Posts tonen met het label bouillon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bouillon. Alle posts tonen

woensdag 6 april 2022

Krachtige bouillon gevuld met minisoesjes: verrukkelijk én feestelijk!


Vandaag een wel heel bijzonder recept: dat voor een krachtige bouillon gevuld met... hele kleine zelfgebakken soesjes! 


Ideaal voor een speciaal etentje met vrienden, je paasdiner of zelfs je kerstdiner.

Hoe maak je deze verrassende soep?

  1. Eerst trek je een bouillon van mager rundvlees. En daarna maak je die stevig op smaak met een forse scheut madera en een paar lepels medium sherry: fantastisch!
  2. Ondertussen ga je aan de bak. Aan de hand van het stap-voor-staprecept hieronder en (eventueel) mijn tips uit een vorig blog bak je hele kleine hartige soesjes; vele tientallen! Die vul je niet, maar je laat ze gewoon leeg. 
  3. Vlak voor het serveren strooi je in elk bord bouillon een flinke hand van die soesjes.

En dan ga je genieten! Want dit is me toch lékker! 


Klik meteen door naar het recept of lees eerst nog even hoe ik op het idee kwam voor deze feestsoep! 



Recept: zo maak je zelf een krachtige bouillon met minisoesjes!


De dag van de soep

Het begon allemaal jaren geleden. Toen ik nog een kind was. We waren met het hele gezin - ik heb 3 zussen - in Zuid-Duitsland. Op herfstvakantie.

Het weer kon bijna niet beroerder. Dag in dag uit gierde de wind ons om de oren en kwam de regen met bakken uit de lucht. 

Om een beetje op temperatuur te komen doken we regelmatig een knus eetcafeetje in. Voor een kom hete soep. 

Zo ook die ene woensdagmiddag.


De soep van de dag


Op een groot krijtbord werd het menu van de dag aangeprezen. Goulashsoep was dé aanrader. Maar hey, dat was in elk eetcafé het geval. Daar hadden we al dagenlang mee geluncht. Dus die viel af...

Maar er waren nóg twee soepen. 


Frankfurter Suppe


De eerste klonk té lekker om waar te zijn. Voor ons, kinderen, dan. Frankfurter Suppe

Wij associeerden dat meteen met de ons uit Nederland bekende frankfurters: knakworstjes! Een soep met knakworstjes! Welk kind droomt daar nou niet van?!

Helaas, mijn moeder plaatste meteen een domper op onze hoge verwachtingen. Als iets te mooi is om waar te zijn, dan is het meestal ook niet waar, zo redeneerde ze. Het zou ook de één of andere - unbestimmte - soep kunnen zijn, die zijn naam dankte aan de plaats Frankfurt en níet aan de worstjes. En die zou wel eens flink kunnen tegenvallen.

Yep. Dat klonk aannemelijk...


Backerbsensuppe


De derde soep was een backerbsensuppe. 

Die kende mijn moeder - binnen ons gezin dé Duitse-taal-specialist - wel! Dat was erwtensoep! 

Véél minder lekker dan een soep met knakworstjes. Maar erwtensoep klonk wel veilig: die zouden we in elk geval lústen. 


Dappere zus


Met vijf man sterk kozen we voor de backerbsensuppe. 

Alleen mijn jongere zusje hield haar poot stijf. Zij durfde de gok wel aan: ze had lak aan alle mitsen en maren van moeders. En ze ging vol voor de Frankfurter Suppe! 


De Frankfurter Suppe arriveerde het eerst


En, oeh! Dat bleek écht een soep vol met knakworsten!

Met jaloerse blikken staarden we naar het bord van mijn zusje. Een dampende heldere runderbouillon. Met daarin wel vijf of zes lange, knapperige frankfurters! Wat lekker! 

Spijt dat we hadden!


De Backerbsensuppe


En toen kwam de ober met een groot blad met daarop de vijf andere borden. Maar wat was dat nou? Daar zat helemaal geen erwtensoep in...

Wel weer die geurige bouillon. En daarin dreven allemaal kleine goudgele bolletjes. Tientallen!

Voorzichtig proefden we er ééntje. En nóg ééntje en nog ééntje. Die smaakten naar meer! De bolletjes waren van deeg. Heerlijk, superknapperig deeg.

Weg spijt! De backerbsensuppe was ronduit verrukkelijk! 

Uiteindelijk was het mijn zusje die spijt had. Nou ja, een heel klein beetje dan...


Backerbsen inslaan


Die middag na de lunch hadden we maar één missie: we moesten en zouden een supermarkt opzoeken en backerbsen kopen. Voor thuis! 

Nog maanden hebben we gesmuld van onze voorraad, het dierbaarste souvenir van de hele vakantie. 


Knapperbolletjes of soepbolletjes


Pas veel later ontdekten we: de backerbsen hadden inmiddels ook Nederland bereikt. En niet alleen via onze imperiaal. Ze waren nota bene verkrijgbaar in onze eigen supermarkt!

Alleen heetten ze anders: knapperbolletjes of soepbolletjes, afhankelijk van de fabrikant. 

Vanaf dat moment werd de backerbsensuppe de favoriete soep binnen ons gezin. En toen ik het huis uit ging om te studeren ging ik de soep ook maken voor Victor, die er meteen als een blok voor viel!


Misschien vraag je je nu af: kun je backerbsen ook zelf maken?


Jazeker! En dat gebeurt ook nog regelmatig in Duitse (en Oostenrijkse en Zwitserse) keukens. 

Op de website van Lecker wordt stap voor stap uitgelegd hoe je dat moet doen: eerst maak je een deegje van 75 gram bloem, 1 ei, 2 eetlepels lauw water en een snufje zout. Vervolgens druk je het deeg door een soort grove rasp. Dat doe je boven een pan met borrelend frituurvet. De stukjes deeg vallen in het vet en worden daar heerlijk krokant. 

Backerbsen - zelfgemaakt of uit een zakje - eet je volgens de regels van de gutbürgerliche Küche altijd in een krachtige bouillon. Voeg ze pas vlak voor het serveren toe, zodat de knapperige bolletjes ook echt knapperig blijven! 


Maar dat recept voor backerbsen kende ik nog niet...


...toen Victor en ik na onze studententijd Nederland verruilden voor Argentinië.

Na een paar maanden boodschappen doen in de supermarkten van Buenos Aires kenden we het assortiment daar wel zo'n beetje. En daar hoorden onze geliefde backerbsen helaas niet bij.

Ik moest er dus zelf een vervanger voor bedenken.


Mijn alternatief voor backerbsen


Je hebt de intro van mijn blog natuurlijk al gelezen, dus ook al doe ik mijn best toe te werken naar een spannende finale: je weet het eigenlijk al. Ik ging piepkleine soesjes bakken voor in mijn bouillon!  

Maar wat je nog niet weet is dat mijn soep daarna alleen nog maar lekkerder werd! En ook nog eens eleganter, origineler, feestelijker, volwassener... Veel minder zo'n typische kindersoep. Zeker toen ik ook nog eens een flinke scheut alcohol ging toevoegen aan de bouillon. 

En ik zal het maar opbiechten: sindsdien eten we eigenlijk nooit meer backerbsensuppe, maar alleen nog maar soep met verse soesjes!


Hoe dan ook: nog altijd zijn wij mijn moeder dankbaar voor haar advies toen op die woensdagmiddag in dat Duitse eetcafé! 



Recept: zó bak je piepkleine soesjes voor in je soep!


Hoe bak jij nou zelf de minisoesjes voor je soesjessoep?


Onderaan dit blog vind je het volledige recept voor de minisoesjes. Met alle ins & outs. 

Maar kortgezegd: je maakt eerst een mooi soezendeeg. Met in verhouding iets meer water dan melk.

Van dat deeg spuit je kleine hoopjes op een bakmatje. De deeghoopjes moeten ongeveer zo groot worden als kleine kruidnootjes. In de oven gaan die mooi rijzen en worden ze hol vanbinnen. 

Ik bak meestal zo'n 300 soesjes in één baksessie. Dat zijn in mijn oven ongeveer 6 bakplaten vol! 

Ik serveer de soesjes nooit koud; dan zou mijn soep immers te veel afkoelen. Vlak voor het serveren mogen ze nog even de oven in. Gewoon dicht op elkaar, kriskras door mekaar, rechtop of ondersteboven - het maakt niet uit - op een bakplaat zonder vet of bakmatjes. Tien minuten ongeveer, op 130°C. Van die oppiepbeurt worden de minisoesjes niet alleen lekker warm, maar ook nog eens extra krokant!


Kun je je minisoesjes ook invriezen?


Yes! En dat is echt een uitkomst. Dát is de reden waarom ik er altijd zo veel in één keer bak! 

Na het afkoelen gaan ze in diepvriesdoosjes de vriezer in! 

Ik laat mijn soesjes nooit ontdooien voor gebruik. Ze gaan recht vanuit de vriezer op de bakplaat. Weer in een oven van 130°C. Een paar minuutjes langer dan de verse soesjes. Proeven is de beste manier om uit te vinden of ze warm en krokant genoeg zijn om te serveren!


En dan nu: het volledige recept voor mijn runderbouillon met minisoesjes! 


Veel plezier ermee! En laat me maar horen of jij deze soep net zo lekker vindt als wij!



Krachtige bouillon gevuld met minisoesjes: verrukkelijk én feestelijk! Een fantastisch recept.


Trek zelf een krachtige runderbouillon en vul die met krokante minisoesjes!


Ingrediënten voor een voorgerecht:

Voor de bouillon (6 à 8 personen):

  • 1 pond magere runderlappen
  • 2 liter water
  • 3 worteltjes
  • 1 prei
  • 1 ui
  • een bosje bladselderij
  • 1 blaadje laurier
  • een paar stukjes foelie
  • 1 theelepel gedroogde tijm
  • ½ theelepel kerriepoeder
  • ±10 zwarte peperkorrels
  • een mespunt nootmuskaat
  • runderbouillonblokjes of bouillonpoeder naar smaak
  • ±3 tl worcestersaus (naar smaak)
  • ±30 ml medium sherry (naar smaak)
  • ± 30 ml madera (naar smaak)

Voor de mini-soesjes (250 à 300 stuks voor 16 à 20 personen): 

  • 150 ml water
  • 100 ml volle melk
  • 125 gram roomboter
  • ½ theelepel zout
  • 125 gram patentbloem
  • ±250 gram ei (±5 eieren)

Extra vulling voor de bouillon:

  • een flinke bos platte peterselie

Extra nodig:

  • een bakmatje of bakpapier en een beetje margarine
  • een (wegwerp)spuitzak met daarin een glad spuitmondje met een doorsnede van ±1,2 cm

    Bereiding:

    1. Snijd de worteltjes in plakjes. Snijd de prei in ringen en was deze goed. Snipper de ui grof. Hak de selderij grof. Doe alle ingrediënten vanaf het vlees tot en met de nootmuskaat in een soeppan en breng het geheel net tegen de kook aan. Laat de bouillon enige uren zachtjes trekken. Schep de groenten en het vlees uit de bouillon (bewaar het vlees voor bijvoorbeeld jachtschotel of kroketten).
    2. Maak de bouillon stevig op smaak met een paar runderbouillonblokjes of wat bouillonpoeder en een scheutje worcestersaus. Voeg eventueel nog wat water toe wanneer er te veel is verdampt. Plaats een vergiet in een grote pan, leg er een kaasdoek of een theedoek (schoon en niet behandeld met wasverzachter) in en giet de bouillon door de zo ontstane fijne zeef.
    3. Ga tijdens het trekken van de bouillon met de soesjes aan de slag. Doe daartoe het water, de melk, de boter en het zout in een pan. Breng het geheel rustig aan de kook. De boter moet gesmolten zijn voordat het mengsel kookt; anders kan er te veel water verdampen.
    4. Neem de pan van het vuur en voeg in één keer de bloem toe. Roer het geheel goed totdat de bloem helemaal is opgenomen en het mengsel egaal is. 
    5. Nu mag de pan terug op het vuur. Draai het vuur middelhoog. Ga verder met roeren gedurende ongeveer 3 minuten. Langzaam maar zeker zal de bloem gaan garen. Dat zie je doordat de deegbal af en toe heel licht begint aan te bakken aan de bodem van de pan. Roer dit meteen los. Je hoort ook een sissend geluid. Na 3 minuten is het kookdeel van je bereiding klaar! Doe het deeg over in een kom en laat het een paar minuten afkoelen. 
    6. Verwarm de oven (conventionele oven met boven- en onderwarmte) voor tot 210°C.
    7. Voeg het eerste ei toe. Nu wordt het hard werken, want het doorroeren van het ei is best een zware klus. Voeg het tweede ei pas toe als het deeg volledig glad en egaal is. Voeg zo ook ei 3 en ei 4 toe. 
    8. Klop het vijfde ei los in een kopje. Misschien heb je het niet helemaal nodig; dat hangt af van de maat van je eieren en de consistentie van je deeg. Roer eerst de helft door het deeg en pas later de rest als dat nog nodig is. Je deeg moet mooi soepel zijn, maar het mag straks niet gaan uitlopen als je het op de bakplaat spuit. Goed deeg hangt in een soort V-vorm van je spatel af. 
    9. Leg een siliconenmatje op je bakplaat. Heb je geen siliconenmatje, smeer dan een bakplaat in met een beetje margarine. Knip een mooi passend stuk bakpapier af en 'plak' dat op de margarine; zo blijft je papier mooi liggen als je je soesjes gaat spuiten en krullen de randen van het papier niet op.
    10. Doe het spuitmondje in de spuitzak. Vul de spuitzak met het soezendeeg. Spuit kleine deegbolletjes op je bakmatje. De bolletjes moeten ongeveer zo groot worden als kleine kruidnootjes. Spuit ze niet te dicht bij elkaar, want ze gaan behoorlijk rijzen. Ik heb bakmatjes van ±30x40 cm; daar passen 6 rijen van 8 soesjes op. Zitten er opstaande puntjes op je deegbolletjes? Die kun je even platdrukken met een vochtig lepeltje.
    11. Plaats de bakplaat in het midden van de oven en bak je soesjes ±12 minuten op 210°C. Ze zijn dan al gerezen en beginnen te bruinen. Draai vervolgens je oven terug naar 160°C (zonder de deur van de oven te openen) en bak de minisoesjes nog 5 à 6 minuten. Hou de bruining van je soesjes tijdens het bakken van de eerste portie in de gaten; de temperaturen van verschillende ovens kunnen iets variëren, waardoor je soesjes sneller bruin zouden kunnen worden. Draai in dat geval de oven bij de volgende portie 1 of 2 minuten eerder omlaag of verlaag de tweede temperatuur naar 150°C.
    12. Je soesjes zijn klaar als ze stevig en licht aanvoelen. Schep ze van de bakplaat en laat ze afkoelen op een rooster.
    13. Bak zo alle soesjes totdat je soezendeeg op is. Mijn advies is: bak nooit meer bakplaten boven elkaar, maar bak ze ná elkaar. Dan krijg je de mooiste soesjes.
    14. Verwarm je bouillon vlak voor het serveren. Leg ook dan de soesjes nog even in de oven; gewoon met zijn allen op de bakplaat. Je hebt ongeveer 15 soesjes nodig per persoon. Zet de oven op 130°C. Na ±10 minuten zijn je soesjes weer warm en heerlijk krokant.
    15. Hak de peterselie fijn. Maak de bouillon heerlijk op smaak met de sherry en de madera. Dit doe je pas op het laatst zodat niet alle alcohol verdampt. Verdeel de bouillon over de borden en strooi in elk bord wat peterselie. 
    16. Je kunt ervoor kiezen je borden meteen te garneren met de soesjes. Maar nóg leuker en lekkerder is het om iedereen een bord met bouillon te serveren met daarnaast een schaaltje met soesjes. Zo kan ieder de soesjes zelf in zijn eigen bord scheppen. De soesjes blijven zo optimaal knapperig! 

    Tips:

    1. Dit is een gerecht dat je makkelijk kunt voorbereiden - tot en met stap 13. Zowel de bouillon als de soesjes kun je later opwarmen. Ideaal!
    2. De hoeveelheid bouillon is voldoende voor 8 personen. Is dat te veel? Je kunt hem makkelijk invriezen!
    3. De totale hoeveelheid soesjes in het recept is voldoende voor 16 à 20 personen (behalve natuurlijk als je het lekker vindt om meer dan 15 soesjes in je soep te eten; zet dan tijdens het eten een grote schaal soesjes op tafel waarvan iedereen meer kan nemen als hij of zij dat wil!). Hierboven in het blog beschrijf ik hoe je de soesjes het beste kunt invriezen en ontdooien. Natuurlijk kun je ook minder soesjes in één keer bakken. Je kunt het recept eenvoudig in porties van 1 ei opsplitsen. 
    4. Ik werk altijd het liefst met twee bakplaten - en dus ook met twee bakmatjes. Als de ene in de oven staat, kan ik de andere vast opspuiten, enz. 
    5. Heb je nog nooit eerder soesjes gebakken? Dat is niet moeilijk, maar misschien is het wel handig om eerst even alle tips & tricks te lezen om echt de allerbeste soezen te bakken. Die vind je in één van mijn eerdere blogs! 
    6. Nog meer recepten voor feestelijke voorgerechten? Volg de link 'Vooraf' voor álle ideeën op mijn blog! Meer specifieke inspiratie voor je paasdiner? Maak dit jaar eens een Franse terrine van kalfsvlees, kip en ham, hartige soesjes gevuld met roerei met gerookte zalm, een salade van gerookte kalkoen met dadels en een vijgendressing of een romige kippensoep met vrolijke groenten en een scheutje madera! Alvast likkebaarden? Bekijk de foto's hieronder!

    Recept: zo maak je zelf een heerlijke Franse terrine met kalfsvlees!

    Recept: zo maak je zelf hartige soesjes gevuld met sappig roerei en gerookte zalm!

    Recept: zo maak je zelf een salade van gerookte kalkoen met dadels en een vijgendressing!

    Recept: zo maak je zelf een romige kippensoep met lekker veel lentegroenten en een scheutje madera!


    vrijdag 6 maart 2020

    Romige kippensoep met vrolijke groenten en een scheutje madera!


    Kippensoep. Zoek ernaar op Google of Pinterest en je kunt eigenlijk maar één conclusie trekken: dé kippensoep bestaat niet!


    Ik neusde even rond op mijn eigen blog en alleen daar al kwam ik 4 soorten kippensoep tegen. Die in de verste verte niet op elkaar lijken. Een Thaise soep, een Indiase soep, een Mexicaanse soep en een oosterse kippenbouillon met Chinees vijfkruidenpoeder.

    Vandaag ga ik daar nóg een kippensoep aan toevoegen. Deze keer geen exotische soep, maar meer een elegante, verfijnde soep.

    Eerst een foto. Daarna vertel ik je meer over mijn kippensoep. En ik geef je het recept. Allicht.


    Recept: zo maak je een heerlijk romige kippensoep met vrolijke groenten en een scheutje madera!


    Wat gaat er allemaal in mijn elegante kippensoep?


    • het allerbelangrijkste: versgetrokken kippenbouillon
    • kleine blokjes sappige blanke kipfilet
    • gesofistikeerde smaakmakers als room en madera
    • natuurlijk ook groenten, vrolijk gekleurde groenten: knapperige groene erwtjes, piepkleine oranje blokjes wortel en felgele zoete maïskorrels
    • en voor de pit (en ook een beetje voor de kleur): 2 soorten paprikapoeder


    Feestelijke kippensoep voor een dinertje


    Al deze componenten samen zorgen voor een superfeestelijke soep, die niet misstaat als voorgerecht bij een chic etentje.

    Maar die het ook prima doet bij een brunch - wat dacht je van je paasbrunch?! - of (in een koffiekopje!) als hartig gerechtje bij een classy high tea.

    Hoe stijlvol hij ook is en hoe luxueus hij ook oogt, deze soep, moeilijk om te maken is hij gelukkig niet! Ga dus snel naar het recept hieronder!


    Bon appétit!



    Recept: zo maak je een heerlijk romige kippensoep met vrolijke groenten en een scheutje madera!




    Romige kippensoep met vrolijke groenten en een scheutje madera!



    Ingrediënten voor een voorgerecht voor ±6 personen:


    Voor de kippenbouillon:

    • 300 gram kipfilet
    • 1,5 liter water
    • 1 ui, in stukken gesneden
    • 4 worteltjes, in plakjes gesneden
    • een paar takjes bladselderij, grof gehakt
    • 1/2 prei, in ringen gesneden (en na het snijden pas gewassen)
    • 3 kippenbouillonblokjes
    • 1/2 theelepel zwarte peperkorrels
    • 1 stukje foelie
    • 1,5 theelepel gedroogde tijm
    • 1 theelepel mild paprikapoeder
    • 1 theelepel kerriepoeder
    • een mespunt nootmuskaat

    Voor het afmaken van de kippensoep:

    • 50 gram roomboter of margarine
    • 50 gram bloem
    • 2,5 ons geschrapte worteltjes
    • 2 ons erwtjes (vers of diepvries, liever geen blikgroenten)
    • 1,5 ons gare maïs (uit een blikje of versgekookt)
    • 1/8 liter slagroom, ongezoet en ongeklopt
    • 2 theelepels mild paprikapoeder
    • 1 theelepel pikant paprikapoeder
    • 80 ml madera (kookwijn)
    • versgemalen zwarte peper
    • eventueel nog een beetje zout of bouillonpoeder

    Bereiding:

    1. Doe alle ingrediënten voor de bouillon samen in een soeppan. Breng het geheel tegen de kook aan. Laat de kipfilets zachtjes een dik halfuur garen. Tegelijkertijd ontstaat er ook een heerlijke, geurige bouillon.
    2. Schep de kipfilets en de groenten uit de bouillon.
    3. Leg een kaasdoek of een schone theedoek (die niet behandeld is met wasverzachter) in een vergiet en plaats het vergiet zo in een ruime pan/kom. Giet de bouillon door de zo ontstane fijne zeef.
    4. Meet de hoeveelheid bouillon af met behulp van een litermaat. Voeg zo veel water toe dat je 1,5 liter kippenbouillon hebt.
    5. Smelt in een andere pan de boter of margarine. Roer er de bloem doorheen. Het mengsel moet mooi egaal worden. Blijf roeren en laat het boter-bloem-mengsel, de roux, een paar minuten garen.
    6. Schep een beetje gezeefde bouillon bij de roux. Roer goed totdat het geheel weer egaal is. Voeg zo beetje bij beetje alle bouillon toe. Uiteindelijk ontstaat er een gladde lichtgebonden soep.
    7. Breng de soep aan de kook.
    8. Snijd ondertussen de worteltjes in piepkleine blokjes. Doe hetzelfde met de gare kipfilets.
    9. Voeg de wortelblokjes en de erwtjes toe aan de soep en laat ze erin garen. Na 5 minuten mogen de maïskorrels en de kipblokjes erbij. Na nog eens 5 minuten zijn je groenten lekker beetgaar. Proef ze maar even.
    10. Maak de soep af met de rest van de ingrediënten. Proef of je het nodig vindt om nog wat extra zout of bouillonpoeder toe te voegen. Wil je nog wat meer pit? Een beetje meer pikant paprikapoeder zorgt hiervoor! 

    Tip:

    Voor het geval je smaak te pakken hebt gekregen: nog even de linkjes én de foto's van de andere soorten kippensoep op mijn blog:

    Recept: zo maak je zelf Thaise noedelsoep met kip en groenten!


    Recept: zo maak je zelf Indiase currysoep met gemarineerde kip en groenten


    Recept: zo maak je zelf Mexicaanse kippensoep!


    Recept: zo maak je oosterse kippenbouillon met garnalen, omelet en groenten

    vrijdag 8 februari 2019

    Oosterse kippensoep met omelet, garnalen, sugarsnaps en minimaïskolfjes


    Heb je mijn vorige blog gelezen met het recept voor een sappige oosterse omelet? Die omelet kun je prima serveren als bijgerecht bij nasi, bami of een wat uitgebreidere oosterse maaltijd.

    Maar vandaag gaat hij in de soep! In een verrukkelijke zelfgetrokken oosterse kippensoep met o.a. heel veel kippenvlees, garnalen, knapperig verse sugarsnaps en minimaïskolfjes.

    Tot zover de vulling. Wat zijn de smaakmakers? O.a. lichte sojasaus, Chinees vijfkruidenpoeder, geelwortel en wat pittige Spaanse peper. Top!


    Oosterse kippensoep met omelet, garnalen, sugarsnaps en minimaïskolfjes


    Wat is Chinees vijfkruidenpoeder of Chinese 5-spice?


    Het recept komt eraan; dat beloof ik je! Maar eerst nog een aantal tips met betrekking tot de ingrediënten van deze kippensoep. Misschien zijn er een paar die je niet bekend voorkomen of die je niet verwacht in een kippensoep.

    Om te beginnen het Chinese vijfkruidenpoeder. 

    Dat is een mengsel van - logisch - 5 verschillende ingrediënten, die vaak in de Chinese keuken worden gebruikt. Alleen, het zijn geen kruiden, maar specerijen. De Engelse benaming Chinese 5-spice is eigenlijk juister.

    Niet elk vijfkruidenpoeder bevat exact dezelfde specerijen en al helemaal niet in dezelfde verhoudingen. Zo heb ik toevallig twee potjes in huis met elk een andere samenstelling. Anijszaad, steranijs, kruidnagel, cassia (een soort kaneel) venkelzaad, sechuanpeper, gemberpoeder. Al deze specerijen kunnen ook in jouw mengsel zitten. In elke blend bevinden zich minstens een anijs- en een pepersoort, hetgeen 5-spice heerlijk zoet en tegelijkertijd pikant maakt.

    Gebruik vijfkruidenpoeder altijd spaarzaam; het kan snel gaan overheersen. Twijfel je over de hoeveelheid, begin dan met een klein beetje en voeg eventueel nog wat extra toe nadat je geproefd hebt.


    Geelwortelpoeder, koenjit of kurkuma


    Geelwortelpoeder, het gedroogde poeder van een, jawel, gele wortel, vind je nooit in 5-spice. Maar hij hoort eigenlijk wel in deze kippenbouillon thuis. Met name vanwege zijn aroma en zijn aantrekkelijke kleur. 

    Geelwortel, ook wel koenjit of kurkuma genoemd, is het ingrediënt dat curry's, kerriepoeder en vaak ook rijst zo zonnig goudgeel maakt. Op de foto hieronder zie je hoe stralend je bouillon ervan wordt!


    Oosterse kippenbouillon


    Een beetje vet kan zo lekker zijn


    Op de foto van de bouillon zie je nog een ingrediënt, dat ik niet los toevoeg, maar dat er wel degelijk in zit: een beetje vet! Ik houd van die klein vetkringetjes op mijn kippenbouillon!

    Het vet komt uit de kippenbouten, waar je je bouillon van trekt. Ik kies er altijd voor de bouillon alleen maar te zeven en niet compleet te ontvetten. Want dat vet geeft zo veel lekkere smaak!

    Tip: wil je toch liever een compleet magere bouillon? Laat je bouillon dat helemaal afkoelen. Het vet, dat bovenop de bouillon drijft, wordt dan hard. Je kunt het er vervolgens makkelijk af scheppen.


    Lichte sojasaus


    Het kan zijn dat je nog nooit gewerkt hebt met Chinese lichte sojasaus. Dat is een saus op basis van gefermenteerde soja, net zoals zo veel andere sojasauzen. De saus is vrij licht van kleur en niet zoet, maar wel licht zout. Tegenwoordig kun je hem zelfs kopen in de supermarkt.


    Minimaïs


    Ik vul mijn oosterse kippensoep graag met ingrediënten die allemaal een iets andere smaak en structuur hebben. Dat maakt de soep lekker avontuurlijk, toch?!

    Het zijn de minimaïskolfjes die zorgen voor de krokante bite. 

    Voor het geval je eraan zou twijfelen: het gaat hier echt om kleine onrijpe kolfjes van maïs. 

    Ze worden in een vroeg stadium al geoogst. Je kunt ze in zijn geheel eten. Omdat verse niet altijd verkrijgbaar zijn, heb ik in dit recept gekozen voor een blikje maïskolfjes. Mocht je verse kunnen vinden, blancheer die dan een minuut of vier voordat je ze in stukjes aan de soep toevoegt. De minimaïskolfjes uit blik zijn al gaar.


    Minimaiskolfjes


    En dan nu echt - beter laat dan nooit - het recept voor mijn oosterse kippensoep met omeletrolletjes, grote garnalen, sugarsnaps en minimaïskolfjes! 


    Nu je er alles over weet, wordt hij vast nog lekkerder. 


    Dat wordt dus extra genieten!



    Recept Oosterse kippensoep met omelet, garnalen, sugarsnaps en minimaïskolfjes



    Oosterse kippensoep met omelet, garnalen, sugarsnaps en minimaïskolfjes



    Ingrediënten voor een voorgerecht voor ±8 personen:


    Voor de kippenbouillon:

    • 3 flinke kippenbouten
    • 2,5 l water
    • 1/2 prei
    • een paar takjes bladselderij
    • 1/2 ui
    • ±5 kippenbouillonblokjes
    • 6 eetlepels droge sherry
    • 4 eetlepels Chinese lichte sojasaus
    • 1 theelepel Chinees 5-kruidenpoeder (5-spice)
    • 1/2 theelepel geelwortelpoeder (kurkuma/koenjit)

    Voor de vulling:

    • 200 gram sugarsnaps
    • zout
    • oosterse omeletrolletjes van 4 eieren (zie mijn eerdere blog)
    • 200 gram vrij grote garnalen
    • 250 gram minimaïskolfjes (uit blik)
    • 3 bosuitjes
    • 1 Spaanse peper

    Bereiding:

    1. Snijd de prei, de bladselderij en de ui grof in stukken. 
    2. Doe alle ingrediënten voor de bouillon in een grote soeppan en breng het geheel aan de kook. Laat de kippenbouillon ongeveer 1,5 uur zachtjes trekken. Daarna is het kippenvlees mooi gaar.
    3. Neem de kippenbouten uit de pan en pluk het vlees ervan af. Snijd het zo nodig in kleinere stukjes.
    4. Plaats een vergiet in een grote kom of pan en leg er een kaasdoek of een schone theedoek in (de theedoek mag niet behandeld zijn met wasverzachter!). Giet de bouillon door de zo ontstane fijne zeef. Schenk de kippenbouillon terug in de pan.
    5. Haal de sugarsnaps af en kook ze in een beetje gezouten water net beetgaar. 
    6. Snijd de bosuitjes diagonaal in ringetjes. 
    7. Verwijder de zaadjes en de zaadlijsten uit de Spaanse peper en snijd de peper voor een deel in ringetjes. Snipper de rest fijn.
    8. Snijd de minimaïskolfjes diagonaal in stukjes.
    9. Bak de omeletten en snijd ze in rolletjes.
    10. Vul de soep vlak voor het serveren met de kipstukjes, de sugarsnaps, de bosuitjes, de Spaanse peper en de minimaïskolfjes. Verwarm het geheel slecht een paar minuten. De ingrediënten mogen niet (door)garen. 
    11. Verdeel de omeletrolletjes en de garnalen over (eventueel voorverwarmde) borden of soepkommen. Schep de soep eroverheen. 

      Oosterse omeletrolletjes voor in de soep


      maandag 10 december 2018

      Aspic: smaakvolle hartige gelei voor je salades, patés en koude vleesschotels

      Vandaag ga ik, heel trendy, een retro recept bij je introduceren: een recept voor aspic!


      Aspic? Als je jonger bent dan veertig heb je hier waarschijnlijk nog nooit van gehoord! Maar, bij de oudere generatie gaat er misschien wel ergens een belletje rinkelen. Wellicht heb je een associatie met chique, luxe diners. Met schalen vol met koud vlees en prachtig gekleurde en gesneden groenten. Gepresenteerd op een wel heel bijzondere manier: kunstig ingekapseld in een soort koude, doorzichtige 'taarten' van gelei.

      Dat is dus aspic. Niet die 'taarten', maar de gelei: aspic is eigenlijk gewoon jelly. Alleen, hij is niet zoet, maar hartig!

      Aspic in zijn ongesneden vorm is niet echt fotogeniek, maar vooruit: ik heb hem toch maar op de foto gezet. Zodat je je er een beeld van kunt vormen. Later volgen nog een paar foto's van aspic als garnering. Dit is een goudgele soort - sommige aspics zijn lichter - van een krachtige runderbouillon gekleurd (én op smaak gemaakt!) met madera en cognac.


      Recept Aspic: smaakvolle gelei voor je salades, patés en koude vleesschotels


      Aspic in een paté en croûte


      Je kunt aspic nog ergens anders van kennen. Heb je weleens in een Frans restaurant een plak paté en croûte gegeten, paté ingepakt in krokant deeg? Daar zit tussen de paté en het deeg altijd een sappig en kruidig gelatineus laagje: dat is aspic!

      Tijdens het bakken van zo'n paté ontstaat er een uitsparing tussen de vulling en het deeg. De slager of kok vult die ruimte op door door kleine schoorsteentjes in het deeg (die heeft hij tijdens het vormen van de paté in de bovenkant van het deeg gemaakt om stoom te laten ontsnappen) vloeibare, nog niet gestolde aspic naar binnen te gieten. Na afkoeling stijft de vloeistof op. Heel ingenieus! En lékker!


      Urenlang bouillon trekken voor aspic


      Aspic werd vroeger gemaakt door gedurende uren en uren een bouillon te trekken van botten en huid (zwoerd) van dieren. Vooral kalfsbotten werden veel gebruikt. Het vet werd van de bouillon geschept en hij werd helder gemaakt, bijvoorbeeld door hem te zeven.

      Bouillon van beenderen wordt na afkoeling stevig, drilpuddingachtig, gelatine-achtig. Dat komt door de eiwitten, het collageen, die zich in dierlijk bindweefsel bevinden.


      Gelatine om aspic van te maken


      Nog steeds gebruikt de industrie dierlijke botten, kraakbeen en huiden voor het maken van gelatine. Goed om te weten als je vegetariër bent!

      Tegenwoordig zijn het alleen nog maar de heel exclusieve restaurants die hun eigen aspic trekken. Ieder ander, inclusief wij thuiskoks, gebruikt gelatineblaadjes of gelatinepoeder om aspic te maken.

      Wat je wel nog nodig hebt is een heldere vloeistof, die de aspic zijn smaak gaat geven. En daar komt toch weer die zelfgetrokken bouillon om de hoek kijken, maar dan gewoon van vlees, gevogelte of vis. Een heldere groentebouillon is ook een optie. 

      Belangrijk: je vloeistof moet echt bol staan van de smaak, dus zeker niet te flauw zijn! Aspic is een koud gerecht en koude gerechten hebben sowieso al minder smaak dan warme! 

      Aan die vloeistof voeg je je geweekte gelatine toe. Je lost hem al roerend op in de hete bouillon. Dan schenk je je bouillon in je vormen. Die mogen een nachtje de koelkast in en... de dag erna heb je mooie, stevige aspic.

      Aspic is dus vloeibaar als hij warm is en hij wordt vast als hij afkoelt. Die eigenschap ken je ook wel van de gelatine die je voor je taarten en puddingen gebruikt. Dat maakt aspic heel handig in het gebruik.

      Al moet je deze eigenschap natuurlijk wel onderkennen...


      Mijn aspic-blunder


      Als beginnend thuiskok maakte ik zo eens een enorme blunder. Een vriendin van  mij kwam op het idee om voor een prestigieus diner bij haar thuis timbaaltjes te maken van tomatenaspic. Het moest een klein voorgerechtje worden.

      De dag voor haar diner maakten we een verrukkelijke tomatenbouillon met veel tuinkruiden. Daar losten we onze gelatine in op. En we goten onze creatie in prachtige kleine vormpjes.

      Een dag later, vlak voor het opdienen, storten we er eentje op een bord. Even proeven. Oei, koud viel de smaak een beetje tegen; te weinig zout...

      Waarom zouden we ze niet warm serveren? Warme tomatentimbaaltjes uit de oven dus? Ja, jij weet het antwoord nu wel, maar wij toen niet. Wíj serveerden die avond met een uitgestreken gezicht kleine kopjes warme tomatenbouillon. En oogsten veel complimenten. Jaja... 😉


      Aspic in de keuken van nu


      Aspictaarten zijn helemaal uit de mode. En er zullen niet veel thuiskoks zijn die zich willen wagen aan een paté en croûte. Alhoewel, misschien wel een idee voor een volgende post? Hoe dan ook, je vraagt je inmiddels natuurlijk af hoe ik mijn aspic maak en wat ik er dan wel mee doe. Ik schrijf dit blog toch niet voor niets!

      Ik maak mijn aspic - na mijn tomatenfiasco - eigenlijk altijd van een zeer krachtige, kruidige rundvleesbouillon, op smaak gemaakt met een paar eetlepels drank. Denk aan cognac (of vieux, iets goedkoper) en madera. Sherry, port of wijn behoren ook tot de mogelijkheden.

      Opstijven mag mijn aspic gewoon in een diepvriesdoos in de koelkast. In elk geval in een rechthoekige vorm. Want daarna snijd ik er piepkleine blokjes (of driehoekjes, die glinsteren ook mooi) van die ik gebruik voor de garnering van allerlei koude vleesschotels, vleespasteien en patés. En voor groene salades met vlees of gevogelte.

      Aspic is het makkelijkste te snijden met een vochtig, vlijmscherp glad mes. Ik vind een vleesmes ideaal. Probeer tijdens het snijden de aspic zo weinig mogelijk aan te raken met je vingers; daardoor kan hij zijn glinstering verliezen.

      De aspic voegt niet alleen een extra structuur toe aan mijn gerechten. Hij zorgt ook voor een verdieping van de smaak: de zachte blokjes smelten licht op je tong en dan proef je weer die fantastische bouillon. Een voortreffelijke combinatie met vlees! Bonus: de glinsterende goudkleurige pareltjes aspic zijn heel decoratief!


      Franse terrine van kalfsvlees, kip en ham met aspic als garnituur


      Vleessalades met aspicpareltjes


      Stel je ook dit even voor: een gemengde groene salade aangemaakt met een Franse vinaigrette met daarop plakjes luxe vleeswaar als lamsham, ovengebraden achterham, kruidig gehaktbrood, licht gerookte entrecote, kort aangebraden en in flinterdunne plakjes gesneden ossenhaas of allerlei soorten paté. Als je daar wat aspicpareltjes overheen strooit, wordt de salade nog sappiger en nog smaakvoller! Verrukkelijk!

      In een restaurant at ik laatst een andere lekkere, moderne toepassing van aspic: een steak tartaar (als klein voorgerecht) was geserveerd bovenop een uitgestoken dun rondje van aspic met een balsamicosmaak. Wow!


      Franse terrine van kalfsvlees, kip en ham met... aspic


      Het allerlekkerst smaakt mijn aspic bij een salade met mijn zelfgemaakte Franse terrine van kalfsvlees, kip en ham. Hieronder zal ik je er vast een foto van laten zien. Het recept volgt in mijn volgende blog. Als je dit gerecht tijdens de komende kerstdagen op tafel zet...


      Voorgerecht van Franse terrine met salade en aspic


      Hoe maak je zelf aspic?


      Ingrediënten voor ±1 liter aspic:

      • 1 pond zeer magere runderpoulet of zeer magere runderlappen
      • 1,5 liter water
      • 3 worteltjes
      • 1 prei
      • 1 ui
      • een bosje bladselderij
      • 1 blaadje laurier
      • een paar stukjes foelie
      • ½ theelepel kerriepoeder
      • 10 zwarte peperkorrels
      • een mespuntje nootmuskaat
      • 1,5 theelepel gedroogde tijm
      • runderbouillonblokjes of bouillonpoeder naar smaak
      • worcestersaus naar smaak
      • 2 eetlepels cognac (of eventueel vieux)
      • 4 eetlepels madera
      • 20 gram bladgelatine

      Bereiding:

      1. Snijd de worteltjes in plakjes. Snijd de prei in ringen en was deze goed. Snipper de ui grof. Hak de selderij grof.
      2. Doe alle ingrediënten tot en met de tijm in een soeppan en breng het geheel net tegen de kook aan. Laat de bouillon enige uren trekken totdat het vlees helemaal gaar en zacht is.
      3. Schep de groenten en het vlees uit de bouillon (bewaar het vlees voor bijvoorbeeld jachtschotel of kroketten).
      4. Maak de bouillon stevig op smaak met wat bouillonpoeder of bouillonblokjes en een scheutje worcestersaus. Voeg eventueel nog wat water toe, wanneer er te veel is verdampt. Zorg ervoor dat je bouillon zout genoeg is. Flauwe aspic smaakt helemaal niet lekker. Houd er rekening mee dat je aspic koud wordt gegeten en dat hij daardoor al minder zout smaakt dan de warme bouillon (koud voedsel heeft een minder uitgesproken smaak dan warme gerechten). 
      5. Plaats een vergiet in een grote pan, leg er een fijn geweven kaasdoek (of een schone theedoek) in en giet de bouillon door de zo ontstane fijne zeef. Pas op: gebruik geen doek, die behandeld is met wasverzachter!
      6. Maak je bouillon helemaal af met de cognac en de madera. 
      7. Week de gelatineblaadjes minimaal 15 minuten in een kommetje met koud water.
      8. Meet 1 liter bouillon af en verwarm deze opnieuw. Laat de bouillon niet koken. Knijp de gelatineblaadjes goed uit en los ze al roerend goed op in de warme bouillon. 
      9. Schenk de bouillon in een rechthoekige diepvriesdoos of schaal. Laat de gelei in de koelkast minimaal enige uren, maar liefst een hele nacht opstijven.
      10. Plaats de volgende dag de vorm met de aspic heel kort in een bak met heet water. Het buitenste laagje smelt dan een klein beetje, zodat je de aspic makkelijk kunt storten op een snijplank.
      11. Snijd de aspic met een vochtig vleesmes eerst in plakken en vervolgens in blokjes of driehoekjes. Gebruik je aspic om gerechten te garneren. 
      12. Je kunt je aspic ruim voor het serveren al snijden. Bewaar de blokjes afgedekt in een schaaltje in de koelkast. 

      dinsdag 9 oktober 2018

      Sherrybouillon met Hollandse garnalen en omeletruitjes


      Ik houd van lekker lang tafelen. Gezellig met vrienden. Of romantisch met zijn tweetjes. Ik geniet altijd enorm van etentjes met veel gangen om heerlijk van te proeven.

      Maar dan willen we natuurlijk niet na afloop als tonnetjes van tafel rollen.

      Daarom vind ik het belangrijk in uitgebreide menu's minstens een paar heel lichte hapjes in te plannen. Dat kunnen kleine porties zijn, bijna amuseachtig. Of heel verfijnde caloriearme gerechten.

      Mijn sherrybouillon met Hollandse garnalen en omeletruitjes valt overduidelijk in de laatste categorie. 


      Je maakt hem door een krachtige, zelfgetrokken rundvleesbouillon stevig op smaak te maken met een flinke scheut medium sherry. Je vult de bouillon met in ruitjes gesneden kruidenomelet en een paar lepels Hollandse garnalen. Verrukkelijk! En de calorieën? Die kun je bijna op één hand tellen!


      Recept Sherrybouillon met Hollandse garnalen en omeletruitjes


      Sherrybouillon met Hollandse garnalen en omeletruitjes



      Ingrediënten voor een voorgerecht voor ±8 personen:


      Voor de bouillon:

      • 1 pond runderpoulet of magere runderlappen
      • 2 liter water
      • 3 worteltjes
      • 1 prei
      • 1 ui
      • een bosje bladselderij
      • 1 blaadje laurier
      • een paar stukjes foelie
      • ½ theelepel kerriepoeder
      • 10 zwarte peperkorrels
      • een mespuntje nootmuskaat
      • 1 theelepel gedroogde tijm
      • runderbouillonblokjes of bouillonpoeder naar smaak
      • worcestersaus
      • medium sherry

        Voor de omeletruitjes:

        • 3 grote eieren
        • 1,5 eetlepel bloem
        • 1,5 eetlepel koud water
        • 1,5 eetlepel versgehakte platte peterselie
        • zout en peper
        • boter of margarine

          Extra vulling:

          • 150 gram Hollandse garnalen
          • 3 eetlepels versgehakte platte peterselie

          Bereiding:

          1. Snijd de worteltjes in plakjes. Snijd de prei in ringen en was deze goed. Snipper de ui grof. Hak de selderij grof.
          2. Doe alle ingrediënten tot en met de tijm in een soeppan en breng het geheel net tegen de kook aan. Laat de soep enige uren trekken.
          3. Schep de groenten en het vlees uit de bouillon (bewaar het vlees voor bijvoorbeeld jachtschotel of kroketten).
          4. Maak de bouillon op smaak met wat bouillonpoeder of bouillonblokjes en een scheutje worcestersaus. Voeg eventueel nog wat water toe, wanneer er te veel is verdampt.
          5. Plaats een vergiet in een grote pan, leg er een kaasdoek of een schone theedoek in en giet de bouillon door de zo ontstane fijne zeef. Pas op: gebruik geen doek, die behandeld is met wasverzachter!
          6. Klop voor de omelet de eieren los in een kopje. Doe de bloem in een beslagkom en voeg al kloppend de eieren toe. Maak het eiermengsel af met het water, de peterselie en wat zout en peper.
          7. Verhit in een koekenpan met een doorsnede van ±28 cm wat boter. Bak hierin van de helft van het eiermengsel een omelet, die je aan twee kanten zachtjes bakt. Hij mag niet bruin worden. Schep de omelet uit de pan en bak nog een omelet.
          8. Snijd beide omeletten in mooie ruitjes.
          9. Verwarm de bouillon vlak voor het serveren en voeg een forse scheut sherry toe. De alcohol mag niet helemaal verdampen.
          10. Schep in elk bord wat omeletruitjes, een paar garnaaltjes en een beetje peterselie. Schenk de hete bouillon eroverheen en serveer meteen.

          Tips:

          1. Tot en met stap 8 kun je dit gerecht ruim van tevoren voorbereiden. Bewaar alles na afkoeling afgedekt in de koelkast. Warm vlak voor het serveren de bouillon op en voeg dan pas de sherry toe. Verwarm de omeletruitjes even in de oven of op een laag pitje in een koekenpan.
          2. Is deze hoeveelheid bouillon veel te veel voor je? Je kunt hem makkelijk in kleine porties invriezen! Doe dit wel voordat je de sherry toevoegt.
          3. Jachtschotel maken van het gare soepvlees? Heerlijk! En de ideale restverwerking! Om je lekker te maken hieronder vast een foto. Zoals je ziet gaat het om een ovenschotel van sappig rundvlees met uien, paprika en augurken onder een dekentje van luchtige aardappelpuree. 

          Jachtschotel van kruidige rundvlees en luchtige aardappelpuree


            dinsdag 27 maart 2018

            Spaanse sherrybouillon met chorizo en tomaat


            Wat denk jij: is sherry weer helemaal terug van weggeweest?


            Ik hoor geluiden van die strekking de laatste tijd steeds vaker om me heen. En sherry wordt niet alleen meer gedronken, er wordt ook steeds meer mee gekookt. In elk geval door mij! 😉😋

            Eén van mijn favoriete sherrygerechten is deze Spaanse sherrybouillon gevuld met kleine blokjes chorizo, stukjes tomaat en ringetjes bosui. Lichtpikant en bomvol smaak!!


            Recept Spaanse sherrybouillon met chorizo en tomaat


            Bodegas in Jerez de la Frontera


            Ben jij al eens in Andalusië geweest? Steden als Sevilla, Granada, Jerez de la Frontera en Málaga oefenen steeds meer aantrekkingskracht uit op ons toeristen. En niet in de laatste plaats omdat het er culinair uitstekend vertoeven is! In de vele restaurants worden geweldige gerechten geserveerd. Het meest bekend zijn de tapas. Wie houdt daar nou niet van?

            En bij die Zuid-Spaanse tapas drink je natuurlijk sherry, de bekende versterkte wijn uit Jerez de la Frontera!


            Bodega in Jerez de la Frontera


            Als je een bezoek brengt aan een (of meer!) van de vele wijnproducenten die Jerez rijk is - een echte aanrader - leer je de sherry in al zijn facetten kennen. Je ziet hoe hij gemaakt en bewaard wordt en, ook niet onbelangrijk, je mag de verschilde soorten sherry proeven. Misschien besluit je wel om een lekkere fles mee naar huis te nemen!


            Vaten vol met sherry!


            Al eens gehoord van 'shapas'?


            Dan kun je mooi meedoen aan een hippe trend die in Nederland de laatste paar jaren in opkomst is: de 'shapas'. 

            Tapas kennen we ondertussen allemaal wel. Shapas verschillen daar eigenlijk niet van. Het gaat om dezelfde soort Spaanse hapjes. 

            Nieuw is dat ze gecombineerd worden met een glas sherry van precies die soort die er qua smaak het beste bij aansluit. Je ziet hem al aankomen: sherry + tapas = shapas! 

            Een beetje gekunsteld misschien, die naam, maar wie maalt daarom? De combinatie sherry + tapa is immers een perfect staaltje van synergie!

            Tip: op de website Sherry wines kwam ik een heleboel voorbeelden van shapas tegen mét sherry-advies erbij. Leuk om ideeën op te doen!


            Sherry dóór je gerecht 


            Ik ben al jaren - lang voor de introductie van de shapas - een fan van sherry. Voor mij is een tapasavond niet compleet zonder een of meerdere glaasjes van het Spaanse goud. Laatst nog stonden er bij ons drie verschillende flessen op tafel én een hele reeks hapjes. Leuk om samen uit te vogelen welke sherry er nou het beste bij welk hapje hoorde!

            Daarnaast kook ik ook graag met sherry. Dat wil zeggen: ik gooi de wijn dóór mijn gerechten. Misschien heb je al eens mijn Spaanse gehaktballetjes geproefd? Daar gaat een flinke slok sherry doorheen!


            Spaanse gehaktballetjes met sherry en pimentón


            Soep met sherry!


            Vandaag wil ik nog zo'n sherryrecept in het zonnetje zetten: een stevige zelfgetrokken rundvleesbouillon, op smaak gemaakt met een nootachtige medium sherry en Spaans gerookt paprikapoeder, pimentón. 

            Je vult de soep met kleine blokjes Spaanse droge worst, chorizo, tomaat en bosuitjes. Een verrukkelijk Spaans voorgerecht! 

            En laat ik het niet vergeten: serveer de soep ook eens in kleine glaasjes als sh/tapa!

            Bij mijn Spaanse bouillon serveer ik het liefst een paar sneetjes desemstokbrood besmeerd met pimentónboter: roomboter vermengd met een scheutje Spaanse extra virgen olijfolie, wat (gerookte) zoutvlokken en krokante pimentón-flakes.


            Pimentón-flakes


            Wanneer ga jij jezelf en je gasten verwennen met deze Spaanse sherrybouillon? Ik wens je alvast veel plezier en: proost!


            Sherrybouillon met chorizo en tomaat



            Spaanse sherrybouillon met chorizo en tomaat



            Ingrediënten voor een voorgerecht voor 6 personen of een tapa:


            Voor de zelfgetrokken bouillon:

            • 1 pond runderpoulet of magere runderlappen
            • 1½ à 2 liter water
            • 3 worteltjes
            • 1 prei
            • 1 ui
            • een bosje bladselderij
            • 1 theelepel gedroogde tijm
            • 1 blaadje laurier
            • een stukje foelie
            • ½ theelepel mild kerriepoeder
            • 10 zwarte peperkorrels
            • een mespuntje nootmuskaat
            • vleesbouillonblokjes of bouillonpoeder naar smaak

            Voor het afmaken van de soep:

            • 6 rijpe trostomaten
            • een dikke plak fijne chorizo van ongeveer 3 ons
            • 3 bosuitjes
            • een paar takjes bladselderij
            • 3/4 theelepel pimentón
            • 7 eetlepels medium sherry
            • 2 teentjes knoflook

            Bereiding:

            1. Maak eerst de rundvleesbouillon. Snijd daartoe de worteltjes in plakjes. Snijd de prei in ringen en was deze goed. Snipper de ui grof. Hak de selderij grof.
            2. Doe alle ingrediënten tot en met de nootmuskaat en 2 vleesbouillonblokjes in een soeppan en breng het geheel net tegen de kook aan. Laat de soep enige uren trekken.
            3. Schep de groenten en het vlees uit de bouillon (bewaar het vlees voor bijvoorbeeld jachtschotel of kroketten). 
            4. Plaats een vergiet in een grote pan, leg er een kaasdoek of een (niet met wasverzachter behandelde) theedoek in en giet de bouillon door de zo ontstane fijne zeef.
            5. Voeg eventueel nog wat water toe aan de bouillon, wanneer er te veel is verdampt; je hebt 1,5 liter bouillon nodig.
            6. Maak de bouillon stevig op smaak met bouillonpoeder of bouillonblokjes; te flauwe bouillon is niet lekker.
            7. Breng in een andere pan wat water aan de kook. Kruis de tomaten in en leg ze 20 seconden in het kokende water. Daarna zijn de velletjes gemakkelijk te verwijderen.
            8. Ontpit de tomaten en snijd het vruchtvlees in kleine stukjes.
            9. Snijd de chorizo in kleine blokjes.
            10. Breng de bouillon (indien al afgekoeld) opnieuw aan de kook.
            11. Snipper de knoflook zeer fijn. Snipper ook de selderij. Snijd de bosuitjes schuin in stukjes.
            12. Breng de bouillon op smaak met de knoflook, de sherry en de pimentón. Laat de alcohol even verdampen.
            13. Schep vlak voor het serveren de chorizoblokjes, de tomaat, de selderij en de bosui in de soep.
            14. Serveer de Spaanse bouillon met sneetjes stokbrood met pimentónboter, zoals beschreven in het blog hierboven.