zondag 22 mei 2016

Roomboter-dinerbroodjes met maanzaad en sesamzaadjes

Deze witte roomboter-dinerbroodjes zijn superlicht, luchtig en zacht: verrukkelijk bij elke maaltijd! 


Lees mijn broodbaktips en bak voortaan je dinerbroodjes zelf!


Recept: zo bak je zelf de allerlekkerste roomboter-dinerbroodjes met maanzaad en sesamzaadjes


Zelf brood bakken, elke dag weer


Konden we in Argentinië nog in overvloed beschikken over goed brood, in Afrika en Maleisië bleek dat heel anders te zijn. Zelf bakken was dus het devies. En dat deed ik; elke dag weer, jaar in jaar uit! Zes jaar lang…
En ik genoot ervan!

Maar voor het zo ver was, moest ik het ambacht eerst onder de knie krijgen. Gelukkig had ik met een vooruitziende blik een heel aantal broodboeken ingepakt in mijn culinaire bagage voordat ik naar Afrika vertrok. Die spelde ik die eerste paar maanden onder de palmen helemaal uit. En ondertussen begon ik met experimenteren.


Zelf brood bakken


Brood van eigen deeg


Brood bakken is niet iets wat je zo maar even op een namiddag leert. Voor goed brood moet je je houden aan een heleboel regeltjes; tegelijkertijd. Zie je ook maar één regeltje over het hoofd, dan kan je brood eindigen in een debacle… Geloof me: dat is me meer dan eens overkomen! Maar van lieverlee sleten alle regeltjes er in. En er kwam brood op de plank, heerlijk brood!

Terug in Nederland is de druk van de ketel. Ik hoef niet meer per se zelf voor ons dagelijkse brood te zorgen.


De geur van versgebakken brood...


Nu bak ik als hobby. Heerlijk ontspannend vind ik het.  Als ik echt tot rust wil komen, dan haal ik mijn gist en mijn meel tevoorschijn en ga aan de slag. Geen gejakker en gejaag meer: het brood is de baas! Het dwingt mij geduld te hebben en rustig de tijd te nemen.

Nog steeds geniet ik met volle teugen van elke baksessie. Dat soepele deeg in mijn handen, de magie van die rijzende deegbolletjes, de prachtige goudbruine kleur van het versgebakken brood… En natuurlijk die heerlijke geur: daar kan toch geen duur parfummetje tegenop?!

Wil je ook leren brood bakken? Lees dan hieronder de belangrijkste, onvermijdelijke, regeltjes en ga (pas daarna) aan de slag met het recept voor verrukkelijk zachte roomboter-dinerbroodjes met maanzaad en sesamzaadjes.



De onvermijdelijke regeltjes voor het bakken van lekker brood


Hoe gebruik je gist?


Petra, mijn dochtertje, vond het in de tijd dat ik begon met bakken heerlijk om wat aan te rommelen met brooddeeg en ze hielp me dan ook vaak in de keuken. Ze zat net in de periode van “mama, waarom.....?”, zodat ik me regelmatig genoodzaakt voelde gesimplificeerd de basisprincipes van brood en gist uit de doeken te doen.


"Beestjes" die scheten laten


Ik vertelde haar het verhaal van die hele kleine “beestjes”, die wij in het brooddeeg stopten. Hele belangrijke beestjes, die we goed te vriend moesten houden en het heerlijk naar hun zin moesten maken. Want dán, dan gingen ze allemaal scheetjes laten (koolzuurgas produceren) die de noodzakelijke luchtbelletjes vormden die het brood zo lekker luchtig maakten. En als we dan ook nog goed zouden kneden, dan was er een stofje in het meel, het gluten, dat zich als elastische ballonnetjes ging gedragen en dat vervolgens al die luchtbelletjes gevangen hield, zodat ze niet konden ontsnappen voordat we het brood gebakken hadden.

Maar hoe konden we nu die “gistbeestjes” uitdagen om veel scheetjes te gaan laten?


Zwemmen in lauwwarm vocht


In de eerste plaats moesten we ze laten zwemmen, oplossen, in lekker warm vocht. Maar té warm moesten we het ook weer niet maken. Boven de 54°C gaan gistcellen onherroepelijk dood! De ideale temperatuur van het bij brooddeeg te gebruiken vocht ligt tussen de 35 en 43°C. En dat is een temperatuurtje, dat wij ook lekker vinden. We noemen het daarom ook wel handwarm vocht.


Suiker, maar wel met mate


Verder lustten die gistcelletjes bij het zwemmen wel een beetje suiker, maar dan wel in goed opgeloste vorm, anders waren de suikerkorrels “te groot om op te eten”. Te veel suiker gaat de werking van gist tegen (daarom moeten zoete broden wat langer rijzen), maar een beetje suiker bij het tot leven wekken van gist versnelt het proces.


Oeh, zout


Gistcelletjes vinden zout heel vies en dat kon Petra goed begrijpen, nadat ze per ongeluk haar vinger in de zoutpot in plaats van in de suikerpot had gestopt. Probeer dus zout niet in direct contact met de gist te laten komen en gebruik er niet te veel van.


Scheetjestijd


Tijdens de periode die we de rijstijd noemen, waarin de gist druk bezig is met het scheetjes laten, zijn de beestjes opnieuw zeer kieskeurig waar het de temperatuur aangaat. Bij een te lage temperatuur komt de rijs maar zeer langzaam op gang en neemt erg veel tijd in beslag; een te hoge temperatuur (weer hoger dan 54°C) doodt de gist en stopt dus het rijsproces. Een relatief koude, lange rijs (kamertemperatuur of lager) geeft het uiteindelijke brood een structuur met fijnere gaatjes dan een warme, kortere rijs (bijvoorbeeld in een oven op rijsstand, een even ingeschakelde en vervolgens weer uitgeschakelde oven of in een zeer warme, vochtige ruimte). 27° C vindt de gist zelf ideaal! Aan jou de keus wat je prefereert. Gedurende de rijs kan gist absoluut geen tocht verdragen. Van de andere kant kan de omgeving van het deeg bijna niet vochtig genoeg zijn.


Houdbare gist 


Gist is in verschillende vormen te koop. Het beste resultaat geeft verse gist. Die is over het algemeen wel te krijgen bij een bakker die zelf bakt. Hou er rekening mee, dat verse gist maar zeer beperkt houdbaar is. 

Zelf werkte en werk ik altijd met instant gist of gedroogde gist, vanwege de doodeenvoudige reden dat die overal ter wereld makkelijk te kopen is. Bovendien kan hij zeer lang bewaard worden. 

Als je met brood bakken begint, kun je kiezen voor de kleine zakjes gist die elke supermarkt  op voorraad heeft. Als je wat vaker gaat bakken, zijn die echter in verhouding erg duur. Ga naar een natuurvoedingswinkel en koop een pondspak. Dat kun je mits koel en droog bewaard maandenlang (ook na opening) gebruiken. Op de verpakking wordt deze gist vaak ‘dry active yeast’ genoemd.


Instant gist of gedroogde gist



Welk meel is geschikt voor brood?


Het meest gebruikte meel wordt van tarwe gemaakt. Volkorenmeel is de gemalen versie van tarwe, waarbij de hele korrel gebruikt wordt. Voor witte bloem worden alle vliesjes en zemelen eruit gezeefd. Mengsels van beide soorten geven licht- dan wel donkerbruinbrood als resultaat.


Zacht of hard?


Tot zover lijkt de keuze van het meel eenvoudig. Helaas is dat niet het geval. Er bestaan namelijk vele soorten tarwe, die variëren van de meest ‘zachte’ soorten tot ‘harde tarwe’. Hoe ‘harder’ de tarwe, hoe meer proteïne hij bevat. En proteïne is de stof die tijdens het mengen met vocht en het kneden wordt getransformeerd in gluten, de elastische ballonnetjes van hierboven. De beste broodbloem is veelal gemaakt van een tarwesoort met een relatief hoog proteïnegehalte. Rassen met minder proteïne lenen zich uitstekend voor taarten en cakes.

Als je brood gaat bakken moet je dus bewust naar broodbloem op zoek gaan. De in Nederland makkelijk verkrijgbare supermarkt-patentbloem heeft meestal een te laag proteïnegehalte en is daarom geen geschikte broodbloem. Hij geeft in het algemeen geen goede resultaten. Veel bakkers die zelf bakken verkopen broodbloem. Maar nog makkelijker is het tegenwoordig om je bloem via internet te bestellen. 


Doodvriezende snuitkevertjes


In Afrika kocht ik bij een ‘molen’ één keer in de zoveel weken een aantal grote 10 kg-zakken met witte bloem. Thuisgekomen trok ik mijn oudste kleren aan en schepte de inhoud van deze balen over in een grote maat diepvrieszakken. Die verdwenen vervolgens minimaal voor een week in de vriezer.

Het meel van de molen zat namelijk vol met kleine snuitkevertjes, die we weevils noemden, samen met hun eitjes en larven. Dezelfde beestjes die zich in mijn voorraadkast door de plastic verpakking van de pasta heen vraten en de tagliatelle en tortellini verpulverden en gulzig verorberden.

Gelukkig gingen deze ongewenste veelvraten in de vriezer allemaal dood van de kou.


Zeven, zeven, zeven


Restte mij nog de taak om bij ingebruikname van een nieuwe diepvrieszak bloem deze boven een grote goed sluitbare trommel te zeven. Zo verwijderde ik ook andere ongerechtigheden, zoals steentjes en takjes.

Tevens merkte ik dat gezeefd meel veel lichter te kneden is en bij licht gebak een luchtiger resultaat geeft. Meel zeven doe ik in Nederland dus ook nog steeds. Het gezeefde meel bewaarde ik in de koelkast om een nieuwe infectie met weevils te voorkomen. Wel liet ik het meel altijd even op kamertemperatuur komen alvorens het te gebruiken.


Het kneden van brooddeeg


Simpelweg alle ingrediënten voor brood vermengen en het deeg vervolgens te rijzen leggen is vrij zinloos. Kneden is noodzakelijk om een regelmatige glutenstructuur te verkrijgen, waardoor het deeg optimaal elastisch wordt. Zonder kneden geen ballonnetjes!

Kneden is vrij zwaar werk. Na het op de juiste manier en in de juiste volgorde vermengen van de ingrediënten moet je de deegbol steeds uitrekken, dubbel vouwen, uitrekken, dubbel vouwen, enz. enz. Beetje bij beetje wordt het deeg zo steeds minder stug en mooi elastisch, totdat er een redelijk zachte werkbare massa ontstaat. Voeg tijdens het kneden zo veel mogelijk water toe. Het uiteindelijke deeg mag nét niet aan de handen en het werkvlak blijven plakken.


Vliesje


Je kunt het deeg testen door een klein stukje ervan uit te rekken tot een dun vliesje, dat niet breekt. Als je dat stadium hebt bereikt, ben je klaar. Het hele karweitje duurt (na het mengen) minimaal 10 minuten.

Zoals je zult begrijpen stond het kneden mij helemaal niet aan bij die hoge tropische temperaturen. Bovendien ontbraken de benodigde spierballen. Ik schakelde dus een zware staande mixer in voor deze klus. Nog steeds neemt dit keukensloofje mij het eerste echt zware kneedwerk uit handen. De laatste twee minuten kneed ik wel altijd nog zelf. Dat geeft mij het gevoel van een hecht contact met mijn brood en bovendien kan ik zo de elasticiteit en het vochtgehalte van het deeg aan den lijve testen.

Wanneer je over een broodmachine beschikt, kun je die ook het kneedwerk laten doen. Zoek wel even op in de gebruiksaanwijzing, welke hoeveelheid deeg de machine maximaal aankan.


Het rijzen van brooddeeg


Tijdens het kneden heb je de gist gelijkmatig door het deeg verdeeld en heb je de ballonnetjes gecreëerd om de belletjes van de gist in toom te kunnen houden. Maar de gist zelf heeft nog niets gedaan. Als je het deeg direct na het kneden in de oven legt, dan bak je de spreekwoordelijke baksteen, waarmee je een ruit zou kunnen ingooien.


Baksteen of geduld?


Nee, na het kneden komt het geduld om de hoek kijken. Nu moet je de gist laten werken en daar heeft hij behoorlijk veel tijd voor nodig.


Eerste rijs


In het algemeen moet brood twee keer rijzen. Tijdens de eerste rijs dient het deeg afgedekt op een warme, tochtvrije plaats, bijvoorbeeld in een oven van zo’n 30°C, in volume te verdubbelen. Dat duurt meestal een halfuur à een uur. Afdekken voorkomt dat het brooddeeg voortijdig gaat korsten, zoals dat heet. Aan de buitenkant gaat het dan uitdrogen, wat de werking van de gist tegengaat (gist is dol op vocht) en het deeg onvoldoende souplesse geeft om uit te dijen.

Daarna moet het deegbolletje eerst goed plat geslagen worden. Alle grote luchtbellen moeten er weer uit. Dat klinkt als eeuwig zonde, maar zo voorkom dat er in je eindresultaat onregelmatige, grote gaten ontstaan.


Tweede rijs


Uiteindelijk vorm je het brood van je keuze. Leg het gevormde brood in een ingevette broodvorm of op een ingevette bakplaat. Gebruik voor het invetten dezelfde soort vet als die  ook in het deeg zit.
Bestrijk het deeg in dit stadium met een vochtige of vette substantie, zoals water, melk, gesmolten boter, olijfolie, losgeklopt ei, e.d. (afhankelijk van het recept). Dit bestrijken moet het korsten tegengaan tijdens de tweede rijs.


Brood versieren


Als je je brood wilt decoreren met maanzaad, sesamzaad, geplette tarwe of iets dergelijks, dan is het nu het moment daarvoor. Decoraties blijven het beste plakken op losgeklopt ei. Wees niet al te zuinig met je decoratiematerialen; het deeg gaat immers weer opnieuw rijzen. Totdat het het formaat heeft gekregen van het brood dat je wilt bakken.


Mijn focaccia met rozemarijn is mooi gerezen


Een warme tweede rijs (30°C) duurt over het algemeen ongeveer een uur. Een koudere rijs kan aanmerkelijk meer tijd in beslag nemen. Hiermee zul je in het begin een beetje ervaring moeten opdoen. Hou je brood echter wel in de gaten tijdens het rijzen. Als een plaatbrood tijdens het rijzen teveel naar buiten begint uit te zakken, kan het zijn dat je deeg te vochtig was, maar veel vaker is er sprake van een te lange rijs. En te lang gerezen brood zal eerder inzakken tijdens het bakken dan nog een beetje hoger en luchtiger worden. Kijk ook nu weer uit voor tocht: daardoor kan het deeg inzakken of te droog worden, waardoor het niet kan rijzen.


Het bakken van brood


Hoe goed een oven ook is, de temperatuur kan soms weleens niet exact overeenkomen met de getalletjes op de knopjes. Koop een oventhermometer (±€10) en ijk je oven. Pas daarna de ovenstanden hieraan aan.

Als ik brood bak, gebruik ik het liefste donker gekleurde bakplaten. Die absorberen de warmte beter, waardoor de bodem van het brood steviger wordt.

Overigens worden de meeste ovens standaard geleverd met slechts één bakplaat. Ik bestel er altijd een tweede bij. Dat is handig voor kleine broodjes, mini-pizzaatjes of koekjes.

Zorg ervoor dat je je oven altijd goed voorverwarmt, voordat je het brood in de oven zet. De gasbelletjes zetten dan nog even uit (er is een lichte ovenrijs) en worden tegelijkertijd mooi ingesloten in het garende gluten.

Zelf bak ik nooit twee of meer bakplaten boven elkaar. Zo is de warmteverdeling binnen de oven optimaal.

Soms komt het voor dat je brood wat sneller begint te kleuren dan je lief is en dat het eindresultaat dus té bruin is. Dat kan zich met name voordoen als je je brood bestreken hebt met ei. Begin dan toch gewoon met de hoge starttemperatuur, maar schakel je oven wat terug tijdens de laatste minuten van het bakken. Dan komen in elk geval de luchtigheid en de gaarheid van je brood niet in gevaar.

Het is heel eenvoudig om te testen of je brood na het bakken gaar is vanbinnen. Neem het meteen uit de vorm of van de plaat, draai het om en klop met je vuist op de onderkant. Klinkt het brood hol, dan is het klaar. Is de klank een beetje dof, plaats het brood dan nog enige minuten terug in de oven. Probeer te vermijden dat brood té lang bakt: de korsten worden steeds dikker en het kruim alsmaar droger.


Versgebakken witte bolletjes


Hèhè, dat waren de regeltjes, waarvoor ik je gewaarschuwd had. Ik hoop dat het allemaal nog een beetje meeviel.

Nu ben je in elk geval klaar om met je eerste broodbakpoging te beginnen.


Roomboter-dinerbroodjes met maanzaad en sesamzaadjes


De witte roomboter-dinerbroodjes van het recept hieronder zijn heel licht, luchtig en zacht. Het huidje van de broodjes is dun en niet al te krokant. De broodjes hebben na het bakken een doorsnede van 6 à 7 centimeter; vrij klein dus.

Ik serveer deze broodjes vaak bij een voorgerecht of bij een soep. Ze zijn verrukkelijk bij vitello tonnato; je kunt er de tonijnsaus zo lekker mee op dippen.

Wil je een luxe ontbijt,  een speciale brunch/lunch, een picknick of een high tea organiseren, trek dan deze broodjes uit de kast. Zalig met hartig en zoet beleg.


Dinerbroodjes met kruidenomelet en krokant gebakken Zeeuws spek


Lees ook mijn blog met het recept voor dinerbroodjes met kruidenomelet en krokant gebakken Zeeuws spek. Zo kun je je zelfgebakken dinerbroodjes ook beleggen.


Dinerbroodjes met zelfgemaakte filet américain

Tip: binnenkort zal ik een aantal posts schrijven over zelfgemaakt beleg; koud gehaktbrood in dunne plakjes, filet américain, honing-rumboter en chocoladepasta met krokante hazelnoten. Heerlijk bij deze dinerbroodjes! Ook volgen er nog meer smakelijke broodrecepten.

Op de hoogte blijven? Volg mij dan op Facebook of Pinterest!


Recept Roomboter-dinerbroodjes met maanzaad en sesamzaadjes


Hoe bak je zelf roomboter-dinerbroodjes met maanzaad en sesamzaadjes?


Ingrediënten voor 32 dinerbroodjes:

  • 10 gram instant gist of droge gist
  • ±3 dl lauwwarme volle melk (zie blog hierboven)
  • 10 gram suiker
  • 500 gram witte broodbloem (zie blog hierboven)
  • 10 gram zout
  • 45 gram zachte roomboter
  • 1 ei voor het bestrijken van de broodjes
  • een beetje roomboter voor het invetten van de bakplaat
  • maanzaad en sesamzaad

Bereiding:

  1. Weeg alle ingrediënten af en zet alles klaar om te beginnen. Met name het juiste gewicht aan gist let erg nauw. 
  2. Schenk driekwart van de lauwe melk in de beslagkom van de staande mixer en los de gist en de suiker er goed in op. Laat dit mengseltje 5 minuten staan en voeg vervolgens de andere ingrediënten toe in deze volgorde: het overgrote deel van de melk, de bloem, het zout en de roomboter. Bevestig de kneedhaak en kneed het deeg gedurende 10 minuten. Voeg eventueel nog wat melk toe, indien het deeg te droog dreigt te worden.
  3. Ik raad je aan het deeg op het laatst nog even met de hand te kneden. Dan kun je goed voelen of het elastisch genoeg is en of er voldoende melk doorheen gekneed is. Dit kneden hoeft maar een minuut of twee te duren, mits je tevreden bent over het resultaat: het deeg moet precies zoveel vocht bevatten, dat het nét niet aan je handen blijft kleven. Je kunt de elasticiteit van het deeg testen door een klein stukje ervan uit te rekken tot een dun vliesje; dat mag niet breken.
  4. Vorm een mooie bal van het deeg.
  5. De eerste rijsperiode is aangebroken. Bekleed een bakplaat met een theedoek (gewassen zonder wasverzachter) en leg het deegbolletje erop. Dek het bolletje af met een andere theedoek. Laat het deeg rijzen op een warme plek (zie het blog hierboven) totdat het in volume verdubbeld is. Dat duurt minimaal een halfuur.
  6. Vet een of twee bakplaten (afhankelijk van de grootte van je oven) in met roomboter.
  7. Sla de deegbol plat en rol hem daarna op tot een lange, dunne worst. Snijd deze worst in 32 gelijke stukjes. Dat gaat het makkelijkste door hem steeds weer te halveren. Leg de stukjes deeg onder een theedoek, zodat ze niet kunnen uitdrogen.
  8. Rol van elk stukje een klein bolletje. Leg het stukje deeg daartoe op het werkvlak en rol het met je hand. Maak tijdens het rollen je hand steeds boller. Duw ondertussen met je duim de naden naar de onderkant. Uiteindelijk krijg je een strak bolletje, dat alleen naden aan de onderkant heeft.
  9. Leg alle bolletjes niet te dicht bij elkaar op de bakplaat. Hou er rekening mee dat ze tijdens het rijzen meer dan verdubbelen in volume.
  10. Om korsten te voorkomen moeten de bolletjes nu meteen bestreken worden. Klop daartoe het ei los in een kopje. Bestrijk de deegbolletjes met behulp van een kwastje met het ei.
  11. Bestrooi daarna een derde deel met maanzaad en een derde deel met sesamzaad. Laat de rest leeg.
  12. Zet de bakplaten op een warme, tochtvrije plek. Ik zelf laat de broodjes altijd rijzen in een op 30°C ingestelde oven. Bij die temperatuur duurt de tweede rijs ongeveer een uur. De laatste 10 minuten neem ik de bakplaten uit de oven, want dan moet die voorverwarmd worden. De aanbevolen baktemperatuur is 210°C (conventionele elektrische oven met onder- en bovenwarmte).
  13. Bak de broodjes (niet met twee bakplaten tegelijkertijd; zie blog hierboven) in ±10 minuten goudbruin en gaar.
  14. Schep een broodje van de plaat en klop op de onderkant om de gaarheid te controleren. Een gaar broodje klinkt hol (zie blog hierboven). Laat de dinerbroodjes afkoelen op een rooster.

Tips:

  1. Heb je geen staande mixer, dan is het werk wat zwaarder. Ga als volgt te werk: roer de gist  samen met driekwart van de melk en de suiker in een schaaltje. Zorg ervoor dat zowel de gist als de suiker goed opgelost zijn. Stort de bloem op het werkvlak en maak een kuiltje in het midden. Schenk het gistmengsel in het kuiltje, roer er een beetje meel doorheen en laat dit zetsel, zoals dat heet, even staan, totdat er zich belletjes beginnen te vormen. Vervolgens ga je vanuit het midden steeds meer bloem toevoegen aan het zetsel. Is het mengsel bijna helemaal droog, voeg dan meer melk toe evenals het zout en de roomboter. Ga verder met het incorporeren van het meel. Uiteindelijk krijg je een min of meer coherente bal, die je kunt gaan kneden.
  2. Als je 100 gram van de bloem vervangt door een fijngemalen soort volkorenmeel, kun je lichtbruine dinerbroodjes bakken.
  3. Uiteraard kun je met dit recept ook grotere broodjes bakken. Verlaag dan de oventemperatuur naar 200°C en bak de broodjes iets langer. 
  4. Deze broodjes zijn het lekkerste op de dag dat je ze bakt. Wil je ze voor later bewaren, vries ze dan na afkoeling in. Ontdooi ze vlak voor gebruik even in de magnetron; dan smaken ze weer heerlijk vers. 
  5. Ook leuk: bak eens een breekbrood van deze dinerbroodjes. Dat is heel makkelijk: volg alle stappen tot en stap 8. Neem een groot stuk bakpapier, kreuk dat een beetje en vouw het weer uit. Leg het papier in een grote vlaaivorm (met een doorsnede van ±32 cm) en zet die op de bakplaat. Verdeel de broodjes over de bakvorm; nu mogen ze wel wat dichter bij elkaar liggen, want het is de bedoeling dat ze aan elkaar gaan 'groeien' tijdens het rijzen. Bestrijk de broodjes met ei en bestrooi ze met sesamzaadjes, maanzaad, zonnebloempitten en/of pompoenpitten. Laat het brood 1 uur rijzen en bak het daarna op 210°C gedurende 13 à 15 minuten. Heerlijk feestelijk! Voor een kerstbrunch leg ik de broodjes neer in de vorm van een kerstboom; nóg feestelijker!

Recept: zo bak je zelf een feestelijk breekbrood!



woensdag 18 mei 2016

IJspret: roomijs met M&M’s, rozijnen en echte vanille


Haal snel je ijsmachine uit de kast en maak dit heerlijk romige ijs met kleine stukjes M&M's, zachte gewelde rozijnen en echte vanille. Smikkelen!


Kik meteen door naar het recept


Of lees eerst nog even waarom ik dit ijs maakte voor kinderen die meededen aan de Elfstedentocht...


IJspret: roomijs met M&M’s, rozijnen en echte vanille



Verlangen naar sneeuw en ijs?


Persoonlijk ben ik nooit een liefhebber geweest van het tropische klimaat. 

Maar dat ik tijdens mijn Afrika-tijd nu zat te hunkeren naar de wind, de sneeuw en het ijs van de Nederlandse winters kan ik ook niet beweren. 

Tot die éne keer.


De Tocht der Tochten


Uit Nederland kwamen er berichten, dat een Elfstedentocht steeds waarschijnlijker werd. 

En inderdaad: Koning Winter bleek zo zijn best te doen in het barre noorden, dat de schaatsen weer uit het vet konden voor de Tocht der Tochten. 

Al hadden we niet de beschikking over up to date kranten (onze krant arriveerde meestal één keer in de veertien dagen met 12 exemplaren tegelijkertijd) en al konden we geen Nederlandse televisiezenders en internet ontvangen, toch ontging het grote nieuws ons niet.


Fries ijs onder de palmbomen


Het zorgde voor nogal wat beroering onder de Hollandse populatie van de compound waarin we woonden. 

Opeens kregen we weer de kriebels. Misschien waren we niet allemaal van die fanatieke schaatsers, die per se mee wilden vechten op het Friese ijs, we zouden wel graag willen delen in de sfeer, die op dat moment heel Nederland in zijn greep had. 

En we hadden W.A. van Buren nog weleens willen zien finishen in Leeuwarden. 

Kortom, de eerste Elfstedentocht sinds jaren was ook onder de palmbomen het gesprek van de dag. En ik denk dat ik voor velen van ons spreek, als ik zeg dat we toen wel wat heimwee hadden.


Pas echt een 'alternatieve Elfstedentocht'!


Het zal niemand verbazen dat in die atmosfeer het plan werd geboren om onze eigen Alternatieve Elfstedentocht te organiseren. 

OK, schaatsen was dan wel niet mogelijk bij een tropische temperatuur, maar rolschaatsen, skeeleren en fietsen wél! En daar kwamen we een heel eind mee. 

Het haastig opgerichte Elfstedencomité veranderde de plattegrond van de compound tijdelijk in de kaart van Friesland. De inschrijvingen, vooral van kinderen, stroomden binnen.


Afzien tijdens het schaatsen


Bij het krieken van dé dag werd het startschot gegeven bij ‘Leeuwarden’. En terwijl de zon steeds hoger naar de hemel klom werden zwetend de trajecten afgelegd tussen ‘Sloten’ en ‘Stavoren’, en tussen  ‘Hindeloopen’ en ‘Workum’. 

Hoe verder de sporters vorderden, hoe moeilijker het werd de elementen te doorstaan. 

Genadeloos brandde de zon boven ‘Bolsward’. Het stoffige stuk tussen ‘Harlingen’ en ‘Franeker’ was bijna niet te overzien. De glooiing in het parcours bij ‘Dokkum’ leek eindeloos en toen ten langen leste ‘Leeuwarden’ weer in zicht kwam, waren de sporen van de barre weersomstandigheden op heel wat gezichten te ontwaren: wie verzuimd had zich te wapenen tegen de niets ontziende zon, passeerde de finish niet zonder een pijnlijk rode neus en ruwe rode wangen!


Erebogen en erwtensoep


Gelukkig werden de sporters overal aangespoord door enthousiaste supporters, die op diverse plaatsen tijdens de route ‘erebogen’ hadden opgezet met behulp van koel sproeiende tuinslangen. 

Bovendien werd men bij de stempelplaatsen getrakteerd op typisch Hollandse versnaperingen. 

Al moet gezegd worden dat de hete chocolademelk, de warme rookworst en de stevige erwtensoep meer aftrek vonden bij het toegestroomde publiek dan bij de fanatieke atleten zelf. 

Uiteindelijk was het percentage schaatsers en fietsers dat de eindstreep haalde boven verwachting hoog.


Tropisch ijs


Behalve de eer en de uitgelaten reacties van het publiek, wachtte de deelnemers achter de finish nog een verrassing en eigenlijk de enige echte ijspret, die in een tropisch land te verwezenlijken is: de vriezers gingen open en iedereen mocht afkoelen met een heerlijk consumptie-ijsje!


Een ijsje waar je geen weerstand aan kunt bieden!



Afrikaans ijs


Bovenstaande sportreportage is zomaar een greep uit het aantal gelegenheden, waarbij in een warm land consumptie-ijs een grote rol speelt. Als het warm is lust je elke dag wel een ijsje! 

Toch is ijs in Afrika geen product, dat op elke straathoek te krijgen is, ook niet in de wat rijkere buurten in de steden.


Klop-klop...


De basisingrediënten melk en room waren in onze tijd zeer schaars. 

Zoals in de meeste landen in de tropen, is de lokale Afrikaanse bevolking er helemaal niet  aan gewend om op grote schaal melkproducten te consumeren. Hele volksstammen op aarde doen hun leven lang zonder en vertonen bij gebruik zelfs intolerantieverschijnselen. 

Vandaar dat wij het in eerste instantie alleen met pakken houdbare melk en melkpoeder, afkomstig uit de westerse wereld, moesten doen. Geen geringe opgave voor lekkerbekken, dat begrijp je! 

Nog vind ik in mijn kookdagboeken recepten terug van roomijs, gefabriceerd met zakjes Klop-Klop uit Nederland. 

Die ijsjes waren wel eetbaar, maar lekker is anders…


Melkboer in Afrika


Maar wat een feest! 

Op een dag kreeg onze compound bezoek van een vrachtwagen, die we nog nooit eerder hadden gezien. Hij parkeerde bij ons kleine supermarktje en opende zijn laadklep. 

Zijn lading? Hij stond helemaal vol met plastic flessen verse volle melk, bekertjes slagroom en pakjes (namaak)cheddar!

En het goede nieuws kon niet op: elke woensdagmiddag kwam hij weer! 

In het oosten van het land bleek een rundveehouderij te zijn, die ons buitenlanders als een nieuwe markt had aangeboord. 

Vanaf dat moment schoolden we ’s woensdags samen op de parkeerplaats bij de truck. En masse sloegen we melkproducten in.  Over het algemeen was de versheid zo goed, dat we het met de melk en de room minstens 4 à 5 dagen konden uitzingen.


Donderdag ijsmaakdag


Petra had niet zoveel op met de verplichte beker melk, die ze vanaf toen regelmatig moest drinken, maar ze had al snel door, dat ze met die melk ook haar voordeel kon doen. 

Op woensdagmiddag herinnerde ze me er altijd aan, dat ik de containers van de ijsmachine in de vriezer moest  zetten en donderdagmiddag werd traditioneel onze ijsmaakmiddag.


Het perfecte kinderijsje!


M&M's-ijs


Eén van de toppers bij de kinderen was mijn roomijs met M&M’s, rozijnen en echte vanille. Het ijs was vaak niet aan te slepen. 

Vlak voor de ‘Elfstedentocht’ had ik ook van deze soort ijs een voorraadje gemaakt. 

En nog steeds maak ik het regelmatig; ook op andere dagen dan donderdag!

Heb je een ijsmachine, probeer dit recept dan snel uit!


Veel ijspret toegewenst!



Recept: roomijs met M&M’s, rozijnen en echte vanille



IJspret: roomijs met M&M’s, rozijnen en echte vanille


Ingrediënten:

  • 80 gram rozijnen
  • water
  • 2 eieren (L)
  • 165 gram witte basterdsuiker
  • een snufje zout
  • 1 vanillestokje
  • 4 dl slagroom
  • 2 dl volle melk
  • 150 gram M&M’s met pinda’s (en eventueel nog wat extra voor de garnering)

Bereiding:

  1. Doe de rozijnen in een pannetje en voeg zo veel water toe dat ze helemaal onder staan. Breng het water aan de kook. Draai dan het vuur meteen uit. Laat de rozijnen wellen in het hete water (ze wellen zo veel sneller dan in koud water).
  2. Breek de eieren in een beslagkom en klop ze met een elektrische mixer gedurende 2 minuten. Voeg vervolgens de suiker en het zout toe en ga door met kloppen. Het mengsel wordt steeds dikker, romiger en luchtiger. Na een minuut of vijf is alle suiker opgelost.
  3. Snijd het vanillestokje in de lengterichting open en schraap met de punt van het mes het merg eruit. Voeg het vanillemerg toe aan de eiermassa.
  4. Nu kun je de slagroom erbij gaan schenken, terwijl je gewoon doorklopt, zij het op een lagere stand van de mixer.
  5. Roer op het laatst de melk erdoor.
  6. Schenk het ijsmengsel in een kan, zet de ijsmachine aan en vul de machine met het mengsel.
  7. Doe 150 gram M&M’s in een diepvrieszak. Leg de zak op een stevige snijplank. Sla met een vleeshamer op de M&M’s, zodat ze in stukjes breken. Leeg de zak op de snijplank. Snijd te grote stukjes M&M nog wat kleiner met een koksmes (als je vanaf het begin de  hele M&M’s gaat snijden, glijden de M&M’s onder je mes uit; niet handig en je kunt je flink snijden…).
  8. Schep de rozijnen uit het water en droog ze even in een schone theedoek (gewassen zonder wasverzachter).
  9. Als het ijs bijna stevig is, kunnen de stukjes M&M en de rozijnen toegevoegd worden door de vulopening van de ijsmachine. Zet de machine daartoe niet uit. Het kan zijn, dat je hem dan niet meer opgestart krijgt.
  10. Na 15 à 20 minuten (in totaal) is het ijs hard genoeg en kun je het overdoen in een diepvriesdoos en verder invriezen. Roer het ijs na het eerste uur eventueel nog één keer door met een lepel.
  11. Serveer het ijs in een krokant hoorntje of in een schaaltje. In het laatste geval kun je het desgewenst nog garneren met extra stukjes M&M.

Tips:

  1. In dit recept wordt gewerkt met rauwe eieren. In een eerder blog vind je gedetailleerde instructies hoe je hiermee moet omgaan.
  2. Vriest je vriezer erg diep en is het ijs daardoor wat te hard geworden? Zet het doosje ijs voor het uitscheppen even in een magnetron, die je instelt op de allerlaagste stand. Pas op: het ijs wordt aan de zijkanten sneller zacht dan in het midden. Laat het niet te zacht worden.
  3. Kies voor het bewaren van het ijs een diepvriesdoos waar deze hoeveelheid net in past. Zo voorkom je dat er harde kristalletjes op je ijs komen.
  4. Wil je nog meer ijsrecepten voor je ijsmachine? Ik heb er nog wel een paar voor je: heerlijk romig cappuccino-ijs, een ananassorbet met rum en sinaasappels gevuld met Grand-Marnierroomijs!

Recept: een verrukkelijk kopje cappuccinoroomijs!

Recept: een tropische ananassorbet met rum!

Sinaasappel gevuld met Grand-Marnierroomijs



vrijdag 13 mei 2016

BLT-sandwich met groene en rode tomaten en zelfgemaakte mayonaise

Nog ééntje dan: ik zit deze week zo in de belegdebroodjes-mood!

Deze keer het recept voor een variant van de beroemde BLT-sandwich.


De afkorting BLT in de naam van deze sandwich staat voor ‘bacon-lettuce-tomato’; spek, sla en tomaat dus. 

Yep, dat beleg vind je in mijn versie ook, maar toch is het broodje niet standaard.


BLT-sandwich met groene en rode tomaten en zelfgemaakte mayonaise


Sandwich


Vaak wordt een BLT-sandwich gemaakt van geroosterd brood. Erg lekker, maar misschien voor een andere keer. Ik gebruik vandaag ongeroosterd wit desembrood met een krokante korst en stevig kruim.


Tomato


Verder ga ik niet voor zo maar een plakje tomaat, maar voor een combi van de bekende rode tomaat en de minstens zo lekkere groene tomaat, de ‘green zebra-tomaat’. Dat lijkt een gewone tomaat, die nog even moet rijpen, maar het is dus een heel andere soort.

De groene tomaat wordt ‘zebra-tomaat’ genoemd omdat hij gestreept is. Ja, die zag je al aankomen natuurlijk. Je ziet er net nog eentje liggen op het randje van de foto hieronder. Helaas komen daar de streepjes niet tot hun recht. Ik was vergeten om de tomaten los te fotograferen. Toen ik me dat realiseerde, waren ze al op… Tja, té lekker!!

Hoe anders de smaak van die groene tomaat is? Hij is vooral veel kruidiger; een beetje zoals de takjes van een trostomaat ruiken. Misschien is dat wel de beste omschrijving.

Green zebra-tomaten zijn het allerlekkerste als ze nog stevig van structuur en mooi donkergroen zijn. Weetje: ook Green zebra-tomaten kleuren na verloop van tijd rood. Maar dan zijn ze niet meer zo lekker. Groene tomaten die te rood geplukt zijn kunnen melig smaken. Hetzelfde geldt voor te zachte tomaten. Koop die liever niet.

Waar koop je deze tomaatjuweeltjes? Gewoon bij de betere (biologische) supermarkt of de groenteboer. Ze worden vaak verkocht in een mix met andere zogenaamde ‘wilde tomaten’.


Mayo


Nog een speciaal verzoekje voor deze BLT-sandwich: maak de mayonaise zelf. Zeker als je een foodprocessor hebt, is dat een koud kunstje. Alhoewel, je kunt er beter voor zorgen dat de ingrediënten op kamertemperatuur zijn voordat je begint. Dan schift de saus gegarandeerd niet!

Liggen je eieren nu nog in de koelkast, leg ze dan vijf minuten in lauw tot warm water (niet heet). Dan is de temperatuur in no time zoals je hem wilt hebben!

Ben je bang voor een besmetting als je je mayo maakt met rauwe eieren? Dat risico valt reuze mee. Ziekmakende bacteriën bevinden zich bij eieren vrijwel altijd aan de buitenkant. Controleer een ei dat je rauw gaat gebruiken dus altijd even op barstjes. Via een barstje, hoe klein dan ook, kunnen er bacteriën in het eiwit terechtkomen. Is het ei dan ook nog wat ouder, dan kunnen dat er ondertussen een hele hoop zijn geworden. Een ei dat geen barstjes vertoont is slechts zeer zelden besmet aan de binnenkant. Gebruik je een ei rauw, was en droog het dan goed voordat je het breekt. Anders komen eventuele kwaadwillende bacteriën via de gebroken stukjes schaal of je handen toch weer bij de inhoud.

Voel je je toch nog onzeker of heeft een van je gasten of jijzelf een zwakkere gezondheid? Koop dan gepasteuriseerd eiwit of eigeel (voor de mayo dus alleen eigeel).

Laatst las ik trouwens een interessant stukje over het thuis pasteuriseren van eieren. Ik heb het nooit uitgeprobeerd, maar oordeel zelf: http://eetschrijven.blogspot.nl/2007/10/zelf-eieren-pasteuriseren.html


Bacon


De laatste aanpassing van de BLT betreft de bacon. ‘Gewone’ bacon is naar mijn smaak te zout na het bakken. Ik raad je daarom aan om de zogenaamde ‘bakbacon’ te kopen. Die bevat minder zout. Je proeft dus meer vlees. Laat de bacon niet te dun snijden voor een lekkere bite.


Lettuce


Nu hebben we alle ingrediënten voor mijn BLT zo’n beetje bij elkaar: desembrood, twee kleuren tomaten, zelfgemaakte mayonaise en bakbacon. Rest nog de sla. Laat ik daar nou niet moeilijk over doen: gewoon een krokant kropje baby-romainesla of little gem is prima!


BLT-sandwich


Ga maar gauw aan de slag met het onderstaande recept. Dan begrijp je des te sneller waarom ik er zo enthousiast over ben!


Recept BLT-sandwich met groene en rode tomaten en zelfgemaakte mayonaise


BLT-sandwich met groene en rode tomaten en zelfgemaakte mayonaise


Ingrediënten voor 8 of 12 sandwiches (voor 2 à 3 personen):

  • 8 sneetjes wit desembrood
  • minimaal 8 dikke plakken bakbacon
  • 4 stevige, niet te rijpe groene tomaten (Green zebra)
  • 2 grote  of 4 kleinere rijpe rode trostomaten
  • 8 blaadjes baby-romainesla of little gem
  • zout en versgemalen zwarte peper

Voor de mayonaise (alle ingrediënten op kamertemperatuur):

  • 2 eierdooiers
  • 1 eetlepel citroensap
  • 2 theelepels witte balsamicoazijn
  • 1 theelepel mosterd
  • zout en versgemalen zwarte peper naar smaak
  • 1 à 2 theelepels poedersuiker (naar smaak)
  • 2 dl zonnebloemolie
  • 1 dl milde olijfolie

Bereiding:

  1. Begin met het maken van de mayonaise. Doe daartoe alle ingrediënten vanaf de eierdooiers tot en met de poedersuiker in de foodprocessor. Voeg 3 eetlepels van de zonnebloemolie toe.
  2. Laat het mes in de foodprocessor draaien totdat het geheel vermengd is.
  3. Voeg vervolgens (zonder de machine te stoppen) in een dun straaltje de rest van de twee oliesoorten toe. Er ontstaat zo een dikke, gebonden mayonaise.
  4. Schep de mayonaise uit de foodprocessor. Proef en voeg eventueel nog wat zout, peper, suiker, mosterd of citroensap toe. Bewaar de mayonaise tot gebruik afgedekt in de koelkast.
  5. Bak de bacon zachtjes in een koekenpan zonder boter of olie. Laat het vet lekker uitsmelten. Neem de bacon uit de pan en dep het vet eraf met een stukje keukenpapier.
  6. Snijd alle tomaten in dunne plakjes; dunner dan normaal, want je werkt met twee laagjes tomaten in dit recept. Dep de tomatenplakjes ook een beetje droog.
  7. Besmeer de sneetjes brood dun met mayonaise. Beleg 4 sneetjes achtereenvolgens met de sla, een paar heel kleine likjes mayonaise (zodat de boterhammetjes niet uit elkaar vallen; je gebruikt de mayo dus als een soort plakmiddel), de bacon, weer wat mayonaise, een laagje rode tomaten (met zout en peper), wat mayonaise en een laagje groene tomaten (met zout en peper).
  8. Dek de sandwiches af met de resterende sneetjes brood met de sauskant naar beneden.
  9. Snijd de boterhammetjes met een scherp glad mes elk in 2 of 3 stukken. Veeg het mes af en toe af met een stukje keukenpapier; zo blijft het snijvlak van de sandwiches mooi ‘schoon’.
  10. Prik in elke sandwich een cocktailprikker en serveer de boterhammetjes.

Tips:

  1. Je kunt deze sandwiches meteen serveren. Maar je kunt ze ook nog een uurtje in de koelkast bewaren. Leg ze dan (zonder prikkers) op een bord en dek dit af met huishoudfolie.
  2. In het recept van de mayonaise wordt gewerkt met rauwe eieren. Lees bovenstaande blog voor meer info hierover.
  3. Als de eieren uit de koelkast komen, zijn ze te koud om er meteen mayonaise van te maken. Mayonaise schift als de ingrediënten niet ongeveer dezelfde temperatuur hebben. Je kunt eieren versneld op kamertemperatuur brengen door ze in lauw tot warm (niet heet) water te leggen.
  4. Witte balsamicoazijn is een lekker frisse azijnsoort. Hij smaakt heel anders dan rode balsamicoazijn. Witte balsamico is verkrijgbaar bij goed gesorteerde delicatessenwinkels en in sommige supermarkten. Kun je hem niet vinden, vervang hem dan door witte wijnazijn.
  5. Je zou 100% olijfolie kunnen gebruiken voor de mayonaise. Dan heb je wel een heel zachte olijfolie nodig van een uitstekende kwaliteit. Mijn favoriet is de picudo-olijfolie van Valderrama. Win informatie in bij je eigen delicatessenwinkel.
  6. Heb je geen foodprocessor, ga dan op dezelfde manier te werk, maar gebruik een garde voor het kloppen van de mayonaise. Het werk is wat zwaarder. Voordeel is wel dat de mayonaise iets luchtiger wordt.
  7. Een restje mayonaise kun je nog minimaal een week in de koelkast bewaren.
  8. De blaadjes van little gems kunnen vaak onhandig krullen. Snijd ze in dat geval in over de nerf. Zo kun je ze mooi plat drukken. Verwijder de nerf liever niet: die smaakt zo lekker krokant!
  9. Serveer deze BLT-sandwiches ook eens tijdens een picknick of bij een high tea! Of tijdens een combi van beide: een high tea in het park!

donderdag 12 mei 2016

Dinerbroodjes met kruidenomelet en krokant gebakken Zeeuws spek

Dinerbroodjes met kruidenomelet en krokant gebakken Zeeuws spek



Beloofd is beloofd: nog zo’n lekker én snel broodreceptje!

Voor de dinerbroodjes wipte ik deze keer even binnen bij de bakker. Maar soms bak ik ze ook zelf.

Recept? Hou deze blog dan in de gaten, want dat gaat er binnenkort zeker komen!


Recept Dinerbroodjes met kruidenomelet en krokant gebakken Zeeuws spek


Dinerbroodjes met kruidenomelet en krokant gebakken Zeeuws spek


Ingrediënten voor 8 broodjes:

  • 8 zachte witte of bruine dinerbroodjes
  • 1 ons Zeeuws spek in dunne plakjes (minimaal 16 plakjes)
  • vloeibare margarine
  • 4 eieren
  • 2 eierdooiers
  • 1 theelepel gedroogde tijm
  • 3 eetlepels in ringetjes geknipte bieslook
  • een scheutje koud water
  • zout en versgemalen zwarte peper naar smaak
  • 1 kropje little gem of baby-romainesla, schoongemaakt en droog geslingerd
  • mayonaise

Bereiding:

  1. Leg de plakjes spek in één laag in een koekenpan met anti-aanbaklaag (maak meerdere porties). Laat het vet er zachtjes uit smelten en bak de inmiddels veel kleiner geworden plakjes licht krokant. Neem het spek uit de pan en dep het vet eraf met een stukje keukenpapier. Laat de speklapjes afkoelen.
  2. Klop ondertussen de eieren en de eierdooiers samen met de tijm, de bieslook, het water en wat zout en peper goed los in een kom.
  3. Verhit een beetje margarine in een grote koekenpan met anti-aanbaklaag. Giet de eieren in de pan.
  4. Schep her en der het eiermengsel met kleine roerbewegingen een beetje om zolang de omelet nog niet aangebakken is aan de onderkant. Zo wordt de omelet mooi dik en luchtig.
  5. Bak de onderkant van de omelet licht bruin en draai vervolgens het vuur laag. Laat het ei aan de bovenkant bijna gaar worden.
  6. Draai de omelet voorzichtig om (eventueel in 2 stukken als je dat makkelijker vindt) en laat hem ook aan de andere kant licht bruin bakken.
  7. Neem de omelet meteen uit pan en leg hem op een snijplank. Hij koelt dan ook meteen voldoende af.
  8. Snijd hem met een scherp mes in 8 stukken, die elk net iets groter zijn dan de broodjes.
  9. Snijd de broodjes open met een scherp mes zonder karteltjes.
  10. Besmeer de onderkantjes met een beetje mayonaise.
  11. Beleg de broodjes achtereenvolgens met een blaadje sla, 2 plakjes Zeeuws spek en een stukje afgekoelde omelet. Dek de broodjes af met de bovenkantjes.

Tips:

  1. Je kunt deze broodjes enige uren van tevoren al maken als je dat beter uit komt. Bewaar ze dan afgedekt in de koelkast. Neem ze wel een halfuurtje voor het serveren uit de koelkast; ze zijn lekkerder als ze niet al te koud gegeten worden.
  2. De blaadjes van de sla kunnen vaak wat krullen, zeker als het gaat om de wat kleinere blaadjes. Je kunt ze wat platter maken door de nerf in te snijden in de lengterichting. Verwijder de nerf niet; die is net zo lekker krokant!
  3. Serveer de dinerbroodjes met kruidenomelet en krokant gebakken Zeeuws spek ook eens tijdens een picknick of bij een high tea! Of tijdens een combi van beide: een high tea in het park!

    Dinerbroodjes met kruidenomelet en Zeeuws spek


    woensdag 11 mei 2016

    Speltboterhammetjes met pastrami en tonijnsalade

    Nu de temperaturen weer beginnen te stijgen, ga ik steeds vaker voor een brooddagje. Geen warme maaltijd dus.

    Lui? Ja, best wel een beetje…
    Saai? Nee, absoluut niet!!
    Want met brood kun je oneindig variëren.
    Bovendien zijn sommige boterhammen of broodjes echt gigantisch lekker; die zou je wel elke dag willen eten!
    En dat is dan wel weer saai, maar wel lekker…

    Voor de speltboterhammetjes van gisteren hoefde ik alleen maar even snel naar mijn biologische supermarkt te lopen. Voor een onsje pastrami, een zakje gemengde sla, wat verse kruiden en het brood, waar ik sinds kort verslaafd aan ben: het speltbrood met zonnebloempitten van Marqt. Een blikje tonijn, mayo en kappertjes heb ik altijd wel in huis.

    Binnen een halfuur, inclusief het inkopen doen en het aanmaken van de sla, stond mijn avondmaaltijd op tafel!

    Tip: morgen post ik nog zo’n lekker broodrecept. Wat dacht je van dinerbroodjes met kruidenomelet en krokant gebakken Zeeuws spek?


    Recept Speltboterhammetjes met pastrami en tonijnsalade


    Speltboterhammetjes met pastrami en tonijnsalade


    Ingrediënten voor 6 stuks (2 personen):


    Voor de boterhammetjes:

    • 6 niet te dikke sneetjes speltbrood met zonnebloempitten
    • 100 gram pastrami in plakjes
    • mayonaise of halvanaise

    Voor de tonijnsalade:

    • 1 blik tonijn in zonnebloemolie (uitgelekt)
    • 3 (afgestreken) eetlepels mayonaise of halvanaise
    • 4 theelepels kappertjes
    • 1 eetlepel in ringetjes geknipte bieslook
    • versgemalen zwarte peper naar smaak

    Bereiding:

    1. Maak eerst de tonijnsalade. Prak daartoe de tonijn fijn samen met mayonaise. Kom niet in de verleiding om meer mayonaise toe te voegen: de tonijnsalade mag best stevig van structuur en smaak zijn.
    2. Hak de kappertjes grof en voeg ze samen met de bieslook en de peper toe aan de tonijnmayonaise. Vermeng het geheel. Tot zover kun je dit gerecht ruim van tevoren voorbereiden (zelfs een dag van tevoren; dat kan handig zijn). Bewaar de tonijnsalade afgedekt in de koelkast.
    3. Besmeer 3 van de sneetjes brood met een klein beetje mayonaise. De mayonaise moet net voldoende zijn om de sandwiches straks niet uit elkaar te laten vallen.
    4. Beleg de sneetjes met een royale portie pastrami.
    5. Verdeel de tonijnsalade over de pastrami.
    6. Dek de boterhammetjes af met de 3 resterende sneetjes brood.
    7. Snijd de sandwiches elk in 2 stukken. Gebruik hiervoor bij voorkeur een scherp mes zonder karteltjes. Veeg tijdens het snijden het mes af en toe af met een stukje keukenpapier, zodat de snijvlakken van de boterhammetjes mooi ‘schoon’ blijven.

    Tips:

    1. Je kunt deze boterhammetjes meteen serveren, maar je kunt ze ook nog een paar uur bewaren. Leg ze dan op een schaal en dek deze af met huishoudfolie. Plaats de schaal in de koelkast. Geheimpje: misschien zijn de boterhammetjes koud wel het allerlekkerst!
    2. Uiteraard kun je deze sandwiches ook maken van andere soorten brood. Kies wel altijd voor een broodsoort met veel smaak, zoals desembrood of boerenbruinbrood. Snijd de korstjes er niet vanaf: zo behouden de boterhammetjes hun rustieke karakter.
    3. Deze sandwiches zijn ook lekker als je de runderpastrami vervangt door kalfspastrami of gebraden kalfsfricandeau, al zorgt de runderpastrami door zijn relatief sterke smaak voor de beste balans met de smaakvolle tonijnsalade. 
    4. Om de maaltijd compleet te maken, serveerde ik er een groene salade met verse tuinkruiden bij. Vermeng hiertoe een zakje gemengde sla met een ruime hoeveelheid grof gehakte kruiden als platte peterselie, bieslook en basilicum. Maak de sla heel simpel aan met zout, versgemalen zwarte peper, citroensap en een goede extra vergine olijfolie. Het zijn vooral de kruiden, die de smaak geven aan deze salade!
    5. Serveer de boterhammetjes met pastrami en tonijnsalade ook eens tijdens een picknick of bij een high tea! Of tijdens een combi van beide: een high tea in het park! Snijd de sandwiches voor een high tea wel even in wat kleinere stukken. Om de maaltijd compleet te maken, serveerde ik er een groene salade met verse tuinkruiden bij. Vermeng hiertoe een zakje gemengde sla met een ruime hoeveelheid grof gehakte kruiden als platte peterselie, bieslook en basilicum. Maak de sla heel simpel aan met zout, versgemalen zwarte peper, citroensap en een goede extra vergine olijfolie. Het zijn vooral de kruiden, die de smaak geven aan deze salade!

    Speltboterhammetjes met pastrami en tonijnsalade