vrijdag 25 november 2016

Krokante in ganzenvet gebakken krieltjes voor de feestdagen

In de winter (bijvoorbeeld voor het kerstdiner!) bak ik mijn aardappels graag in ganzenvet. Dat geeft ze een heerlijke smaak. 


Vooral krieltjes worden er bijzonder lekker van! Hoe ik ze precies maak lees je hieronder!



Recept Krokante in ganzenvet gebakken krieltjes


Krokante in ganzenvet gebakken krieltjes


Ingrediënten voor een bijgerecht voor ±4 personen:

  • 1 kg geschrapte krieltjes
  • zout naar smaak
  • enkele eetlepels ganzenvet


Bereiding:


1. Kook je krieltjes eerst gaar


Krieltjes kun je het beste eerst gaar koken voordat je ze gaat bakken. Leg ze daartoe in een pan, strooi er wat zout overheen en vul de pan met water totdat de krieltjes onderstaan.

Breng het water aan de kook. De krieltjes hebben daarna nog maar een minuut of tien à vijftien nodig om te garen. Prik met een vork in een krieltje om te testen of het gaar is. Proeven kan natuurlijk ook altijd! 😉

Tip: werk je met voorgekookte krieltjes uit de supermarkt, kook deze dan ook eerst helemaal gaar voordat je verdergaat!

Giet de krieltjes meteen af en leg ze op je werkvlak of een snijplank.

2. Prak een deel van de krieltjes in stukjes


Cruciaal voor dit recept is dat je nu ongeveer een zesde deel van je krieltjes gaat prakken met een vork totdat je vrij kleine kruimeltjes hebt. Het zijn juist die kruimeltjes die tijdens het bakken zometeen heerlijk krokant worden!

3. De krieltjes bakken in ganzenvet


Verhit vervolgens een paar eetlepels ganzenvet in een koekenpan. Als het vet goed heet is, mogen de krieltjes - én de kruimeltjes - erbij. Schep je pan niet al te vol; alle krieltjes moeten in één laag liggen. Werk eventueel in porties.

Bak je krieltjes krokant onder af en toe opscheppen.

Proef de krieltjes voordat je ze serveert. Strooi er eventueel nog wat extra zout overheen.


Tip: ganzenvet koop je bij de poelier!


De meeste poeliers verkopen ganzenvet in potten of blikken, zeker in de winter voor de feestdagen.


Ganzenvet


Waar gebruik je ganzenvet nog meer voor?


Je kunt je ganzenvet ook voor andere gerechten gebruiken. 

Ik maak er zelf geregeld confit de canard mee. Dat zijn de gekonfijte eendenbouten, die je misschien wel kent uit een restaurant of van je vakantie in Frankrijk. Zelf konfijten is makkelijker dan het lijkt: probeer het zeker een keer!

Van die confit de canard kun je weer rillettes de canard maken, een paté-achtig vleesgerechtje gemaakt van in draadjes uit elkaar getrokken gekonfijte eendenbouten. Verrukkelijk op een toastje tijdens de borrel of als amuse voor je kerstdiner! Ik zal je binnenkort het recept  hiervoor geven!


Rillettes de canard


Ben je geen liefhebber van eend? Ook kippenbouten kun je heerlijk konfijten! Kinderen zijn hier dol op!

Ook een 'gewoon' kipfiletje en een braadworst worden veel lekkerder als je ze in ganzenvet braadt. Zeker een aanrader!


    woensdag 23 november 2016

    Speculaasmuffins met kaneelglazuur en amandelen

    Deze speculaasmuffins met kaneelglazuur en geroosterde amandelen mogen niet ontbreken op je pakjesavond!


    Ze zijn licht kruidig, superluchtig en heerlijk sappig. Het kaneelglazuur zorgt voor extra smaak en de amandeltjes en de greinsuiker geven het gebak een lekkere crunch!



    Speculaasmuffins met kaneelglazuur en amandelen


    Makkelijke muffins!


    Muffins: een van de soorten gebak die het makkelijkst zijn om te maken! 

    In één kom meng je alle droge ingrediënten, in een andere alle natte. 

    Even kort door elkaar scheppen en klaar is je beslag!

    Je kunt ze het beste bakken in speciale papieren muffinvormpjes of cupcake-papiertjes. Dat is handig én het ziet er vrolijk uit! Stevige vormpjes kun je na het vullen los op je ovenrooster zetten. Gebruik je de wat dunnere cupcake-caises, plaats deze dan in een muffinbakvorm: zo gaan je muffins niet scheefzakken tijdens het bakken.

    Ik bakte de speculaasmuffins van de foto's in vrij grote muffinvormpjes van dun karton. Met een portie beslag kon ik hiermee 12 muffins maken. In het verleden gebruikte ik ook weleens cupcake-caises. Daarvan gingen er 20 in een beslag.

    Veel verschil in baktijd is er niet tussen de twee maten muffins; het zal hoogstens 2 minuten schelen. Het blijft sowieso altijd aan te raden de gaarheid te testen met een satépen (of een speciale caketester als je die hebt). Zolang er rauw beslag aan de tester blijft plakken als je in een muffin prikt, is hij nog niet gaar. Test overigens niet te vroeg (en open ook niet voortijdig de ovendeur): dan kunnen je muffins inzakken en dat zou zonde zijn!


    Muffins decoreren


    Muffins bevatten wat minder vetstof en een kleinere hoeveelheid suiker dan cupcakes. Dat maakt ze minder ongezond. 😉

    Maar het maakt ze ook wat saaier. Daarom hou ik ervan om mijn muffins te garneren na het bakken. De decoratie geeft ze én meer smaak én een extra structuur!

    Laat je muffins wel altijd goed afkoelen voordat je ze garneert. Je wilt niet dat je crème of glazuur gaat smelten, toch?


    Hoe maak je glazuur van poedersuiker?


    Deze speculaasmuffins garneer ik met een glazuur van poedersuiker. Dat maak je heel eenvoudig door de suiker te mengen met een klein beetje water (in dit geval; je kunt ook een andere vloeistof gebruiken, zoals likeur, vruchtensap of limonadesiroop). 

    Realiseer je dat je echt maar heel weinig water nodig hebt: een paar eetlepels is al voldoende voor een flink kommetje vol met suiker. Voeg daarom niet te veel in één keer toe. Begin met 2 eetlepels, roer even, en bepaal dan pas of je meer nodig hebt. Het glazuur moet niet te slap worden; dan wordt het laagje te dun doordat het van je muffins af druipt...

    Glazuur je muffins altijd een voor een en bestrooi ze meteen met je decoratiemateriaal. Als je eerst alle muffins glazuurt en ze dan pas garneert, loop je het risico dat het glazuur van de eerste paar al uitgehard is. De garnering blijft dan niet meer plakken!


    Veel plezier met deze heerlijke speculaasmuffins en een gezellige en lekkere pakjesavond toegewenst!



    Recept Speculaasmuffins met kaneelglazuur en amandelen




    Hoe maak je zelf speculaasmuffins met kaneelglazuur en amandelen?


    Ingrediënten voor 12 grote muffins of 20 kleinere:


    Droge ingrediënten:

    • 375 gram bloem, gezeefd
    • 18 gram bakpoeder, gezeefd
    • 225 gram bruine basterdsuiker
    • 3/8 theelepel zout
    • 1½ theelepel gemalen kaneel (bij voorkeur echte Ceylonkaneel; zie mijn blog hierover)
    • ¾ theelepel gemalen kruidnagel
    • ¾ theelepel nootmuskaat
    • 1/3 theelepel gemberpoeder
    • 1/3 theelepel kardemom
    • een mespuntje gemalen witte peper

    Natte ingrediënten:

    • 60 gram gesmolten roomboter
    • 75 gram zonnebloemolie
    • 1 ½ ei, losgeklopt in een kopje
    • 375 ml volle melk

    Decoratie:

    • 150 gram poedersuiker
    • een flinke mespunt gemalen kaneel
    • enkele eetlepels water
    • ±30 gram geschaafde amandelen
    • een handje fijne greinsuiker

    Extra:

    • 12 grote of 20 kleinere papieren muffinvormpjes

    Bereiding:

    1. Verwarm de oven voor (heteluchtoven 160°C; conventionele oven 180°C).
    2. Plaats de muffinvormpjes op een ovenrooster. Als je dunne papieren vormpjes hebt, zet ze dan eerst in een muffinbakvorm, zodat ze tijdens het bakken niet kunnen vervormen.
    3. Vermeng in een kom de boter en de olie. Klop er met een garde anderhalf ei doorheen. Ga door met kloppen en voeg beetje bij beetje de melk toe.
    4. Vermeng in een andere kom alle droge ingrediënten.
    5. Voeg de natte ingrediënten toe aan de droge. Schep het geheel kort om totdat alle ingrediënten net vermengd zijn. Ga niet te lang door met mengen.
    6. Verdeel het beslag over de muffinvormpjes.
    7. Bak de muffins gaar en lichtbruin; ±22 minuten in de heteluchtoven of ±25 minuten in een conventionele oven. Test de gaarheid door met een satépen in de muffins te prikken. Er mag geen vochtig beslag meer aan de satépen kleven.
    8. Laat de muffins afkoelen op een rooster.
    9. Rooster ondertussen het amandelschaafsel goudbruin in een koekenpan zonder vetstof. Dat gaat het beste op een laag pitje onder af en toe omscheppen.
    10. Schep de poedersuiker en de kaneel door elkaar. Roer er enkele eetlepels water doorheen totdat je een glad, maar niet te dun glazuur hebt.
    11. Bestrijk de muffins met het glazuur. Verdeel het amandelschaafsel en de greinsuiker over het glazuur voordat het de kans krijgt hard te worden.
    12. Laat het glazuur opstijven. Serveer de speculaasmuffins en geniet ervan!

    Tips:

    1. Je kunt deze muffins eventueel een dag voor het heerlijke avondje al maken. Dan zijn ze nog net zo lekker als de eerste dag!
    2. Greinsuiker kun je kopen bij sommige bakwinkels of delicatessenzaken. Ook bestellen via internet is een optie.
    3. Nieuwsgierig naar het recept voor de kruidnootjes van de foto hieronder? Surf dan even naar een van mijn eerdere blogs!

    Roomboterkruidnootjes


    dinsdag 22 november 2016

    Kerstspecial: knien in ’t zoer, konijn op Limburgse wijze


    Knien in ’t zoer
    – letterlijk: konijn in het zuur – is een traditionele Limburgse stoofpot van gemarineerd konijn. 


    In mijn jeugd kwam dit gerecht elke kerst op tafel! 


    Met verse frietjes erbij. 


    Mmmm!!


    Het is misschien wel het allerlekkerste Nederlandse gerecht dat ik ken. En dat is niet alleen maar omdat het zoveel warme herinneringen oproept…


    Knien in 't zoer, konijn op Limburgse wijze


    Limburgse specialiteiten in den vreemde


    Eén van de aardigste sociale bezigheden, die ik had toen ik in Argentinië woonde, was de internationale dameslunchgroep. Dat klinkt heel formeel, maar als het iets niet was, dan was het dat wel. Het was gewoon een groepje van een stuk of tien vriendinnen, die allemaal hielden van koken.

    Het grappige was dat elke deelneemster, puur toevallig, een andere nationaliteit had en op basis daarvan leek het ons interessant om iedere vrijdag wat typische gerechten te proeven uit het land van herkomst van de gastvrouw.

    Allerlei exotische gerechten passeerden de revue. Zo aten we onder andere Peruaanse seviche, Italiaanse bistecca alla pizzaiola, Noord-Afrikaanse couscous met lamsvlees, Mexicaanse tortillas en Colombiaanse kippensoep met koriander en maïskoekjes. Heerlijk én supergezellig!

    En natuurlijk brak er een dag aan dat ik aan de beurt was. Maar wat voor typisch Nederlands gerecht moet je nou maken voor zo’n select gezelschap internationale culi’s? Stamppot en pannenkoeken leken me wel erg magertjes tegenover de specialiteiten van mijn vriendinnen!

    Na veel wikken en wegen bedacht ik dat ik veel beter kon teruggrijpen naar mijn Limburgse roots en wat gerechten uit mijn eigen regio kon bereiden. Ik koos voor een hoofdschotel die in onze familie al decennia lang tijdens hoogtijdagen op tafel komt: knien in ’t zoer, konijn in een kruidige zoetzure saus.


    Verse tamme konijnen


    Mijn grootvader was poelier en zo rond de kerst, of voor je verjaardag als je er speciaal om vroeg, zorgde hij altijd voor een paar malse konijntjes. Waarschuwing: als je gauw iets zielig vindt, kun je beter de volgende paar alinea’s overslaan! 😉

    Achteraf gezien ging het er eigenlijk wel wreed aan toe. Een paar dagen voor de feestmaaltijd liepen er dan opeens konijntjes door de tuin, waar wij kinderen mee mochten spelen. 

    Tot we zeer dringend werden verzocht naar binnen te gaan en niet meer naar buiten te komen. Eén keer heb ik dat eens stiekem wél gedaan en zag toen de gestroopte konijnen aan de stangen van de schommel in de achtertuin hangen. 

    Ik denk dat ik een geboren lekkerbek was. Ik heb er namelijk geen nachtmerries aan overgehouden en konijn vind ik nog steeds erg lekker. Rare meiden, die Limburgse?

    Van de andere kant: dit waren wel konijnen die een goed leven hadden gehad en dat kun je nu helaas niet meer van elk supermarktkonijn zeggen… Advies: ga naar een goede poelier voor dit gerecht!

    Na het slachten gingen de ‘Flappies’ een nachtje ‘in het zuur’ zoals mijn opa het noemde en op de feestelijke dag zelf zat de hele meute aan een grote tafel te smikkelen van ieders lievelingsgerecht.

    Dat was het maaltje  dat ik mijn vriendinnen zou voorzetten!


    Knien in ’t zoer: konijn op Limburgse wijze


    Wat moet je je voorstellen bij dit streekgerecht dat (bijna) elke Limburger kent?

    Eigenlijk is het een heel eenvoudig gerecht. Het lijkt sterk op het in Limburg mateloos populaire zoervleis, zuurvlees, een runderstoofpot met een kruidig-zoetzure saus.


    Limburgs zuurvlees, stoofpot met ontbijtkoek


    Het konijngerecht heeft twee karakteristieken 

    De eerste is dat het konijnenvlees voor het stoven wordt gemarineerd. Meestal gebeurt dat in een mengsel van azijn en water. Mijn recept is iets luxer: ik gebruik daarnaast ook nog rode wijn!


    Konijnenbouten in de marinade


    Belangrijke smaakmaker in de saus: ontbijtkoek!


    De tweede typische karakteristiek is de manier waarop de saus op smaak wordt gemaakt. Dat gebeurt namelijk veelal met wat wij in Limburg ‘peperkoek’ noemen, ontbijtkoek dus. 

    Soms wordt er in plaats van ontbijtkoek stroop gebruikt, maar dat doe ik zelf eigenlijk nooit. Stroop hoort niet thuis in het recept van mijn opa.

    Maar even terug naar de bereidingsvolgorde. 

    Na het marineren worden de stukken konijn eerst stevig aangebraden. En dan mogen ze lekker lang sudderen in weer die marinade totdat het vlees botermals is en bijna van het bot valt.

    Het stoofvocht is in dit stadium nog vrij zuur en dat vraagt om een zoete component! En daar komt die ontbijtkoek om de hoek kijken. De verkruimelde koek geeft de saus niet alleen het benodigde zoetje, maar ook een dosis specerijen. Heerlijk!

    Bijkomend voordeel van de koek is, dat hij de saus meteen bindt door het meel dat erin zit!


    Knien in 't zoer eet je met verse frietjes!


    Het resultaat is een verrukkelijk gerecht met veel diepgang. Het malse vlees in de kruidige, donkerbruine, zoetzure saus is onweerstaanbaar! 

    Zeker als je er een portie zelfgemaakte verse frietjes bij serveert! Met de frietjes kun je heerlijk al die saus ‘oplepelen’. Sterker nog: vanwege die frietjes maak ik altijd extra veel saus!


    Zelfgemaakte verse friet


    Vlaaien als toetje


    Voor de lunch met mijn vriendinnen in Argentinië bakte ik ook nog een aantal vlaaien. Want we tafelden altijd zo lang na, dat we minstens tot theetijd aan tafel zaten! Gelukkig vielen zowel het konijngerecht als de vlaaien goed in de smaak!


    Limburgse appel-kruimelvlaai


    Wil je zelf ook een Limburgse vlaai bakken voor na je konijnmaaltje? Surf dan even naar het recept voor mijn appel-kruimelvlaai! En houd dit blog in de gaten, want er gaan zeker meer vlaairecepten volgen!


    Recept knien in ’t zoer, konijn op Limburgse wijze



    Knien in ’t zoer, konijn op Limburgse wijze



    Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 6 personen:

    • 6 grote tammekonijnenbouten
    • zout en peper
    • 4 laurierblaadjes
    • 8 kruidnagels
    • 4 dl volle rode wijn
    • 3,5 dl rodewijnazijn
    • 8 dl water
    • margarine of boter
    • 1 ontbijtkoek van ±400 gram
    • eventueel een paar theelepels maïzena
    • 1 theelepel niet te sterke mosterd
    • 4 eetlepels bruine basterdsuiker

    Bereiding:

    1. Begin een dag van tevoren met het marineren van de konijnenbouten. Leg de helft van het vlees op de bodem van een grote pan of schaal. Strooi er zout en peper, 2 laurierblaadjes en 4 kruidnagels overheen. Voeg de andere helft van het vlees toe en kruid het op dezelfde manier. Schenk vervolgens de wijn, de azijn en het water over het vlees. Het vlees moet helemaal onderstaan. Roer de vloeistof even om. Dek de schaal af en plaats hem minimaal een nacht in de koelkast.
    2. Verhit de volgende dag wat boter in een grote braadpan. Dep de konijnenbouten goed droog en bak ze (in porties) aan.
    3. Neem het vlees daarna uit de pan en verwarm de marinade. Leg het vlees erin en stoof de konijnenbouten in ongeveer een uur lekker gaar. Het vlees moet bijna van het bot vallen voor de lekkerste smaak.
    4. Dan wordt het tijd om met de ontbijtkoek aan de slag te gaan. Op het eerste gezicht lijkt het gebruik van ontbijtkoek misschien vreemd, maar in feite is het een ideale mengelmoes van ingrediënten voor een zoetzure saus: suiker om het zuur van het stoofvocht te compenseren, specerijen voor de kruidige smaak en bloem om de saus te binden. Waar je mee begint is het afsnijden van de donkere korsten. Die zijn te bitter. Snijd de koek vervolgens in plakken en verkruimel deze tot zeer fijn. Dat gaat het makkelijkste in de foodprocessor.
    5. Doe de koekkruimels in een pan en voeg een beetje van het stoofvocht toe. Verwarm het geheel en roer goed. Voeg steeds een beetje meer stoofvocht toe totdat het (bijna) op is. Zorg er wel voor dat de saus mooi glad is, voordat je de volgende hoeveelheid vocht toevoegt.
    6. Bind de zoetzure saus eventueel nog wat meer met een papje van maïzena en een beetje koud water. Giet het beetje bij beetje bij de saus en roer goed. Breng het geheel aan de kook. Pas dan vindt de binding plaats en kun je beoordelen hoeveel van het maïzenapapje je nodig hebt. De saus mag best vrij dik zijn.
    7. Maak de saus op smaak met de mosterd, de bruine suiker en eventueel nog wat extra zout, peper, azijn, water, wijn, mosterd en/of basterdsuiker. Vergeet niet de laurierblaadjes en de kruidnagels eruit te vissen.
    8. Leg de konijnenbouten in de saus en laat de smaken nog enkele uren in het vlees trekken.
    9. Verwarm het geheel vlak voor het serveren. Leg op elk bord een konijnenbout en een paar lepels saus. Serveer de rest van de saus er apart bij.

    Tips:

    1. Het lijkt alsof je veel te veel saus hebt voor 6 personen. De bedoeling is echter dat je er een forse portie verse frieten bij maakt, die je ook dipt in de saus. Dat klinkt misschien niet culinair verantwoord, maar vertrouw de Limburgers: dit wordt smikkelen van de bovenste plank! Konijn in zure saus en friet vormen een klassieke combinatie, die traditioneel vaak met kerst wordt geserveerd!
    2. Dit gerecht smaakt het allerlekkerste de dag nadat je het gemaakt hebt. Dan zijn de smaken van de saus helemaal in het vlees getrokken. Makkelijk ook: zo heb je weinig werk op de dag van je kerstdiner! Bewaar alles goed afgedekt in de koelkast.
    3. Als je bang bent dat je na het stoven de kruidnagels niet meer allemaal kunt vinden, strooi ze dan niet los over het vlees, maar prik ze in een schoongemaakt ui. Stoof de ui mee en schep hem na de bereiding met de kruidnagels uit het gerecht.
    4. Soms wordt dit gerecht ook gemaakt met wild konijn. In mijn familie was dat geen traditie; ik heb dat dus ook nooit geprobeerd. Maar aan jou de keus! Laat je even horen hoe het smaakte?

    maandag 21 november 2016

    Saucijzenbroodletter voor pakjesavond

    "Wie zoet is krijgt lekkers...". Maar mag dat lekkers ook een keertje hartig zijn?


    Deze bladerdeegletter gevuld met kruidig gehakt is gegarandeerd een welkome aanvulling van je hapjes op sinterklaasavond! Handig: het recept is makkelijk en snel!


    Tip: organiseer rond 5 december ook eens een echte Sinterklaas-high-tea! Mét deze saucijzenbroodletter erbij natuurlijk!



    Recept Saucijzenbroodletter voor pakjesavond


    Hoe bak je zelf een saucijzenbroodletter voor pakjesavond?


    Ingrediënten:

    • 250 gram rundergehakt
    • 250 gram kalfsgehakt of mager varkensgehakt
    • 1 theelepel gedroogde tijm
    • ½ theelepel mild paprikapoeder
    • ¾ theelepel mild kerriepoeder
    • een mespunt nootmuskaat
    • 2 eetlepels worcestersaus
    • 2 eieren
    • 6 eetlepels paneermeel
    • een ruime hoeveelheid versgemalen zwarte peper
    • zout naar smaak
    • 10 plakjes bladerdeeg op basis van margarine
    • een beetje bloem voor het bestuiven van het werkvlak
    • een beetje margarine voor het invetten van de bakplaat

    Bereiding:

    1. Verwarm de oven voor tot 210°C (conventionele oven) of 190°C (heteluchtoven).
    2. Vermeng het gehakt met de kruiden en specerijen, de worcestersaus, 1 ei, het paneermeel, de peper en wat zout. Bak even een proefhamburgertje in een pan om te bepalen of er nog extra zout en/of peper toegevoegd moet worden. Het gehakt mag niet te flauw zijn, aangezien het deeg niet veel smaak heeft.
    3. Vorm een lange rol van het gehakt.
    4. Rol het bladerdeeg op een licht bebloemde ondergrond uit tot een lap van zo’n 10 centimeter breedte. Hij moet iets langer zijn dan de gehaktrol. Snijd de randen met een deegradertje netjes bij.
    5. Leg de gehaktrol op het deeg. Bestrijk één lange zijde en beide korte zijden van het deeg met een beetje losgeklopt ei. Vouw het deeg over het gehakt heen, rol de staaf een halve slag en plak de naad dicht. Doe hetzelfde met de uiteinden. Leg de deegrol op het werkvlak met de naad naar beneden. Vorm er een mooie S van.
    6. Beboter een bakplaat. Leg de S erop en plaats de bakplaat in de oven. Bak de saucijzenbroodletter in ±35 minuten goudbruin en gaar. Draai eventueel de oven de laatste 10 minuten iets lager, als het deeg te bruin dreigt te worden.
    7. Laat de letter een beetje afkoelen op een rooster alvorens hem te serveren.  

    Tips:

    1. Je kunt je saucijzenbroodletter eventueel al een dag voor pakjesavond bakken. Bewaar hem na afkoeling afgedekt in de koelkast. Warm hem vlak voor het serveren op in een oven van 150°C.
    2. Natuurlijk kun je je saucijzenbroodletter ook vullen met ander gehakt. Wat dacht je bijvoorbeeld van kruidig kalfsgehakt, mediterraan gekruid gehakt, kalfsgehakt met verse marjolein, Grieks gehakt, Indonesisch gehakt of kalfsgehakt met zongedroogde tomaten?
    3. Nog meer Sinterklaas-recepten? Mijn recept voor roomboterkruidnootjes is erg lekker!

    Ik wens je een gezellige pakjesavond!


    Roomboterkruidnootjes met een eigen specerijenmengsel

    donderdag 17 november 2016

    Kerstspecial: briochepudding met appeltjes en rozijnen

    In deze verrukkelijke, smeuïge broodpudding wordt het 'gewone' brood vervangen door luxueus briochebrood. Er gaan nog wat appeltjes doorheen en het merg van een vanillestokje. Citroenschilletjes en kaneel zorgen voor een heerlijk aroma!


    Het resultaat is een luchtig, romig, fruitig, krokant en tegelijkertijd  fluweelzacht dessert, waar je helemaal warm van wordt! Een waardig einde van je kerstdiner!



    Briochepudding met appeltjes en rozijnen


    Briochepudding: een rustiek kerstdessert


    Ik ben niet zo'n liefhebber van formele etentjes. Zelfs niet tijdens de kerstdagen. Het liefst serveer ik rustieke, robuuste gerechten met veel smaak. Voor mij geen chique kleine porties met liflafjes...

    Het dessert van vandaag past perfect in die sfeer!


    Broodpudding van restjes oud brood


    Het is een variant van de klassieke broodpudding, een gerecht dat traditioneel gemaakt wordt van restjes. Broodpudding is een ideaal recept om overgebleven en een beetje droog geworden brood te verwerken tot iets lekkers!

    Omdat het hier vandaag om een kerstdessert gaat, wijk ik bij uitzondering een keertje af van het restjes-idee: ik koop het meer luxueuze briochebrood er speciaal voor in! Hetzelfde geldt voor de room. De andere ingrediënten, zoals de appels en de vanille, heb ik meestal wel in huis.


    Hoe wordt broodpudding en dus ook deze briochepudding gemaakt?


    De moeder aller broodpuddingen is een toetje van sneetjes (oud) brood - en soms nog wat smaakmakers - dat wordt overgoten met een niet gegaarde custard. Als deze schotel in een vrij warme oven wordt gezet, begint de custard te binden.

    De kunst is om een broodpudding precies lang genoeg te bakken totdat de custard een beetje vaster wordt. Helemaal vast is niet de bedoeling. Het gerecht is het allerlekkerste als de custard nog een beetje sausachtig blijft; romig zacht en smeuïg.


    Eet deze briochepudding vers uit de oven!


    Het is aan te raden deze briochepudding niet vooruit te maken. Hij moet vers uit de oven op tafel gezet worden! Als het aan mij ligt, komt zelfs de ovenschaal gewoon op tafel! Zo kan iedereen zich zelf opscheppen. Maar daar kun je natuurlijk van afwijken als je dat wilt; vrijheid blijheid!

    Wat vind je van dit luxe broertje van de klassieke broodpudding? Is deze romige briochepudding met appeltjes en rozijnen niet onweerstaanbaar?



    Recept Briochepudding met appeltjes en rozijnen



    Hoe maak je briochepudding met appeltjes en rozijnen?


    Ingrediënten voor een dessert voor 6 à 8 personen:

    • 1 briochebrood van ±400 gram
    • 60 gram rozijnen
    • water
    • 2 jonagold appels
    • 8 eierdooiers
    • 175 gram witte basterdsuiker
    • de rasp van 1 citroen
    • ¼ theelepel gemalen kaneel (bij voorkeur echte Ceylonkaneel; zie mijn blog hierover)
    • 350 ml volle melk
    • 250 ml slagroom
    • 1 vanillestokje, doorgesneden en uitgeschraapt
    • een beetje roomboter voor het invetten van de ovenschaal
    • enkele eetlepels poedersuiker

    Bereiding:

    1. Snijd de brioche in niet te kleine blokjes. Laat die een uur op de broodplank liggen, zodat ze wat oudbakken kunnen worden.
    2. Doe de rozijnen in een pannetje met wat water. Zorg ervoor dat de rozijnen onder staan. Verwarm het water tot heet en draai het vuur uit. Laat de rozijnen zo een uur wellen. Droog ze daarna in een schone theedoek (gewassen zonder wasverzachter).
    3. Breng voor de custard de melk aan de kook samen met de slagroom, het merg van het vanillestokje en de resterende peul van het vanillestokje.
    4. Klop ondertussen de eierdooiers schuimig met de basterdsuiker, de citroenrasp en de kaneel.
    5. Schenk de warme melk beetje bij beetje bij het eiermengsel en blijf kloppen. Uiteindelijk ontstaat er een homogeen custardmengsel, dat echter nog niet gebonden is.
    6. Schil de appels en snijd ze in kleine blokjes.
    7. Vet een grote lasagneschaal in met roomboter.
    8. Leg de blokjes brioche, de rozijnen en de appeltjes in de ovenschaal.
    9. Schenk de custard over het brood. Laat de schaal zo een kwartier staan. Het brood kan zich nu volzuigen met het vocht.
    10. Verwarm de oven voor tot 190°C (conventionele oven).
    11. Druk het brood met de vlakke hand goed naar beneden in het vocht en plaats de schaal ±30 minuten in de oven, totdat de custard ook in het midden licht gebonden is. Hij moet nog een beetje smeuïg blijven.
    12. Doe wat poedersuiker in een zeefje en bestuif het gerecht met de suiker. Serveer meteen.

    Tips:

    1. Je kunt de briochepudding ook eerst over de borden verdelen en dan pas bestuiven met de poedersuiker.
    2. Nog een lekkere variant van de bread and butter pudding: croissantpudding met verse kersen!