woensdag 30 november 2016

De 10 lekkerste hapjes voor Sinterklaasavond!

Altijd als eerste op de hoogte zijn van een nieuw recept? Volg Culinaire Bagage dan op Facebook!


Nog een paar nachtjes slapen en dan is het zover: pakjesavond!


Natuurlijk klopt ons hart vol verwachting, nieuwsgierig als we zijn naar wat de Sint ons gaat brengen dit jaar!


Zelf kun je ook een flinke bijdrage leveren aan de gezelligheid van deze speciale avond! En dan denk ik als foodblogger natuurlijk niet in de laatste plaats aan de hapjes 😉


Wil je wat ideeën hebben voor pakjesavondlekkernijen waarmee je je familie en vrienden kunt verrassen? Hier komen mijn 10 Sinterklaas-toppers!



Saucijzenbroodletter met kruidig gehakt



Een saucijzenbroodletter oogst altijd veel succes: bladerdeeg gevuld met heerlijk gekruid gehakt!


Bladerdeegflapjes gevuld met pikant gehakt en tomaten


Nog meer bladerdeeghapjes, iets pikanter maar niet minder lekker: bladerdeegflapjes gevuld met pikant gehakt en tomaten.


Argentijnse tostados, flinterdunne tosti's


Deze dunne krokante tosti's, op Argentijnse wijze gemaakt, zijn echte allemansvriendjes. Ideaal als tegenhanger van alle zoete Sinterklaaslekkernijen!


Dinerbroodjes met zelfgemaakte filet américain



Toastjes of kleine dinerbroodjes met zelfgemaakte filet américain doen het ook altijd goed! Veel lekkerder dan de kant-en-klare filet américain uit de supermarkt. En: je maakt hem in een handomdraai!


Taco tapas met avocadosalsa en gemarineerde garnalen


Als laatste hartige hapje een koud gerechtje: taco tapas met avocadosalsa en gemarineerde garnalen. Een traktatie voor elke foodie!


Roomboterkruidnootjes


Geen pakjesavond zonder kruidnootjes! Deze kruidnootjes maak je zelf met de kinderen in afwachting van Sint en Piet. Gezellig! En ze zijn superlekker: heerlijk bros en smaakvol!


Speculaasmuffins met kaneelglazuur en geroosterde amandelen


Nog een gerechtje met speculaaskruiden: speculaasmuffins. Deze zijn heerlijk luchtig en sappig. Het kaneelglazuur en de krokante amandeltjes maken ze nog lekkerder!


Zelfgebakken ontbijtkoeken


Deze zelfgebakken ontbijtkoeken met hun kruidige smaak mogen niet ontbreken op je pakjesavond. Snijd ze in dunne plakjes en besmeer die met een likje roomboter. Mmmmm!!


Mini-appeltaartjes: krokante kaneelbodempjes met een verrukkelijke appelvulling en een toefje slagroom


De bodempjes van deze schattige mini-appeltaartjes lijken een beetje op speculaas: het zijn kaneelkoekjes. Je belegt ze met een verrukkelijke appelvulling. En natuurlijk hoort daar een forse dot slagroom bovenop!


Walnotentulband


Voor de liefhebbers van een winterse cake nog een recept voor een smeuïge walnotentulband. Hier krijg je gegarandeerd veel complimenten voor!


Ik wens je een gezellige en lekkere Sinterklaasavond met veel cadeautjes!


Kerstspecial: gebraden eendenborst met een port-frambozensaus

Altijd als eerste op de hoogte zijn van een nieuw recept? Volg Culinaire Bagage dan op Facebook!


Heb je geen zin om tijdens de kerstdagen lang in de keuken te staan om een ingewikkeld menu te bereiden, maar wil je toch een elegant hoofdgerecht op tafel toveren?


Dan is dit eendenborstgerecht ideaal voor jou!


Het is erg lekker en eigentijds. Je zult gegarandeerd indruk maken op je familie of gasten; en dat terwijl de bereiding stiekem niet veel moeite kost! Het recept is duidelijk en stap-voor-stap beschreven, zodat het ook door een beginnende kok goed uit te voeren is.


Wat wil je nog meer?


Recept Gebraden eendenborst met een port-frambozensaus


Gebraden eendenborst met een port-frambozensaus


Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 4 personen:


Voor de gebraden eendenborst:

  • 4 eendenborstfilets
  • zout en versgemalen peper

Voor de port-frambozensaus:

  • 300 gram (diepvries)frambozen
  • 2 sjalotjes
  • 2 eetlepels roomboter
  • 5 dl wildfond (kant-en-klaar)
  • 1 dl rode port
  • 4 eetlepels rode balsamicoazijn
  • een paar gekneusde takjes tijm
  • een paar zwarte peperkorrels
  • 50 gram koude roomboter in dunne plakjes

Bereiding:

  1. Neem de eendenborstfilets minimaal een halfuur voor het bereiden uit de koelkast om ze op kamertemperatuur te laten komen.
  2. Begin vervolgens met het maken van de saus. Snipper daartoe de sjalotjes fijn. Fruit de uitjes zachtjes in 2 eetlepels boter.
  3. Verwarm ondertussen de frambozen totdat ze een beetje zacht zijn. Druk de vruchten door een fijne zeef.
  4. Als de uitjes glazig zien, kun je er de fond, de port, de azijn, de tijm, de peperkorrels en 8 eetlepels van de frambozenpuree aan toevoegen. Breng het geheel aan de kook. Laat de saus onder af en toe roeren zachtjes tot de helft inkoken. Zeef de saus.
  5. Snijd de vetlaag van de eendenborstfilets in met een scherp mes. Maak daarbij een regelmatig ruitjespatroon. Bestrooi het vlees met zout en peper.
  6. Leg het vlees met de vetlaag naar beneden in een tot matig verhitte koekenpan. Je hoeft geen braadvet toe te voegen. De vetlaag van de eendenborst smelt deels weg in de pan. Dat vet kun je gebruiken als braadvet.
  7. Bak de eendenborsten ±5 minuten op de vetkant, totdat de vetlaag lekker krokant is.
  8. Draai de eendenborsten vervolgens om en bak ze op hoog vuur in een paar minuten goudbruin aan de andere kant.
  9. Neem het vlees uit de pan en laat het (afgedekt) 8 à 10 minuten rusten.
  10. Verwarm ondertussen opnieuw de saus tot heet en draai daarna het vuur uit. Klop met een garde de koude roomboter door de saus, totdat hij mooi gebonden is en glanst.
  11. Snijd de eendenborsten met een scherp glad mes elk schuin in plakjes (trancheren) en leg ze mooi op (liefst verwarmde) borden. Schep een paar eetlepels saus over het vlees. Serveer de rest van de saus er los bij.

Tips:

  1. Natuurlijk kun je voor deze saus verse frambozen kopen als je dat wilt. Diepvriesfruit is voor deze saus echter net zo geschikt en het is over het algemeen goedkoper.
  2. Je kunt de saus voor de maaltijd al voorbereiden tot en met stap 4. Maak de saus pas af als je het vlees gebraden hebt.
  3. Heb je meer gasten? Je kunt dit recept gemakkelijk vermenigvuldigen!
  4. Op de foto zie je dat ik er aardappeltjes uit de oven bij serveerde (zonder de kummel); en een salade van haricots verts en kort gegrilde groene aspergepuntjes met een walnotenolievinaigrette en een paar druppels balsamicostroop. Heerlijk! Maar je kunt ook kiezen voor een ander aardappelgerecht en een eenvoudige gestoomde groente. Aan jou de keus!

Prettige kerstdagen!


dinsdag 29 november 2016

Kerstspecial: gemarineerde kalkoen gevuld met kruidig kalfsgehakt

Altijd als eerste op de hoogte zijn van een nieuw recept? Volg Culinaire Bagage dan op Facebook!


Een gevulde kalkoen is een van de meest traditionele kerstgerechten. En ook een van de lekkerste!


Tenminste als je je kalkoen op de juiste manier klaarmaakt. Een kalkoen kan in de oven vrij snel droog worden. Om dat te voorkomen marineer ik hem altijd eerst een dag en een nacht.


Dan wordt hij gegarandeerd heerlijk sappig. En hij heeft smaak tot in zijn diepste vezels! Verrukkelijk!


Kerstkalkoen gevuld met kruidig kalfsgehakt


Kerstfeest in de tropen


Stel je het volgende tafereel voor: je staat in de keuken, waar een heerlijk geurende kerstkalkoen in de oven staat. Je hoort je gezin mee joelen met de TV: “I’m dreaming of a white Christmas”...

In de huiskamer zijn de lichtjes van de kerstboom aan en je loopt naar de kast op zoek naar lucifers om de kaarsjes op de met kerstballen versierde eettafel aan te steken. Op de borreltafel staan schaaltjes met kerstboompizzaatjes, waar onder het genot van een glaasje wijn al gretig van gegeten wordt. Je man hangt nog een laatste kerstkaart op, terwijl hij een toast uitbrengt op zijn kleine neefje, dat erop staat met een kerstmanmuts op, die bijna tot op zijn neusje is scheefgezakt.

Buiten is de zon al aan het ondergaan, maar hij slaagt er nog nét in de kamer in een vuurrode gloed te zetten. Even kijk je uit het raam.

Langs de stam van de palmboom in de voortuin klimt schichtig een eekhoorntje naar boven. Met een snelle beweging duikt hij tussen de weelderige takken. Helaas begint het gras al dor te worden, nu de droge tijd onvermijdelijk is aangebroken. Het goede van de komende maanden is, dat de droge wind uit het noorden ook enige verkoeling zal gaan brengen, maar vooralsnog is het erg heet en je zet de airconditioning nog maar eens op een hogere stand.

Na het kerstdiner, later op de avond, dan zal het weer lekker worden buiten en je plant alvast de koffie te serveren op het terras met voor de kinderen een ijsje.

De krekels die je hoort vormen een vreemd achtergrondkoor bij de eerste sneeuw, die net in de film op de televisie begint te vallen...

Een onwaarachtige voorstelling van zaken, zul je meteen denken; al kun je je in de eerste paar zinnen nog wel inleven. Maar je begrijpt al: zo zag kerst er in Afrika uit toen ik daar met mijn gezin woonde!

Geen intieme sfeer rond de open haard, geen wind gierend rondom het huis. Geen winterse wandeling door de sneeuw, sleeën of schaatsen. In plaats van een kapstok met ijsmutsen, wollen wanten en sjaals, stond er een bak met slippers naast de voordeur. Koele ijsthee smaakte beter dan warme chocolademelk.

Ondanks het warme weer stonden in Afrika in december alle activiteiten in het teken van kerst. De Sint had het land nog niet verlaten of we zaten al kerstkaarten en -brieven te schrijven om ze maar op tijd in Europa en de rest van de wereld te krijgen. Met koffers vol werden ze meegenomen naar Nederland en aldaar gepost door degenen, die rond kerst naar het koude noorden gingen. De eerste (kunst)kerstbomen begonnen rond die tijd al te verschijnen.

Zodra de kerstvakantie was aangebroken begonnen de kerstborrels. En al snel volgden de diverse kerstdinertjes en dito brunches bij vrienden thuis. Ook in de tropen was er tijdens de kerstdagen aan gezelligheid geen gebrek!

De lekkerste kerstmaaltijd die ik me uit die tijd herinner werd bereid door een Ierse vriendin, die heerlijk kon koken. Met name het hoofdgerecht was geweldig: haar gevulde kerstkalkoen spande absoluut de kroon!

Het bleek niet moeilijk mijn vriendin het recept te ontfutselen. Een recept dat binnen mijn gezin zo in de smaak viel dat ik het nu nog elk jaar tevoorschijn tover! Sinds Afrika gaat er geen kerstavond (24 december volgens Angelsaksisch gebruik!) voorbij zonder gevulde kalkoen!


Kerstkalkoen maken in Afrika


Laat ik voordat ik uitweid over het recept eerst even duidelijk maken: kalkoen eten met kerst was in Afrika niet zo’n vanzelfsprekende zaak. De vogels lagen niet zomaar in de vitrine bij de poelier (welke?) en als je niet de juiste wegen wist om te bewandelen, dan kon je ernaar fluiten.

Echter, naast de leverancier van dit geweldige recept was mijn vriendin ook degene, die bekend was met het juiste adresje voor kalkoenen. Ergens in een achteraf-gebouwtje in onze compound werd elk jaar een beperkt aantal te koop aangeboden.

Waar die beesten oorspronkelijk vandaan kwamen en hoe hygiënisch ze waren, we hadden er geen idee van. Maar toch stelden we elke keer weer alles in het werk om zo’n kalkoentje te versieren. Wat heet, kalkoentje, meestal waren het enorme bakbeesten van zo’n 8 kilo!

Ze zagen er niet uit als je ze kreeg, enorm smerig. Maar mijn vriendin had hier een remedie tegen.


De lekkerste kalkoen wordt voor het braden gemarineerd!


Na het afwassen onder de kraan ging het beestje nog een keer in bad en nu wat langer. We maakten een grote emmer voor hem klaar vol water met daaraan toegevoegd ½ kilo zout (daar trekt maar een fractie van in de kalkoen!) en het sap en de karkassen van 8 sinaasappelen, 3 citroenen en 3 limoenen.

Zowel voor de interne reiniging als voor de smaak mocht ons kalkoentje minstens een dag in zo’n bad verblijven. Uiteraard zochten we een koel plekje voor hem op, vlak naast de airconditioning die voor de gelegenheid een nachtje door mocht draaien!

En al waren de kalkoenen later in Maleisië en nu ook in Nederland van onbesproken gedrag, nog steeds gaan ze bij mij met kerst in bad, want ze worden er alleen maar smakelijker, malser en sappiger van. Sinds ik mijn kalkoenen marineer, zijn ze nooit meer droog uit de oven gekomen (terwijl kalkoenen toch echt die neiging hebben…).

De volgende dag moet de kalkoen eerst weer goed afgespoeld worden. En dan is hij klaar om gevuld te worden.


De vulling voor de lekkerste kalkoen


Onze favoriete vulling is niet van mijn vriendin; hij is door ‘trial and error’ ontstaan, al vond die ‘trial’ plaats vóórdat de vulling de eerste keer de kalkoen inging. Een klein balletje na de bereiding roerbakken in een beetje olie en in dat stadium al proeven, laat namelijk nog alle mogelijkheden voor aanpassing open.

Een vulling van goed gekruid kalfsgehakt zonder zoete toevoegingen vinden mijn gezin en ik het allerlekkerste. We maken de vulling smeuïg met gewoon wittebrood en een flinke scheut volle melk. Heel eenvoudig eigenlijk.

Hieronder volgt de bereidingswijze voor een kalkoen van 5 à 6 kilogram (een praktischer gewicht dan die 8 kilo uit Afrika).

Veel plezier en smakelijk eten!


Recept Gemarineerde kalkoen gevuld met kruidig kalfsgehakt


Gemarineerde kalkoen gevuld met kruidig kalfsgehakt


Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 8 à 12 personen:


Voor de kalkoen:

  • 1 kalkoen van 5 à 6 kilogram
  • 8 sinaasappelen
  • 3 citroenen
  • 3 limoenen
  • ½ kg zout (daar trekt maar een fractie van in de kalkoen!)
  • een ruime hoeveelheid vloeibare margarine
  • eventueel een paar theelepels aardappelmeel

Voor de vulling:

  • ¾ vers wittebrood zonder korst
  • 500 gram fijn kalfsgehakt
  • ±½ liter melk
  • 2 eieren
  • de blaadjes van een bosje tijm en een paar salieblaadjes naar smaak (je mag de vulling best sterk kruiden, want de hele kalkoen krijgt er zijn smaak van, maar kijk uit, dat de salie het geheel niet te medicinaal laat smaken)
  • zout en versgemalen zwarte peper
  • 3 eetlepels worcestersaus
  • een beetje margarine om een proefje te bakken

Bereiding:

  1. Het marineren van de kalkoen gaat het beste in een emmer. Zorg ervoor dat je hem van tevoren goed schoonmaakt. Schep het zout in de emmer samen met het sap van de sinaasappelen, de citroenen en de limoenen. Voeg ook de karkassen van de citrusvruchten toe. Vermeng het geheel met 2 liter water. Leg de kalkoen in de emmer en vul de emmer met nog meer water totdat de kalkoen onderstaat. Roer nog een keer goed. Laat de kalkoen zo 24 uur op een koele plek marineren.
  2. Door de marinade verdeelt een klein deel van het zout zich gelijkmatig door de kalkoen. Hij hoeft tijdens het braden dan ook niet meer gezouten te worden. De smaak van de citrusvruchten is fris, maar niet overheersend, en de zuren maken de kalkoen lekker mals en sappig.
  3. Begin een dag later met het maken van de vulling. Verkruimel daartoe het brood in de foodprocessor. Roer er de eieren, een ruime hoeveelheid melk, de gehakte kruiden, een paar eetlepels worcestersaus, wat zout en versgemalen zwarte peper doorheen.
  4. Kneed ook het gehakt erdoor. De vulling moet vrij vochtig zijn; in elk geval veel plakkeriger en smeuïger dan gehakt voor een gehaktbal. Bedenk dat je tijdens de maaltijd de vulling wilt uitsmeren over je plakje vlees of de aardappeltjes.
  5. Verhit wat margarine in een pannetje en bak hierin een klein beetje van de vulling. Proef het gehakt en voeg eventueel nog wat zout, peper of kruiden toe.
  6. Neem de kalkoen uit de emmer en spoel hem goed af onder stromend koud water. Maak hem voor de zekerheid ook vanbinnen nog een keer schoon, ook al heeft je poelier dit waarschijnlijk al gedaan.
  7. Vul de buikholte van de kalkoen met de broodmassa en naai met een grote, (kromme) naald de opening dicht. Als je dat wilt kun je de poten weer opnieuw opbinden.
  8. Bestrijk de kalkoen rijkelijk met vloeibare margarine. Nu mag de vogel ongeveer 3 uur in een oven van 180°C (bij voorkeur een heteluchtoven; de circulerende lucht geeft een krokanter korstje). Schenk wat water in de braadslede en vul dit zo nodig af en toe bij. Bedruip het gerecht regelmatig (minimaal één maal per kwartier) met zijn eigen vocht, zodat het vlees lekker sappig blijft. Stop met bedruipen gedurende het laatste halfuur. Dan kan het velletje krokant worden. Houd de kleur van je kalkoen in de gaten en pas eventueel tussentijds de oventemperatuur aan.
  9. Neem de kalkoen uit de oven en laat hem onafgedekt 10 minuten rusten.
  10. Vlak voor het serveren kan het kookvocht in de braadslede een klein beetje gebonden worden met aardappelmeel (opgelost in wat koud water), indien je dat lekker vindt, maar noodzakelijk is het niet. In elk geval is de jus niet te versmaden, dus vergeet niet hem te serveren.
  11. Serveer de kalkoen door er aan tafel dunne plakken van af te snijden en schep op elk bord ook een beetje van de vulling, die nu mooi gaar is en doortrokken met de vleessappen van de kalkoen. Schenk de jus over het vlees. Smullen!

Tips:

  1. Voor een lekkere kalkoen kun je het beste naar een goede poelier gaan. Houd er rekening mee dat je je kalkoen minimaal een week voor kerst moet bestellen!
  2. Vaak is een kalkoen ingevroren als je hem krijgt. Haal hem daarom het liefst al een dag voor het marineren op. Dan kan hij rustig in de koelkast ontdooien. Is hij dan nog niet helemaal ontdooit? Geen nood: in de emmer met de marinade is die klus binnen een paar uur geklaard!
  3. Soms worden kalkoen afgeleverd met een zakje in de buikholte, waarin de lever en het hartje zitten. Verwijder dit zakje voordat je de kalkoen marineert. In dit recept worden de ingewanden niet gebruikt, maar misschien wil je ze gebruiken voor een paté.
  4. Zet de emmer met je kalkoen op een koele plaats. De tuin of een balkon is ideaal. Dat gezegd hebbende: zo ideaal is het nou ook weer niet als een van je buren een kat heeft… Bij ons staat de emmer om die reden altijd in het onverwarmde tochtportaal.
  5. Van de bijgerechten bij de kalkoen maak ik meestal niet zo veel werk. Alles draait immers om de kalkoen! Maar wat ik nooit achterwege laat, zijn de gebakken aardappeltjes. Die zijn zo lekker met de vulling en de jus... Een eenvoudige groente erbij en klaar is mijn hoofdgerecht!

Gezellig kerstfeest!



De allerlekkerste gebakken aardappeltjes


maandag 28 november 2016

Kerstspecial: zelfgemaakte rillettes de canard, een soort paté van gekonfijte eendenbouten

Wil je graag elk nieuw recept in je inbox ontvangen? Geef je dan nu op voor mijn gratis receptenservice!


Rillettes de canard: je mag er mij voor wakker maken!


Waar ik het over heb? Over een paté-achtig vleesgerechtje gemaakt van in draadjes uit elkaar getrokken gekonfijte eendenbouten.


Nog steeds een beetje vaag? Oké: je neemt eendenbouten. Die marineer je een nachtje en dan gaar je ze heel langzaam én heel lang in bijna kokend ganzenvet. Na een aantal uren valt het vlees zo ongeveer van de botten af.

Dat vlees snijd je in kleinere stukjes en je trekt het in draadjes uit elkaar. Je schept er nog wat vloeibaar ganzenvet doorheen. En klaar!

Althans, niet om te eten, maar het werk is gedaan: je rillettes hoeven nu alleen nog maar een paar uur op te stijven in de koelkast.

Toegegeven: het duurt even, maar dan heb je ook wat! Bij één toastje met rillettes zal het nooit blijven. Schenk er een goed glas wijn bij in en je hebt het beste borreluurtje dat je ooit gehad hebt!

Genieten bij de kerstboom!


Recept Zelfgemaakte rillettes de canard


Zelfgemaakte rillettes de canard


Ingrediënten:

  • 2 eendenbouten
  • zout en versgemalen zwarte peper
  • een paar takjes tijm
  • 6 jeneverbessen
  • 2 laurierblaadjes
  • 1 teentje knoflook zonder schilletje
  • ±1 liter ganzenvet (poelier)

Bereiding:

  1. Begin minimaal twee dagen van tevoren. Wrijf de eendenbouten in met een ruime hoeveelheid zout (meer dan je normaal zou gebruiken) en een beetje peper.
  2. Kneus de tijm, de jeneverbessen en het teentje knoflook.
  3. Doe de eendenbouten in een diepvrieszak samen met de tijm, de jeneverbessen, de laurierblaadjes en de knoflook. Sluit de zak en laat het vlees 24 uur in de koelkast marineren.
  4. Smelt het ganzenvet in een niet te grote stoofpan.
  5. Wrijf het overgrote deel van het zout van de eendenbouten.
  6. Leg het vlees samen met de resterende inhoud van de diepvrieszak in het ganzenvet. Het vlees moet helemaal onderstaan. Breng het vet tegen de kook aan, maar laat het niet echt koken. Leg het deksel op de pan. Zet de pan eventueel op een vlamverdeler.
  7. Laat de eendenbouten in ±3 uur zachtjes supergaar worden. Het vlees moet makkelijk van de botten vallen.
  8. Neem het vlees van de botten en snijd het in wat kleinere stukjes. Haal de stukjes in draadjes uit elkaar.
  9. Doe de draadjes vlees over in een schaaltje en roer er enkele sauslepels van het nog gesmolten ganzenvet doorheen. Proef en maak de rillettes stevig op smaak met nog wat extra zout en peper.
  10. Plaats het schaaltje in de koelkast en laat de rillettes minimaal 3 uur opstijven.
  11. Serveer met toast.

Tips:

  1. De rest van het ganzenvet kun je nog maanden bewaren in de koelkast en steeds weer opnieuw gebruiken voor het konfijten van eendenbouten, kippenbouten, konijnenbouten, etc. Het is ook heerlijk om vlees in te braden of aardappels in te bakken.
  2. Voor de toast kies ik altijd voor zogenaamde ‘fornelli’. Dat zijn Italiaanse olijfolietoastjes. Ze zijn lekker dun, hebben een mooi formaat voor een hapje en, misschien wel het belangrijkste, ze zijn niet te zout. Ik koop ze bij het filiaal van ‘Oil & Vinegar’ bij mij op de hoek!
  3. Je kunt je toastjes met rillettes de canard ook serveren als een luxe amuse voor je kerstdiner!

Gezellig kerstfeest!


Ganzenvet


    Krokante in ganzenvet gebakken krieltjes


      vrijdag 25 november 2016

      Kerstdessert: zelfgemaakt maanzaadijs met geflambeerde kersen

      Wil je graag elk nieuw recept in je inbox ontvangen? Geef je dan nu op voor mijn gratis receptenservice!


      Heb je een ijsmachine? Dan weet je hoe makkelijk het is om zelf ijs te maken!


      En dan weet je ook hoe veel lekkerder zelfgemaakt ijs is in vergelijking met het gemiddelde supermarkt-ijs. Bovendien kun je zelf alle smaken uitproberen die je maar wilt.


      In deze blog wil ik je een smaak voorstellen die ik zelf nog nooit in een ijssalon of in de supermarkt ben tegengekomen. Wel heb ik dit maanzaadijs, want daar gaat het hier over, al eens in een restaurant gegeten. Ik was er meteen weg van!


      Voor de Utrechters onder mijn lezers: dat restaurant was D’Coninck van Poortugael aan de Voorstraat! Ik schreef er al eens over in een andere blog, waarin maanzaad een belangrijke rol speelde; die over de maanzaadtulband met citroen en sinaasappel.

      Hoe dan ook: dat maanzaadijs is een echte aanrader! Het is vanille-ijs gemaakt met een vers vanillestokje en in verhouding veel room. Als het roomijs nét hard begint te worden in je ijsmachine, voeg je door de vulopening een fikse portie maanzaad toe. Daardoor krijgt het ijs een heerlijke crunch!

      Natuurlijk kun je dit ijs gewoon zo serveren in een schaaltje of in een hoorntje, maar ik vind het het allerlekkerste om er geflambeerde kersen overheen te scheppen!

      Die combinatie van het romige, crunchy ijs met de warme fruitige kersen is zo lekker, dat hij zelfs niet misstaat op je kersttafel!

      Maar laat dat je er alsjeblieft niet van weerhouden dit dessert ook op een ander moment in het jaar te maken... Dat doe ik zelf immers ook! Wanneer denk je dat ik onderstaande foto gemaakt heb? 😉

      In elk geval wens ik je veel plezier met dit recept!


      Recept Zelfgemaakt maanzaadijs met geflambeerde kersen


      Maanzaadijs met geflambeerde kersen


      Ingrediënten voor een dessert voor ±6 personen:


      Voor het maanzaadijs:

      • 2 grote goed gewassen en gedroogde eieren
      • 165 gram witte basterdsuiker
      • 1 vanillestokje
      • 400 ml ongeklopte slagroom
      • 2 dl volle melk
      • 50 gram maanzaadjes

      Voor de geflambeerde kersen:

      • ±300 gram kersen (uit pot; uitlekgewicht)
      • 40 gram roomboter
      • een flinke scheut Kirsch

      Bereiding:

      1. Maak een paar uur voor de maaltijd het ijs.
      2. Breek daartoe de eieren in een beslagkom en klop ze met een elektrische mixer gedurende 2 minuten. Voeg vervolgens de suiker toe en ga door met kloppen. Het mengsel wordt steeds dikker, romiger en luchtiger.
      3. Na een minuut of vijf is alle suiker opgelost. Snijd dan het vanillestokje in de lengterichting open en schraap het merg eruit. Voeg het vanillemerg toe aan het eiermengsel. Klop het mengsel nog even goed.
      4. Daarna kun je de slagroom erbij gaan schenken, terwijl je gewoon doorklopt, zij het op een lagere stand van de mixer.
      5. Op het laatst roer je de melk door je compositie.
      6. Schenk het ijsmengsel in een kan, zet de ijsmachine aan en vul de machine met het mengsel.
      7. Na ±15 minuten begint het ijs steviger te worden en kun je het maanzaad door de vulopening van de ijsmachine toevoegen. Zet de machine daartoe niet uit; de mogelijkheid bestaat dat je hem dan niet meer aan de praat krijgt. Draai het ijs nog ongeveer 5 minuten. Daarna is het stevig genoeg en is het maanzaad goed verdeeld door het ijs.
      8. Doe het maanzaadijs over in een diepvriesdoos en vries het verder in. Roer het ijs eventueel na het eerste uur nog een keer door met een lepel.
      9. Smelt vlak voor het serveren de roomboter in een koekenpan. Verwarm de kersen in de boter.
      10. Zet de afzuigkap uit! Dit om brand te voorkomen.
      11. Schenk een forse scheut Kirsch bij de kersen. Hou de pan een beetje schuin in de vlam, zodat de vlam letterlijk in de pan kan slaan (kook je niet op gas, steek de Kirsch dan in de pan aan met een lucifer). Het vuur dooft vanzelf zo gauw de alcohol in de drank opgebrand is.
      12. Schep in 6 mooie ijscoupes 2 of 3 bolletjes maanzaadijs. Verdeel de kersen over de ijscoupes en serveer de desserts meteen.

      Tips:

      1. In dit recept wordt gewerkt met rauwe eieren. Lees even mijn blog over de zelfgemaakte mayonaise als je wilt weten hoe je het beste met rauwe eieren kunt omgaan.
      2. Eten er kinderen mee? Hou dan voor hun wat warme kersen apart voordat je ze gaat flamberen.
      3. Je kunt het maanzaadijs al een dag (of langer) van tevoren maken als je dat beter uitkomt. Een restje ijs kun je nog minimaal een week bewaren. Dek het ijs (in de afgesloten diepvriesdoos) af met huishoudfolie om te voorkomen, dat er zich kristallen afzetten op het ijs.
      4. Te hard ingevroren ijs kun je zachter laten worden door het een halfuur voor het serveren in de koelkast te zetten. Ben je dit vergeten, plaats de doos met ijs dan een paar minuten in een magnetron, die je heel laag inschakelt (niet hoger dan 100 Watt).
      5. Nog meer kerstrecepten? Klik dan hieronder op het label 'kertrecept'!

      Krokante in ganzenvet gebakken krieltjes voor de feestdagen

      Wil je graag elk nieuw recept in je inbox ontvangen? Geef je dan nu op voor mijn gratis receptenservice!


      In de winter (bijvoorbeeld voor het kerstdiner!) bak ik mijn aardappels graag in ganzenvet. Dat geeft ze een heerlijke smaak. Vooral krieltjes worden er bijzonder lekker van! Hoe ik ze precies maak lees je hieronder!


      Recept Krokante in ganzenvet gebakken krieltjes


      Krokante in ganzenvet gebakken krieltjes


      Ingrediënten voor een bijgerecht voor ±4 personen:

      • 1 kg geschrapte krieltjes
      • zout naar smaak
      • enkele eetlepels ganzenvet


      Bereiding:


      1. Kook je krieltjes eerst gaar


      Krieltjes kun je het beste eerst gaar koken voordat je ze gaat bakken. Leg ze daartoe in een pan, strooi er wat zout overheen en vul de pan met water totdat de krieltjes onderstaan.

      Breng het water aan de kook. De krieltjes hebben daarna nog maar een minuut of tien à vijftien nodig om te garen. Prik met een vork in een krieltje om te testen of het gaar is. Proeven kan natuurlijk ook altijd! 😉

      Tip: werk je met voorgekookte krieltjes uit de supermarkt, kook deze dan ook eerst helemaal gaar voordat je verdergaat!

      Giet de krieltjes meteen af en leg ze op je werkvlak of een snijplank.

      2. Prak een deel van de krieltjes in stukjes


      Cruciaal voor dit recept is dat je nu ongeveer een zesde deel van je krieltjes gaat prakken met een vork totdat je vrij kleine kruimeltjes hebt. Het zijn juist die kruimeltjes die tijdens het bakken zometeen heerlijk krokant worden!

      3. De krieltjes bakken in ganzenvet


      Verhit vervolgens een paar eetlepels ganzenvet in een koekenpan. Als het vet goed heet is, mogen de krieltjes - én de kruimeltjes - erbij. Schep je pan niet al te vol; alle krieltjes moeten in één laag liggen. Werk eventueel in porties.

      Bak je krieltjes krokant onder af en toe opscheppen.

      Proef de krieltjes voordat je ze serveert. Strooi er eventueel nog wat extra zout overheen.


      Tip: ganzenvet koop je bij de poelier!


      De meeste poeliers verkopen ganzenvet in potten of blikken, zeker in de winter voor de feestdagen.


      Ganzenvet


      Waar gebruik je ganzenvet nog meer voor?


      Je kunt je ganzenvet ook voor andere gerechten gebruiken. Ik maak er zelf geregeld confit de canard mee. Dat zijn de gekonfijte eendenbouten, die je misschien wel kent uit een restaurant of van je vakantie in Frankrijk. Zelf konfijten is makkelijker dan het lijkt: probeer het zeker een keer!

      Van die confit de canard kun je weer rillettes de canard maken, een paté-achtig vleesgerechtje gemaakt van in draadjes uit elkaar getrokken gekonfijte eendenbouten. Verrukkelijk op een toastje tijdens de borrel of als amuse voor je kerstdiner! Ik zal je binnenkort het recept  hiervoor geven!


      Rillettes de canard


      Ben je geen liefhebber van eend? Ook kippenbouten kun je heerlijk konfijten! Kinderen zijn hier dol op!

      Ook een 'gewoon' kipfiletje en een braadworst worden veel lekkerder als je ze in ganzenvet braadt. Zeker een aanrader!


        woensdag 23 november 2016

        Speculaasmuffins met kaneelglazuur en amandelen

        Wil je graag elk nieuw recept in je inbox ontvangen? Geef je dan nu op voor mijn gratis receptenservice!


        Deze speculaasmuffins met kaneelglazuur en geroosterde amandelen mogen niet ontbreken op je pakjesavond!


        Ze zijn licht kruidig, superluchtig en heerlijk sappig. Het kaneelglazuur zorgt voor extra smaak en de amandeltjes en de greinsuiker geven het gebak een lekkere crunch!


        Speculaasmuffins met kaneelglazuur en amandelen


        Makkelijke muffins!


        Muffins: een van de soorten gebak die het makkelijkst zijn om te maken! In één kom meng je alle droge ingrediënten, in een andere alle natte. Even kort door elkaar scheppen en klaar is je beslag!

        Je kunt ze het beste bakken in speciale papieren muffinvormpjes of cupcake-papiertjes. Dat is handig én het ziet er vrolijk uit! Stevige vormpjes kun je na het vullen los op je ovenrooster zetten. Gebruik je de wat dunnere cupcake-caises, plaats deze dan in een muffinbakvorm: zo gaan je muffins niet scheefzakken tijdens het bakken.

        Ik bakte de speculaasmuffins van de foto's in vrij grote muffinvormpjes van dun karton. Met een portie beslag kon ik hiermee 12 muffins maken. In het verleden gebruikte ik ook weleens cupcake-caises. Daarvan gingen er 20 in een beslag.

        Veel verschil in baktijd is er niet tussen de twee maten muffins; het zal hoogstens 2 minuten schelen. Het blijft sowieso altijd aan te raden de gaarheid te testen met een satépen (of een speciale caketester als je die hebt). Zolang er rauw beslag aan de tester blijft plakken als je in een muffin prikt, is hij nog niet gaar. Test overigens niet te vroeg (en open ook niet voortijdig de ovendeur): dan kunnen je muffins inzakken en dat zou zonde zijn!


        Muffins decoreren


        Muffins bevatten wat minder vetstof en een kleinere hoeveelheid suiker dan cupcakes. Dat maakt ze minder ongezond. 😉

        Maar het maakt ze ook wat saaier. Daarom hou ik ervan om mijn muffins te garneren na het bakken. De decoratie geeft ze én meer smaak én een extra structuur!

        Laat je muffins wel altijd goed afkoelen voordat je ze garneert. Je wilt niet dat je crème of glazuur gaat smelten, toch?


        Hoe maak je glazuur van poedersuiker?


        Deze speculaasmuffins garneer ik met een glazuur van poedersuiker. Dat maak je heel eenvoudig door de suiker te mengen met een klein beetje water (in dit geval; je kunt ook een andere vloeistof gebruiken, zoals likeur, vruchtensap of limonadesiroop). Realiseer je dat je echt maar heel weinig water nodig hebt: een paar eetlepels is al voldoende voor een flink kommetje vol met suiker. Voeg daarom niet te veel in één keer toe. Begin met 2 eetlepels, roer even, en bepaal dan pas of je meer nodig hebt. Het glazuur moet niet te slap worden; dan wordt het laagje te dun doordat het van je muffins af druipt...

        Glazuur je muffins altijd een voor een en bestrooi ze meteen met je decoratiemateriaal. Als je eerst alle muffins glazuurt en ze dan pas garneert, loop je het risico dat het glazuur van de eerste paar al uitgehard is. De garnering blijft dan niet meer plakken!

        Veel plezier met deze heerlijke speculaasmuffins en een gezellige en lekkere pakjesavond toegewenst!



        Recept Speculaasmuffins met kaneelglazuur en amandelen




        Speculaasmuffins met kaneelglazuur en amandelen


        Ingrediënten voor 12 grote muffins of 20 kleinere:


        Droge ingrediënten:

        • 375 gram bloem, gezeefd
        • 18 gram bakpoeder, gezeefd
        • 225 gram bruine basterdsuiker
        • 3/8 theelepel zout
        • 1½ theelepel gemalen kaneel (bij voorkeur echte Ceylonkaneel; zie mijn blog hierover)
        • ¾ theelepel gemalen kruidnagel
        • ¾ theelepel nootmuskaat
        • 1/3 theelepel gemberpoeder
        • 1/3 theelepel kardemom
        • een mespuntje gemalen witte peper

        Natte ingrediënten:

        • 60 gram gesmolten roomboter
        • 75 gram zonnebloemolie
        • 1 ½ ei, losgeklopt in een kopje
        • 375 ml volle melk

        Decoratie:

        • 150 gram poedersuiker
        • een flinke mespunt gemalen kaneel
        • enkele eetlepels water
        • ±30 gram geschaafde amandelen
        • een handje fijne greinsuiker

        Extra:

        • 12 grote of 20 kleinere papieren muffinvormpjes

        Bereiding:

        1. Verwarm de oven voor (heteluchtoven 160°C; conventionele oven 180°C).
        2. Plaats de muffinvormpjes op een ovenrooster. Als je dunne papieren vormpjes hebt, zet ze dan eerst in een muffinbakvorm, zodat ze tijdens het bakken niet kunnen vervormen.
        3. Vermeng in een kom de boter en de olie. Klop er met een garde anderhalf ei doorheen. Ga door met kloppen en voeg beetje bij beetje de melk toe.
        4. Vermeng in een andere kom alle droge ingrediënten.
        5. Voeg de natte ingrediënten toe aan de droge. Schep het geheel kort om totdat alle ingrediënten net vermengd zijn. Ga niet te lang door met mengen.
        6. Verdeel het beslag over de muffinvormpjes.
        7. Bak de muffins gaar en lichtbruin; ±22 minuten in de heteluchtoven of ±25 minuten in een conventionele oven. Test de gaarheid door met een satépen in de muffins te prikken. Er mag geen vochtig beslag meer aan de satépen kleven.
        8. Laat de muffins afkoelen op een rooster.
        9. Rooster ondertussen het amandelschaafsel goudbruin in een koekenpan zonder vetstof. Dat gaat het beste op een laag pitje onder af en toe omscheppen.
        10. Schep de poedersuiker en de kaneel door elkaar. Roer er enkele eetlepels water doorheen totdat je een glad, maar niet te dun glazuur hebt.
        11. Bestrijk de muffins met het glazuur. Verdeel het amandelschaafsel en de greinsuiker over het glazuur voordat het de kans krijgt hard te worden.
        12. Laat het glazuur opstijven. Serveer de speculaasmuffins en geniet ervan!

        Tips:

        1. Je kunt deze muffins eventueel een dag voor het heerlijke avondje al maken. Dan zijn ze nog net zo lekker als de eerste dag!
        2. Greinsuiker kun je kopen bij sommige bakwinkels of delicatessenzaken. Ook bestellen via internet is een optie.
        3. Nieuwsgierig naar het recept voor de kruidnootjes van de foto hierboven? Surf dan even naar een van mijn eerdere blogs!

        Roomboterkruidnootjes


        dinsdag 22 november 2016

        Kerstspecial: knien in ’t zoer, konijn op Limburgse wijze

        Wil je graag elk nieuw recept in je inbox ontvangen? Geef je dan nu op voor mijn gratis receptenservice!


        Knien in ’t zoer – letterlijk: konijn in het zuur – is een traditionele Limburgse stoofpot van gemarineerd konijn. In mijn jeugd kwam dit gerecht elke kerst op tafel! Met verse frietjes erbij. Mmmm!!


        Het is misschien wel het allerlekkerste Nederlandse gerecht dat ik ken. En dat is niet alleen maar omdat het zoveel warme herinneringen oproept…


        Knien in 't zoer, konijn op Limburgse wijze


        Limburgse specialiteiten in den vreemde


        Eén van de aardigste sociale bezigheden, die ik had toen ik in Argentinië woonde, was de internationale dameslunchgroep. Dat klinkt heel formeel, maar als het iets niet was, dan was het dat wel. Het was gewoon een groepje van een stuk of tien vriendinnen, die allemaal hielden van koken.

        Het grappige was dat elke deelneemster, puur toevallig, een andere nationaliteit had en op basis daarvan leek het ons interessant om iedere vrijdag wat typische gerechten te proeven uit het land van herkomst van de gastvrouw.

        Allerlei exotische gerechten passeerden de revue. Zo aten we onder andere Peruaanse seviche, Italiaanse bistecca alla pizzaiola, Noord-Afrikaanse couscous met lamsvlees, Mexicaanse tortillas en Colombiaanse kippensoep met koriander en maïskoekjes. Heerlijk én supergezellig!

        En natuurlijk brak er een dag aan dat ik aan de beurt was. Maar wat voor typisch Nederlands gerecht moet je nou maken voor zo’n select gezelschap internationale culi’s? Stamppot en pannenkoeken leken me wel erg magertjes tegenover de specialiteiten van mijn vriendinnen!

        Na veel wikken en wegen bedacht ik dat ik veel beter kon teruggrijpen naar mijn Limburgse roots en wat gerechten uit mijn eigen regio kon bereiden. Ik koos voor een hoofdschotel die in onze familie al decennia lang tijdens hoogtijdagen op tafel komt: knien in ’t zoer, konijn in een kruidige zoetzure saus.


        Verse tamme konijnen


        Mijn grootvader was poelier en zo rond de kerst, of voor je verjaardag als je er speciaal om vroeg, zorgde hij altijd voor een paar malse konijntjes. Waarschuwing: als je gauw iets zielig vindt, kun je beter de volgende paar alinea’s overslaan! 😉

        Achteraf gezien ging het er eigenlijk wel wreed aan toe. Een paar dagen voor de feestmaaltijd liepen er dan opeens konijntjes door de tuin, waar wij kinderen mee mochten spelen. Tot we zeer dringend werden verzocht naar binnen te gaan en niet meer naar buiten te komen. Eén keer heb ik dat eens stiekem wél gedaan en zag toen de gestroopte konijnen aan de stangen van de schommel in de achtertuin hangen. Ik denk dat ik een geboren lekkerbek was. Ik heb er namelijk geen nachtmerries aan overgehouden en konijn vind ik nog steeds erg lekker. Rare meiden, die Limburgse?

        Van de andere kant: dit waren wel konijnen die een goed leven hadden gehad en dat kun je nu helaas niet meer van elk supermarktkonijn zeggen… Advies: ga naar een goede poelier voor dit gerecht!

        Na het slachten gingen de ‘Flappies’ een nachtje ‘in het zuur’ zoals mijn opa het noemde en op de feestelijke dag zelf zat de hele meute aan een grote tafel te smikkelen van ieders lievelingsgerecht.

        Dat was het maaltje  dat ik mijn vriendinnen zou voorzetten!


        Knien in ’t zoer: konijn op Limburgse wijze


        Wat moet je je voorstellen bij dit streekgerecht dat (bijna) elke Limburger kent?
        Eigenlijk is het een heel eenvoudig gerecht. Het lijkt sterk op het in Limburg mateloos populaire zoervleis, zuurvlees, een runderstoofpot met een kruidig-zoetzure saus.


        Limburgs zuurvlees, stoofpot met ontbijtkoek


        Het konijngerecht heeft twee karakteristieken. De eerste is dat het konijnenvlees voor het stoven wordt gemarineerd. Meestal gebeurt dat in een mengsel van azijn en water. Mijn recept is iets luxer: ik gebruik daarnaast ook nog rode wijn!


        Konijnenbouten in de marinade


        Belangrijke smaakmaker in de saus: ontbijtkoek!


        De tweede typische karakteristiek is de manier waarop de saus op smaak wordt gemaakt. Dat gebeurt namelijk veelal met wat wij in Limburg ‘peperkoek’ noemen, ontbijtkoek dus. Soms wordt er in plaats van ontbijtkoek stroop gebruikt, maar dat doe ik zelf eigenlijk nooit. Stroop hoort niet thuis in het recept van mijn opa.

        Maar even terug naar de bereidingsvolgorde. Na het marineren worden de stukken konijn eerst stevig aangebraden. En dan mogen ze lekker lang sudderen in weer die marinade totdat het vlees botermals is en bijna van het bot valt.

        Het stoofvocht is in dit stadium nog vrij zuur en dat vraagt om een zoete component! En daar komt die ontbijtkoek om de hoek kijken. De verkruimelde koek geeft de saus niet alleen het benodigde zoetje, maar ook een dosis specerijen. Heerlijk!

        Bijkomend voordeel van de koek is, dat hij de saus meteen bindt door het meel dat erin zit!


        Knien in 't zoer eet je met verse frietjes!


        Het resultaat is een verrukkelijk gerecht met veel diepgang. Het malse vlees in de kruidige, donkerbruine, zoetzure saus is onweerstaanbaar! Zeker als je er een portie zelfgemaakte verse frietjes bij serveert! Met de frietjes kun je heerlijk al die saus ‘oplepelen’. Sterker nog: vanwege die frietjes maak ik altijd extra veel saus!


        Zelfgemaakte verse friet


        Vlaaien als toetje


        Voor de lunch met mijn vriendinnen in Argentinië bakte ik ook nog een aantal vlaaien. Want we tafelden altijd zo lang na, dat we minstens tot theetijd aan tafel zaten! Gelukkig vielen zowel het konijngerecht als de vlaaien goed in de smaak!


        Limburgse appel-kruimelvlaai


        Wil je zelf ook een Limburgse vlaai bakken voor na je konijnmaaltje? Surf dan even naar het recept voor mijn appel-kruimelvlaai! En houd dit blog in de gaten, want er gaan zeker meer vlaairecepten volgen!


        Recept knien in ’t zoer, konijn op Limburgse wijze


        Knien in ’t zoer, konijn op Limburgse wijze


        Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 6 personen:

        • 6 grote tammekonijnenbouten
        • zout en peper
        • 4 laurierblaadjes
        • 8 kruidnagels
        • 4 dl volle rode wijn
        • 3,5 dl rodewijnazijn
        • 8 dl water
        • margarine of boter
        • 1 ontbijtkoek van ±400 gram
        • eventueel een paar theelepels maïzena
        • 1 theelepel niet te sterke mosterd
        • 4 eetlepels bruine basterdsuiker

        Bereiding:

        1. Begin een dag van tevoren met het marineren van de konijnenbouten. Leg de helft van het vlees op de bodem van een grote pan of schaal. Strooi er zout en peper, 2 laurierblaadjes en 4 kruidnagels overheen. Voeg de andere helft van het vlees toe en kruid het op dezelfde manier. Schenk vervolgens de wijn, de azijn en het water over het vlees. Het vlees moet helemaal onderstaan. Roer de vloeistof even om. Dek de schaal af en plaats hem minimaal een nacht in de koelkast.
        2. Verhit de volgende dag wat boter in een grote braadpan. Dep de konijnenbouten goed droog en bak ze (in porties) aan.
        3. Neem het vlees daarna uit de pan en verwarm de marinade. Leg het vlees erin en stoof de konijnenbouten in ongeveer een uur lekker gaar. Het vlees moet bijna van het bot vallen voor de lekkerste smaak.
        4. Dan wordt het tijd om met de ontbijtkoek aan de slag te gaan. Op het eerste gezicht lijkt het gebruik van ontbijtkoek misschien vreemd, maar in feite is het een ideale mengelmoes van ingrediënten voor een zoetzure saus: suiker om het zuur van het stoofvocht te compenseren, specerijen voor de kruidige smaak en bloem om de saus te binden. Waar je mee begint is het afsnijden van de donkere korsten. Die zijn te bitter. Snijd de koek vervolgens in plakken en verkruimel deze tot zeer fijn. Dat gaat het makkelijkste in de foodprocessor.
        5. Doe de koekkruimels in een pan en voeg een beetje van het stoofvocht toe. Verwarm het geheel en roer goed. Voeg steeds een beetje meer stoofvocht toe totdat het (bijna) op is. Zorg er wel voor dat de saus mooi glad is, voordat je de volgende hoeveelheid vocht toevoegt.
        6. Bind de zoetzure saus eventueel nog wat meer met een papje van maïzena en een beetje koud water. Giet het beetje bij beetje bij de saus en roer goed. Breng het geheel aan de kook. Pas dan vindt de binding plaats en kun je beoordelen hoeveel van het maïzenapapje je nodig hebt. De saus mag best vrij dik zijn.
        7. Maak de saus op smaak met de mosterd, de bruine suiker en eventueel nog wat extra zout, peper, azijn, water, wijn, mosterd en/of basterdsuiker. Vergeet niet de laurierblaadjes en de kruidnagels eruit te vissen.
        8. Leg de konijnenbouten in de saus en laat de smaken nog enkele uren in het vlees trekken.
        9. Verwarm het geheel vlak voor het serveren. Leg op elk bord een konijnenbout en een paar lepels saus. Serveer de rest van de saus er apart bij.

        Tips:

        1. Het lijkt alsof je veel te veel saus hebt voor 6 personen. De bedoeling is echter dat je er een forse portie verse frieten bij maakt, die je ook dipt in de saus. Dat klinkt misschien niet culinair verantwoord, maar vertrouw de Limburgers: dit wordt smikkelen van de bovenste plank! Konijn in zure saus en friet vormen een klassieke combinatie, die traditioneel vaak met kerst wordt geserveerd!
        2. Dit gerecht smaakt het allerlekkerste de dag nadat je het gemaakt hebt. Dan zijn de smaken van de saus helemaal in het vlees getrokken. Makkelijk ook: zo heb je weinig werk op de dag van je kerstdiner! Bewaar alles goed afgedekt in de koelkast.
        3. Als je bang bent dat je na het stoven de kruidnagels niet meer allemaal kunt vinden, strooi ze dan niet los over het vlees, maar prik ze in een schoongemaakt ui. Stoof de ui mee en schep hem na de bereiding met de kruidnagels uit het gerecht.
        4. Soms wordt dit gerecht ook gemaakt met wild konijn. In mijn familie was dat geen traditie; ik heb dat dus ook nooit geprobeerd. Maar aan jou de keus! Laat je even horen hoe het smaakte?

        maandag 21 november 2016

        Saucijzenbroodletter voor pakjesavond

        Wil je graag elk nieuw recept in je inbox ontvangen? Geef je dan nu op voor mijn gratis receptenservice!


        "Wie zoet is krijgt lekkers...". Maar mag dat lekkers ook een keertje hartig zijn?


        Deze bladerdeegletter gevuld met kruidig gehakt is gegarandeerd een welkome aanvulling van je hapjes op sinterklaasavond! Handig: het recept is makkelijk en snel!


        Tip: organiseer rond 5 december ook eens een echte Sinterklaas-high-tea! Mét deze saucijzenbroodletter erbij natuurlijk!


        Recept Saucijzenbroodletter voor pakjesavond


        Saucijzenbroodletter voor pakjesavond


        Ingrediënten:

        • 250 gram rundergehakt
        • 250 gram kalfsgehakt of mager varkensgehakt
        • 1 theelepel gedroogde tijm
        • ½ theelepel mild paprikapoeder
        • ¾ theelepel mild kerriepoeder
        • een mespunt nootmuskaat
        • 2 eetlepels worcestersaus
        • 2 eieren
        • 6 eetlepels paneermeel
        • een ruime hoeveelheid versgemalen zwarte peper
        • zout naar smaak
        • 10 plakjes bladerdeeg op basis van margarine
        • een beetje bloem voor het bestuiven van het werkvlak
        • een beetje margarine voor het invetten van de bakplaat

        Bereiding:

        1. Verwarm de oven voor tot 210°C (conventionele oven) of 190°C (heteluchtoven).
        2. Vermeng het gehakt met de kruiden en specerijen, de worcestersaus, 1 ei, het paneermeel, de peper en wat zout. Bak even een proefhamburgertje in een pan om te bepalen of er nog extra zout en/of peper toegevoegd moet worden. Het gehakt mag niet te flauw zijn, aangezien het deeg niet veel smaak heeft.
        3. Vorm een lange rol van het gehakt.
        4. Rol het bladerdeeg op een licht bebloemde ondergrond uit tot een lap van zo’n 10 centimeter breedte. Hij moet iets langer zijn dan de gehaktrol. Snijd de randen met een deegradertje netjes bij.
        5. Leg de gehaktrol op het deeg. Bestrijk één lange zijde en beide korte zijden van het deeg met een beetje losgeklopt ei. Vouw het deeg over het gehakt heen, rol de staaf een halve slag en plak de naad dicht. Doe hetzelfde met de uiteinden. Leg de deegrol op het werkvlak met de naad naar beneden. Vorm er een mooie S van.
        6. Beboter een bakplaat. Leg de S erop en plaats de bakplaat in de oven. Bak de saucijzenbroodletter in ±35 minuten goudbruin en gaar. Draai eventueel de oven de laatste 10 minuten iets lager, als het deeg te bruin dreigt te worden.
        7. Laat de letter een beetje afkoelen op een rooster alvorens hem te serveren.  

        Tips:

        1. Je kunt je saucijzenbroodletter eventueel al een dag voor pakjesavond bakken. Bewaar hem na afkoeling afgedekt in de koelkast. Warm hem vlak voor het serveren op in een oven van 150°C.
        2. Natuurlijk kun je je saucijzenbroodletter ook vullen met ander gehakt. Wat dacht je bijvoorbeeld van kruidig kalfsgehakt, mediterraan gekruid gehakt, kalfsgehakt met verse marjolein, Grieks gehakt, Indonesisch gehakt of kalfsgehakt met zongedroogde tomaten?
        3. Nog meer Sinterklaas-recepten? Mijn recept voor roomboterkruidnootjes is erg lekker!

        Ik wens je een gezellige pakjesavond!


        Roomboterkruidnootjes met een eigen specerijenmengsel

        donderdag 17 november 2016

        Kerstspecial: briochepudding met appeltjes en rozijnen

        Wil je graag elk nieuw recept in je inbox ontvangen? Geef je dan nu op voor mijn gratis receptenservice!


        In deze verrukkelijke, smeuïge broodpudding wordt het 'gewone' brood vervangen door luxueus briochebrood. Er gaan nog wat appeltjes doorheen en het merg van een vanillestokje. Citroenschilletjes en kaneel zorgen voor een heerlijk aroma!


        Het resultaat is een luchtig, romig, fruitig, krokant en tegelijkertijd  fluweelzacht dessert, waar je helemaal warm van wordt! Een waardig einde van je kerstdiner!


        Briochepudding met appeltjes en rozijnen


        Briochepudding: een rustiek kerstdessert


        Ik ben niet zo'n liefhebber van formele etentjes. Zelfs niet tijdens de kerstdagen. Het liefst serveer ik rustieke, robuuste gerechten met veel smaak. Voor mij geen chique kleine porties met liflafjes...

        Het dessert van vandaag past perfect in die sfeer!


        Broodpudding van restjes oud brood


        Het is een variant van de klassieke broodpudding, een gerecht dat traditioneel gemaakt wordt van restjes. Broodpudding is een ideaal recept om overgebleven en een beetje droog geworden brood te verwerken tot iets lekkers!

        Omdat het hier vandaag om een kerstdessert gaat, wijk ik bij uitzondering een keertje af van het restjes-idee: ik koop het meer luxueuze briochebrood er speciaal voor in! Hetzelfde geldt voor de room. De andere ingrediënten, zoals de appels en de vanille, heb ik meestal wel in huis.


        Hoe wordt broodpudding en dus ook deze briochepudding gemaakt?


        De moeder aller broodpuddingen is een toetje van sneetjes (oud) brood - en soms nog wat smaakmakers - dat wordt overgoten met een niet gegaarde custard. Als deze schotel in een vrij warme oven wordt gezet, begint de custard te binden.

        De kunst is om een broodpudding precies lang genoeg te bakken totdat de custard een beetje vaster wordt. Helemaal vast is niet de bedoeling. Het gerecht is het allerlekkerste als de custard nog een beetje sausachtig blijft; romig zacht en smeuïg.


        Eet deze briochepudding vers uit de oven!


        Het is aan te raden deze briochepudding niet vooruit te maken. Hij moet vers uit de oven op tafel gezet worden! Als het aan mij ligt, komt zelfs de ovenschaal gewoon op tafel! Zo kan iedereen zich zelf opscheppen. Maar daar kun je natuurlijk van afwijken als je dat wilt; vrijheid blijheid!

        Wat vind je van dit luxe broertje van de klassieke broodpudding? Is deze romige briochepudding met appeltjes en rozijnen niet onweerstaanbaar?



        Recept Briochepudding met appeltjes en rozijnen



        Briochepudding met appeltjes en rozijnen


        Ingrediënten voor een dessert voor 6 à 8 personen:

        • 1 briochebrood van ±400 gram
        • 60 gram rozijnen
        • water
        • 2 jonagold appels
        • 8 eierdooiers
        • 175 gram witte basterdsuiker
        • de rasp van 1 citroen
        • ¼ theelepel gemalen kaneel (bij voorkeur echte Ceylonkaneel; zie mijn blog hierover)
        • 350 ml volle melk
        • 250 ml slagroom
        • 1 vanillestokje, doorgesneden en uitgeschraapt
        • een beetje roomboter voor het invetten van de ovenschaal
        • enkele eetlepels poedersuiker

        Bereiding:

        1. Snijd de brioche in niet te kleine blokjes. Laat die een uur op de broodplank liggen, zodat ze wat oudbakken kunnen worden.
        2. Doe de rozijnen in een pannetje met wat water. Zorg ervoor dat de rozijnen onder staan. Verwarm het water tot heet en draai het vuur uit. Laat de rozijnen zo een uur wellen. Droog ze daarna in een schone theedoek.
        3. Breng voor de custard de melk aan de kook samen met de slagroom, het merg van het vanillestokje en de resterende peul van het vanillestokje.
        4. Klop ondertussen de eierdooiers schuimig met de basterdsuiker, de citroenrasp en de kaneel.
        5. Schenk de warme melk beetje bij beetje bij het eiermengsel en blijf kloppen. Uiteindelijk ontstaat er een homogeen custardmengsel, dat echter nog niet gebonden is.
        6. Schil de appels en snijd ze in kleine blokjes.
        7. Vet een grote lasagneschaal in met roomboter.
        8. Leg de blokjes brioche, de rozijnen en de appeltjes in de ovenschaal.
        9. Schenk de custard over het brood. Laat de schaal zo een kwartier staan. Het brood kan zich nu volzuigen met het vocht.
        10. Verwarm de oven voor tot 190°C (conventionele oven).
        11. Druk het brood met de vlakke hand goed naar beneden in het vocht en plaats de schaal ±30 minuten in de oven, totdat de custard ook in het midden licht gebonden is. Hij moet nog een beetje smeuïg blijven.
        12. Doe wat poedersuiker in een zeefje en bestuif het gerecht met de suiker. Serveer meteen.

        Tips:

        1. Je kunt de briochepudding ook eerst over de borden verdelen en dan pas bestuiven met de poedersuiker.
        2. Nog een lekkere variant van de bread and butter pudding: croissantpudding met citroen!


        woensdag 16 november 2016

        Kerstspecial: wildstoofpotje met oud bruin bier

        Wil je graag elk nieuw recept in je inbox ontvangen? Geef je dan nu op voor mijn gratis receptenservice!


        Op zoek naar een wildgerecht voor de feestdagen? Heb je al eens aan een stoofpotje gedacht?


        Deze stoofpot van hertensukade met oud bruin bier is verrukkelijk en heel makkelijk te maken!


        En stressvrij! Dat komt doordat je het stoofvlees de dag voor kerst al helemaal kunt bereiden. De stoofpot wordt zelfs lekkerder als hij een dagje staat! Vlak voor het serveren verwarm je het gerecht even in een pan en klaar!


        Tip: bestel de hertensukade wel op tijd bij een goede poelier!


        Recept Wildstoofpotje met oud bruin bier


        Wildstoofpotje met oud bruin bier


        Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor ±6 personen:

        • 1200 gram hertensukade
        • 9 grote uien
        • 12 takjes bladselderij
        • 6 eetlepels fijngehakte tijmblaadjes of 6 theelepels gedroogde tijm
        • 12 eetlepels appelciderazijn
        • 3 eetlepels rodewijnazijn
        • 6 eetlepels bruine basterdsuiker
        • zout en versgemalen zwarte peper
        • plantaardige margarine
        • 3 eetlepels rode balsamicoazijn
        • 3 flesjes oud bruin bier
        • 4 theelepels grove mosterd
        • ±7 eetlepels paneermeel
        • 1/3 theelepel gemalen foelie
        • ¾ vleesbouillonblokje

        Bereiding:

        1. Begin een dag voor het bereiden met het marineren van het vlees. Snijd het daartoe in niet te kleine blokjes.
        2. Roer een marinade van 3 uien (in halve ringen gesneden), de fijngehakte blaadjes van de selderij, de tijm, de appelciderazijn, de rodewijnazijn, de basterdsuiker, een beetje zout en wat zwarte peper.
        3. Leg het vlees in de marinade. Voeg water toe totdat het vlees onderstaat. Schep het geheel nog een keer goed om. Dek de schaal af en plaats hem 24 uur in de koelkast.
        4. Schep het vlees met een schuimspaan uit de marinade in een vergiet. Bewaar de marinade. Laat het vlees uitlekken en dep het daarna droog met keukenpapier.
        5. Verhit de margarine in een braadpan met dikke bodem. Braad hierin het vlees, in porties, aan. Schep het vlees uit de pan.
        6. Snijd nog een keer 3 uien in halve ringen. Fruit deze samen met de uien uit de marinade zachtjes in een beetje margarine onder toevoeging van de balsamicoazijn. Roer af en toe.
        7. Als de uien glazig zien kunnen de marinade, het bier, de mosterd, het paneermeel, de foelie en het vleesbouillonblokje toegevoegd worden. Breng het geheel aan de kook en laat de alcohol voor het overgrote deel verdampen. Voeg het vlees toe.
        8. Laat de stoofpot op een zacht pitje onder af en toe roeren enkele uren sudderen. Het vlees wordt dan heerlijk zacht en mals. Als de saus op het einde te dun is, laat het deksel dan het laatste halfuur van de pan. De saus dikt dan wat in. Je zou ook nog wat paneermeel door de stoofpot kunnen roeren als je dat nodig vindt.
        9. De laatste 3 uien moeten weer in halve ringen gesneden worden. Fruit ze in een koekenpan in wat margarine goudbruin. Roer ze vlak voor het serveren door de stoofpot. Proef en voeg eventueel nog wat zout en/of peper toe.

        Tips:

        1. Deze stoofpot kun je ruim van tevoren al maken. Zelfs een dag van tevoren is een optie. Bewaar hem na afkoeling afgedekt in de koelkast. Warm het gerecht op in een pan onder toevoeging van een beetje water. Voeg wel pas op het laatste moment de gefruite uienringen toe.
        2. Voor een andere keer: je kunt de stoofpot (zonder de laatste paar uien) prima invriezen. Handig!
        3. Krijg je veel gasten? Je kunt de ingrediënten voor dit gerecht makkelijk vermenigvuldigen!
        4. Lekker erbij: zelfgemaakte verse friet, gebakken aardappeltjes, krieltjes uit de oven of in de oven geroosterde aardappeltjes.
        5. Groentegerechten voor bij de hertenstoofpot: rode kool met port en goudrenetten of regenboogworteltjes uit de oven met honing en citroentijm.


        Zelfgemaakte verse friet

        De allerlekkerste gebakken aardappeltjes

        Rode kool met port en goudrenetten

        Regenboogworteltjes uit de oven met honing en citroentijm

        dinsdag 15 november 2016

        Zoervleis, Limburgs stoofvlees met ontbijtkoek

        Wil je graag elk nieuw recept in je inbox ontvangen? Geef je dan nu op voor mijn gratis receptenservice!


        Ken je het Limburgse gerecht ‘zoervleis’ of zuurvlees? Als dat niet zo is, dan mis je wat! Dit stoofpotje van mals rundvlees in een dikke, diepbruine, kruidig-zoetzure saus is onovertroffen!


        In Limburg kun je in elke snackbar friet met zuurvlees bestellen. Verrukkelijk! Maar zelf maken is nog lekkerder; zeker met het onderstaande recept! Bovendien: zo kun je ook Limburgs genieten in Groningen, Den Helder, Middelburg...


        Limburgs zuurvlees, stoofpot met ontbijtkoek


        Bourgondische Limburgers


        Ik vertelde als eens eerder dat ik ben opgegroeid in Limburg, een gebied dat wordt vereenzelvigd met het land, waar men weet wat lekker eten is. En ik moet zeggen: dat is niet ten onrechte!

        In menig Limburgs gezin lijkt de liefde voor goed eten haast aangeboren. Men laat er geen gelegenheid voorbij gaan om uitgebreid te kunnen tafelen en bourgondisch te genieten! Naar alle waarschijnlijkheid ligt daar de oorsprong van mijn lijfspreuk: een dag niet lekker gegeten, is een dag niet geleefd!!


        ‘Friet mèt zoervleis’: Limburgser kun je het niet krijgen!


        Ik koester met name warme herinneringen aan de gezinsmaaltijden in mijn ouderlijk huis; regelmatig stond de tafel volgeladen met grote porties verse friet en een fikse pan met ‘zoervleis’. Limburgser dan dat kun je het eigenlijk niet krijgen! Alleen al de zoete, kruidige geur van die verrukkelijke stoofpot - die ik ook nu nog regelmatig maak – werkt als een tijdmachine.

        Ik kom uit een vrij groot gezin, waar geen bezwaar gemaakt werd als er voor een vriendje of vriendinnetje een bord bijgezet moest worden. ‘Hoe meer zielen, hoe meer vreugd’ gold zeker als er voor het zondagse ‘middageten’ (in die tijd at heel Limburg tussen de middag warm) of tijdens de carnavalsdagen zuurvlees op het menu stond! Dan werd er uitgebreid gesmikkeld, terwijl ondertussen alle laatste nieuwtjes (en roddeltjes ook af en toe…) besproken werden. Een luidruchtige bedoening, maar oh zo gezellig! We brachten na de laatste happen vaak nog de halve zondagmiddag aan tafel door, want om natafelen stond ons gezin bekend; of is berucht een beter woord in deze context?


        Verse friet


        ‘Zoervleis’ naar een eeuwenoud recept


        Zuurvlees is een gerecht met een lange geschiedenis. Eeuwen geleden was het in het zuiden van Nederland al bekend. In de omliggende gebieden in Duitsland en België werden (en worden) soortgelijke stoofpotjes gegeten.


        ‘Zoervleis’ van paardenvlees


        Typisch voor de oudste zuurvleesrecepten is het gebruik van paardenvlees in plaats van rundvlees. Rundvlees was voor de werkende klasse veel te kostbaar en paardenvlees was vaak makkelijk en goedkoop verkrijgbaar.

        Alleen, dat paardenvlees was meestal afkomstig van dieren die pas na een lang werkzaam leven stierven. Ze werden niet speciaal voor het vlees geslacht, zoals de runderen nu. En daardoor kon het vlees taai zijn. Marineren in zuur, azijn dus, maakte het vlees zachter en malser. Waarschijnlijk is het recept zo ontstaan.


        Elke familie heeft haar eigen recept voor zuurvlees


        Na urenlang en soms wel dagenlang marineren, werd het vlees gestoofd totdat het in draadjes uit elkaar viel. Om de zure smaak te compenseren werd de stoofpot op smaak gemaakt met zoete ingrediënten.

        Wat men hiervoor gebruikte verschilde van plaats tot plaats en zelfs van familie tot familie. En dat zien we nu nog steeds terug in de veelvoud van recepten die er in omloop zijn voor schijnbaar hetzelfde gerecht. Ontbijtkoek en stroop komen het vaakste voor. Maar soms wordt ook pure chocolade gebruikt. Het toevoegen van ontbijtkoek heeft als bijkomend voordeel dat de koek zorgt voor een binding van de saus. En natuurlijk zijn de specerijen in de koek welkom vanwege hun heerlijke smaak en dito aroma!


        Het zuurvlees van mijn moeder


        Ook mijn moeder maakte zuurvlees regelmatig van paardenvlees. Na het marineren – wij noemen dat “in het zuur zetten” - en het lange stoven was het smaakverschil met rundvlees vrij subtiel. Het paardenvlees was iets sterker van smaak. Maar wel erg lekker!

        Andere ingrediënten in haar recept waren azijn, uien, kruidnagels, laurier, mosterd, suiker en ontbijtkoek. Bij ons geen stroop of chocolade.


        Mijn eigen zuurvleesrecept


        Inmiddels heb ik het originele familierecept enigszins verfijnd. Paardenvlees is sowieso bijna nergens meer te krijgen, dus de keuze voor rundvlees is vanzelfsprekend. Het liefste gebruik ik mooie, met een beetje vet dooraderde Black Angus sukadelappen. Die worden tijdens het stoven botermals zonder uit elkaar te vallen in draadjes. Verrukkelijk!

        Ik snijd het vlees ook niet meer in kleine blokjes. Grote stukken vlees hebben veel meer smaak. Ik snijd elk sukadelapje in niet meer dan drie of vier stukken.

        Een deel van de azijn heb ik vervangen door rode wijn. Dat geeft meer diepgang en maakt de zure smaak subtieler; veel lekkerder ook voor niet-Limburgers, die dat zuurtje in vlees niet gewend zijn. Alle andere ingrediënten zitten er nog steeds in, al gebruik ik wat luxere varianten: rodewijnazijn in plaats van natuurazijn en bruine basterdsuiker in plaats van gewone suiker.


        Voor mij geen ‘zoervleis’ zonder ‘peperkook’


        Jarenlang heb ik zelfgebakken ontbijtkoek – ‘peperkook’  in het Limburgs - gebruikt in het recept; in het buitenland (waar ik toen woonde met mijn gezin) was de koek immers nergens kant-en-klaar te koop. Daarvoor moest ik de hoeveelheden wel aanpassen, aangezien de smaak van die eigen koek nogal verschilt. De laatste jaren ga ik weer gewoon naar de supermarkt voor mijn ontbijtkoek. Want de standaard Peijnenburg-koek is misschien niet het lekkerste bij het ontbijt, hij blijft ideaal in zuurvlees!


        Zelfgebakken ontbijtkoek


        Friet met veel saus: ‘lek vinger lek doum’!


        Zoals in mijn familie gebruikelijk maak ik nog steeds een in verhouding grote hoeveelheid saus. Want de saus is misschien wel het belangrijkste van het hele gerecht! Je doopt er de frietjes in, die je er standaard bij eet! Mayonaise erbij serveren is absoluut not done, dus je hebt voldoende 'zure saus' nodig!

        Ik hoop dat je een keer met mijn recept aan de slag gaat. Want het is echt serieus lekker: ‘lek vinger lek doum’ (letterlijk: lik vinger lik duim), zoals wij Limburgers zeggen!



        Recept Zoervleis, traditioneel Limburgs stoofvlees met ontbijtkoek


        Limburgs 'zoervleis', zuurvlees, stoofpot met ontbijtkoek


        Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 4 personen:

        • 1000 à 1200 gram mooi dooraderde sukadelappen (bijv. van Black Angus-runderen)
        • zout en peper
        • 3 laurierblaadjes
        • 12 kruidnagels
        • 3 dl volle rode wijn
        • 3 dl rodewijnazijn
        • 4 dl water
        • vloeibare margarine
        • 2 grote uien, gesnipperd
        • ± 300 gram ontbijtkoek
        • ±1 theelepel mosterd
        • bruine basterdsuiker naar smaak

        Bereiding:

        1. Begin een dag van tevoren met het marineren, het ‘in het zuur zetten’, van het vlees. Snijd daarvoor de sukadelappen in niet te kleine blokjes; 3 à 4 blokjes per lapje is prima.
        2. Leg het vlees samen met 1 gesnipperde ui in een grote pan of schaal. Strooi er zout en peper, de laurierblaadjes en de kruidnagels overheen. Schenk de wijn, de azijn en het water over het vlees. Vermeng het geheel goed. Het vlees moet helemaal onder staan. Voeg eventueel nog wat extra water toe. Dek de schaal af en plaats hem minimaal 24 uur in de koelkast.
        3. Neem de volgende dag het vlees een uur voor het bereiden uit de koelkast.
        4. Verhit wat margarine in een grote stoofpan. Dep het vlees goed droog (bewaar de marinade), verdeel het in 2 of 3 porties en bak de porties één voor één aan in de hete margarine.
        5. Neem het vlees daarna uit de pan en fruit in de resterende margarine de uien totdat ze glazig zien; gebruik ook de uien uit de marinade.
        6. Als de uien licht gekleurd zijn, kan de marinade toegevoegd worden. Verwarm de marinade en schep vervolgens het aangebraden vlees in de pan.
        7. Breng het geheel tegen de kook aan en stoof het vlees in enkele uren lekker zacht. Gebruik indien nodig een vlamverdeler. Controleer de stoofpot af en toe; misschien moet je tussentijds nog een beetje water toevoegen.
        8. Dan wordt het tijd om met de ontbijtkoek aan de slag te gaan. Op het eerste gezicht lijkt het gebruik van ontbijtkoek misschien vreemd, maar in feite is de koek een ideale mengelmoes van ingrediënten om een zoetzure saus op te baseren: suiker om het zuur te compenseren, specerijen voor de kruidige smaak en bloem om de saus te binden. Begin met het afsnijden van de donkere korsten. Die zijn te bitter. Snijd de koek vervolgens in plakken en kruimel deze zeer fijn. Dat gaat het makkelijkste in de foodprocessor.
        9. Doe de kruimels in een pan en voeg een beetje van het stoofvocht toe. Verwarm het geheel en blijf goed roeren. Voeg steeds een beetje meer stoofvocht toe. Zorg er wel voor dat de saus mooi glad is, voordat je de volgende hoeveelheid toevoegt.
        10. Als je bijna al het stoofvocht door de ontbijtkoek hebt geroerd, kun je de saus aan het vlees toevoegen.
        11. Maak het zuurvlees op smaak met de mosterd, enkele eetlepels bruine suiker en nog wat extra zout en peper. Voeg eventueel nog een beetje azijn of wijn toe als je de saus te zoet vindt.
        12. Vergeet niet de laurierblaadjes en de kruidnagels uit het zuurvlees te vissen!

        Tips:

        1. Zuurvlees eet je traditioneel met zelfgebakken verse friet! Limburgers scheppen de saus over de frieten. Als je de frietjes wat krokanter wilt houden, kun je de saus er ook naast scheppen.
        2. Als je bang bent, dat je na het stoven de kruidnagels niet meer allemaal kunt vinden, strooi ze dan niet los over het vlees, maar prik ze in een schoongemaakt ui. Stoof de ui mee en schep hem na de bereiding met de kruidnagels uit de stoofpot.
        3. Je kunt zuurvlees ruim voor de maaltijd al maken. Het gerecht wordt alleen maar lekkerder als de smaken een tijdje kunnen doortrekken.
        4. Zuurvlees is zelfs prima in te vriezen. Er staat bij mij altijd wel een doosje in de vriezer!
        5. Ook heel populair in Limburg: konijn in een zoetzure saus met ontbijtkoek. Dit gerecht at ik in mijn jeugd elk jaar met kerst! Binnenkort zal ik het recept op deze blog zetten!

        Konijn op Limburgse wijze