalen naast gezet! 


Sherrybouillon met omeletruitjes en Hollandse garnalen


Volgende week geef ik je het recept voor een goedgevulde oosterse bouillon. Je kunt hieronder op de foto nu al zien wat er precies in die soep gaat! Slaagt de foto in zijn opzet? Vind je soep aantrekkelijk? Nog even wachten...


Goedgevulde oosterse bouillon


Vul je diepe soepkom met héél veel ingrediënten


Een meer rustieke soep hoort wat mij betreft niet in een bord, maar in een kom. Ook al is je bouillon nog zo helder, in een diepe soepkom zal een kijker een normale hoeveelheid vulling vaak niet goed zien zitten. 

Daarom gaat er in mijn foto-soepkom ook geen normale hoeveelheid vulling, maar een supergrote hoeveelheid! In het midden van de kom bouw ik als het ware een hele berg van vulling! En dat laat jou niet alleen precies zien wat er in mijn soep gaat; de overdaad aan lekkers laat je ook nog eens extra watertanden, toch?! Dat wil jij als foodblogger ook bereiken!

Een paar voorbeelden: wat vind je van mijn Italiaanse tomaten-groentesoep met tortellini en Italiaans gekruide gehaktballetjes? Of mijn Thaise currysoep met noedels, kip en knapperig verse groenten? 

Extra tip: ik houd voor groentesoepen altijd een paar stukjes groente achter die ik niet helemaal gaar, zodat ze hun mooie heldere kleur behouden. Die mogen helemaal boven op de top van mijn vullingberg! 


Italiaanse tomaten-groentesoep met tortellini



Thaise currysoep met noedels, kip en groenten


Voor de echte fijnproevers onder de foodfotografen: een likje olie strategisch aangebracht op één van de bergtopingrediënten doet ook wonderen voor de aantrekkingskracht van je foto. Zo kun je een paar slim geselecteerde details letterlijk tot een shining middelpunt promoveren! 


Een dikke soep met weinig vulling


Helaas, niet elke soep is helder en niet in elke soep gaat zo veel vulling, dat je er in je soepkom een bergje van kunt bouwen... 

Denk aan een soep met maar een paar blokjes chorizo erin of wat spekjes. Denk aan mijn aardappel-preisoep van vandaag. Dat is echt geen hele spekjesberg met een klein beetje soep eromheen.

Voor zo'n soep komen bij mij de echte (nep)trucs uit de kast! Zo'n soep schreeuwt namelijk om een oneetbaar bergje, waar de vulling listig bovenop gelegd kan worden. Een oneetbaar bergje dat je als kijker toch niet ziet, juist omdát de soep niet helder is. Handig! 

Wat ik gebruik als oneetbaar bergje? Bekijk dat op de foto hieronder. Daarop zie je als het ware het skelet van mijn aardappel-preisoepfoto. De naakte waarheid!


Zo zakken je soepingrediënten niet naar de bodem van de kom


In mijn soepkom leg ik boven op elkaar een aantal glazen dekseltjes. In mijn geval van wekglaasjes. Dat de dekseltjes van glas (of aardewerk) zijn is belangrijk: dan gaan ze niet drijven als ik de kom vul met soep. Dat de dekseltjes dun zijn is ook praktisch: zo kan ik de hoogte van mijn bergjes makkelijk aanpassen aan elke soepkom die ik in huis heb. 

Wil je nog een foto zien waar een oneetbaar bergje in zit? Hieronder mijn pompoensoepfoto. Zie jij de wekglasdekseltjes onder de chorizoblokjes en de pompoenpitten zitten? Ik hoop het niet! 


Pompoensoep met chorizo en pompoenpitten


Overigens voel ík me naar mijn blogbezoekers niet schuldig over mijn foto-verleidingstechnieken. Die proeven heus geen verschil tussen wel of niet naar de bodem van de soepkom gezakte ingrediënten. Vaak adviseer ik ze bovendien om voor een representatief etentje een paar ingrediënten achter te houden en die los in amusekommetjes naast elke soepkom te serveren! Zie de foto van mijn aardappel-preisoep.


Het recept voor aardappel-preisoep


Leuk zo'n sneaky inkijkje in het foodbloggersbestaan. Misschien heb je er ooit nog eens wat aan, misschien ook niet. Maar je kwam natuurlijk voor mijn recept voor aardappel-preisoep! 

In die soep gaat echt een fikse hoeveelheid prei. Veel meer nog dan op de - nee, haha, niet van een dubbele bodem voorziene - foto hieronder. Een verse, gezonde soep dus! Heerlijk bij dit koude winterweer!

Laat je me na 'the eating' in een commentaar onder dit blog horen hoe 'the proof of the pudding' uitviel?


Versgesneden prei



Recept Romige aardappel-preisoep met krokante spekjes


Romige aardappel-preisoep met krokante spekjes


Ingrediënten voor een voorgerecht voor ±6 personen of een maaltijdsoep voor 3 à 4 personen:

  • 1 ons ontbijtspek in dunne plakjes
  • 1 eetlepel margarine
  • 500 gram kleingesneden en goed gewassen prei (gewicht na het wassen)
  • 2 bosuitjes, in ringetjes gesneden
  • 1 eetlepel grof gehakte bladselderij
  • 300 gram blokjes van kruimige aardappels
  • ±1,2 liter rundvleesbouillon (kan van blokjes)
  • ±1 eetlepel worcestersaus
  • zout en versgemalen zwarte peper
  • 1/8 liter slagroom (ongeklopt en ongezoet)
  • 200 gram uitgebakken gerookte spekjes
  • eventueel nog wat fijngehakte bladselderij of een paar selderijblaadjes voor de garnering

Bereiding:

  1. Snijd het ontbijtspek in reepjes en bak deze in een soeppan krokant in de margarine.
  2. Fruit de bosuitjes en de prei op het laatst ±5 minuten mee.
  3. Voeg dan de aardappelen en 3 deciliter van de bouillon toe. Kook de groenten in ongeveer een halfuur door en door gaar.
  4. Pureer het preimengsel in de foodprocessor/blender of met behulp van een staafmixer totdat er een dikke, egale, gebonden brij ontstaat.
  5. Verhit de soep en roer er beetje bij beetje de rest van de bouillon doorheen.
  6. Maak de soep op smaak met de worcestersaus, ruim versgemalen zwarte peper en eventueel nog wat zout.
  7. De aardappel-preisoep is nu al lekker, maar hij wordt wat luxueuzer als je er nog 1/8 liter slagroom doorheen roert...
  8. Verdeel de soep over de borden/soepkommen en garneer elke portie met wat spekreepjes en eventueel een beetje bladselderij voor de kleur. 

Tips:

  1. Je kunt de soep tot en met stap 7 ruim van tevoren voorbereiden. Warm het gerecht vlak voor de maaltijd even op.
  2. Wil je je soep extra aantrekkelijk serveren? Zet dan naast elke soepkom een amusekommetje met nog meer krokante spekjes. Die kan iedereen dan zelf in zijn soep scheppen!
  3. Wij eten deze aardappel-preisoep vaak als maaltijdsoep. Ik geef er dan bagel chips bij, die ik niet op smaak maak met basilicum en knoflook (zoals in het oorspronkelijke recept op mijn blog), maar met wat olijfolie, zout (strooi dit voor het roosteren over de chips) en pimentón-flakes. De flakes voeg ik pas vlak voor het serveren toe. 

Bagel chips

vrijdag 18 januari 2019

Eindeloos variëren met verse ovenfriet!

Je kent het vast: je hebt enorm veel zin om verse frietjes te maken, maar het regent of waait te hard om een raam of deur open te zetten. En dan blijft die frituurgeur zo in je huis hangen...

Daar is een oplossing voor: bak je frietjes in de oven! Helemaal hetzelfde als gefrituurde friet (ja, ik weet: dat is dubbelop) smaken ovenfrieten niet. Maar dat betekent niet dat ze minder lekker zijn; alleen, tja, een beetje... anders. Maar absoluut de moeite waard om te proberen. Bovendien, ze zijn supermakkelijk om te maken!

En, ook niet onbelangrijk, voor een hele kilo frietjes heb je maar 2 eetlepels olie nodig. Ze zijn helemaal niet vet!

Ga dus maar meteen aan de slag met mijn basisrecept voor verse ovenfriet. Lekker? Dan ben je vast ook geïnteresseerd in mijn variatietips. Dat zijn er heel wat. Want het is een feit: je kunt met deze ovenfrietjes zoveel (heerlijke) kanten uit!



Recept Eindeloos variëren met verse ovenfriet!


Zelfgemaakte verse ovenfrietjes


Ingrediënten voor een bijgerecht voor 3 à 4 personen:

  • 1 kg gave licht kruimige aardappels
  • zout
  • ±2 eetlepels (olijf)olie

Bereiding:

  1. Verwarm de oven voor tot 230°C. In mijn oven worden de frieten het lekkerst als ik de ovenstand zonder heteluchtcirculatie maar met boven- en onderwarmte gebruik.
  2. Boen de aardappels goed schoon. Ik heb daar heel handige handschoentjes voor, die grof zijn aan de buitenkant, maar met de blote hand kan het ook.
  3. Schil de aardappels niet, maar verwijder wel eventuele ogen en slechte/groene plekjes. 
  4. Snijd de aardappels in niet te dunne frieten.
  5. Doe ze over in een pan, strooi er een klein beetje zout over en vul de pan met koud water totdat de frieten helemaal onderstaan. Houd er rekening mee dat je na het bakken van de frieten ook nog zout wilt toevoegen.
  6. Breng het water aan de kook. Laat de aardappels nog 1 minuut doorkoken als het water eenmaal kookt. Giet daarna de aardappels af en stort ze op een bakplaat. Laat ze een paar minuten een beetje afkoelen.
  7. Schenk de olie over de frieten en schep ze goed om, zodat op elke friet wat olie zit. Verdeel de frieten over de bakplaat, zodat ze zo veel mogelijk in één laag liggen.
  8. Bak de frietjes ongeveer 45 minuten in de oven totdat ze goudbruin en krokant zijn. Schep ze na de eerste 20 minuten af en toe om.
  9. Proef je ovenfrietjes en strooi er nog wat zout overheen.

En dan nu de variatietips voor je ovenfrietjes!


1. Kies tussen frietjes met of zonder schil


Het basisrecept gaat uit van ovenfrietjes met schil. Zelf vind ik die rustieke frieten het allerlekkerst. En ze zijn gezonder dan frieten van geschilde aardappels. Maar maak je eigen keuze! Schil je je aardappels liever eerst? Koop dan iets meer.


2. Varieer met verschillende soorten olie


Voor de meest neutrale frietjes kun je het beste zonnebloemolie of arachideolie (die gemaakt is van pinda's) gebruiken. Maar mijn persoonlijke topper blijft olijfolie. Je hoeft daarbij echt niet te kiezen voor dure extra vergine olie. Na het bakken proef je dat verschil eigenlijk niet. 


3. Varieer met verschillende soorten zout


Mijn favoriet voor friet: zoutvlokken, zoals die van het Britse merk Maldon! Dat zijn heel krokante, dunne flintertjes zeezout. Heerlijk!

Ook erg lekker: de gerookte versie van deze zoutvlokken. Die hebben een subtiele rooksmaak. Vooral een aanrader als je je frietjes serveert bij de BBQ. 

Nog een soort zout met een rokerig smaakje: lavazout. Dat is zout met een zwarte kleur. Het wordt gewonnen in gebieden waar vulkanische, zwarte, lava voorkomt, zoals IJsland of Hawaï.

In delicatessenwinkels vind je vaak soorten zout waar andere smaakjes aan zijn toegevoegd, meestal in de vorm van kruiden en specerijen. Ik vind die zoutsoorten relatief duur. Liever voeg ik dan zelf mijn smaakmakers toe aan 'gewoon' zeezout.

Strooi speciale zoutsoorten altijd pas achteraf over je frieten en bak ze niet mee.


4. Varieer met verschillende soorten kruiden en specerijen


Laat ik met de verse kruiden beginnen. Er groeit in de kruidentuin heel veel dat prima smaakt fijngehakt over je friet. De meeste kruiden, zoals (platte) peterselie, bieslook, lavas, selderij, marjolein of koriander, kun je het beste pas toevoegen vlak voor het serveren. Er zijn een paar uitzonderingen. Met name tijm en rozemarijn bakken liever even mee. Maar ook niet de hele baktijd. Door de hoge oventemperatuur zouden ze in drie kwartier compleet verbranden. Tien minuten is voldoende. Gaat je voorkeur uit naar oregano? Gebruik de gedroogde versie en bak die 2 minuten mee.

En dan de specerijen. Het specerijenmengsel dat ik regelmatig gebruik voor mijn gebakken kabeljauw smaakt ook prima bij ovenfrietjes. Tip: bak er dan meteen die kabeljauw bij!

Ga je liever niet voor een mengsel? Deze (losse) specerijen zijn het populairst hier in huis:
  • een ruime hoeveelheid grof gemalen zwarte peper (1 minuut meebakken)
  • pimentón-flakes (vlokjes van Spaans pikant gerookt paprikapoeder); niet meebakken
  • gemalen komijn, eventueel gemengd met komijnzaadjes (1 of 2 minuten meebakken)

Pimentón-flakes


    5. Varieer met sausjes


    Eigenlijk hoort bij frietjes - en dus ook bij ovenfriet - een smeuïg friszuur sausje. Gewone, neutrale, mayonaise is al erg lekker, vooral als hij zelfgemaakt is. Het lijkt wel of mayonaise voor dit doel is uitgevonden!

    Maar vlak alle mayonaisevarianten niet uit. Vorige week nog maakte ik een Spaanse mayonaise met pimentón, gepofte knoflook en zongedroogde tomaat. Ovenfrietjes met zoutvlokken en pimentón-flakes erbij en smullen!


    Spaanse mayonaise


    Ben je wel te porren voor een flinke dosis knoflook bij je friet? Maak dan mijn knoflooksaus met veel verse tuinkruiden.


    Knoflookmayonaise met veel verse tuinkruiden


    Bestrooi je je frieten met komijn, dan moet daar natuurlijk een schaaltje van mijn komijn-knoflookmayonaise bij om de frietjes in te dippen!

    Ovenfrietjes op z'n Limburgs: geef er honing-mosterdmayonaise bij, gemaakt met grove Limburgse mosterd. Perfect in combinatie met een echte Limburgse gehaktbal!


    Honing-mosterdmayonaise met Limburgse mosterd


    Heel luxe: ovenfriet met zelfgemaakte truffelmayonaise.


    Truffelmayonaise


    Sommige salsa's zijn ook verrukkelijk in combinatie met ovenfrietjes. Wat dacht je van ovenfriet met Argentijnse chimichurri?! Roer een paar eetlepels chimichurri door je zelfgemaakte mayo voor chimichurrimayonaise. Heerlijk met gegrilde lamskarbonaadjes of garnalenspiesjes!


    Argentijnse chimichurri


    6. Serveer je ovenfriet met stoofvlees


    In Limburg weten ze nog een fantastische manier om friet te eten: met zuurvlees, zoetzuur stoofvlees in een dikke saus op smaak gemaakt met ontbijtkoek. Je schept die saus over de friet of je dipt elke friet in de saus voordat je hem in je mond laat verdwijnen. 


    Limburgs zuurvlees


    Een soortgelijke saus hoort ook bij Limburgs konijn, 'knien in 't zoer'. Konijn eet je niet zonder friet. De volgende keer misschien ovenfriet? 

    Ovenfriet kun je ook heerlijk dopen in de biersaus, die deel uitmaakt van mijn bier-stoofvlees. Of in de uiensaus met Maestrichter stroop en oud bruin bier waar ik mijn Limburgse gehaktballetjes in laat gaar sudderen. 


    Limburgse gehaktballetjes met uiensaus met bier en stroop


    Liever op de Griekse toer? Griekse stifado, een stoofpot met heel veel saus met tomaat en zilveruitjes, is een aanrader bij ovenfriet! 


    Griekse stifado


    7. Jouw variatietips met verse ovenfriet 


    Bovenstaande tips zijn het resultaat van tien minuten brainstormen binnen het kader van mijn culinaire bagage. Maar als jij in je eigen culinaire bagage duikt, kom je hoogst waarschijnlijk op nog veel meer overheerlijke ideeën! Laat je me (in een reactie onder dit blog) horen hoe jij het liefst varieert met je verse ovenfrietjes? Leuk!

    woensdag 16 januari 2019

    Spaanse mayonaise met pimentón en gepofte knoflook

    Het is al dagen grauw weer! Geen wonder dus dat wij gisteren opeens enorm veel zin hadden in een straaltje zon. 'Wie niet?', zou ik zeggen.

    Buiten zat dat er niet in. Dus toverden we binnen maar een zomerzonnetje tevoorschijn. Een Spaans zomerzonnetje. Op tafel!

    Ik rolde wat Spaanse gehaktballetjes (hier geen recept, maar volg de link), pofte een handvol cherrytomaten en bakte een gulle portie ovenfriet (volgende keer het recept!). Om het helemaal af te maken moest daar nog een lekker sausje bij, toch?!

    Het werd een Spaanse mayonaise - helemaal vanaf het begin zelfgemaakt - met gepofte knoflook, pimentón (Spaans gerookt paprikapoeder), zongedroogdetomatentapenade en gefruite sjalotjes. In de mayo natuurlijk, niet erbij! En ja, dát recept krijg je vandaag. Hèhè!


    Wij genoten en vergaten even dat het winter is. Wanneer ga jij je gezin verwennen met dit maaltje?

     

    Buen provecho!


    Recept Spaanse mayonaise met pimentón en gepofte knoflook



    Spaanse mayonaise met pimentón en gepofte knoflook


    Ingrediënten:

    • 1 bolletje  knoflook
    • 3 eetlepels olijfolie
    • 2 à 3 sjalotjes (afhankelijk van de grootte)
    • 2 theelepels pimentón (Spaans gerookt paprikapoeder)
    • 2 eierdooiers
    • 2 eetlepels witte balsamicoazijn of condimento bianco
    • 1 theelepel mosterd
    • 2 theelepels poedersuiker
    • zout, peper
    • 1 eetlepel lauw water
    • 1,5 dl zonnebloemolie
    • 1,5 dl zeer milde olijfolie (ik gebruik graag picudo-olie van Valderrama; is je olie niet zo mild, vervang dan 0,5 dl of 1 dl door zonnebloemolie)
    • 3 theelepels zongedroogdetomatentapenade
    • eventueel pimentón-flakes voor de garnering

    Bereiding:

    1. Verwarm de oven voor tot 175°C. Snijd de teentjes knoflook los en leg ze - in hun schilletjes - in een schaaltje met 2 eetlepels olijfolie. Pof ze een klein halfuur in de oven totdat ze gaar en heerlijk zacht zijn. Druk de knoflookpulp uit de schilletjes en laat de knoflook afkoelen tot kamertemperatuur. 
    2. Snipper de sjalotjes. Fruit de uitjes in 1 eetlepel olijfolie totdat ze zacht en goudgeel zijn. Fruit de laatste minuut 1 theelepel pimentón mee. Laat ook de uitjes afkoelen tot kamertemperatuur. 
    3. Ondertussen kun je al beginnen met de mayonaise. Zorg ervoor dat alle ingrediënten vanaf de eierdooiers tot en met de olie op kamertemperatuur zijn.
    4. Doe alle ingrediënten vanaf de eierdooiers tot en met het water in de foodprocessor. Voeg 3 eetlepels van de zonnebloemolie toe.
    5. Laat het mes in de foodprocessor draaien totdat het geheel vermengd is.
    6. Voeg vervolgens (zonder de machine te stoppen) in een dun straaltje de rest van de twee oliesoorten toe. Er ontstaat zo een dikke, gebonden mayonaise.
    7. Voeg nu de afgekoelde knoflook, de uitjes, de zongedroogdetomatentapenade en de resterende theelepel pimentón toe. Laat de foodprocessor nog even draaien totdat alle ingrediënten goed vermengd en fijngehakt zijn. De mayonaise hoeft niet superglad te zijn; een beetje 'rustiek' mag best!
    8. Schep de Spaanse mayonaise uit de foodprocessor. Proef en voeg eventueel nog wat zout of peper toe. 
    9. Ben je tevreden over de dikte van je mayonaise? Die kan een beetje variëren afhankelijk van het watergehalte van je uitjes en het oliegehalte van de tapenade. Wil je je mayonaise iets dikker? Roer er dan nog wat olie doorheen. Wil je hem iets afslappen? Dat doe je met een of meer eetlepels lauw water. 
    10. Bewaar je Spaanse mayonaise tot gebruik afgedekt in de koelkast.
    11. Ik strooi er vlak voor het serveren graag nog wat pimentón-flakes overheen. Dat ziet er prachtig uit! 

    Tips:

    1. In het recept van de mayonaise wordt gewerkt met rauwe eieren. Lees mijn eerdere blog over hoe je hiermee moet omgaan. Ik raad je in elk geval aan om je eieren voor het splitsen te wassen en te drogen. 
    2. Als je eieren uit de koelkast komen, zijn ze te koud om er meteen mayonaise van te maken. Mayonaise schift als de ingrediënten niet ongeveer dezelfde temperatuur hebben. Je kunt eieren versneld op kamertemperatuur brengen door ze in lauw tot warm (niet heet) water te leggen.
    3. Witte balsamicoazijn/condimento bianco is een lekker frisse azijnsoort. Hij smaakt heel anders dan rode balsamicoazijn. Witte balsamico is verkrijgbaar bij goed gesorteerde delicatessenwinkels en in sommige supermarkten. Kun je hem niet vinden, vervang hem dan door witte wijnazijn.
    4. Een restje mayonaise kun je nog minimaal een week in de koelkast bewaren.
    5. Spaanse mayonaise is niet alleen lekker bij Spaanse gehaktballetjes en (oven)friet, maar ik serveer hem ook graag bij een gegrilde ribeye of een sappige schouder- of ribkarbonade, die ik dan braad met een beetje knoflook (pas de laatste minuut toevoegen) en bestrooi met pimentón-flakes. 

      Verse ovenfrietjes met Spaanse mayonaise


        Spaanse gehaktballetjes

        donderdag 10 januari 2019

        Hutspot-ovenschotel met een laagje kruidig en sappig gehakt

        Ben jij ook zo'n fan van stamppot? Boerenkoolstamppot, stamppot rauwe andijvie, hutspot: in deze tijd van het jaar kunnen wij Nederlanders er niet genoeg van krijgen.


        Eentonig? Nee hoor! Want wat we ook doen met zijn allen, is volop variëren met ons favoriete winterprakje. Neem nou deze hutspot-ovenschotel. Die is allesbehalve doorsnee!

        En zo lekker!

        Recept Hutspot-ovenschotel met een laagje kruidig en sappig gehakt


        Twee geheime ingrediënten


        Onder een dekentje van hutspot - luchtig geklopt met ei en warme melk - bevindt zich een laagje gehakt in een kruidige jus. Met in die jus piepkleine blokjes winterwortel (ja, nog meer wortel), gefruite uitjes, verse tuinkruiden, Limburgse mosterd en twee, perfect bij elkaar en de hutspot passende, ingrediënten die ik tot op de dag van vandaag geheim heb weten te houden...


        Twee niet-meer-zo-geheime ingrediënten


        'Maar vooruit, voor de dag ermee!', dacht ik gisteren toen we weer eens ongegeneerd zaten te smullen. Het zijn... tromgeroffel... appelstroop en appelciderazijn!

        Vreemd? Dat valt wel mee. Jullie zijn allemaal dol op mijn Limburgse gehaktballetjes in uiensaus met oud bruin bier, een van de meest populaire recepten van mijn blog. Die zouden lang niet zo lekker zijn zonder een paar fikse lepels stroop en een scheut appelciderazijn!


        Limburgse gehaktballetjes in uiensaus met oud bruin bier


        Dus waar wachten jullie nog op? Zet hem op tafel, deze hutspotschotel met kruidig gehakt én appelstroop én appelciderazijn!

        En, hou mijn twee speciale ingrediënten nog even geheim voor je gezinsleden of gasten... Een snufje mysterie maakt een gerecht meestal nog lekkerder dan het al was!


        Mijn hutspotschotel hoeft alleen nog maar even de oven in


        Hutspot-ovenschotel met een laagje kruidig en sappig gehakt


        Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 4 personen:


        Voor de hutspot:

        • 1,2 kg kruimige aardappels
        • zout
        • 700 gram winterwortels
        • 4 niet te kleine uien
        • vloeibare margarine
        • 2 medium eieren
        • een forse scheut warme volle melk
        • versgemalen zwarte peper

        Voor de gehaktvulling:

        • 500 gram half-om-half gehakt
        • 1 eetlepel margarine
        • 3 uien
        • 300 gram winterwortels
        • 1 laurierblaadje
        • 3 eetlepels versgehakte bladselderij
        • 3 afgestreken eetlepels appelstroop
        • 3 eetlepels appelciderazijn
        • 2 theelepels grove Limburgse mosterd
        • 1,5 theelepel gedroogde tijm
        • een mespuntje gemalen nootmuskaat
        • 4 dl water
        • 2 theelepels aardappelmeel
        • 2 theelepels bouillonpoeder
        • 3 eetlepels paneermeel
        • zout en versgemalen zwarte peper

        Bereiding:

        1. Schil de aardappels, snijd ze in stukken en kook ze gaar in wat water met zout.
        2. Schil ook de winterwortels. Snijd 700 gram van de wortels in plakjes en snipper 2 uien grof. Kook de groenten samen, apart van de aardappels, gaar met wat water en zout.
        3. Snijd 2 uien in kwart ringen en fruit deze zachtjes in een koekenpan met 1 eetlepel margarine. Na ongeveer 10 minuten zijn ze mooi zacht en goudgeel. 
        4. Ondertussen kun je de gehaktvulling al maken. Snipper daartoe 3 uien fijn. Snijd de resterende winterwortels in piepkleine blokjes.
        5. Verhit nog wat margarine in een (andere) pan. Fruit hierin de uiensnippers samen met de wortelblokjes en het laurierblaadjes totdat de uien glazig zijn. Voeg dan de bladselderij toe.
        6. Na nog eens twee minuten mag het gehakt erbij. Bak het gehakt mooi rul en goudbruin. De groenten krijgen dan ook wat meer kleur.
        7. Maak het gehaktmengsel op smaak met de stroop, de azijn, de mosterd, de tijm, de nootmuskaat en wat zout en versgemalen zwarte peper. 
        8. Voeg 3 dl water toe aan het gehakt. Roer in een kommetje een mengsel van de rest van het water, het aardappelmeel en het bouillonpoeder. Voeg dit toe aan het gehakt. Breng het gehaktmengsel aan de kook, zodat er een gebonden jus ontstaat, die echter nog vrij dun is. 
        9. Strooi het paneermeel over het gehaktmengsel. Daardoor wordt het geheel wat dikker en smeuïger. Nogmaals proeven is vervolgens het advies. Misschien moet er nog wat zout en/of peper bij. Je mag het gehaktmengsel best stevig kruiden.
        10. Verwarm de (hetelucht)oven voor tot 200°C. 
        11. Ondertussen zijn de aardappels en de groenten gaar; prik er even met een vork of de punt van een mes in om de gaarheid te testen. Giet de aardappels en de groenten af. Pureer  de aardappels (bijvoorbeeld met een pureeknijper of een stevige handmixer) en maak de puree af met de eieren, de melk en wat peper. 
        12. Prak de gekookte groenten vrij grof en voeg ze, samen met de gefruite uien, toe aan de aardappelpuree. Maal er ook wat peper overheen. Proef en voeg eventueel nog wat zout en/of melk toe. De hutspot mag best wat vochtig zijn; dan gaat hij straks in de oven mooi rijzen. 
        13. Vet een flinke ovenschaal in met margarine. Verdeel de gehaktvulling over de bodem. Daarbovenop mag een laag hutspot. Strijk de hutspot niet helemaal glad. Oneffen ribbels en toefjes worden in de oven lekker krokant!
        14. Bak je hutspot-ovenschotel ±25 minuten totdat hij een mooi korstje heeft en licht gerezen is. 

        Tip:

        Je kunt je hutspot-ovenschotel makkelijk uren van tevoren al voorbereiden (tot en met stap 13). Bewaar hem na afkoeling in de koelkast. Het bakken in de oven duurt wel wat langer als de schotel koud is: ongeveer 35 à 40 minuten. 

        dinsdag 8 januari 2019

        Pizza-die-geen-pizza-is: flinterdun en met harissa-gehakt

        Hij deed geen recht aan het recept hieronder, de naam die ik in eerste instantie boven dit blog wilde zetten: flinterdunne pizza met pikant harissa-gehakt. Hij dekte de lading niet! 


        Deze pizza is geen pizza. Ook al lijkt hij er een beetje op. Wat hij wel is? Daar ben ik ook nog niet uit... Vandaar dat ik mijn pizza nu een 'pizza-die-geen-pizza-is' heb genoemd. Curieus? Lees nog even door onder de foto voor mijn verklaring!

        Wat ik je in deze inleiding wel vast wil verklappen is: mijn niet-pizza's zijn zo lekker, dat het jou wat zal schelen hoe ze heten! Bedenk er je eigen naam maar voor. Of niet.

        Maar bak ze in elk geval wel een keer. Absoluut de moeite waard!



        Recept Pizza-die-geen-pizza-is: flinterdun en met harissa-gehakt


        Geen pizza


        Ik heb lang gewikt en gewogen over een naam voor dit gerecht. Een blik op de foto verklaart al een beetje waarom.

        Het gaat meteen fout bij de deegbodem: die past niet echt in een hokje.

        Ik maak mijn bodem van een vrij zacht gistdeeg met zure room en olijfolie erdoor. Voor extra smaak voeg ik knoflook en Spaanse pimentón (gerookt paprikapoeder) toe. Het deeg is na het rijzen supermakkelijk heel dun uit te rollen. Na het bakken in de oven worden de randen zonder beleg heerlijk krokant, bijna bros. Het belegde deel van het deeg wordt juist niet bros, maar soepel. Die combinatie is echt heerlijk!

        De bodem heeft een beetje de looks van een pizzabodem, maar niets is wat het lijkt: het is pertinent geen pizzabodem! Een pizzabodem heeft geen dunne, bros-krokante rand. Je rolt een pizzabodem bovendien niet uit met een deegroller. Je vormt hem uit de hand, lekker dun in het midden met een wat dikkere buitenrand, die later mooi donkerbruin opbobbelt tijdens het bakken. En zeg nou zelf: pizzadeeg met als ingrediënten zure room, knoflook en Spaanse pimentón. Nooit van gehoord, toch?!


        Geen flammkuchen


        Is het een flammkuchenbodem dan? Nou, nee. Die is wel lekker dun en krokant, maar ook in dat deeg vind je geen zure room, knoflook, etc.


        Geen lahmacun


        En een Turkse-pizza- of beter gezegd een lahmacunbodem? Hoho, een lahmacun, waarbij wat yoghurt wordt gedaan door het deeg, heeft niet zo'n krokante rand. Na het bakken in een speciale grillpan (dus niet in de oven!) bewaar je een lahmacun tussen theedoeken - net zoals je dat met versgebakken tortillas doet - zodat het deeg nog lang soepel en dus oprolbaar blijft.


        Geen pizza-, flammkuchen- of lahmacun-beleg


        Mijn belég is ook geen feest voor een hokjesdenker.

        Niet de tomatensaus en de gesmolten kaas, die onlosmakelijk bij een Italiaanse pizza horen.

        Geen basisbeleg van crème fraiche en ui. Weg is de associatie met een flammkuchen.

        Mijn beleg heeft nog het meeste weg van dat van een lahmacun: smeuïg en kruidig lamsgehakt. Alleen, daar komt ook weer een 'maar' om de hoek kijken. Wie maakt zijn Turkse-pizza-beleg nou op smaak met Marokkaanse harissa?


        Geen naam om te googelen


        Het liefst zou ik mijn culinaire creatie een 'flinterdunne zure-room-knoflook-gistbodem-snack met een krokante rand, belegd met paprika-tomaat-harissa-komijn-lamsgehakt en kruiden-knoflook-citroen-sla' willen noemen. Maar zou jij hierop googelen?


        Compromis zonder concessies


        Er zat niets anders op dan op zoek te gaan naar een compromis. Over mijn eerst bedachte compromis-naam was ik verre van tevreden: flinterdunne pizza met pikant harissa-gehakt. Daar stond nog steeds dat woord 'pizza' in...

        Mijn uiteindelijke keuze bevat twee keer het woord 'pizza'. Dat dan weer wel. Maar toch voelt het anders: het is een 'pizza-die-geen-pizza-is' geworden!

        Het blijft een concessie, maar kom maar eens met iets beters! Hint: vat dit op als een uitdaging en laat jouw voorstel achter als reactie onder dit blog! Ik ben benieuwd!

        Eén troost: aan de smaak heb ik absoluut geen concessies gedaan. Het krokante en lichtpikante van de bodem, de smeuïgheid en kruidigheid van het lamsvleesbeleg en het frisse en knapperige van de sla-topping: samen vormen die een match made in heaven!

        Bakken dus deze pizza's-die-geen-pizza's-zijn!



        Recept Krokante flinterdunne pizza’s met pikant harissa-gehakt



        Krokante flinterdunne pizza’s met pikant harissa-gehakt


        Ingrediënten voor 8 pizza's: 


        Voor het deeg:

        • 400 gram witte bloem van harde tarwe (broodbloem; liever geen patentbloem)
        • 10 gram droge gist
        • 1 theelepel suiker
        • ±160 ml lauw water
        • 100 gram zure room
        • 2 eetlepels olijfolie
        • 8 gram zout
        • 1 teentje knoflook uit de pers
        • 1/3 theelepel pimentón, Spaans gerookt paprikapoeder (lees er alles over in een eerder blog!)
        • een beetje bloem voor het bestuiven van het werkvlak
        • een beetje olijfolie voor het invetten van de bakplaat en de randen van de pizza's

        Voor de vulling:

        • 400 gram lamsgehakt
        • 6 rijpe trostomaten
        • 2 rode puntpaprika’s
        • 1 ui
        • 2 teentjes knoflook uit de pers
        • 4 eetlepels versgehakte platte peterselie
        • 1 klein blikje tomatenpuree
        • ±3 theelepels harissa (zelfgemaakt of uit een potje; de hoeveelheid hangt af van hoe pikant jouw harissa is)
        • 2 theelepels gemalen komijn
        • 1 theelepel pimentón
        • 2 eetlepel olijfolie
        • zout naar smaak

        Voor de garnering:

        • 1 krop ijsbergsla in kleine stukjes gesneden
        • 1 rode ui in zeer dunne halve (of kwart) ringen gesneden
        • een forse bos platte peterselie, grof gehakt
        • 1 teentje knoflook zeer fijn gesnipperd
        • zout, citroensap en extra vergine olijfolie naar smaak

        Bereiding:

        1. Schenk het overgrote deel van het water in de mengkom van de keukenmachine en voeg de gist en de suiker toe. Roer het geheel goed om en laat het mengsel 5 minuten staan. Dan kunnen de bloem, de olijfolie, de zure room, de knoflook, de pimentón en het zout erbij. Kneed het deeg ongeveer 10 minuten. Voeg eventueel nog wat water toe. Het deeg is goed als het soepel aanvoelt en net niet aan de handen blijft plakken. Heb je geen keukenmachine met kneedhaken, stort dan de bloem op het werkvlak en maak er een kuiltje in. Roer in het kuiltje een mengsel van de gist, de suiker en een beetje water. Zorg ervoor dat de suiker goed opgelost is. Laat dit mengsel 5 minuten staan. Voeg dan beetje bij beetje de bloem, het zout, de zure room, de knoflook, de pimentón en de olijfolie toe aan het mengsel. Voeg ook meer water toe. Kneed het deeg met de handen totdat het elastisch is.
        2. Maak van het deeg 8 kleine bolletjes. Laat de bolletjes vervolgens op een warme plaats tussen twee theedoeken een uur rijzen. Het volume van het deeg moet verdubbelen.
        3. Ontvel ondertussen de tomaten door ze 20 seconden onder te dompelen in kokend water. De velletjes laten dan makkelijk los. Ontpit de tomaten en snijd het vruchtvlees zeer fijn.
        4. Hak de ui en de paprika ook zeer fijn. Dat kan eventueel in de foodprocessor.
        5. Kneed het gehakt samen met de andere vullingingrediënten tot een smeuïg geheel. Je kunt het gehakt voorproeven door een klein beetje ervan even te bakken in een pannetje. Voeg eventueel nog wat extra zout of harissa toe.
        6. Verwarm de oven voor tot 200°C. Vet een bakplaat dun in met olijfolie.
        7. Rol een bolletje deeg op een met bloem bestoven werkvlak zeer dun uit. Mijn pizza's zijn ongeveer 28 cm in doorsnede. 
        8. Rol het deeg losjes om de deegrol en breng het zo over naar de bakplaat.
        9. Besmeer het deeg met 1/8 deel van de vulling. Bestrijk de niet-bedekte rand met een beetje olijfolie.
        10. Bak de pizza in 8 à 10 minuten gaar en een beetje oranje-bruin (de kleur van de rand wordt beïnvloed door de pimentón!). De pizza wordt heerlijk krokant aan de rand en blijft lekker soepel in het midden. Schep de pizza van de bakplaat en leg hem op een rooster. Bak zo ook de andere 7 pizza’s.
        11. Vermeng ondertussen de ijsbergsla met de uienringen en de peterselie. Maak de sla op smaak met wat zout, citroensap en olijfolie.
        12. Strooi wat sla over elke pizza. Serveer meteen.

        Tips:

        1. Harissa is een Noord-Afrikaanse pikante rode saus die gemaakt is van onder meer pepers, tomaten, komijn, koriander en knoflook. Hij is kant-en-klaar te koop in de beter gesorteerde supermarkt of bij een Noord-Afrikaanse winkel.
        2. Werk met twee bakplaten, die je om en om gebruikt. Dan kun je het snelst doorwerken.
        3. Je kunt de pizza’s ruim voor de maaltijd al bakken als je dat zou willen. Bewaar ze na afkoeling afgedekt. Je kunt ze daartoe stapelen; ze plakken niet aan elkaar. Verwarm vlak voor het serveren de oven weer tot 200°C. Verwarm elke pizza apart gedurende ±1 minuut (als de pizza’s uit de koelkast komen, kan het wat langer duren).
        4. Deze pizza's zijn koud ook erg lekker. Als je ze in de koelkast bewaart, kan het wel gebeuren dat de randen wat minder krokant worden. 
        5. Wij eten altijd twee pizza's per persoon. Tijdens de lunch of als late night snack is eentje voldoende.