woensdag 20 april 2016

Kersenflappen

Wil je graag elk nieuw recept in je inbox ontvangen? Geef je dan nu op voor mijn gratis receptenservice!


Zoet, krokant, fruitig én snel klaar. Bak deze kersenflappen één keer en ik garandeer je dat het niet bij die ene keer zal blijven!


Vrienden vragen mij vaak: “Jij hebt zo veel recepten. Als je één, nou vooruit, twee of drie gerechten zou mogen uitkiezen, welke vind je dan de allerlekkerste?”

En ja, dan moet ik hun het antwoord altijd schuldig blijven. Helaas… of misschien juist niet: ik vind zo ontzettend veel lekker! Het hangt er helemaal vanaf hoe mijn pet staat.

Zouden ze me vragen “Wat is jouw fruit-top 3?”, dan zou ik het antwoord wel weten! Op 1: kersen, op 2: kersen en op 3: kersen!

Kersen vormen (letterlijk!) een rode draad door mijn leven. Als peuter vond ik het al zonde om, zoals de andere kinderen dat deden, een duootje van verse kersen aan steeltjes om mijn oren te hangen. Kersen waren geen oorbellen: die moest je opeten!

Toen ik vier was, verhuisden we van een kleine flat in de stad naar een huis met tuin op het platteland. Mijn vader plantte meteen een aantal fruitbomen in zijn kersverse tuin. Mijn zusjes en ik mochten elk één boom uitkiezen, die (zogenaamd) onze eigen boom zou worden.

Eén van mijn zusjes koos voor de perzikenboom. Die droeg al vrij snel vruchten: triomf! Totdat we erin beten… Ze bleken stuk voor stuk niet echt vegetarisch te zijn, als je begrijpt wat ik bedoel!

Ik ging voor de hedelfinger, de kersenboom dus. Een hedelfinger is niet zomaar een kers: het is een dikke, knapperige, superzoete kers. De koningin onder de kersen zeg maar! Jaar na jaar na jaar speurde ik elke zomer mijn boompje af op zoek naar een oogst. Ik moest nogal wat geduld hebben. Eindelijk, eindelijk verschenen er vruchten in mijn boom.

Toen sloeg het noodlot toe: mijn vader ruilde wat grond met de buurman. Dat was praktischer voor de indeling van de tuin. Je voelt hem al aankomen natuurlijk: mijn boom belandde met zijn stam net over de grens in de tuin van de buurman! Een hoge muur scheidde mij voortaan van mijn boom… Tranen met tuiten huilde ik erom. Totdat bleek dat de buurman niet van kersen hield. Als ik niet door zijn tuin zou lopen, mocht ik plukken!!! Je begrijpt waar je mij tijdens mijn tienerjaren in de maand juli kon vinden. Juist: bovenop de muur in het hart van mijn boom! Mmmm!

Tijdens mijn studententijd was het Victor, die me regelmatig verraste met een grote zak kersen. Ik zie ons nog zitten in het gras achter de Burcht in Leiden. Heerlijk in het zonnetje: een plaatje uit een zoete romcom, maar dan echt!

Petra is letterlijk groot geworden op kersen. Ze is geboren in juli en de weken voor haar geboorte legde Victor er eer in mij in de watten te leggen. Ik moest het rustig aan doen, maar op de bank Wimbledon kijken met een bak kersen op mijn schoot: dat mocht!

Jaren later verhuisde ik met Victor en Petra naar de tropen. Nee, kersen zijn geen tropische vruchten. Triest, maar niet getreurd. Als je kersen verwerkte in desserts en gebak, waren de exemplaren uit pot en blik nog best te pruimen. Sterker nog: in de juiste combinaties zijn ze dan nog steeds verrukkelijk! Wat dacht je van zelfgemaakt maanzaadijs met geflambeerde kersen, chocoladetulband met kersen en slagroom, Limburgse kersenpannenkoekjes of kersenclafoutis?

In die tijd bakten we ook vele, vele kersenflappen: krokante bladerdeegflapjes gevuld met kersenjam en sappige kersen uit pot. Makkelijk te maken, snel klaar en superlekker! Bekijk snel het recept hieronder en bak ze zelf ook!

Nog een paar maanden en dan is het weer tijd voor verse kersen. Ik kan er bijna niet op wachten. Hedelfingers zijn tegenwoordig moeilijk te krijgen, maar veel andere Nederlandse kersensoorten zijn ook niet te versmaden. De zus van de perzikenboom woont tegenwoordig in de Betuwe midden in het walhalla van de kersen. Daar gaan we binnenkort dus weer wat kilootjes inslaan. Hou dit blog in de gaten, want ik heb nog een aantal heerlijke recepten met verse kersen voor je in petto!


Recept kersenflappen

Kersenflappen


Ingrediënten voor 12 stuks:

  • 12 plakjes roomboterbladerdeeg
  • ±250 gram kersenjam
  • 2 potten kersen zonder pit (uitlekgewicht samen ±350 gram)
  • 1 ei, losgeklopt in een kopje
  • kristalsuiker
  • boter voor het invetten van de bakplaat
  • een beetje bloem voor het bestuiven van het werkvlak

Bereiding:

  1. Laat de plakjes bladerdeeg enigszins ontdooien.
  2. Verwarm de oven voor tot 200°C.
  3. Laat de kersen goed uitlekken.
  4. Bestuif het werkvlak met een beetje bloem, zodat de het bladerdeeg er niet aan blijft plakken tijdens het vormen van de kersenflappen.
  5. Leg in het midden van elke plakje deeg wat kersen en een paar theelepeltjes jam.
  6. Vouw het deeg zo dicht, dat er een driehoekje ontstaat. Druk het deeg met de vingers goed aan. Snijd de randjes netjes bij met een deegradertje.
  7. Bestrijk een grote ovenplaat (of twee kleinere ovenplaten; bak ze bij voorkeur na elkaar) met boter en leg de flapjes erop. Bestrijk de flapjes met losgeklopt ei en bestrooi ze daarna met suiker (±2 theelepels per flapje).
  8. Bak de kersenflappen in 20 à 25 minuten gaar en goudbruin. Het kan geen kwaad als er tijdens het bakken hier en daar een beetje jam uit de flapjes loopt.
  9. Schep de kersenflappen van de bakplaat en leg ze op een rooster.

Tip:

Serveer de kersenflappen warm of koud. Ze zijn het allerlekkerst op de dag van het bakken zelf. Daarna blijven ze nog een dag of twee goed. Bewaar ze na afkoeling onder een stolp buiten de koelkast.


Geen opmerkingen: