Hou je van
bakken? En
gebruik je daarbij graag kruiden en specerijen? Dan is het recept van vandaag
echt iets voor jou!
Loopt het water je hiervan in de mond:
- zachte, vederlichte en luchtige
- met door het deeg gekneed een klontje roomboter en
- een paar theelepels kruidige kummelzaadjes
- en voor de decoratie bestrooid met nog wat van die kummelzaadjes?
Dan: bakken maar!
Eet je broodjes warm uit de oven met een likje zoute roomboter.
Of beleg ze, zoals wij dat misschien nog wel vaker doen, met een beetje
ongezouten boter, een paar blaadjes crunchy romainesla en een gulle portie
casselerrib!
Wat zijn kummelzaadjes en in welke gerechten gebruik je ze?
Kummelzaadjes. Wij zijn er dol op en we gebruiken ze vaak in de keuken.
Maar als ik om me heen vraag of mensen ze kennen, zie ik vaak vragende
gezichten. Kummel behoort in Nederland helaas een beetje tot de vergeten specerijen. En dat is niet terecht!
De zaadjes, ook wel karwijzaadjes genoemd, hebben een beetje de looks van
komijnzaadjes. Die ken je vast wél. Van de kaas. Kummelzaadjes zijn net zo rank en slank, maar ze hebben een wat gebogener modelletje. Heel elegant in hun soort.
De smaak lijkt in de verte ook op die van komijn. Al zijn kummelzaadjes iets
anijsachtiger. Misschien zijn ze nog wel lekkerder!
Met name in de Oost-Europese keuken zijn ze erg geliefd. Zo zijn ze
bijvoorbeeld cruciaal in een goede
goulash
of een
goulashsoep.
Wat ons betreft smaken ze geweldig over
ovenaardappeltjes
of door de
zuurkool. En wij vinden ze fantastisch in
kaasscones met spekjes! Of wat dacht je van Duitse pretzels met kummel?
Én we bakken er dus onze lichtbruine bolletjes mee!
Die smaken trouwens heerlijk als bijgerecht bij de hierboven al genoemde
goulashsoep!
Of, nu we het toch over soep hebben, bij een
Frankfurter Suppe. Dat is een rustieke Oost-Europese groentesoep met kleine stukjes gebakken
verse knakworst erin. Een aanrader!
Wil je nog andere serveersuggesties voor kummelbroodjes?
Denk aan de volgende soorten beleg:
- oude kaas of emmentaler kaas
- gerookte gekookte ham
- dunne plakjes gebraden kalfs- of varkensfricandeau
- Hongaarse salami
- een omelet met bieslook en gebakken bacon
-
wienerschnitzels
- verse knakworst
En het ideale groentegerecht bij zo'n belegd kummelbroodje?
Nieuwsgierig geworden naar mijn kummelbroodjes? Hieronder volgt het recept!
Veel plezier met je eigen versgebakken lichtbruine bolletjes met kummel!
Zo bak je makkelijk zelf zachte lichtbruine bolletjes met kummelzaadjes
Ingrediënten voor 12 stuks:
- ±3 dl volle melk
- 12 gram instant gist
- 15 gram witte basterdsuiker
- 100 gram volkorenmeel
- 400 gram witte broodbloem (zie de tip onder het recept)
- 10 gram zout
- 45 gram zachte roomboter
- 4 theelepels kummelzaadjes
- een beetje boter voor het invetten van de bakplaat
- 1 ei voor het bestrijken van de broodjes
-
extra kummelzaadjes voor het decoreren van de broodjes, ±3 theelepels
Bereiding:
- Weeg alle ingrediënten af en zet ze klaar om te beginnen.
-
Verwarm de melk tot een klein beetje lauw. Hij mag beslist niet warm
worden; gist gedijt goed bij een lauwe temperatuur, maar gaat dood bij een te hoge temperatuur.
-
Schenk driekwart van de lauwe melk in de beslagkom van een staande mixer
(zie de tip onder het recept als je geen mixer hebt) en los de gist en de suiker er goed in op.
Laat dit mengseltje 5 minuten staan en voeg vervolgens de andere
ingrediënten toe in deze volgorde: het overgrote deel van de melk, het
volkorenmeel en de bloem, het zout, de roomboter en 4 theelepels
kummelzaadjes. Bevestig de kneedhaak en kneed het deeg gedurende ±10
minuten. Voeg eventueel nog wat melk toe, indien het deeg te droog dreigt
te worden.
-
Ik raad je aan het deeg op het laatst nog even met de hand te kneden. Dan
kun je goed voelen of het elastisch genoeg is en of er voldoende melk
doorheen gekneed is. Dit kneden hoeft maar een minuut of twee te duren,
mits je tevreden bent over het resultaat: het deeg moet precies zoveel
vocht bevatten, dat het nét niet aan je handen blijft kleven. Je kunt de
elasticiteit van het deeg testen door een klein stukje ervan uit te rekken
tot een dun vliesje; dat mag niet breken.
- Vorm een mooie bal van het deeg.
-
De eerste rijsperiode is aangebroken. Bekleed een bakplaat met een
theedoek (gewassen zonder wasverzachter) en leg de deegbol erop. Dek de bol af met een andere theedoek.
Laat het deeg rijzen op een warme, tochtvrije plek (bijvoorbeeld in een
oven op rijsstand of in een oven met onder- en bovenwarmte - géén
heteluchtoven - ingesteld op ±30°C) totdat het in volume verdubbeld is.
Dat duurt minimaal een halfuur.
-
Vet een of twee bakplaten in met roomboter. Ik gebruik zelf altijd twee bakplaten van 40x35 cm.
-
Sla de deegbol plat en rol hem daarna op tot een lange, dunne worst. Snijd
deze worst in 12 gelijke stukjes. Leg de stukjes deeg onder een theedoek,
zodat ze niet kunnen uitdrogen.
-
Rol van elk stukje een klein bolletje. Leg het stukje deeg daartoe op het
werkvlak en rol het met je hand. Maak tijdens het rollen je hand steeds
boller. Duw ondertussen met je duim de naden naar de onderkant.
Uiteindelijk krijg je een strak bolletje, dat alleen een klein naadje
heeft in het midden aan de onderkant.
-
Leg alle bolletjes, niet te dicht bij elkaar, op de bakplaat. Houd er
rekening mee dat ze tijdens het rijzen meer dan verdubbelen in volume.
-
Om uitdrogen te voorkomen moeten de bolletjes nu meteen bestreken worden.
Klop daartoe het ei los in een kopje. Bestrijk de deegbolletjes met behulp
van een kwastje met het ei.
- Bestrooi ze daarna royaal met kummelzaadjes.
-
Zet de bakplaten weer op een warme, tochtvrije plek. Bij een temperatuur
van ±30°C duurt de tweede rijs ongeveer een uur, bij een lagere
temperatuur kan dat langer zijn.
-
Verwarm de oven (bij voorkeur een oven met onder- en bovenwarmte) voor tot 200°C.
-
Bak de bolletjes in ±14 minuten goudbruin en gaar. Bak niet twee bakplaten
boven elkaar. Bak de platen apart na elkaar voor de beste warmteverdeling
in de oven. Check na 10 minuten even of je broodjes niet te snel bruin worden. Draai eventueel de oven terug naar ±175°C.
-
Schep een broodje van de bakplaat en klop op de onderkant om de gaarheid te
controleren. Een gaar broodje klinkt hol. Laat de bruine bolletjes met kummelzaadjes afkoelen
op een rooster. Of serveer ze meteen lekker warm! 😉
Tips:
-
Heb je geen staande mixer, dan is het werk wat zwaarder. Ga als volgt te
werk: roer de gist samen met driekwart van de melk en de suiker in
een schaaltje. Zorg ervoor dat zowel de gist als de suiker goed opgelost
zijn. Stort het volkorenmeel en de bloem op het werkvlak en maak een
kuiltje in het midden. Schenk het gistmengsel in het kuiltje, roer er
een beetje meel/bloem doorheen en laat dit zetsel, zoals dat heet, even
staan, totdat er zich belletjes beginnen te vormen. Vervolgens ga je
vanuit het midden steeds meer meel en bloem toevoegen aan het zetsel. Is
het mengsel bijna helemaal droog, voeg dan meer melk toe evenals het
zout, de roomboter en de kummelzaadjes. Ga verder met het incorporeren van het meel.
Uiteindelijk krijg je een min of meer coherente bal, die je kunt gaan
kneden.
- Gebruik voor het bakken van brood echte broodbloem en geen standaard patentbloem uit de supermarkt. Broodbloem bevat meer gluten. Daardoor wordt je brooddeeg elastischer en luchtiger.
-
Voor een high tea bak ik ook wel eens minibolletjes. Ik maak er dan 32.
Ik verhoog de oventemperatuur dan naar 210°C. De kleine broodjes zijn
klaar in ±10 minuten.
-
Deze broodjes zijn het allerlekkerste op de dag dat je ze bakt. Wil je
ze voor later bewaren, vries ze dan na afkoeling meteen in. Ontdooi ze
vlak voor gebruik even in de magnetron; dan smaken ze weer heerlijk
vers.
- Wil je wat bruinere bolletjes? Dat kan! Ga dan voor 150 gram volkorenmeel en 350 gram witte bloem of 200 gram volkorenmeel en 300 gram witte bloem. Bolletjes met in verhouding meer volkorenmeel worden wel iets minder luchtig.
- Serveer deze lichtbruine bolletjes dit jaar voor je kerstbrunch of je kerstontbijt! Verrassend en lekker!
-
Heb je nog nooit eerder brood gebakken? Lees dan eerst eens mijn
blog over de roomboter-dinerbroodjes. Daarin geef ik je heel veel tips over hoe je het beste brood kunt
bakken! Doen!