Een moot warmgerookte zalm uit de oven...
Die smaakt niet alleen verrukkelijk; hij ziet er ook nog eens fantastisch
uit met zijn prachtige oranje-roze kleur. En dat maakt hem uitermate
geschikt voor een feestelijk etentje!
Zeker als je er ook nog een lekker sausje bij maakt. Wat dacht je van een
fluweelzachte saus op basis van ingekookte droge witte wijn en fond,
afgemaakt met milde grove mosterd en een glaasje verse room?!
Zet jij dit zalmgerecht de komende kerstdagen op tafel?
Bonus: je koopt je zalm al kant en klaar! Je hoeft hem alleen nog maar even
een kwartiertje te verwarmen in de oven. Ideaal als je veel gasten
hebt!
Ga snel naar het recept of lees onder de foto nog even over de eerste keer
dat ik mijn mosterdroomsaus maakte.
Het verschil tussen bakken en koken
Misschien heb je het weleens vaker gehoord uit de mond van thuisbakkers en
thuiskoks: beide groepen staan op een heel andere manier te werken in de
keuken.
Thuisbakkers gaan te werk volgens een strak tijdschema en met een heel
nauwkeurige ingrediëntenlijst.
Bakken is bijna een exacte wetenschap. Vijfentwintig gram meer of minder bloem
of boter in een bakrecept kan het verschil maken tussen een grandioos
baksucces en een faliekante mislukking. Een misbaksel! Iets vergelijkbaars
geldt voor de oventemperatuur en de baktijd.
Koks daarentegen kunnen zich veel meer nonchalance permitteren.
Hoelang een stoofpotje precies moet opstaan voor het lekkerste resultaat? Ik
kan het nooit met zekerheid zeggen. Ik voel tijdens het stoven regelmatig met
een pollepel hoe mals het vlees ondertussen is.
Het vlees is klaar als het klaar is!
Dat kan na anderhalf uur zijn, maar soms ook pas na vijf uur...
Hoeveel kruiden, specerijen, zout, water, olijfolie, room etc. er in een
gerecht moeten?
Dat bepaal ik door te proeven! Ik begin altijd met een matige hoeveelheid; en
beetje bij beetje voeg ik meer toe.
Hoe schrijf ik als blogger mijn kookrecepten?
Hoe ongedwongen ik ook in de keuken sta te koken, daar heb jij als gebruiker
van mijn recepten geen boodschap aan! Als thuiskok ben jij erbij gebaat dat
mijn recepten zo exact mogelijk zijn.
Ál mijn recepten. Dus niet alleen de bakrecepten!
Om ervoor te zorgen dat jóuw gerechten altijd lukken, sta ík daarom vrijwel
altijd in de keuken met een lijstje en een pen. Koken uit de losse pols is
prima; maar niet zonder elk detail nauwkeurig vast te leggen!
Voor het koken schrijf ik alle ingrediënten die ik denk te gaan gebruiken al
op een lijstje.
En de eenheden.
Theelepels, eetlepels, deciliters, etc. Maar de exacte hoeveelheden vul ik nog
niet in.
Kijk, dit bedoel ik:
In de keuken zet ik een streepje neer voor elke eetlepel of deciliter die ik
daadwerkelijk van een ingrediënt toevoeg.
Soms zet ik plusminustekens voor de hoeveelheden ingrediënten.
Die geven jou de ruimte om je eigen voorkeuren mee te laten spelen.
De plusminusjes in de ingrediëntenlijsten betekenen zoiets als: proef zelf ook
goed en bepaal hoeveel van een ingrediënt jíj het allerlekkerst vindt!
Is een recept wat ingewikkelder dan gemiddeld, dan schrijf ik tijdens het
koken ook nog een geheugensteun-krabbeltje met oventemperaturen, kooktijden,
speciale bereidingswijzen, etc.
Na het eten - wij eten altijd alles op wat ik kook voor recepten en foto's! -
duik ik mijn werkkamer in. En dan sla ik aan het typen.
Ik wil niet het risico lopen de helft van mijn eigen bereidingsmethodes weer
te vergeten!
Maar daarmee ben ik er nog niet...
Alle recepten maak ik minstens nog één keer.
En meestal nog veel vaker.
En soms ook nog iemand in mijn omgeving. Een familielid, een vriend of
vriendin.
Vlak voor de tweede kooksessie print ik het hele recept uit. Met veel ruimte
tussen de regels en een brede kantlijn. Zo kan ik er her en der nog wat
veranderingen bij schrijven.
Opmerkingen en suggesties van mijn - letterlijke - proefkonijnen, meestal mijn
gezinsleden, verwerk ik die tweede keer al meteen in mijn recept.
Pas als alles klopt én superlekker smaakt, schrijf ik mijn blog voor jou!
Zoals je ziet op de foto's, ontstond zo ook mijn recept van vandaag!
Mijn proevers waren er vanaf het eerste begin enthousiast over:
inmiddels heb ik mijn zalm met een romig wittewijn-mosterdsausje al veeeel
vaker dan twee keer gemaakt!
Nu is het jouw beurt: veel kookplezier en eet smakelijk!
Warmgerookte zalmmoten met een romig wittewijn-mosterdsausje
Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 4 personen:
- 4 warmgerookte zalmmoten à ±125 gram
- 2 eetlepels olijfolie
- 4 dl runderfond
- 250 ml droge witte wijn
- 2 eetlepels grove Limburgse mosterd
- 2 dl slagroom, ongeklopt en ongezoet
- ±2 theelepels groentebouillonpoeder
- ±3 theelepels poedersuiker
- 2 theelepels aardappelmeel
- 3 eetlepels koud water
- veel vrij grove versgemalen zwarte peper
Bereiding:
-
Verwarm de oven voor tot 150° C; ik gebruik voor het verwarmen van de
gerookte zalm het liefst de heteluchtstand van mijn oven.
-
Maak ondertussen de saus. Breng daartoe in een pan de runderfond en de
witte wijn samen aan de kook. Laat het mengsel op hoog vuur tot ongeveer
de helft inkoken.
-
Leg de zalmmoten in een ovenschaal en schenk er de olijfolie overheen.
Verwarm de zalmmoten gedurende 15 minuten in de oven.
-
Roer de mosterd en de room door de ingekookte sausbasis. Voeg ook 1
theelepel bouillonpoeder en 2 theelepels poedersuiker toe.
-
Roer een papje van het aardappelmeel en het water. Schenk het mengsel bij de
saus en verwarm het geheel al roerend totdat de saus licht begint te
binden.
-
Proef de saus kritisch en bepaal hoeveel bouillonpoeder en poedersuiker je
volgens jouw smaak nog nodig acht.
-
Maak de saus af met versgemalen zwarte peper. Ik hou van veel - iets
grovere - peper in mijn mosterdsaus, maar maak je eigen keuzes. Zó wordt
de saus uit dit recept helemaal jóuw saus!
- Serveer de zalmmoten met je romige wittewijn-mosterdsausje.
Tips: